U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag : Jan De Hartog - Hollands Glorie.
Deze versie komt van http://www.verslagen.com/index.php?page=boek_toon&boek_id=566 en is laatst upgedate op 30/11/-0001.
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 2601 woorden.

Gegevens over het boek:



Titel: “Hollands Glorie”.



Hollands Glorie zo werd de sleepvaart van Nederland ook wel genoemd. Het betekent dat er iets is van Holland waar ze trots op zijn. De titel vind ik goed bij het boek passen omdat er in het boek veel gesproken word over hoe goed de sleepvaart is. Aan het eind van het boek gaat er een veelgevraagde sleepvaartmaatschappij onder de vlag van een ander varen. Dit doen ze omdat er concurrentie uit het buitenland komt en ze willen niet dat Hollands Glorie ten onder gaat omdat zij elkaars vijanden zijn.



Schrijver:



De schrijver van het boek is Jan de Hartog. “De Commodore”, “Gods Geuzen”, “De Inspecteur”, “De Kapitein”, “De Verre Kust” en “Het Ziekenhuis” zijn boeken die Jan de Hartog ook geschreven heeft. De meeste van die boeken gaan vanwege hun titel waarschijnlijk over de zeevaart.



Druk:



Ik heb de Vierenveertigste druk gelezen. Deze druk is in 1988 verschenen. Het boek is voor het eerst in 1940 verschenen en de uitgeverij is “Elsevier”



De Omslagillustratie is gemaakt door World View Fototheek, voor de rest zijn er geen plaatjes in het boek.



Inhoud van het boek:



Typering:



Het boek is een Historische Roman (Het tijdperk begin zeesleepvaart en de veranderingen daarin) en een Psychologische Roman (Het beschrijft de omstandigheden waarin Jan W. terecht komt en hoe hij daar door beïnvloed is.) Het gaat over het levensverhaal van Jan Wandelaar. Zijn hele loopbaan wordt erin beschreven.



Samenvatting:



Jan Wandelaar was achttien en matroos, toen de “Fortuna” tot zeesleepboot werd bevorderd.



16 okt ’06 voer zij uit, ter assistentie van een brik die stuurloos afdrijft naar de banken.



De “Fortuna” dreigde te vergaan bij deze opdracht maar dankzij een heldendaad van Jan bleef het schip drijvende. Dankzij deze heldendaad mocht Jan op kosten van de maatschappij voor stuurman leren. Zijn eerste schip werd de “Jan van Gent”. Hiermee voltooide hij talloze opdrachten voor de maatschappij Van Munster. De maatschappij fuseerde met Kwel & Co en zo kwam Jan te varen voor Kwel & van Munster. Kwel & Co gaf veel lagere salarissen en je moest daar ook nog je eigen eten betalen. De zeevaarders van Van Munster kwamen in opstand en hielden een vergadering. Op die vergadering hadden Jan en een paar anderen, boze dingen over Kwel gezegd. En een paar weken later kreeg Jan een brief waarin stond dat hij ontslagen was.



Hij ging naar Kwel om zijn excuses aan te bieden en om te vragen of hij weer in dienst mocht komen. Maar daar aangekomen was er een onaangename verassing. Hij moest, zoals in het contract stond, geld betalen omdat hij vervroegd de firma had verlaten. Hij zou tien jaar voor de firma moeten werken want anders moest hij zijn schoolgeld om stuurman te worden terug betalen. Hij was ontslagen en hij was blut. Hij was zelfs, dankzij de deurwaarder, zijn huis kwijt. Hij werd zo hard aangepakt om bij de andere opstandelingen schrik aan te jagen. Kwel dacht zo de anderen in bedwang te houden.



Hij werd een aantal maanden stuurman op een groot vrachtschip, maar de zeesleepvaart bleef zo aan hem trekken dat hij een brief aan Kwel zond waarin hij schreef, dat hij bereid was weer voor hem te varen. Hij kreeg een schip toegewezen. Gloednieuw was zij en ze voeren weg. Omdat er ook een aantal andere voormalige opstandige zeelieden aan boord waren vertrouwde Jan de zaak niet. Later die reis bleek dat het schip verkeerd gebouwd was. Het is een wonder hoe ze het overleefd hebben. Jan kwam er op tijd achter wat er mis was met het schip en ze zijn over gestapt op de sleep. De boot zonk en ze hebben zich met een aantal zeiltjes naar de dichtst bijzijnde haven gevaren. Daar hebben ze verslag uitgebracht en ze kregen te horen dat ze zo snel en goedkoop mogelijk terug moesten komen naar Nederland. Later bleek dat het schip hoog verzekerd was. Omdat het juist de bedoeling was dat zij zonk, had Kwel expres de lastposten om dat schip neergezet.



Bij toeval hoorden zij van een oud Canadees schip dat naar Denemarken moest worden gevaren. Jan bood aan om dit voor 1000 pond te doen. De Canadezen namen het aanbod aan en zo hadden zij via Denemarken vervoer naar huis. Van de duizend pond hielden zij achthonderd pond over, die Jan verdeelde onder de bemanning. Ieder kreeg 100 pond.



Thuisgekomen bleek zijn vrouw Nellie te zijn overleden. Hij wil een deel van zijn geld besteden aan de grafsteen voor haar. Een paar dagen later ging hij naar het kantoor van Kwel en Co om wat zaken te regelen. Daar bleek dat hij de achthonderd pond aan de firma moest betalen omdat hij onder hun naam voer. Hij vertelde dat hij het al onder de bemanning verdeeld had. De man ging weg door een deur met privé erop. Hij kwam weer terug en vertelde dat die achthonderd pond dan van de salarissen zou worden ingehouden. Jan werd zowel vanwege de verzekeringstruc als het overlijden van zijn vrouw zo boos op Kwel dat hij de deur opende met privé erop en de man erachter in elkaar sloeg. Hij werd gearresteerd en belandde in de gevangenis. Hij dacht dat hij Kwel te pakken had genomen maar het bleek een ander te zijn. Hij had in de gevangenis een verweer tegen Kwel bedacht maar die viel in duigen. Hij kreeg een straf van drie maanden.



Toen hij uit de gevangenis kwam wachtte een nette man hem op. Hij was de directeur van de maatschappij voor baggerwerken. Hij vroeg of Jan stuurman wou worden op baggermolens met een eigen motor. Jan deed het.



Op een van zijn reizen redt hij op heldhaftig wijze een meisje(Riekie Kiers) uit het water. Die Riekie speelt later nog een grote rol in Jan zijn leven. Op een andere opdracht kwam hij een schip in nood tegen. De bemanning verliet het schip in nood en kwam bij Jan aan boord. Ze tekenden papieren waarop stond dat de bemanning het schip verlaten had en dat Jan en zijn mannen het zullen bergen. In de haven aangekomen bleek het schip achthonderdduizend dollars waard te zijn. Jan eiste zijn vierhonderdduizend dollar op, omdat in de wet stond dat de bergers de helft van de waarde van het schip krijgen.



Terug in Nederland ging hij op zoek naar een goed schip omdat hij zijn eigen maatschappij wou opstarten. Hij vond een sleepboot waar hij gelijk verliefd op werd. Hij kocht het, overigens van de vader van Riekie, en startte zijn eigen bedrijf. Hij voerde een aantal opdrachten uit en bleef de hele eerste wereld oorlog weg. Wanneer hij weer terug was liet hij van het verdiende geld nog twee sleepboten bouwen. Hij trouwde met Riekie(die hem gedurende zijn afwezigheid met brieven allerlei adviezen had gegeven hoe hij zijn bedrijf moest opzetten) en wachtte op de eerste opdracht die hem wel aanstond. Hij scheef zich in op een opdracht en ook al deed Kwel het voor twee keer zo weinig kreeg hij hem. Hij voltooide de opdracht maar verloor Riekie. Die werd doodgeschoten door een saboteur(die door Kwel was ingehuurd om het transport te laten mislukken). De saboteur pleegde later zelfmoord.



Toen Jan weer terug in Nederland was ging hij naar Kwel. Hij bood aan om onder de naam van Kwel & Van Munster te varen mits Kwel zou aftreden als directeur en de bemanning fatsoenlijk betaald zou krijgen. Jan deed dit om de Nederlandse sleepvaart te redden van de buitenlandse concurrentie. Kwel stemde in met het plan en zo werd Hollands Glorie behouden. Jan werd kapitein maar bleef varen op de Furie. Dit is het einde van het boek.



Thema:



1ste De strijd tegen een overmacht, onrechtvaardigheid en de invloed daarvan op de hoofdpersonen



motieven:



· Het ontslag van Jan bij de overmacht (Kwel)



· Het varen met een onbetrouwbaar schip



· Het opstarten van een eigen bedrijf



· De sabotage op zijn sleep.



· Trouw aan de mensen waar hij verantwoordelijk voor is.



2de De bewondering voor de zeesleepvaart.



motieven:



· Titel van het boek “Hollands Glorie”



· Het opgeven van zijn eigen gevoelens voor een groter doel het behoud vande Hollandse zeesleepvaart.



· De beschrijving van het vakmanschap dat nodig is voor de zeesleepvaart.



Verhaal figuren:



Jan Wandelaar: (zijn levens verhaal staat in het boek beschreven): een pezige zeeman met zeemankleding. Hij groeit bliksemsnel van matroos naar stuurman en van stuurman naar internationaal vermaard kapitein op de sleepvaart. Hij heeft een groot gevoel voor rechtvaardigheid vanaf het begin van het boek. Dit maakt hem strijdbaar en volhardend. Aan het eind vaart hij onder de vlag van zijn ooit zo gehate aartsvijand om de Nederlandse sleepvaart te beschermen. Zijn liefde voor Riekie zit zo diep dat hij zelfs na de dood van Riekie zich laat leiden door haar gedachtes. Aan het eind van het boek kan hij zijn gevoelens op zij zetten voor een groter doel.



“En daar staat Jan, met zijn oliejas en laarzen aan achter het roer.”



Nellie: een stevig gebouwde vrouw. Nellie is de eerste vrouw van Jan en ze krijgen samen twee kinderen. Of ze veranderd weet ik niet omdat ze al snel in het boek sterft.



“Daar staat ze. Zijn Nellie, prachtig gekleed in een witte bruidsjurk. Mijn Nellie denkt hij.”



Riekie: een jong slank meisje die er van houdt om te varen. Ze is de tweede vrouw van Jan. Ook zij gaat in het boek al snel dood. Omdat ze opgegroeid is in de zeesleepvaart kan ze hem van goede adviezen voorzien. Zij is heel belangrijk voor het opzetten van zijn bedrijf.



“Het is een raar gezicht, zo’n jong meisje in een veel te grote oliejas en veel te grote laarzen aan.”



Kwel: (de aartsvijand van Jan) iemand die anderen voor zich laat werken en er zelf veel mee verdiend. Hij treedt aan het eind af als bestuurder van de firma Kwel & Van Munster en verdwijnt uit het verhaal. (Jan wordt kapitein bij de nieuwe firma.) Hij is meer in geld en macht dan in mensen geïnteresseerd.



“Als hij zich omdraait, ziet hij de oude Kwel, voor het eerst van zijn leven. Een kleine, zachtmoedige grijsaard, met vriendelijke ogen.”



Tijd:



a. Het verhaal speelt zich af in de tijd 1906 tot en met 1920. In deze tijd was de Nederlandse sleepvaart op zijn best en het is ook het begin van de sleepvaart. De WO1 komt ook in het boek voor. Daarom denk ik dat deze tijd bij het verhaal hoort en de jaartallen staan ook in het boek genoteerd. In het verhaal verstrijken 14 jaren. Ik ben erachter gekomen in welk jaartal het boek begint en in welk jaartal het eindigt. In het boek verstrijken dagen in een aantal minuten.



”De storm hield nog een aantal dagen aan. Drie maanden later vertrokken ze.”



b. In het boek denkt de hoofdpersoon een aantal keren terug aan dingen die in het verleden gebeurt zijn. ”Ik denk vaak terug aan huis hoe wij samen aan het eten waren.” Er is ook een stuk dat wegvalt en later schrijft Jan aan zijn vrouw wat er gebeurd is en zo komt de lezer ook te weten wat er gebeurt is. “De sleepboot moesten we laten zinken omdat het anders onze dood had kunnen worden. We zeilden op een aantal lakens naar de dichtst bijzijnde haven en daar kwamen we 34 dagen later aan.” Voor de rest is het een chronologisch verhaal. waar nog een flashback in de vorm van een brief in voorkomt.



Achtergrond gegevens:



a. Het verhaal speelt zich vooral af op de zee en in havens over de hele wereld maar, het speelt zich ook in Nederland af. “Niemand zou het in zijn hoofd halen om zo laat in het seizoen nog naar de andere kant van de wereld te varen. Want iedereen wist dat je dan in de moesons terecht zou komen en nog nooit heeft iemand dat geprobeerd.”



b. Het speelt zich in een milieu van een rommelig schip en in een net milieu thuis af. “Wat een rotzooi bewaarde hij hier. Er ligt nog een paar kapotte sokken in de la.”



”Het huis was tiptop in oorden en de boel was zoals gewoonlijk netjes opgeruimd.”. Andere informatie over het milieu is dat zijn 1e vrouw de dochter van een sluiswachter is en zijn tweede de dochter van een kleine reder.



c. Het grootste deel speelt zich af op boten en schepen dus het past wel bij het onderwerp zeevaart.



Vertelwijze:



Het hele boek is geschreven vanuit de ogen van Jan W. Je zou dit een ik-perspectief kunnen noemen maar de schrijver gebruikt consequent de hij vorm.



Toen hij de Furie zag dacht hij meteen dit is haar.



Hij was meteen verliefd op haar en zij zou van hem worden.



Begin:



Het is een informatief begin. Er wordt gelijk daarna iets over het verleden vertelt waardoor je meteen in het verhaal zit.



Een snelle bevordering als die van Jan Wandelaar – najaar ’06 nog matroos, voorjaar ’08 stuurman – was in die jaren, toen d zeesleepvaart uit de kinderschoenen kwam, geen uitzondering.



Eind:



Het is een open eind.



Jan Wandelaar zegt: ‘Best, kok; ga jij je gang maar jongen.’ Hij staat, zoals hij altijd gestaan heeft en altijd staan zal, tot het eind van dit leven: op de brug, de benen gespreid voor de slingering. Varen, varen, God!, laat me varen: Want onbereikbaar is het ware noorden van het verlangen, en achter de einder wenkt altijd het geluk.



Conclusie:



Ik vind het een goed boek omdat:



- Het is zo realistisch geschreven dat je kan verbeelden hoe het was.



Daar ligt ze, in een blauwgroene haven.



Daar is de stad. De witte muren weerkaatsen het zonlicht. Laat je niet verleiden door de schoonheid ervan. Hier is ook criminaliteit.



- De ruimtes worden zo beschreven dat je kan bedenken hoe ze eruit zien.



Hij komt de stuurhut binnen en gaat aan de tafel in het midden ervan zitten. De wanden zijn leeg en in de hoek staat een kist met kaarten en materialen.



- De kleding wordt zo beschreven dat je voor je ziet hoe ze eruit zagen.



Ze heeft een zwarte oliejas aan die haar tot haar voeten reikt.



Daar staat ze in haar witte Bruidsjurk.



- Er is in het boek ruimte over gelaten dat je kan verbeelden dat je er zelf bij bent.



De bemanning heeft het lek gedicht.



We hebben met zijn alle de storm overleefd



- Het is een strijd tussen een man en een overmacht daardoor blijft het spannend.



Kwel zijn vloot telt misschien dan wel 60 boten maar zijn drie boten zijn beter.



- Het genre Zeevaart en Avontuur spreekt mij wel aan.



Goede punten verhaalfiguren.



Jan Wandelaar:



Hij zet zelfs door als er een grote overmacht is. Hij zal Kwel en die 60 boten van hem wel eens de grond in stampen.



Hij kan zijn gevoelens opofferen voor een groter belang.



God weet wat hij met die Kwel zou hebben gedaan maar, Het behoud van de Nederlandse Zeesleepvaart gaat voor.



Nellie is meer op de achtergrond aanwezig en komt beperkt in het boek voor.



Riekie: Ze is een goed zeevrouw met een goed inzicht voor zaken.



Kwel: Is niet als mens naar voren gekomen wel in de dingen die zijn bedrijf deed.



Mindere punten.



Jan Wandelaar:



Hij kan zich niet altijd beheersen. Hij gaat door de deur waar Privé op staat. Daar zit een klein dik mannetje. “Sta op, Kwel” hij pakt het mannetje vast en slingert hem in de hoek.



Hij pakt de tafel en gooit die boven op het mannetje.



Nellie in het verhaal geen duidelijke mindere punten.



Riekie Ze is nog zo kinderlijk. “Hoeveel heeft die boot gekost Riekie?” “Wel meer dan 1000 guldens” antwoordde ze. Jan lachte. Die boot is minimaal 100.000 guldens waard.



Kwel:



Hij geeft de bemanning weinig geld.



Een van de bemanningsleden wist te vertellen dat ze bij Kwel de helft van hun salaris kregen en dat ze daar ook nog hun eigen eten van moesten kopen.



Drijfveren:



Jan: Rechtvaardigheid, liefde voor de zeesleepvaart en wraak



Kwel: Geld en macht



Nellie:-



Riekie: Liefde voor Jan


Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen