U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag : Jan Terlouw - Oosterschelde Windkracht 10.
Deze versie komt van http://huiswerk.leerlingen.com/boekverslag/20302/ en is laatst upgedate op Onbekend.
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 4755 woorden.

De schrijver

De schrijver van dit boek is Jan Terlouw. Hij is geboren in 1931 te Kamperveen. Zijn vader was dominee en het gezin verhuisde vaak. Hij maakte een paar oorlogsjaren mee en verschillende ervaringen zie je terug in zijn boeken. In 1948 ging Jan Terlouw wis- en natuurkunde studeren. Later deed hij een dertien jarig durend onderzoek in Nederland, de Verenigde Staten en in Zweden. Later heeft hij ook nog in de politiek gewerkt. Zijn 1e boek is ontstaan door de verhalen die hij aan zijn kinderen vertelde, op aandringen van zijn vrouw is het Oom ‘Willibrord’ tot stand. Het eerste boek dat verscheen was een ander boek namelijk ‘Pjotr’ .

Dat kwam omdat de uitgever liever geen boek wou uitbrengen met losse verhalen. Later verscheen en deze boeken: Koning van Katoren , Oorlogswinter , Briefgeheim , Oosterschelde windkracht 10 , De kloof , gevangenis met open deur en De kunstrijder.

Het boek Oorlogswinter is verfilmd. Geboren: 15 november 1931

Studie: Wis- en natuurkunde, gepromoveerd in kernfysica. heeft ook lange politieke carrière: was gemeenteraadslid, fractievoorzitter D'66, Lid van Tweede Kamer, Minister van Economische Zaken, Secretaris-Generaal, Commissaris der Koningin in Gelderland en sinds 1999 Senator van de Eerste Kamer.

Debuut: De avonturen van oom Willibrord (1970)



Genres: Jeugdboeken, verhalen



Bijzonderheid: Heeft lange politieke carrière: was gemeenteraadslid, fractievoorzitter D'66, Lid van Tweede Kamer, Minister van Economische Zaken, Secretaris-Generaal, Commissaris der Koningin in Gelderland en sinds 1999 Senator van de Eerste Kamer.



Citaat: 'Tegenwoordig blijft een kind heel lang kind, omdat het door de ingewikkelde samenleving tot zijn twintigste moet blijven leren. Toch tellen kinderen net zo hard mee als mensen van vijftig.' (Reformatorisch Dagblad, 20-9-1996)

Recent werk: Eigen rechter (1998), Gaan waar de woorden gaan (1999, rede)



Over zijn boeken

In zijn boeken stelt Jan Terlouw vaak eigentijdse problemen aan de orde. Hij heeft zijn lezers echt iets te vertellen en bedenkt steeds weer een boeiende vorm om zijn verhaal in te gieten. Dat kan bijvoorbeeld een detective zijn, maar ook een meer sprookjesachtige setting. Hij vindt het heel belangrijk dat kinderen met taal bezig zijn en veel lezen. Niet voor niets is hij voorzitter van de Stichting Lezen.

De hoofdpersonen in zijn boeken lopen niet weg voor hun verantwoordelijkheden en door middel van zijn verhalen wil Terlouw de lezer aansporen ook zelf verantwoordelijkheid voor zijn daden te dragen. Dat wordt bijvoorbeeld heel duidelijk in Eigen rechter. Hierin laat Jan Terlouw zien dat de wet niet altijd even helder is en dat iedereen zijn eigen rechtsgevoel moet ontwikkelen en zelf beslissingen moet nemen.

1971 Koning van Katoren, Gouden Griffel 1972, Eremedaille Padua 1973, Oostenrijkse Jeugdboekenprijs 1973

De oude koning van het land Katoren is overleden en de zeventienjarige Stach wil hem opvolgen. De ministers zijn woedend en geven Stach zeven bijna onuitvoerbare opdrachten.

1972 Oorlogswinter, Gouden Griffel 1973, Honor List Hans Christian Andersen Jury in Rio de Janeiro 1974, Vara tv-serie

De vijftienjarige Michiel maakt de laatste oorlogswinter '44/'45 mee. Hij raakt betrokken bij het verzet en krijgt gevaarlijke opdrachten die hij helemaal alleen moet uitvoeren.

1973 Briefgeheim, Veronica tv-serie

Eva loopt weg van huis omdat haar ouders altijd ruzie maken. In haar schuilplaats ontdekt ze dat er een plan voor een moord wordt beraamd. Samen met de buurtkinderen brengt ze het complot aan het licht.

1976 Oosterschelde windkracht 10

In 1953 wordt Zeeland door een watersnood getroffen. Herhaling van deze ramp moet tot elke prijs voorkomen worden. Twintig jaar later, als driekwart van het Deltaplan is uitgevoerd, komt de jonge milieubewuste generatie in opstand.

1977 Pjotr (In 1970 eerder verschenen bij Van Holkema en Warendorf) Rusland rond 1900. Pjotrs vader wordt naar Siberië gestuurd omdat hij een man heeft neergeslagen die zijn zoon aanviel. Pjotr reist hem achterna. Het begin van een barre voettocht dwars door Rusland. 1981 Oom Willibrord (In 1970 eerder verschenen bij Van Holkema en Warendorf)

Oom Willibrord is oersterk, durft alles en zorgt altijd voor verrassingen. Hij is de fijnste oom van de hele wereld!

1983 De Kloof Al 45 jaar loopt er een kloof door het land Berg en Dal en er is nog steeds geen brug. Het volk heeft zich erbij neergelegd, maar als de zestienjarige Ginder een restant van een dagboek vindt met daarin aantekeningen over de kloof en een brug, gaat hij op onderzoek uit.

1986 Gevangenis met een open deur

Oud-commisaris Keizer maakt zich al jaren zorgen over de jongeren die zich aansluiten bij de sekte 'The Living Souls'. Hij wil bewijzen dat de sekte misdadig is en hij vindt drie jongeren bereid om in de sekte te infiltreren.

1989 De Kunstrijder, Bekroond met de prijs van de Nederlandse Kinderjury 1990 Patrick zit in een rolstoel en zijn vriend Tom is doof. Op een avond zien ze in de buurt van het museum een meisje met een groot rechthoekig pak lopen dat een kelderraampje van het museum inslaat en het pak in de kelder zet…

1993 De uitdaging en andere verhalen, Met illustraties van Ashley Terlouw Een verzameling korte, uiteenlopende verhalen. Soms lichtvoetig, soms serieus en soms bizar. Kleine voorvallen kunnen grote gevolgen hebben.

1998 Eigen rechter, Genomineerd door de Jonge Jury 2000

Julius' vader wordt vrijgesproken wegens gebrek aan bewijs terwijl hij het wél gedaan heeft. Dat is zó in strijd met Julius' rechtvaardigheidsgevoel dat hij wegloopt van huis. Maar gaandeweg komt hij erachter dat de wet niet zo rechtlijnig te interpreteren is als hij denkt.

Daarnaast heeft Jan Terlouw nog een aantal korte verhalen en boeken geschreven, waarvan sommige voor volwassenen, die niet door uitgeverij Lemniscaat zijn uitgegeven:

1971 Bij ons in Caddum Van Holkema en Warendorf

1974 De heks van IJsselstein De Sikkel

1978 De Derde Kamer Veen

1983 Naar zeventien zetels en terug Veen



Biografie en interview

Jan Terlouw werd als zoon van een dominee in 1931 geboren. Hij was de oudste zoon thuis en had nog twee broers en twee zussen. Hij groeide op in de Veluwse dorpen Garderen en Wezep waar zijn vader predikant was. Beide dorpen hebben later model gestaan voor zijn boeken; Garderen wordt beschreven in Bij ons in Caddum en Oorlogswinter speelt in het dorp Wezep, al noemde Terlouw het in zijn boek Hank.

Jan Terlouw kreeg de liefde voor verhalen met de paplepel ingegoten; zijn vader was een man die graag vertelde.

- Heeft die liefde voor verhalen u ertoe gebracht zelf verhalen te gaan schrijven?

'Het heeft er indirect denk ik wel mee te maken. Toen ik zelf vader was geworden van vier kinderen vertelde ik hun ook altijd verhalen. Ik heb ze maar één keer een boek voorgelezen, dat was Alleen op de wereld, de rest verzon ik zelf. Op een gegeven moment vonden mijn vrouw en kinderen dat ik die verhalen eens op moest schrijven - zo ben ik begonnen. Mijn vrouw las mijn verhalen, corrigeerde ze en daarna stuurde ik ze naar kinderboekenschrijver Paul Biegel om te vragen wat hij ervan vond. Volgens Paul Biegel was het moeilijk om als beginnende schrijver met verhalen door te breken en hij raadde me aan eens een boek te schrijven. Die raad heb ik aangenomen. Geïnspireerd door een reis naar Rusland die ik voor mijn werk had moeten maken, schreef ik Pjotr. Daarna zijn mijn verhalen over oom Willibrord ook gepubliceerd.'

Voordat van Jan Terlouw in 1970 zijn eerste kinderboek verscheen, had hij al een hoop andere dingen gedaan. Als kind wilde hij eerst boer worden, toen piloot en daarna chirurg, maar uiteindelijk heeft zijn hartstocht voor wis- en natuurkunde gewonnen en is hij gaan studeren. Na zijn studie wis- en natuurkunde promoveerde hij op een onderwerp op het gebied van het thermonucleaire onderzoek en verrichtte hij onderzoek in Nederland, Amerika en Zweden. Toen in 1966 de politieke partij D'66 werd opgericht, was Terlouw zo enthousiast over hun ideeën dat hij vrijwel onmiddellijk lid werd van de partij. En het bleef niet bij een lidmaatschap - het was het begin van een lange carrière in de politiek.

- Heeft uw politieke loopbaan ook sporen nagelaten in de boeken die u heeft geschreven?

'Ik heb in mijn verhalen altijd discussiestof willen bieden over maatschappij en milieu. De "boodschap" die ik mijn lezers mee wil geven, heeft alles te maken met mijn politieke idealen. Zo laat Stach uit Koning van Katoren bij het vervullen van zijn eerste opdracht zien dat democratie het allerbelangrijkste is in een samenleving. Als mensen ophouden met elkaar te praten, komt er nergens meer iets van terecht. In een aantal van mijn boeken laat ik zien hoe sommige mensen macht misbruiken, zoals de bestuurders in Oosterschelde windkracht 10 en de ministers in Koning van Katoren. Ik denk dat macht alleen goed kan worden uitgeoefend als zij gekozen en gecontroleerd is en als zij van tijdelijke aard is. Soms kan iemand zijn natuurlijk overwicht ook verkeerd gebruiken. Dat gebeurt bijvoorbeeld in Gevangenis met een open deur waarin de sekteleider zijn macht voor verkeerde doelen aanwendt.

Mijn belangstelling tijdens mijn werk is altijd primair uitgegaan naar milieubeheer en economische zaken. Ook die fascinatie is terug te zien in mijn boeken: Oosterschelde windkracht 10 geeft een duidelijk beeld van de argumenten voor en tegen de volledige afsluiting van de Oosterschelde. Ik vind het leuk in een verhaal een traditionele visie tegenover nieuwe inzichten te plaatsen. Tijdens mijn lidmaatschap van de Tweede Kamer was ik nauw bij de besluitvorming rond de Oosterschelde-dam betrokken.'

- In hoeverre is uw werk autobiografisch?

'Dat is moeilijk te zeggen. Ik zuig veel uit mijn duim, maar sommige dingen in mijn boeken zijn wel echt gebeurd, bijvoorbeeld in Oorlogswinter. Ik was acht toen de oorlog uitbrak en ik heb die vijf jaren onder de Duitse bezetter heel bewust meegemaakt. Enkele ervaringen uit die tijd heb ik verwerkt in dat boek. Mijn grootste angst toen was dat mijn ouders gegijzeld zouden worden. Mijn vader was twee keer opgepakt en beide keren hadden ze tegen hem gezegd: "Morgen schieten we je dood." Dat laat ik de vader van Michiel in mijn boek ook overkomen. Hem schieten ze ook echt dood, mijn vader gelukkig niet. Maar ik heb niet alles zelf meegemaakt. Die overval op het distributiekantoor bijvoorbeeld, daar was mijn buurjongen bij betrokken.

Sommige verhalen zijn ook ontstaan vanuit een gebeurtenis die ik zelf heb meegemaakt, maar het verloop van het verhaal is voortgekomen uit mijn eigen fantasie. Zo kreeg ik het idee voor De kunstrijder toen ik een aantal jaren in Parijs woonde en me bezighield met transport. Op een gegeven moment kwam ik in aanraking met vervoer van gehandicapten. Dat zette me aan het nadenken over mensen die een bepaalde lichaamsfunctie moeten missen. Gehandicapten kunnen vaak veel meer dan mensen denken; mijn boek kun je misschien wel zien als een pleidooi voor de emancipatie van mensen met een handicap.'

Veel van Terlouws boeken spelen in de wereld die wij kennen, maar hij heeft ook een aantal verhalen in een fantasieland gesitueerd. Koning van Katoren en De Kloof spelen beide in landen die de schrijver zelf bedacht heeft. De setting doet daardoor een beetje sprookjesachtig aan, maar de problemen waarmee de hoofdpersonen te maken krijgen, zijn wel uit het dagelijks leven gegrepen. De boeken van Jan Terlouw vallen regelmatig in de prijzen. Voor Koning van Katoren en Oorlogswinter ontving hij in 1972 en 1973 de Gouden Griffel en De Kunstrijder werd in 1990 onderscheiden met de Prijs van de Nederlandse Kinderjury. In 2000 werd Eigen rechter genomineerd door de Jonge Jury. Zijn boeken zijn echter niet alleen populair in Nederland. Ze zijn vertaald in het Frans, Duits, Engels, Fins, Hongaars, Italiaans, Pools, Spaans (Castiliaans, Catalaans, Baskisch en Galicisch), IJslands, Zweeds, Zuidafrikaans, Fries, Tsjechisch, Deens, Japans en zelfs in twee Keltische talen: het Iers en het Welsh.

In 1973 kreeg Terlouw voor Koning van Katoren bovendien de Österreichischer Staatspreis für Kinder- und Jugendliteratur. Behalve schrijven heeft Jan Terlouw nog een groot aantal andere bezigheden. Rondom zijn huis heeft hij veel dieren verzameld, waaronder koeien, kippen en twee Haflingers (paarden) die hij cadeau kreeg toen hij afscheid nam als Commissaris van de Koningin van Gelderland. Al die beesten kosten een hoop tijd, maar dat vindt Terlouw niet erg. En als hij even wat anders wil, heeft hij altijd nog zijn Harley Davidson waarop hij vaak tochtjes maakt door de omgeving.



1970 De avonturen van Oom Willibrord, jeugdroman

1970 Pjotr, jeugdroman

1971 Bij ons in Caddum, jeugdroman

1971 Koning van Katoren, jeugdroman

1972 Oorlogswinter, jeugdroman

1973 Briefgeheim, jeugdroman

1974 De heks van IJsselstein, historische verhalen voor de jeugd

1975 De nieuwe trapeze, met Paul Biegel, verhalen en gedichten

1976 Oosterschelde Windkracht 10, jeugdroman

1978 De Derde Kamer, volwassenenroman

1983 De kloof, jeugdroman

1986 Gevangenis met een open deur, jeugdroman

1989 De kunstrijder, jeugdroman

1991 Hoogspanning, jeugdroman

1993 Er was eens een paarse olifant, korte verhalen

1995 De uitdaging en andere verhalen

1998 Eigen rechter, jeugdroman

1999 Gaan waar de woorden gaan, rede



1931 Geboren op 15 november in Kamperveen (Overijssel)

1948 Begin studie wis- en natuurkunde in Utrecht

1956 Getrouwd met Alexandra van Hulst

1964 Gepromoveerd op het gebied van het thermonucleaire onderzoek

1970 Gedebuteerd als kinderboekenschrijver met Pjotr en Oom Willibrord. Gemeenteraadslid van D'66 in Utrecht

1971 Lid van de Tweede Kamer

1973 Fractievoorzitter van D'66

1981 Minister van Economische Zaken

1983 Secretaris-Generaal van de C.E.M.T., de commissie van Europese transportministers, in Parijs

1991 Benoeming tot Commissaris van de Koningin in Gelderland

1999 Senator van de Eerste Kamer



De pers over Jan Terlouw

'Samenvattend: Oosterschelde windkracht 10 onderscheidt zich op enkele belangrijke punten in positieve zin van veel soortgelijke jeugdboeken die een bepaald probleem in romanvorm herbergen. Het thema is niet trukmatig of onnatuurlijk ingevoerd, maar konsekwent verweven in het verhaal dat daardoor zinnig wordt. De visie van de schrijver zweeft niet als een neerdrukkend stempel boven de pagina's. Het is vaak amusant en solide geschreven.' Barber van de Pol over Oosterschelde windkracht 10 in de Groene Amsterdammer

'Terlouw beschikt over een heldere stijl, een aangename verteltrant en een grote verbeeldingskracht. (…) Terlouw, bijna de W.F. Hermans van de jeugdliteratuur!' Hans Dorrestijn over Oosterschelde windkracht 10 in Vrij Nederland

'Terlouw formuleert snel, makkelijk en weet zijn ideeën goed leesbaar en op boeiende wijze aan zijn publiek te presenteren.' Joke Linders-Nouwens over De Kloof in het Haarlems Dagblad

'Op meesterlijke wijze geeft de schrijver, in de vorm van een spannend sprookje, een geestige persiflage op onze maatschappij.' Marijke van Raephorst over Koning van Katoren in Elseviers Literair Supplement

'Terlouw-fans hebben gouden uren voor de boeg met De kunstrijder.' Goos van Gorkum over De kunstrijder in de Gooi- & Eemlander

'En daarin ligt juist de charme van deze vaak bizarre verhalen. Terlouw vertelt over de alledaagse werkelijkheid (…) Hij toont de lezer hoe verrassend dichtbij het vreemde, het heldhaftige, het mysterieuze soms kan zijn (…) De verhalen doen meer dan eens denken aan het spitse proza van Herman Pieter de Boer. Jonge lezers kunnen zonder blozen hun vergeten jeugdliefde Terlouw opnieuw ter hand nemen.' Rita Ghesquiere over De uitdaging in de Standaard



Verhaalsoort

De verhaalsoort is niet echt makkelijk want er komen veel moeilijke woorden in voor en de tekst is wel makkelijk te begrijpen. Het boek had geen illustraties, daarom staat er in mijn leesverslag ook geen een.



Datum



Ik ben op 22-12-1999 begonnen met dit boek en had het op 22-04-2000 uit. Ik ben daarna op school begonnen met het leesverslag. Op 20-1-2001 had ik het boekverslag af,.



Hoofdpersoon

Justus Verdaasdonk :

Hij is in het begin van het verhaal 16 en gaat het huis uit omdat zijn vader illegale dingen doet. Justus is goudeerlijk. Hij zou zelfs nooit een appel stelen. Hij vindt dat je de wet moet accepteren en moet naleven, want daar is hij tenslotte voor.



Andere personen



Yvonne verdaasdonk : dit is de zus van Justus. Zij studeert rechten in Leiden om advocaat te worden



Jan Hendrik Verdaasdonk : dit is de vader van Justus.

Hij heeft een misdrijf gepleegd en daarom is Justus het huis uitgegaan.



Bouwdewijn De Geus : dit is de advocaat van Jan Hendrik Verdaadonk.



Stijn : de vriend van Justus. Hij houd van meteorologie en gedichten.



Joke : de (ex)vriendin van Stijn.



Klaas van Wakkeren : de baas van de autosloperij.



Bashir Abdullai Haile : Bashir werkte ook in de autosloperij en zo leerde hij Justus kennen. Ze worden goede vrienden en Bashir helpt met een plannetje.



Noortje : de vriendin van Justus.



Meneer Kozijnse : Justus werkt bij deze man en doet hulp voor arme mensen via Noortje ontdekt hij dat hij helemaal niet zo vriendelijk is en met een list het huis van Noortje haar ouders heeft `gestolen`.



Frans Nachtegaal : deze man helpt Justus met een plan.



Anette Nachtegaal : de vrouw van Frans en ze werkte in de apotheek `de Zeewald`.



Inspecteur Holtriger : werkt bij de politie en verhoort Justus een paar keer.



Plaats en Tijd

Het verhaal speelt zich af in Stoutendam ( een verzonnen stad) in deze tijd. Het verhaal kan echt gebeurd zijn want alles in het boek kan echt gebeurd zijn.



Het probleem

Meneer Kozijnse heeft via een handige list het huis van de ouders van Noortje gekregen. Justus, Bashir, meneer en mevrouw Nachtegaal, Yvonne , Noortje en Stijn hebben een plan maar dat staat verder in de samenvatting.



Titel

Justus zijn vader heeft iets illegaals gedaan maar wordt toch vrijgesproken door de rechter. Justus weet dat zijn vader iets illegaals heeft gedaan en gaat het huis uit. Daarna komt hij voor verscheidene juridische problemen te staan en hij vindt de wet soms maar dom. Hij vraagt dan zijn zus of dat echt wel is toegestaan.



Samenvatting

Justus z`n vader zou vanmiddag uitspraak krijgen van de rechter. 2jaar en een maand geleden had hij erop gewacht en nu was het zo ver. De advocaat van Jan Hendrik Verdaasdonk heette De Geus. Wegens gebrek aan bewijs materiaal werd Jan Hendrik Verdaasdonk vrijgesproken. De volgende avond zit de vader van Justus te praten met een onbekende man. Een paar dagen later als Justus zijn vader en moeder weg zijn hoort hij `s nachts een piepend geluid. Als hij gaat kijken wat dat is blijkt het een inbreker te zijn. Hij slaat dan de inbreker met de knuppel die hij net had gepakt hard tegen zijn knie aan. Daarna belde Justus de politie en een ambulance. Na een tijdje komen er een paar agenten (o.a. inspecteur Holtriger ) en een ambulance.

Die volgende dag komen zijn vader en moeder en z`n zus thuis en ze gaan praten over de inbraak. Later gaat Justus naar het ziekenhuis om de man te bezoeken. De man verteld dat hij een kennis van Justus zijn vader was en papieren zocht omdat hij dacht dat er niemand thuis was. De man verteld ook wat z`n vader had gedaan. Zo ontdekt Justus dat z`n vader illegale dingen deed en hij gaat het huis uit. Hij is 17 en dus niet meer leerplichtig. Justus had 150 gulden meegenomen toen hij het huis uitging. Een paar weken later is dat geld op en hij zoekt een baantje. Hij loopt wat over straat en ziet een auto die niet op de handrem staat en die bijna het water in rijdt. Justus houd hem tegen en de eigenaar ziet het gelukkig en loopt er snel heen. Als dank wil hij Justus geld geven maar Justus heeft liever een baantje. Gelukkig is deze man ( Klaas van Wakkeren) baas van een autosloperij en heeft hij wel een baantje voor Justus Bij de autosloperij werkt ook Bashir. Hij is illegaal in Nederland. Later komt de politie hem ophalen en krijgt meneer Van Wakkeren en boete. Daarna wordt Justus ontslagen. Justus zorgt er later voor dat Bashir toch niet wordt opgepakt omdat hij een kunstenaar is. Dan gaat Justus naar Stijn. Stijn zijn vriendin Joke is er ook en weet een leuk baantje voor Justus bij de apotheek de `Zeewald`, hij moet pakjes bezorgen op de brommer omdat de jongen die dat altijd doet zijn been heeft gebroken. Als Justus dan naar de apotheek gaat kan hij metten beginnen, hij moet medicijnen rondbrengen op een brommer. Elke dag krijgt hij van Annette speciaal en pakje mee voor meneer Vreugdenhill. Justus mag niemand vertellen over dat pakje. Een paar weken later dan hoort Justus het bericht dat Annette in het ziekenhuis ligt. Justus moest toen bij haar komen en zij had en pakje voor meneer Vreugdenhill. Die middag bracht hij het pakje nog bij meneer Vreugdenhill. Die volgende dag kwam de politie bij Justus aan de deur en die zeiden dat Justus die volgende dag naar meneer Holtriger moest. Toen Justus op het politiebureau was hoorde hij dat meneer Vreugdenhill overleden was aan een overdosis morfine. Meneer Holtriger vroeg Justus ook van wie hij die pakjes had gekregen maar Justus antwoordde niet. Justus zei dat even iemand iets moest vragen en hij kwam weer over een paar uurtjes terug. hij ging metten naar Anette toe. Zij wist het nieuws nog niet en was erg geschokt. Toen vertelde ze dat meneer Vreugdenhill haar oom was en dat hij altijd voor haar gezorgd had omdat haar vader vlak na haar geboorte was gestorven. Later werd hij ziek en moest hij naar een ziekenhuis. Maar in het ziekenhuis werd hij beter en ging naar huis. Hij was nog maar 2 uur thuis en hij werd erg ziek. Hij werd weer beter en zei dat hij ziek werd van het ziekenhuis en wou er nooit meer heen. Later werd hij ziek en hij zou sterven. Anette bracht hem daarna steeds pakjes morfine om de pijn te verbergen. Totdat hij doodging. Toen het verhaal uit was zei Anette dat hij het maar tegen de politie moest zeggen dat Anette dat gedaan had.

Na een paar dagen is het been van de jongen die eerst alles bezorgde weer heel en Justus wordt ontslagen.

De volgende de dag ging hij naar het arbeidsbureau en drie dagen later had hij een baantje. Justus moest oude kleren en andere nuttige dingen die mensen brachten registreren , ordenen en verzendklaar maken. Al die spullen die daar kwamen gingen naar arme landen of landen waar net een ramp was geweest. De baas van dit bedrijf was meneer Kozijnse. 3 weken later kwam meneer Kozijnse even kijken hoe het met Justus ging. Kozijnse ging daarna nog even de stad in en liet zijn auto daar staan. Toen Kozijnse weg was gelopen liep er meisje op straat en begon met een voorwerp een kras op de auto van Kozijnse te maken. Een paar dagen later kwam Justus haar weer tegen in de supermarkt. Justus vroeg of ze het met een spijker of met een haarspeld had gedaan. Ze werd boos. Toen ze weer buiten stonden raakten ze aan de praat. Die middag stuurde hij haar een briefje naar Noortje dat hij om 8 uur in een café was. En dat hij het leuk zou vinden dat zij er ook was.Justus was daar en zij kwam daar ook. Toen ze daar waren vertelde zij waarom ze Kozijnse zo haatte:

Meneer van der Molen (de vader van Noortje) had een kleine zaak in het midden van Stoutendam. Naast hem stond een winkel van Kozijnse die leder waren verkocht. Kozijnse wou graag de winkel van meneer van der Molen hebben en bedacht een list.

Hij ging naar verschillende bedrijven van tuinmeubelen en vroeg wat straks de trend was. Elk bedrijf zei dat kunststof meubelen helemaal ‘uit’ waren en dat hout helemaal ‘in’ was. Hij belde naar een fabrikant of hij nog veel kunststof meubels had en die had hij. Toen zij Kozijnse dat hij iemand kende die de boel wel wou kopen. De fabrikant gaf ook nog 25% korting als je alles kocht wat hij had. Kozijnse zei da volgende dag tegen meneer van der Molen. Meneer van der Molen kocht meteen alle kunststof meubelen van dat bedrijf. Later kwam hij er achter dat kunststof helemaal uit was en hij ging failliet. Toen wist hij dat Kozijnse hem bedrogen had. Justus was hartstikke boos toen hij dit verhaal hoorde. Een paar dagen later kwam hij weer bij de familie Nachtegaal en hun vertelden dat ze bij meneer van der Molen in de schulden stonden en dat ze het heel erg vonden voor hem. Toen bedachten ze een plan. Van een vriend van Frans Nachtegaal konden ze aan een oude viool kopen die ze opknapten.

Annette bracht de viool naar Justus (op zijn kantoor.) met een zak oude kleren. Justus bracht het daar naar de zolder toe.

Twee weken later kwam Kozijnse en Justus zij dat er een plank uit een kast miste en dat hij er een van zolder zou halen. Hij kwam met de viool en een plank naar beneden. Justus mocht de viool hebben. Justus zijn moeder die goed kon tekenen maakte een (vals) eigendomsbewijs en zette er op dat hij van meneer B.C.S. van der Molen is. 2 weken later kwam Kozijnse en Justus zei dat de viool een Stradivarius was.en dat een kennis (menner Nachtegaal) hem wou spreken. En dat hij Noortje tegen kwam en dat ze thuis nog een eigendomsbewijs hadden. De volgende dag kwam meneer Nachtegaal bij meneer Kozijnse en onderzocht de viool. Hij zei dat de viool erg veel geld waard was. Die avond zaten ze met z`n allen bij elkaar ook Bashir zat erbij.

Die avond zou Stijn ínbreken’ bij het bureau waar Justus werkt , dat doet Stijn samen met Noortje. Toen ze het raam wouden kapot maken met een glassnijder lukte dat niet. Toen pakte Stijn een baksteen en gooide het raam in. De volgende dag toen Justus bij zijn kantoor en trof de rotzooi aan die Stijn en Noortje hadden gemaakt. Toen belde hij de politie. Een paar dagen later kwam Frans Nachtegaal weer op het kantoor van Kozijnse om de viool nog verder te onder zoeken. Frans ging daarna naar zijn broer een vioolbouwer toe. Die dag schreef meneer van der Molen een brief naar meneer Kozijnse om te vragen wanneer hij de viool kreeg anders zou hij een deurwaarder inschakelen.

Menner Kozijnse had een echte viooltaxateur uit alkmaar laten komen om de waarde van zijn viool echt te laten vaststellen.

Justus had dat niet verwacht dat die zou komen en had een noodplan bedacht. Stijn deed zich voor als Justus en ging op het station staan om de taxateur te ontvangen. Hij bracht hem dan niet bij meneer Kozijnse zijn kantoor maar bij het huis van de familie Nachtegaal. Bij meneer Nachtegaal thuis deden ze zich voor als meneer en mevrouw Kozijnse. Justus haalde Bashir op en Bashir deed net alsof hij meneer Richardson was , de taxateur. Op het eind gebeurde er iets dat niet gepland was: toen Bashir wegging stond Yvonne op straat en riep :,,Hallo Bashir. Hoe gaat het met je ouwe Afrikaan”. Bashir liep op Yvonne af en begon haar hevig te omhelzen en te kussen. En tussen die kussen door siste hij dat ze niets moest zeggen en hij stelde haar voor als mevrouw Richardson . Meneer Kozijnse wou de viool graag houden maar hij wist dat de viool van meneer van der Molen was dus hou wou hem graag kopen 100duizend gulden. Meneer van der Molen wou er meer geld voor hebben. Die avond gingen Justus , Stijn en Noortje naar Justus zijn huis toe. En Justus ging weer thuis wonen. Meneer van der Molen en Kozijnse hadden een overeenkomst gemaakt. Kozijnse mocht de viool houden en meneer van der Molen kreeg zijn oude huis weer terug. Later kwam Kozijnse erachter dat het geen dure viool had die hij had gekocht maar en snertviool. Een paar dagen daarna kwam hij Justus en Noortje tegen. Kozijnse is dan helemaal niet boos en stelt Justus zijn slimheid op prijs.



De afloop

Het is een open einde. Dit zijn de laatste 10 regels:

Iemand die zo vaardig door de mazen van de wet weet te kruipen kan ik gebruiken. Als je van school bent, kom dan bij me werken. Ik bied je een baan aan. Wij kunnen het samen ver brengen.

`Dat denk ik niet,`zei Justus.

`Hoezo niet.`

`We gebruiken de mazen van de wet op een verschillende ma-

nier.`

`Daar komen we wel uit,`zei Kozijnse.

`Ik denk het niet.`

`Je gaat er nog wel anders over denken als je ouder bent.`

`Ik hoop het niet,`zei Justus.



Eigen mening

Ik vond het boek een beetje saai omdat het boek niet zo boeiend geschreven is en omdat ik het onderwerp niet zo leuk vond.

Het einde vond vooral vreemd omdat Justus meneer Kozijnse heel erg heeft opgelicht en meneer Kozijnse reageert daar niet zo boos op en wil Justus later weer een baantje aanbieden.

Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen