U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag : Gerda Van Enkel - Zes Maal Één Is Zeven.
Deze versie komt van http://www.scholieren.be/huiswerk/show_stuk.php?id=733 en is laatst upgedate op Onbekend.
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 1100 woorden.

Zes maal één is zeven



1. Thema



Het thema van dit verhaal is de psychologie. Het verhaal gaat over jongeren die samen in een huis verblijven, ieder om eigen psychologische redenen.



2. Vertelwijze



Er wordt voornamelijk verteld vanuit een alwetende verteller. Deze verteller weet wat er in het hoofd en het hart van alle personen omgaat. Er zijn ook dialogen, maar dan wel een dialoog wat de algemene verteller verteld.



3. Titel, ondertitel en motto



Titel is ‘Zes maal één is zeven’. Het verhaal gaat over een groep van zes jongeren die ieder individueel gestraft is door de jeugdrechter. Ze moeten een week overleven in een huis in de Ardennen. Doordat ze een week samen zijn en allerlei opdrachten samen moeten vervullen beginnen ze één groep te worden. Deze groep is dan nummer zeven.

Het motto staat aan het begin van het boek en is afkomstig van Micheal Jackson: ‘Now it’s us, now it’s we’. Hierbij wordt dus een beetje de groep bedoeld die ‘één’ is geworden.



4. Opbouw



Er is een proloog in het boek. Een klein stukje tekst waar namen staan voor wie waarschijnlijk het boek geschreven is. Eveneens staat het motto in de proloog. Het epiloog is informatie over Gerda van Enkel en over haar boeken. Er staat ook wat informatie over het boek zelf.

Het boek is verdeeld in 10 hoofdstukken.



5. Personages



Er zijn 6 hoofdpersonages. De 6 personen zijn veroordeeld door de jeugdrechter. Alle personages zijn ronde karakters. Je weet wat ze denken en je ziet ze namelijk in het loop van het verhaal veranderen.

Josi heeft een rotjeugd gehad en heeft nooit zonder angst geleefd. Josi wil later graag schrijfster worden.

Thomas is weggelopen uit een internaat waar hij in het kolenhok gestopt is. Zijn ouders zijn gescheiden en een hele goede vriendin van hem, Thaïs, is doodgegaan, waardoor hij veel verdriet heeft. Thomas wil beroepsfotograaf worden.

Khalid is een Marokkaanse jongen en kan goed voetballen. Khalid voelt zich in de groep ‘blank en Marokkaans’, wat volgens hem vloekt. Hij wil zijn eigen cultuur niet bedriegen.

Aicha is thuis weggelopen en woonde in een kraakpand. Aicha was oorspronkelijk Marokkaans, maar ze wil er niets mee te maken hebben. Aicha is opgepakt door zakkenrollen.

Doris haar ouders zijn, na het faillissement van hun bedrijf, afgezwakt. Haar vader begon te drinken en haar moeder ging aan de pillen. Doris doet zich in het verhaal stoer voor, maar is dat in werkelijkheid helemaal niet.

Reb zijn vader was ook aan de drank. Reb heeft thuis een rotjeugd gehad waarmee hij, evenals de anderen, in de Ardennen mee geconfronteerd wordt. Reb doet zich net als Doris stoerder voor dan hij is.



6. Historische tijd



Er valt niet erg uit op te maken in welke tijd dit verhaal afspeelt. Het heeft ook helemaal geen belangrijke rol in het verhaal. Het verhaal is wel een beetje van deze tijd omdat er geen ouderwetse dingen in voorkomen.



7. Plaats en ruimte



Het verhaal speelt zich af in de Ardennen. Deze plaats is belangrijk omdat alles in de Ardennen gebeurd. Elke opdracht die ze moeten uitvoeren gebeurd hier.



8. Tijdsduur en tijdsvolgorde



Het verhaal duurt een week. Namelijk de week dat de 6 jongeren in de Ardennen zitten. Er zitten niet opvallende versnellingen of vertragingen in.

Het verhaal is volledig chronologisch. Alleen zitten er wel flash-backs in. De jongeren vertellen dan over het feit dat ze daar in dat huis zitten. Ze vertellen over hun jeugd, of over hoe hu situatie thuis was. Ze geven in het hele boek zo stukje bij beetje wat bloot over henzelf aan hun groepsgenoten.



9. Perspectief



De auteur vertelt auctoriaal. De auteur kruipt alleen wel in de huiden van de 6 jongeren. Niet dat het vanuit die persoon verteld wordt, maar de gedachten van elk persoon worden weergegeven.



10. Idee



Er is niet een bepaald idee achter het boek. De schrijfster houd van boeken schrijven die over pubers en hun problemen gaan.



11. Biografie Marga Minco



Gerda van Enkel werd geboren op 13 april 1954 in Wilrijk bij Antwerpen. Zij woont tegenwoordig in Borgerhout en dat ligt ook vlak bij deze Vlaamse stad. Zij werkte een tijdje als secretaresse en nu is ze psychotherapeute. Daarnaast is zij altijd blijven schrijven. Als kind verzon ze allerlei verhaaltjes voor de poppenkast en op haar zestiende schreef ze haar eerste jeugdboek. Later heeft ze dat verscheurd omdat ze het verschrikkelijk slecht vond. “Het was zo sentimenteel en huilerig dat zelfs hele bladzijden gevlekt waren door mijn tranen” merkte ze eens op. Geregeld publiceert ze in verschillende Vlaamse jeugdbladen.

Enkele werken van Gerda van Enkel zijn ‘Tussen twee oevers’ uit 1985, ‘Leven op de rand’, uit 1996 en ‘Rimpels en geruis’ uit 1998. Het merendeel van haar boeken zijn voor 14 jaar en ouder.



12. Het verhaal



Josi, Kahlid, Thomas, Reb, Aicha en Doris zijn zes jongeren die door de jeugdrechter veroordeeld zijn tot het volgen van een overlevingsweek in de Ardennen. Ieder met zijn eigen achtergrond. In het begin hebben ze er allemaal niet zoveel zin in. Tijdens het kamp worden ze blootgesteld aan een paar zware proeven. In het begin is het ieder voor zich, maar naarmate het kamp vordert beginnen ze toch meer een groep te vormen.

Tijdens het kamp worden ze begeleid door de twee welzijnswerkers Mich en Freya. Ze hebben ook veel gesprekken met elkaar. Daardoor leren ze elkaar veel beter kennen en komen ze ook meer te weten over elkaars achtergrond.

Alleen door samen te werken kunnen ze de proeven overwinnen en hun verleden eindelijk achter zich laten.

Op de laatste avond van het kamp gebeurt er echter iets vreselijks. Er wordt op Reb geschoten en hij komt zwaargewond in het ziekenhuis terecht. Deze nare situatie brengt hen echter nog dichter bij elkaar. Ze vinden veel steun bij elkaar en zo komen ze erachter dat er toch mensen zijn die om hen geven en hun liefhebben. Zo kunnen ze na het kamp ieder met een nieuwe start verder met hun leven. Iedereen vol goede moed, en ze weten nu allemaal dat ze er niet meer alleen voorstaan.





13. Mijn mening



Ik vind dit boek een heel erg mooi boek. Het feit dat ik moeilijk een boek door kom kwam hier niet van pas. Ik las het boek eenmaal, en ik wilde gewoon niet meer stoppen. Het mooiste deel uit het boek vind ik dat Josi door de geboortespleet gaat. De geboortespleet is in de grot waar ze met de groep doorheen gaan. Het is allemaal nauw, en voor bijna iedereen is een nauwe gang doorkomen net als hun hele verleden doorkomen. Als Josi in de geboortespleet zit, blijft ze een tijdje vastzitten, en wordt na een aantal minuten met behulp van de anderen eruit gehaald. Josi is dan als het ware opnieuw geboren. Ze kan weer door met haar leven. Ik vind dit een erg mooi teken.



Periode 2 - 2002/2003
Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen