U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag : Cees Nooteboom - Allerzielen.
Deze versie komt van http://www.studentsonly.nl/uittreksels/bv.asp?BvID=266 en is laatst upgedate op Onbekend.
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 1897 woorden.

Bibliografie
Uitgeverij: Uitgeverij Atlas
Prijs: fl.49,90
Genre: Nederlandse romans
Aantal pagina’s: 400


Samenvatting
De verschijningsdatum van de roman is 2 november (=allerzielen). Het verhaal speelt in 1998. De hoofdpersoon is Arthur Daane. Hij is cameraman en producent van diepzinnige documentaires. Hij werkt in
opdracht van diverse TV-produkties en reist als zodanig de hele wereld af. Hij is geboren Amsterdammer (in 1953) en hij heeft het gymnasium af.
Tien jaar geleden zijn zijn vrouw Roelfje en zijn zoontje Thomas bij een vliegtuigongeluk tijdens de vlucht van Schiphol naar Malaga omgekomen.
Het verhaal begint in Berlijn alwaar Arthur een appartement van een vriend bewoont, hijzelf heeft geen vaste verblijfplaats. Je wordt meteen in de denkwereld van Arthur geworpen. Hij heeft een flashback. In zijn
gedachten vergelijkt hij zichzelf met Odysseus die na lange tijd weer met zijn vrouw en zoon Telemachus werd herenigd. Hij wilt dit ook maar verdrinkt niet in die gedachte, daar is hij te nuchter voor. Meteen is
het duidelijk dat dit verlies als een rode draad door het verhaal zal lopen. Arthur heeft veel vrije tijd (tussen de filmopdrachten door) en heeft hierdoor veel tijd om na te denken. Hij denkt dan ook constant
over alles na, hij brengt overal een diepe filosofische inslag in aan.
Hij heeft een grote fantasie en hij vergelijkt zichzelf in dezen dan ook met een kindergeest. In het begin van het verhaal, verhaald Arthur over zijn ontmoeting met Victor. Victor is Nederlander die veel van de Duitse cultuur af weet en beeldhouwer is. Arthur heeft groot respect voor Victor die hij negen jaar geleden leerde kennen toen hij hem filmde in
Berlijn. Het verhaal wordt tegen een achtergrond van de
Duitsers-Nederlandersverhouding afgezet.
Op bladzijde 57 worden “wij”, de lezers, de mensheid, voor het eerst aangesproken door “hun”. Het koor, de sirenen die je met hun gezang tot zich lokken. Het zijn gewone cafebezoekers, engelen of dolende zielen
die meer weten dan de hoofdpersonen. Het blijft tot het einde onduidelijk wat voor wezens het zijn die commentaar geven op de gebeurtenissen. Het zullen wel de stemmen in het hoofd van de schrijver zelf zijn. Het koor oordeelt niet maar registreert met afschuw. Het stelt vast dat alle verhalen, dialogen, ideeën en gedachtenspinsels nauwelijks iets voorstellen. Arthur leeft zoals zijn beroep, hij filmt en aanschouwt alles, hij neemt geen deel aan het leven. Een groot deel van het verhaal wordt niet door de ogen van Arthur gezien maar bestaat uit zijn herinneringen en korte flashbacks. Tussen de flashbacks door
maken we kennis met Arthur’s vriendin Erna, zij woont in Amsterdam. Ze voeren vaak telefoongesprekken waarbij Erna Arthur’s leven weer op de rails probeert te krijgen. Na een wandeling door winters Berlijn gaat Arthur een Weinstube binnen waar we kennis maken met Arno Tieck. Arno is een Duitse filosoof. Hun vriendschap bestaat sinds Arthur een docu-drama
over Nietschze (Arno is een Nietschze kenner bij uitstek) filmde. In de Weinstube zit ook Zenobia Stejn, zij is de tweelingzuster van Arno’s
vrouw Vera. Beide zussen zijn van Russische afkomst. Vera is schilderes en Zenobia is astronome. De vier vrienden brengen veel tijd samen door in het cafe. Het verhaal is voor een groot deel opgebouwd uit dialogen
tussen hen. De dialogen hebben een duidelijk filosofische inslag. De tijd, het vangen van de tijd is hét topic in deze gesprekken. Volgens Arthur hadden zijn vrouw en kind geen tijd meer, hun tijd was om, zij
zijn dood. hij ziet hier geen christelijke symboliek in, hij is overtuigd atheïst. De rest van zijn dagen in Berlijn vult Arthur met het lezen van kranten in de openbare bibliotheek van Berlijn. Hier komen we
dan ook voor het eerst Elik Oranje tegen. Hun ontmoeting is stom toeval maar de tweede ontmoeting maken ze een afspraakje om wat te gaan drinken. Elik blijkt een Nederlandse moeder en een Marokkaanse vader te hebben. Haar vader kent ze echter niet. Elik is studente en volgt in Berlijn colleges. Ze is bezig met een historische roman (zie wederom het thema “vangen van de tijd”). Ze doet onderzoek naar een Spaanse koningin die een tragisch maar heldhaftig leven leidde in de middeleeuwen. Arthur en Elik ondernemen vele wandelingen door Berlijn. Elik draagt een zware
last mee, ze is in haar jeugd mishandeld geweest en draagt hier nog altijd een zichtbaar litteken van. Ze worden verliefd en vrijen maar het zal nooit een “vaste” relatie worden. Beiden staan ze zichzelf dit niet toe. Arthur niet omdat hij zijn vrouw niet wil “bedonderen”, Elik niet omdat ze zich hard opstelt, ze wil geen gevoelens van liefde en
verliefdheid jegens een man voelen. Oorzaak hiervan is dat ze liefdeloos is opgevoed. Arthur krijgt een opdracht om voor de BRT naar Estland af te reizen om een documentaire te filmen samen met Hugo Opsomer, de
Vlaamse regisseur. Arthur vertrekt zonder afscheid te nemen van Elik. Na Estland reist hij gelijk door naar Japan, Elik is uit zijn gedachten verbannen. Weer terug in Berlijn wordt hij door zijn vrienden op de
hoogte gebracht van het feit dat Elik naar Spanje is vertrokken om meer inzicht te krijgen in haar koningin. Arthur reist haar achterna. Hij ontmoet haar in de bibliotheek van Madrid. Ze is niet blij hem te zien. Terwijl hij in Japan zat, heeft zij een arbortus laten plegen. Ze was van hem in verwachting geraakt. Arthur is woedend en wil haar nooit meer zien, hij bezuipt zich in een onguur cafe in Madrid. Later die nacht wordt hij door twee kaalkoppen het ziekenhuis ingeslagen. Hij licht twee weken in coma. Hij is als het ware even onder de doden. Op bladzijde 394 komt de titel pas voor de eerste keer naar voren. De zielen van de gestorvenen kijken het hele jaar uit naar 2 november, die ene dag waarop ze herdacht worden. Maar voor Arthur Daane is het iedere dag allerzielen. Hij is zo verstrikt in het verleden, dat hij zelf nauwelijks leeft. Na zijn ziektebed besluit hij niet langer naar Elik te zoeken en te kiezen voor “het wijde noorden”.


Titelverklaring

Ik heb geen ambiguiteit in de titel zelf kunnen ontdekken. Ludiek
detail, de datum van eerste uitgave was zoals reeds gezegd 2 november,
allerzielen. Allerzielen is dé dag bij uitstek dat alle doden (extra)
worden herdacht en “verwend”. Ik vind de titel passend omdat het voor de
hoofpersoon van de roman iedere dag allerzielen is. Arthur “herdenkt”
iedere dag zijn vrouw en zoontje. Maar ook Elik, Arno en Victor teren,
en leven, op hun verleden. Allerzielen is een roman die een sfeer van
een nevelig kerkhof in november oproept en daarom vind ik deze titel
toepasselijk.



Vertelstandpunt

Het verhaal wordt verteld door de auteur zelf, dus een auctoriale
vertelsituatie. Met uitzondering van de tussenkomst van het koor, zien
we vrijwel alles door de ogen van de hoofdpersonen en met name door de
ogen van Arthur..



Verteltijd / vertelde tijd

Het verhaal speelt zich duidelijk af in de herfst/winter van 1998. Deze
actualiteit blijkt nog eens extra uit het feit dat er tijdens een
dialoog tussen Arthur en Zenobia wordt gesproken over de landing van de
zogenaamde “cameramachine” van de NASA, die in 1998 op Mars landde en
ons Aardlingen verblijde met enkele foto’s van de Rode Planeet.
Allerzielen voldoet op vele vlakken aan de eisen van de “nouveau roman”.
De roman is realistisch, op de onderbrekingen van het koor na. Deze
passages neigen naar de klassieken. De verteltijd van de roman bestrijkt
ongeveer een half jaar. We beginnen in de herfst en eindigen in de
lente. Het eerste deel van de roman speelt zich in Berlijn af, we kijken
plus minus anderhalve week over de schouder van Arthur mee. Latere
periodes worden met minder woorden weergegeven.



Ruimte

Het verhaal speelt zich voornamelijk in Berlijn af. De drie
belangrijkste steden in dezen zijn: Berlijn, Madrid en Amsterdam, in die
volgorde. Het is natuurlijk niet voor niets dat deze steden een hoofdrol
spelen, daar Nooteboom afwisselend in Nederland, Duitsland en Spanje
verblijft. Berlijn staat model voor de verschillen tussen Nederlanders
en Duitsers en de verschillen tussen Oost-Berlijners en West-Berlijners
(de visuele muur mag dan neergehaald zijn, de onzichtbare muur tussen
Oost en West is blijven staan). Naast deze drie steden spelen fragmenten
van de roman zich af in Estland en Japan alwaar Arthur documentaires
schiet.



Personen

De belangrijkste figuren uit de roman zijn stuk voor stuk round
characters, het zijn stuk voor stuk individualisten. Arthur Daane is
zonder twijfel dé hoofdpersoon. Elik, Arno, Victor en Zenobia staan op
het tweede plan. Wellicht kun je Arthurs verongelukte vrouw en kind
beschouwen als flat characters. De herinnering aan hen stort Arthur in
treurnis. De hersenspinselen van de verschillende karakters lopen zonder
waarschuwing kris kras door elkaar, dit vergt veel lezersactiviteit.



Waardeoordeel

Allerzielen is de eerste roman van Nooteboom die ik heb gelezen. Ik heb
me niet laten afschrikken door de omvang (400 blz.) ervan. Voorop staat
dat Allerzielen een “ingewikkeld” boek is. De structuur vergt veel
lezersactiviteit. In het begin zat ik constant te wachten tot de actie
begon, echter na een tijdje wacht je daar niet meer op maar “zweef” je
met Arthur mee. Persoonlijk heb ik me niet met Arthur kunnen
identificeren maar sommige passages waren uiterst leerzaam en zijn bij
mij blijven hangen. Daarom beschouw ik Allerzielen meer filosofisch
informatief dan amuserend. Allerzielen is duidelijk een roman van
Nooteboom, hij schrijft de leegte, de nietigheid van het mensenbestaan
van zich af. Allerzielen is zijn produkt. Allerzielen is zijn weerwoord
op de vergankelijkheid. De waan van de dag heeft het afgelegd tegen de
verbeelding, de enige macht die een schrijver heeft.

“Ik moet daar vreselijk om lachen”, beweert de beeldhouwer Victor.
“Vooral schrijvers hebben daar een handje van, meesters van de
toekomstige onsterfelijkheid. Sporen nalaten, noemen ze dat, terwijl wat
zij doen, nog het snelste beschimmelt.”


Thematiek
De roman lijkt in eerste instantie nogal zwaar op de hand daar het
veelal handelt over de dood, vergankelijkheid (probeert Nooteboom met
dit werk zijn onsterfelijk veilig te stellen?), rouw en bezinning. Hét
topic is TIJD. Tijd in al haar aspecten. Hét vraagstuk: hoe de tijd te
vangen? Arthur, de cameraman, probeert het door beelden te vangen.
Victor door ze te houwen. Elik door de tijd te reconstrueren en in haar
eigen schrift vast te leggen. Veel handelingen zijn er niet maar wat er
gebeurt, heeft een overdonderdende lading.
Dé belangrijkste verhaallijn in Allerzielen is het gegeven dat Arthur
Daane, tien jaar na het vliegtuigongeluk waarbij hij zijn zoontje en
vrouw verloor, voor het eerst weer gefascineerd raakt door een vrouw. De
herinneringen aan zijn vrouw en kind beheersen zijn leven. Tot de komst
van Elik Oranje, de klassieke sirene, die zich eveneens in het verleden
heeft begraven. Vrijwel iedereen is verdwaald in de geschiedenis. In
mindere mate geldt dit voor de drie vrienden met wie hij voortdurend in
de Weinstube zit. Met Victor (beeldhouwer), Arno (filosoof) en Zenobia
(astronome) theoriseert Arthur over de wereld, over de waarheid en over
al die andere vraagstukken waar niemand het antwoord weet. Niet de
handelingen, de actie staat centraal maar de gedachten, het
onuitgesprokenen, het gefluister, de filosofische gesprekken geven vorm
aan de roman, bepalen de inhoud. Halverwege wordt Allerzielen een
liefdesroman, maar ook de liefde verdwijnt in de vergetelheid. Arthur is
bang dat herinneringen spoorloos verdwijnen (let wel hij is pas zo gaan
denken na het vliegtuigongeluk). Alles verdwijnt spoorloos, dit cliche
hangt als een doem over de roman. Het is een roman van de levenden over
de doden.


Literatuur geschiedenis
Cees Nooteboom, Den Haag 1933 heeft een imposant oeuvre opgebouwd.
Novellen, poëzie, korte verhalen, reisverslagen, toneelstukken, recensies en romans. In den beginne werden deze pennevruchten in magazines en kranten gepubliceerd. Zijn debuut was de roman “Philip en
de anderen” uit 1955. Zijn bekenste werk “Rituelen” (1980) won zowel de Bordewijk Prijs als de Pegasus Prijs voor Literatuur. “Berlijnse notities” (1990) won de Duitse 3de Oktober Literatuur Prijs. In 1993 won
hij de Aristeion European Prize for Literature voor de novelle “Het volgende verhaal”. Recentelijk won hij de Constantijn Huygens Prijs voor zijn gehele oeuvre. Momenteel verblijft Nooteboom afwisselend in
Duitsland, Spanje en Nederland. Nooteboom schreef Allerzielen in Sta. Monica, Port Willunga San Luis
(april 1996-juli 1998).


Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen