U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag : Anoniem, - Elkerlijc.
Deze versie komt van http://www.collegenet.nl/studiemateriaal/verslagen.php?verslag_id=7583 en is laatst upgedate op Onbekend.
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 1343 woorden.

Dit verslag heeft 2 sterren = goed boekverslag, redelijk compleet!



Den Spyeghel der Salicheyt van Elkerlijc



A. Algemeen


1. Datum: 12 juni 2000

2. Schrijver leesverslag: Hans den Boer

3. Titel boek: Den Spyeghel der Salicheyt van Elkerlijc, ondertitel: Hoe dat elckerlijc mensche wert ghedaecht Gode rekeninghe te doen.

4. Auteur: Onbekend

5. Uitgever: A. van Elslander, Amsterdam (6e druk 1976)

6. Genre: Toneeltekst

7. Mening over de titel: het is een goede titel die duidelijk weergeeft waarvoor de tekst bedoeld is: iedereen een spiegel voorhouden hoe hij of zij zalig kan worden.



B. Keuze


8. Waarom ik dit boek heb gekozen: In de 4e klas vertelde mijn lerares Nederlands tijdens een les literatuurgeschiedenis over dit boek. Ik hoorde dat in het boek begrippen waren gepersonifieerd, wat mij erg leuk leek, waarop ik besloot het boek te gaan lezen.



C. Opbouw


9. Aantal hoofdstukken: het boek heeft geen hoofdstukken, omdat het een toneelstuk is. Je zou het kunnen opdelen in drie stukken: in een willekeurige straat, in “ ’t Huys der Salicheyden” en bij de put des doods.

10. Illustraties: Het boek bevat geen illustraties.



D. Inhoud


11. Samenvatting van het verhaal: God heeft het leven van Elkerlijc gezien en zegt dat deze zorgeloos en onbekommerd in de zonde leeft en stuurt ‘die Doot’ op hem af met de mededeling dat hij een op bedevaart moet gaan om verantwoording af te leggen van dat wat hij in zijn leven gedaan heeft, wat betekent dat hij zal sterven. Elkerlijc probeert die Doot nog te vermurwen, maar die zegt dat het een goddelijke opdracht is, dus voor Elkerlijc is er geen tegenspreken meer aan. Elkerlijc gaat dan een metgezel zoeken voor de reis en gaat dan naar Gheselscap, die als hij hoort wat de bestemming van Elkerlijcs pelgrimsreis is, niet mee wil gaan. Dan wendt Elkerlijc zich tot zijn familie, vertegenwoordigt door Maghe en Neve, in eerste instantie beloven zij overal met Elkerlijc mee te gaan, maar als zij horen dat niemand van zo’n reis terugkeert, laten ook zij het afweten. Elkerlijc gaat dan naar Tgoet, die hij altijd trouw heeft gediend en als hij Tgoet vertelt wat hij hem is opgedragen zegt Tgoet dat voor hem geen hoop meer is, omdat Elkerlijcs leven altijd in dienst heeft gestaan van hem. Tgoet gaat onder geen beding met Elkerlijc mee. Elkerlijc gaat naar zijn vrouw Duecht, die wel mee zou willen gaan, maar dat niet kan, omdat zij ziek te bed ligt. Duecht heeft echter nog een zuster, Kennisse genaamd, die hem wel kan helpen. Kennisse brengt Elkerlijc naar Biechte in het Huys der Salicheyden. Biechtte zegt Elkerlijc dat hij zich moet gaan kastijden met een gesel, die de naam Penitencie draagt. Als Elkerlijc zijn zonden zal belijden in een gebed tot God en zichzelf genoeg kastijdt, zal zijn vrouw Duecht weer gezond worden en hij genade bij God krijgen. Dit gebeurt inderdaad zo. Duecht komt het Huys der Salicheyden binnen. Zij stelt Elkerlijc voor aan zijn nieuwe vrienden: Wijsheyt, Cracht, Scoonheyt, Vroetscap en Vijf Sinnen. Zij vertellen hem alles over de christelijke leer, onder anderen over de zeven Rooms-katholiek sacramenten. Elkerlijc ontvangt het laatste oliesel en gaat nu werkelijk zijn tocht maken en neemt Duecht, Kennisse,, Cracht, Scoonheyt, Vroetscap en Vijf Sinnen mee. Bij de put aangekomen verlaten achter elkaar zijn nieuwe vrienden hem weer: Eerst Scoonheyt, dan Cracht, daarna Vroetscap en vervolgens Vijf Sinnen. Kennisse verlaat hem pas als hij sterft, maar Duecht blijft bij hem en gaat samen met hem naar de hemel. De Yngel besluit het verhaal met een hemels welkomslied.

12. Hoofdpersonen:

- Elkerlijc: de typering van elke zondaar, van iedereen die onbekommerd in deze wereld leeft en er niet bij nadenkt dat hij later voor God verantwoording moet afleggen, als hij dit inzicht wel krijgt , gaat hij actief op zoek naar iemand die hem kan helpen bij de reis.

13. Bijpersonen:

- God: het is geen persoon, maar slechts een stem. God vertelt dat hij Elkerlijcs verkeerde leven heeft gezien en dat het tijd wordt dat Elkerlijc verantwoording van zijn daden gaat afleggen. God roept dan die Doot om het Elkerlijc te vertellen

- Die Doot: verpersoonlijking van de dood. Wordt door God geroepen om Elkerlijc te gaan zeggen dat hij verantwoording moet gaan afleggen.

- Gheselscap: verpersoonlijking van de vriend: hij belooft eerst overal met Elkerlijc mee te gaan en hem te helpen als hij in nood zit, maar later trekt hij deze belofte weer in.

- Maghe: verpersoonlijking van de vrouw als familielid: belooft eerst veel aan Elkerlijc, maar schrikt weer terug als ze hoort waar Elkerlijc heen moet gaan.

- Neve: verpersoonlijking van de man als familielid: hij zegt eerst toe mee te gaan, vraagt dan bedenktijd en haakt tenslotte af met de wens dat God Elkerlijc zal bewaren.

- Tgoet: verpersoonlijking van de aardse rijkdom: als hij hoort wat Elkerlijc moet gaan doen, ontneemt Tgoet Elkerlijc alle moed, hij zegt Elkerlijc dat hem teveel gediend heeft en dat hij niks van hem met de armen heeft gedeeld, en daarom zeker niet op Gods genade hoeft te rekenen.

- Duecht: verpersoonlijking van iemands (goede) daden: Aas Elkerlijc nog niet tot inkeer is gekomen is Duecht ziek en als Elkerlijc tot inkeer is gekomen is zij weer gezond. Elkerlijc kan in zijn dood allen Duecht meenemen.

- Kennisse: verpersoonlijking van de kennis dat je geen genade bij God hebt: Zij brengt Elkerlijc naar Biechte in het Huys der Salicheyden. Zij blijft bij Elkerlijc tot het moment dat hij sterft.

- Biechte: verpersoonlijking van de biecht: zij raad Elkerlijc aan zichzelf te kastijden en zijn zonden voor God te belijden.

- Cracht: verpersoonlijking van de kracht uit het geloof: gaat met Elkerlijc mee nadat Elkerlijc tot inkeer is gekomen verlaat Elkerlijc echter weer in zijn stervensuur.

- Schoonheyt: verpersoonlijking van de schoonheid van een tot inkeer gekomen iemand voor God: gaat met Elkerlijc mee nadat Elkerlijc tot inkeer is gekomen verlaat Elkerlijc echter weer in zijn stervensuur.

- Vroetscap: verpersoonlijking van de ootmoed en de ware vriendschap: gaat met Elkerlijc mee nadat Elkerlijc tot inkeer is gekomen verlaat Elkerlijc echter weer in zijn stervensuur.

- Vijf Sinnen; verpersoonlijking van de vijf zintuigen en het verstand van een tot inkeer gekomen mens: gaat met Elkerlijc mee nadat Elkerlijc tot inkeer is gekomen verlaat Elkerlijc echter weer in zijn stervensuur.

- Die Ynghel: engel van God die het hemelse welkomstlied leest/ zingt nadat Elkerlijc is gestorven en opgenomen is in de hemel.

14. Hoogtepunt: Het slot van het verhaal: Elkerlijc heeft rust gevonden en wordt na zijn dood in de hemel opgenomen. Het lijkt nog mis te gaan: zijn nieuwe vrienden/ vriendinnen verlaten hem weer, maar Duecht blijft bij hen, maar dat is genoeg.

15. Thema: verkrijgen van het eeuwige leven, de zaligheid.

16. Motieven: angst voor de hel, inzicht in het eigen slechte leven.



E. De schrijver en het boek


17. Wat heeft de schrijver met het boek willen bereiken: Hoewel de schrijver van het toneelstuk onbekend is, kun je toch wel iets zeggen over wat de schrijver van Elkerlijc met zijn stuk heeft willen bereiken. Het is een didactisch stuk, wat zeggen wil dat de schrijver de mensen, die het stuk zien en lezen, wil laten zien hoe je het eeuwige leven kan verkrijgen en hoe dat volgens hem in zijn werk gaat.



F. Mening van de lezer over het boek


18. Ik vond het een interessant werk om te lezen, omdat de begrippen heel goed gepersonifieerd en getypeerd zijn. Het is absoluut niet saai om te lezen, de personen komen erg realistisch over. Ook kreeg ik door het stuk beter inzicht in de Rooms-katholieke leer ten tijde van de Middeleeuwen. Op bepaalde punten stemt het wel overeen met de reformatorische leer, met name het punt van kennis van de ellende. Jezelf kastijden is duidelijk een Rooms-katholiek punt, evenals het feit dat Elkerlijc zijn vrouw Duecht kan meenemen naar de hemel, terwijl dat in de reformatorische optiek beslist niet kan. Genade kan in de reformatorische optiek niet verdiend worden door deugd en goede weken, ter wijl uit het stuk duidelijk spreekt dat dit wel kan. Toch vind ik het een boeiend historisch werk, dat een goed inzicht geeft in de levensbeschouwing van de middeleeuwse Rooms-katholieke kerk.
Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen