U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag : A.c. Baantjer - De Cock En De Ontluisterende Dood.
Deze versie komt van http://scholieren.samenvattingen.com/documenten/show/9430486/ en is laatst upgedate op 21/08/2001.
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 4524 woorden.


Inhoudelijke gegevens




Titel: “De Cock en de ontluisterende dood”.


Naam van de auteur: A.C. Baantjer


Plaats van uitgave: Baarn


1e druk: Oktober 1991


Deze druk: 4e druk, maart 1992




Thema:


Een moordzaak als deze gaat ook een rechercheur niet in de koude kleren zitten. Het zijn wat lugubere moorden. Een messteek komt vaak voor, maar het afsnijden van de penis is toch wel heel erg. Iemand moet wel gestoord zijn om dit te doen. In dit boek is het de taak van twee rechercheurs, genaamd de Cock en Dick Vledder, de moord op drie mensen op te lossen. De eerste is al lastig maar als er dan nog een moord wordt gepleegd hebben ze dus ook niks meer van die vermoorde man te verwachten, hiermee bedoel ik dat die vermoorde man misschien wel harde bewijzen had en daarom vermoord werd. Hier hadden ze dus niks meer aan. Elders in het land werd ook een moord gepleegd op dezelfde wijze en die moest op de een of andere manier ook iets met de moorden in Amsterdam te maken hebben. Waarschijnlijk zit er een verband tussen de drie moorden, dat is vrijwel zeker. Het was een en dezelfde moordenaar. Maar wie ? Dat is dé vraag die de rechercheurs moeten zien te beantwoorden.




Boodschap:


Ga niet meteen af op bekentenissen van iedereen. Je moet goed doorvragen en dan kom je er soms achter dat dingen niet kloppen. Je moet heel zorgvuldig met mensen om gaan. Dat deed de Cock. Zo liet hij Caroline vrij, terwijl ze de moord bekende. En ook Roeland van Ieperen, die velen als hoofdverdachten zagen, liet hij niet oppakken voor een verhoor. Je moet veel afgaan op je intuïtie. Niet zo maar iets aannemen en dan gelijk maar het hoofdstuk afsluiten. Je moet de gedachten van mensen proberen te achterhalen. Je moet weten wat er in het hoofd van iemand omgaat. Ook dit keer vertel ik dat ervaring ook een belangrijke rol speelt bij het zoeken naar de moordenaar. De schrijver wil duidelijk maken dat een moord op lossen niet iets eenvoudigs is wat je zo maar even doet. Het vergt heel veel van iemand, zo ook van de Cock. Hij was vermoeid en moest een keer even afhaken en het uit handen geven aan Vledder. Als rechercheur moet je ook sterk in je schoenen staan, je moet er goed mee om kunnen gaan. Als je het bericht krijgt dat er iemand vermoord is en met een afgesneden penis ligt dan moet je daar wel naar toe kunnen. Je moet ook soms dingen doen die helemaal niet bij jou passen om achter de waarheid te komen. De Cock lokte de moordenaar uit om een vierde persoon te vermoorden en zo is de Cock achter de waarheid gekomen.




Hoofdpersonen:




De Cock en Vledder zijn ook 2 hoofdpersonen maar aangezien ik al een “Baantjer boek” heb gelezen heb ik de beschrijving van deze 2 hoofdpersonen achterwege gelaten. Ik verwijs dus hierbij naar mijn vorige boekverslag, genaamd: “De Cock en de dood van een clown”.










Bouke Anne Minnertsga :


Is een man van Friese afkomst. Hij heeft een ovaal gezicht, met lijnen erin. Bouke heeft teruglopende kin, smalle neus, zwart golvend haar dat grijs is aan de slapen. Licht bruin geruite kostuum met leren stukjes op de ellebogen van het sportieve colbert. De Cock schat hem ongeveer 40 jaar oud en treft hem aan badend in zijn eigen bloed met afgesneden penis. De auto waar Bouke in reed was grijsgroen van kleur. Er hangt een parfumlucht in van een vrouw die in de auto had gezeten. Dat weten de rechercheurs omdat er nog een schoen met een naaldhak in ligt. Het is dus een man die veel verhoudingen had tenzij het zij eigen vrouw geweest moest zijn die in de auto had gezeten.Was een piraat op de weg en ging er van uit dat iedere weggebruiker zich aan hem aanpaste. Minnertsga was leraar aan het Bartholinus gymnasium. Hij gaf les in Klassieke talen. Hij had diepe minachting voor zijn leerlingen en daarom niet geliefd bij zijn leerlingen. Hij werd hij ook bedreigd. Meiden kregen bij hem altijd de voorkeur, zij kregen van hem meer aandacht dan jongens. Bouke discrimineerde de jongens in zijn klas en behandelde hen als minderwaardige wezens. Hij was, zoals al duidelijk was, vrij gevoelig voor de charmes van zijn vrouwelijke leerlingen. Zijn positie als leraar werd op den duur onhoudbaar. Daarom wilde hij weg uit Friesland. Hij verhuisde naar Amsterdam, samen met zijn vrouw. Hij was verbonden aan het Bartholinus gymnasium waar hij les gaf in klassieke talen. Hans Boschgraed, leraar Nederlands op het Bartholinus, wist te vertellen dat hij niet goed was voor zijn vrouw Ranske. Zij had geen goed leven bij hem.


Guillaume du Bartas, leraar Frans, had een verhouding met Ranske, en vermoedde wel dat Bouke wist van zijn verhouding met Ranske maar hij liet dat niet goed merken. Dat kwam waarschijnlijk omdat Bouke zelf ook veel affaires had gehad met andere vrouwen.


Bouke Anne Minnertsga werd vermoord omdat iemand anders van Ranske hield en Bouke zou in de weg gestaan hebben voor die liefde.




Ranske Minnertsga:


De vrouw van Bouke. Haar meisjesnaam is Rauward. Ze was van Friese afkomst.


Ranske was een jonge vrouw van ongeveer rond de 30. De Cock vond het een mooie vrouw, met een roomkleurige huid en kastanjebruin haar. Het was strak naar achteren gekamd en eindigde in een lange paardenstaart, die golvend op haar rug lag. De klassieke trekken van haar gezicht hadden een vreemde, wat verwarrende uitstraling. Ze leek koel, ingetogenheid, maar had waarschijnlijk een onblusbaar temperament. Ze had lichtbruine ogen. Mevrouw Minnertsga gaf ook, net als haar man, les op het Bartholinus Gymnasium.Duits was haar vak. De dood van haar man kwam voor haar als een bevrijding, daarom ze was er vrij koel onder. Ze verafschuwde de man, maar was er toch mee getrouwd. Gezien haar schoonheid had ze een grote keuze met welke man ze wou trouwen. De Cock kon haar reacties niet begrijpen. Ze sprak koel en cynisch, met een glimlach. Ze toonde wel verbazing, maar reageerde heel simpel. Ranske wou altijd alles weten, ze was dus heel nieuwsgierig. Ranske Minnertsga kon nadrukkelijk knikken en ernstig spreken, formuleerde haar zinnen altijd zorgvuldig en kwam erg zeker over. Geschokt was ze niet, integendeel. Buiten dat was ze ook een gelovige, godsdienstige vrouw en haar overtuiging was, dat wat God verenigt mag de mens niet scheiden. Daarom wou ze dus ook niet van haar man scheiden. Volgens Hans Boschgraed was ze een zachtaardig mens en later blijkt dat er nog meer speelt dan alleen maar een zachtaardig mens.


Ranske had al ruim 2 jaar een verhouding met Guillaume en wist die relatie goed verborgen te houden. Na de dood van haar man wou ze openbaarheid over haar affaire met Guillaume. Sjoerd Sierkema, een leerling uit de tijd dat Ranske nog in Friesland werkte, was ook een geheime liefde van Ranske. Hij word op de zelfde wijze vermoord als haar man.






Guillaume du Bartas:


Een man van achter in de 30. Hij droeg een ruime groene trenchcoat met brede schouderflappen. Zijn loophouding was licht, soepel en sierlijk als van een balletdanser. Du Bartas had een hoekig gezicht met hoge jukbeenderen en een sterk vooruitstekende kin. Zijn zwarte haren, glimmend van de gel, waren zonder scheiding strak naar achteren gekamd. In zijn donkerbruine ogen lag een onrustige blik. Guillaume had een zachte stem met een zangerige toon en een licht Limburgs accent. Hield ervan om op te scheppen, hij sloofde zich altijd een beetje uit en was trots op de Franse taal waarin hij les gaf. Hij was dus leraar Frans op het Bartholinus gymnasium. Hij aarzelde om openhartig te zijn tegen de Cock en dat had alles te maken met zijn verhouding met Ranske, die al twee jaar duurde. Hij wist deze relatie, net als Ranske, tot nu toe goed verborgen te houden. Hij wou, net na de dood van Minnertsga, openbaarheid van de relatie die hij had met Ranske. Hij vond dat Ranske en hij een goed motief hadden voor de moord en zag het ook als een plicht voor de Cock om dit motief in het onderzoek te betrekken. Guillaume had vaak de neiging om Bouke te vermoorden, zei hij, maar hij had nooit de moed op kunnen brengen. Het was een obsessie, een voortdurende kwelling, aldus Guillaume. Hij wordt later ook vermoord, precies op dezelfde manier als de moord op Bouke Anne Minnertsga. Waarom hij vermoord wordt is wel nu wel duidelijk………………..hij had een relatie met Ranske.




Hans Boschgraed :


Jonge leraar Nederlands op het Bartholinus gymnasium van rond de 30 jaar. Boschgraed had dun, donzig haar met diepe inhammen boven het voorhoofd en lichte, flets blauwe ogen in een rond bleek gezicht met nerveuze trillingen bij de mondhoeken. Hij droeg een verschoten spijkerbroek met een bont korte kiel met lange mouwen met een vettig leren stropdasje. Hij zag er dus niet echt verzorgd uit. De Cock vond dat hij niet stemmig gekleed was


Hij was erg begaan met andere mensen. Hij vertoonde een trieste glimlach en sprak gejaagd toen hij hoorde van de dood van zijn collega. Als het moeilijk werd ging hij stotteren. En als hij het niet meer wist dan riep hij zomaar iets wanhopigs. Hans Boschgraed was vrij nerveus in het nabij zijn van de twee rechercheurs en geloofde niet dat een van zijn leerlingen een moord op zijn geweten had. Hij wou niet dat door deze moord de school in een negatief daglicht kwam te staan. Boschgraed kende Ranske Minnertsga goed en wist wat er allemaal gaande was tussen haar en haar echtgenoot Bouke. Ze kon, volgens hem, haar man niet vermoorden, daar was ze te zachtaardig voor. Hij deed zich anders voor dan hij werkelijk was. In werkelijkheid was hij een heel ander persoon.






Bijpersonen:




Roeland van Ieperen:


Was een 18 jarige leerling van het Bartholinus gymnasium. Hij woonde in de Burgemeester van Damstraat in Duivendrecht, op nummer 236. Op school is het een moeilijke jongen. Hij is wild, brutaal en agressief. Roeland doet en zegt alles wat hij vind en dan zegt hij wel eens dingen waar hij later spijt van heeft. Ook zijn leerprestatie zijn niet best te noemen. Roeland maakte vaak spelfouten zoals ‘descrimineren’ en ‘meidegek’. Dit had hij in een briefje geschreven naar Bouke Minnertsga. Althans dat dacht iedereen maar later blijkt dat hij dit briefje helemaal niet geschreven heeft. Iemand kende zijn spelfouten en zo leek het net of Roeland het geschreven had.


Volgens Gerard Koster, leraar Engels, is hij geen slechte jongen. Hij zou nooit iemand kunnen vermoorden. Zo denkt Roeland niet en hij is ook niet iemand die allerlei verkeerde dingen doet. Hij vertrouwd Alleen zijn vriendin Caroline en zijn leraar Gerard Koster.


Hij vlucht wel maar dat is omdat hij niet tegen al die beschuldigingen kan. Alles wees naar hem, iedereen dacht dat hij het gedaan had maar was dat ook zo ?




Caroline Hoogwoud:


Was ook een leerlinge op het Bartholinus Gymnasium en de vriendin van Roeland van Ieperen.. Caroline zat in het laatste jaar van de opleiding. Ze was klein, zag er kinderlijk uit, had blond krullend haar en een lief rond gezichtje met lichtgroene ogen. Ze had opbollende wangen en was gekleed als een tiener. Caroline Hoogwoud droeg een witte katoenen broek met daarop een wijd blauw met rood geblokt jack en daaronder platte, lichtgrijze schoenen. Het waren leren ecco’s . Ze kwam een beetje schuchter over. Haar bijnaam was Carrie. Carrie had medelijden met Roeland en bekende daarom een moord die ze niet gepleegd had. Ze wilde niet dat Roeland opgepakt werd voor moord en daarom gaf ze zichzelf aan. Ze wist wel dat hij het niet gedaan kon hebben maar toch, uit voorzorg, bekende ze.




Gerard Koster:


Jonge man in een linnen jack met een strakke spijkerbroek. Hij had straalblauwe ogen die vrolijk oplichten. Gerard is leraar Engels op het Bartholinus gymnasium. Zijn bijnaam was Gerard Sexton. Het was de Engelse benaming voor Koster.


Zijn gezicht kon een ernstige uitdrukking krijgen als hij serieus was. Hij had een kuiltje in zijn kin. Hij was vrij gespierd en breed. Maar bovenal moest de Cock toch concluderen dat hij een vriendelijke uitstraling had. Hij noemde zichzelf een gewone leraar, hij behoorde niet tot het koor van geite – wollen – sokken – filosofen, aldus Gerard. Hij probeert tijdens zijn lessen de leerlingen te geven wat ze nodig hebben………aandacht en begrip. Dit wordt benadrukt door de band die hij met Roeland van Ieperen had. Hij wist waar Roeland zich schuil hield maar dit adres wou hij in eerste instantie niet geven aan de Cock. Roeland vertrouwde hem als enige van de leraren.




Oude man:


Bejaarde grijze man met een doorweekte, wijde regenjas. Hij sprak terughouden en hakkelend.De oude man had een matte glimlach, zuchtte diep en maakte een vermoeide indruk. Hij sjokte voetje voor voetje bureau uit. Zijn lopen was dus ook niet echt meer optimaal. Hij vond veel goed. Toen hij namelijk voor de tweede keer heel laat op het bureau aankwam zei hij wederom dat het niet dringend was en verliet weer het politiebureau. Later blijkt dat hij alles wist maar hij durfde het niet tegen de politie te zeggen omdat hij bang was voor de gevolgen. Hij wist wie de moordenaar was en kon dus alles uitleggen.




Sjoerd Sierkema :


En jongen die in Sneek woonde en daar ook naar school ging. Op die school werkte destijds het echtpaar Minnertsga. Toen ging het al niet goed tussen Ranske en Bouke. Bouke had al vele affaires achter de rug en als een soort wraakactie ging Ranske met Sjoerd. Hij was dus ook een minnaar van Ranske. Hij komt in het begin niet veel voor maar omdat hij vermoord werd op dezelfde wijze als Bouke gingen de rechercheurs naar Friesland en ontdekte dat er een verband was tussen de moord op Sjoerd en de andere twee moorden in Amsterdam. Zijn penis was ook afgesneden.






Probleem:


De Cock en Vledder staan voor de taak om drie identieke moorden op te lossen. Drie mannen, twee in Amsterdam en één in Sneek. Ze komen alle drie door messteken om het leven en de penis werd afgesneden. Twee van hen zijn leraar aan het Bartholinus gymnasium. De laatste was een vroegere leerling van de middelbare school in Sneek ,waar Bouke Anne Minnertsga en zijn vrouw les gegeven hadden. Als er iemand vermoord wordt is het natuurlijk al erg maar als er drie vermoord worden op exacte wijze is dat nog ingewikkelder. Ze moeten achter bewijzen zien te komen om te weten wie de moordenaar is.




Reactie op het probleem:


De eerste moord, op Bouke Anne Minnertsga, had de Cock niet echt diep geschokt. Hij was er natuurlijk wel van onder de indruk maar door ervaring had hij geleerd om er mee om te gaan. De tweede moord, op Guillaume du Bartas, had hem dieper geschokt. Hij had dit niet aan zien komen. Het veraste hem dat er weer een identieke moord was gepleegd. In zijn denken was geen plaats voor nog een, identieke, moord. Bij de moord op Guillaume wordt het de Cock te veel. Hij is vermoeid en laat de verdere zaken door Vledder afhandelen. Altijd als het tegenzat of als de rechercheurs geen enkel aanknopingspunt hadden merkte de Cock dat. Hij werd dan vermoeid en voelde dat in zijn voeten. Hij moet dan even de rem er op zetten en vroeg naar bed gaan.




Oplossing:


Er zijn drie identieke moorden gepleegd in korte tijd. Om er achter te komen wie de moordenaar is Heb je bewijzen nodig. Maar als je geen harde bewijzen hebt dan zal je het intuïtief moeten doen. Je zal op je gevoel af moeten gaan. De Cock lokte de moordenaar uit om een vierde moord te plegen. Zo is hij achter de waarheid gekomen. Door op alles voor bereid te zijn en weer een moord in scène te zetten kom je er achter wie het gedaan heeft. Er is dus eigenlijk maar één oplossing voor dit probleem en dat is de moordenaar oppakken.






Opmerkelijke zaken en gebeurtenissen:


De moord op Guillaume du Bartas komt voor de Cock en zijn assistent als een volslagen verassing. Ze hadden niet verwacht dat er nog een moord zou worden gepleegd op precies dezelfde manier. Hierdoor word het moeilijker om achter de waarheid te komen want er valt weer iemand weg die misschien wel van belang zou kunnen zijn bij het onderzoek. Aan de andere kant wordt het ook makkelijker want in de jaszak van Guillaume werd geen briefje gevonden terwijl dat bij Bouke wel was. Hierdoor viel er een verdachte af. Op dat briefje waren spelfouten gemaakt en deze maakte Roeland ook altijd. Dit keer kon het Roeland dus niet zijn. Maar als Roeland het niet was moest het iemand zijn die deze fouten van Roeland kende.






Titelverklaring


Wanneer men een man na zijn dood zijn penis afsnijdt, dan wordt men als man ontluisterd.……….gezien als een geslachtloos wezen. Volgens Vledder is een ‘ontluisterende dood’ de juiste benaming voor de moorden die in dit boek zij gepleegd.










Samenvatting:




Als de Rechercheurs ’s avonds het bureau verlaten roept de wachtcommandant hen terug. Hij heeft een vervelend bericht …….. Er is een man vermoord………….De mannen gaan er op af en ze vinden tussen 2 bussen de vermoorde man. Het blijkt Bouke Anne Minnertsga te zijn. Ze zien dat zijn penis is afgesneden en dat hij in een plas van bloed licht. Hij is door messteken om het leven gekomen. Als ze zijn auto gevonden hebben en er in kijken zien ze dat er een schoen met een naaldhak ligt. Ook hangt er een vreemd geurtje maar het is niet van zijn vrouw Ranske.


De volgende dag als de Cock naar zijn werk toe loopt ziet hij voor de recherchekamer een vrouw van rond de 30 zitten, het is Ranske. Ze lijkt helemaal niet geschokt van het bericht dat haar man vermoord is en ze zegt dan ook dat het voor haar als een bevrijding komt.




Het briefje wat gevonden was in de jas van Bouke zou van een scholier moeten zijn. Er stond op : “God – zal – je -leren te –descrimineren, vuile - vieze - meidegek. De Cock gaat naar de leraar Nederlands en die zegt dat het van Roeland van Ieperen moet zijn. Hij was degene die deze spelfouten maakte.


Ze gaan naar het huis waar Roeland woont maar de Cock en Vledder treffen daar alleen zijn huilende moeder aan. Roeland is gevlucht voor de gevolgen, aldus Vledder.


Caroline komt de moord op Minnertsga bekennen maar ze doet dit alleen om haar vriend te beschermen. Ze wil niet dat hij voor iets op moet draaien wat hij niet heeft gedaan.




Door smalle Lowietje komen ze erachter dat Rooie Betsy, Minnertsga haatte vanwege het feit dat hij haar dochter zou hebben verkracht.




Guillaume du Bartas, leraar Frans, kwam op het politiebureau om te zeggen dat hij een verhouding had met Ranske, de vrouw van Bouke. Hij wou het bekend maken voor dat de Cock het van een ander te horen kreeg. De moord kwam wel voor hun allebei als een verassing. Hij had vaak met de gedachte gespeeld om Bouke te vermoorden.




Voor de tweede keer zat er ‘s avonds laat een oude man, maar verdween, net als de eerste keer, toen Vledder en de Cock net naar huis wilden gaan. De oude man zou terug komen want het was niet zo belangrijk


De volgende dag moest de Cock naar commissaris Buitendam komen om over het onderzoek te praten. Na een heftig gesprek met Buitendam ging hij samen met zijn assistent naar Rooie Betsy. Rooie Betsy vond dat ze Bouke hadden moeten stenigen vanwege het feit dat hij haar dochter verkracht zou hebben.


Toen de rechercheurs weer op het bureau waren aangekomen kwamen ze Gerard Koster tegen. Hij was leraar Engels op het Bartholinus gymnasium. Hij vertelde dat hij Roeland van Ieperen vrij goed kende en dat hij Roeland dezelfde tekst had laten schrijven als op het briefje stond. Gerard kwam tot de ontdekking dat hij dezelfde fouten had gemaakt als op dat briefje. Hij moest dat briefje geschreven hebben maar Gerard geloofde niet dat hij de moordenaar was. Toen Gerard Koster het politiebureau had verlaten dachten de beide rechercheurs aandachtig over het gesprek met de Leraar Engels.


Even later zei de Cock dat Rooie Betsy ongemerkt een aanwijzing had gegeven over de moord op Minnertsga. Agneet van den Heuvel, de dochter van Rooie Betsy, had de hele nacht liggen huilen, aldus rooie Betsy. Dit betekende dat Agneet al heel de nacht wist dat Bouke vermoord was. Ze gingen er op af. Aangekomen bij het huis van Agneet, merkte de Cock en Vledder op dat er niemand thuis was. Ze forceren het slot en gaan naar binnen, en ze ontdekken de zelfde parfumgeur als in de auto van Bouke. Ze wachten in het schemerdonker tot Agneet thuis komt. Agneet kwam pas laat in de nacht aan bij haar huis. De Cock en Vledder praatte met haar over de moord op de leraar klassieke talen. Agneet was wel op de avond van de moord bij hem maar nadat ze een beetje ruzie kregen vertrok Agneet uit de wagen en toen ze weer terug kwam ontdekte ze dat haar vriend, Bouke, was vermoord.


De Cock vond het een geloofwaardig verhaal en kon haar niet arresteren. Toen ze diep in de nacht aankwamen op het politiebureau te Warmoesstraat kregen ze van Jan Kusters, de wachtcommandant achter de balie te horen dat er weer een man vermoord was. De rechercheurs reden naar de plaats van het misdrijf. Het was een zelfde moord. Weer lag de dode tussen 2 grote Duitse autobussen, vermoord, met een afgesneden penis. En weer was het slachtoffer een leraar van het Bartholinus gymnasium. De leraar Frans, Guillaume du Bartas.


Deze moord had de Cock pijnlijk verrast, het klopte niet……paste niet in zijn verwachtingspatroon. De Cock gaat terug naar het bureau en treft daar Ranske Minnertsga aan. Na haar vraag waar Guillaume is en en het antwoord van de Cock dat hij dood is , valt ze flauw.


Naar aanleiding van deze laatste moord gaat de Cock praten met Gerard Koster, leraar Engels.


Hij vraagt hem het schuiladres van Roeland van Ieperen. Dat kan hij niet geven,want Roeland had hem die morgen gebeld met de mededeling dat hij naar een ander adres ging. Hij had in de krant gelezen van de tweede moord.


Gerard Koster vraagt of hij het briefje van de eerste moord mag zien. Als hij het ziet zegt hij dat het van Ranske, Bouke’s echtgenote, is.


Smalle Lowietje komt de Cock vertellen dat Rooie Betsy de begrafenis van Minnertsga wil verstoren. Ze is uit op een rel tegen het schoolbestuur omdat ze vind dat die bewust leerkrachten in dienst hebben die niet met hun vingers van leerlingen af kunnen blijven.


De volgende dag staat er een bericht op de telex. De korpschef van de gemeente Sneek vraagt om inlichtingen. Ook in Sneek is een jongeman aangetroffen , vermoord door messteken en een afgesneden penis. Het is de 25 jarige Sjoerd Sierkema. Een geliefd en behulpzaam man, werkzaam op een bank. Getrouwd en een dochtertje van anderhalf.


Vledder en de Cock besluiten zelf naar Sneek te gaan. Ze maken een afspraak met dhr. Harinxma, oud-leraar van de middelbare school in Sneek. Hij vertelt hen dat Sjoerd Sierkema vroeger een verhouding met Ranske Minnertsga gehad heeft.


Bij terugkeer uit Sneek zit Carolien Hoogwoud op hun te wachten. Na een gesprek met haar komt de Cock wel met een heel vreemd idee. Hij gaat een moord uitlokken !!


Alles wordt goed voorbereid tot de man toe die uitgenodigd wordt om vermoord te worden :


“Gerard Koster”. Het plan lukt……. De moordenaar probeert weer toe te slaan. Het is Hans Boschgraed, leraar Nederlands.!


Hij had de krankzinnige gedachte in zijn hoofd ,dat iedereen die toegang tot de liefde kreeg bij Ranske uit de weg geruimd moest worden. Door dat vermoeden wat bij de Cock ontstond was het idee van uitlokking ontstaan.


Hij had samen met Gerard Koster een plan gemaakt . hij vertelde in een leraren bijkomst over zijn liefde voor Ranske en zie het plan is gelukt.


De oude man in het verhaal was de vader van Hans Boschgraed, die alles wist van de moorden, maar niet de moed had om het echt te vertellen. En zoals de Cock zei, waar ik niet alert genoeg voor ben geweest. En dat deed hem pijn, hij huilde zelfs. Hij had niet naar de man geluisterd.














Eigen mening:




Dit boek was heel erg leuk om te lezen. Het was soms ook heel spannend. Er worden wel veel moeilijke woorden in gebruikt maar als je die even opzoekt weet je het zo. Ik vond het een soort liefdestragedie. Het gaat over haat en liefde. Hans Boschgraed was zo gek van Ranske dat hij daarvoor iedereen wou vermoorden die dat, op welke manier dan ook, tegen hield. Ik zou nooit zo ver kunnen gaan voor iemand om wie ik geef. Ik zou er natuurlijk wel alles voor proberen maar iemand vermoorden omdat diegene jou geliefde afpakt in jou ogen ?? nee dat kan ik echt niet. Ik vind het wederom knap hoe de Cock en Vledder met dit alles omgaan. Ik zou nooit rechercheur kunnen worden. Ik zou dat eng vinden. In dit verhaal was hun penis afgesneden en de Cock bleef gewoon doorgaan. Hij vond het natuurlijk wel erg om te zien maar ik zou er niet tegen kunnen. Ik heb hiervoor ook een Baantjer boek gelezen Als je aan het lezen bent dan kom je dingen tegen die precies hetzelfde zijn. In het vorige boek zette de Cock ook een moord in scène en dat deed hij dus nu weer. Ik vond dat soms wel vervelend. Er waren redelijk veel dingen die je dan weer tegenkomt. Ik zou dus nooit eenzelfde boek weer gaan lezen als dat nog mocht. Wel als het over een ander verhaal gaat maar als het weer een beetje hetzelfde is, net zoals bij de series van Baantjer, dan zou ik het niet lezen. Misschien wel in mijn vrije tijd maar niet voor mijn leesdossier. De Cock kreeg het af en toe moeilijk. Bij de dood van Guillaume bijvoorbeeld liet hij het allemaal even over aan Vledder. Ik zou zo iets ook hebben. Als ik achter de moordenaar moest komen zou ik er ook alles aan proberen te doen om dat voor elkaar te krijgen. Ik begrijp heel erg goed dat de Cock helemaal vermoeid was omdat hij geen enkel bewijs had. Er werden wel veel personen gebruikt. Ik moest vaak even nadenken wie het ook al weer was. Sommige personen worden wel in het boek beschreven terwijl ze maar één of twee keer voorkomen. Dat is wel jammer want daardoor raak je in de war. Je kan ze wel noemen maar ik zou ze dan niet echt uitgebreid gaan beschrijven. Het leest makkelijk en daarom zal ik voor mijn vrije tijd denk ik nog wel een paar van deze boeken gaan lezen !!!!!!!




Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen