U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag : Otfried Preussler - Sterke Wanja.
Deze versie komt van http://www.studentsonly.nl/uittreksels/bv.asp?BvID=265 en is laatst upgedate op Onbekend.
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 2236 woorden.

Samenvatting
De Auteur: Otfried Preussler werd geboren op 20 oktober 1923 te Reichenberg in Bohemen. Hij bracht daar zijn jeugd door en beëindigde er ook zijn studies.
Tijdens de 2e wereldoorlog werd hij door de Russen gevangen genomen. Dat krijgsgevangenschap duurde vijf jaar. Na zijn vrijlating zocht hij zijn familie op (die inmiddels al naar Oberbayern verhuisd waren). Hij is gehuwd, heeft drie dochters en een zwarte kat. Hij was 15 jaar schoolhoofd. Nu leeft hij van z’n pen. Sinds 1956 verschenen er van hem in het Duitse taalgebied negen boeken, publiceerde hij een viertal vertalingen van werken van Josef Lada, Josef Kolar, Lloyd Alexander e.a. Zijn persoonlijk werk haalde tot op 1 juli 1972 een oplage van ongeveer 2.500.000 exemplaren. Het werd vertaald in 20 talen en meermalen internationaal bekroond. Hij schreef ook nog toneel, luisterspelen en scenario’s voor poppen films.
Waarom Otfried Preussler jeugd- en kinderboeken schrijft? Enerzijds omdat hij daar plezier in heeft, anderzijds omdat kinderen het beste en ontvankelijkste publiek zijn, dat een schrijver zich kan wensen.

Zijn Werk: Van Otfried Preussler werden vooralsnog 5 boeken in het Nederlands vertaald. Deze Boeken zijn:
1958 : De Kleine Waterman (Der kleine Wasserman)
Vertaald door Magreet de Bruijn
1962 : De Kleine Heks (Die kleine Hexe)
Vertaald door S.H.M. Horrevorts-Hueber
1969 : Het Spookje (Das kleine Gespenst)
Vertaald door Lidi Luursema
1971 : De avonturen van Sterke Wanja (Die abenteuer des Starken Wanja)
Vertaald door W.I.C. Royer-Bicker
Bekroond met de zilveren Griffel
1972 : Meester van de Zwarte Molen (Krabat)
Vertaald door W.I.C. Royer-Bicker
Stuk voor stuk werken die hun weg reeds gemaakt hadden voor ze in ons taalgebied werden geïntroduceerd. Waar ze eveneens onmiddellijk weerklank vonden. Èèn en ander zet me ertoe aan me bij deze voorstelling te beperken tot deze vijf werken. De grote resultante is ontegensprekelijk de sprookjesachtige sfeer die Preussler als niet één weet te integreren in z’n verhalen, de sprookjesfiguren die hij ten tonele voert en laat handelen volgens het bekende patroon, dat in “Meester v.d. Zwarte Molen” tot een piek is uitgegroeid.







De Titel: Sterke Wanja. Deze titel heeft te maken met de hoofdpersoon uit dit boek: Wanja die ook wel Sterke Wanja genoemd wordt.

De Tijd: Dit verhaal speelt zich af in de tijd van de Tsaren ik weet niet precies welk jaartal maar de tijd is wel erg belangrijk voor het verhaal omdat als er geen Russische Tsaren waren dan zou Wanja ook geen Tsaar kunnen worden.

De Plaats: Het verhaal speelt zich af in Rusland waar een Tsaar het land regeert.

De Hoofdpersonen: De belangrijkste hoofdpersoon is Wanja die ook wel Luie Wanja wordt genoemd omdat hij nooit hielp met de oogst enz. in het verhaal moet Wanja van z’n tante berketakken moet halen onderweg valt hij in slaap en als hij wakker wordt zit er een blinde man naast hem die hem zegt dat hij tsaar kan worden en Wanja geloof hem natuurlijk niet maar de man zegt dat hij eerst alleen hoeft 7 jaar op de kachel moet luieren en 7 jaar lang zonnepitten moet eten en als hij 7 jaar op de kachel gelegen heeft dan is hij zo sterk dat hij het dak kan optillen en dan komt hij v.d. kachel af en gaat hij op zoek naar het land achter de Witte Bergen. Onderweg beleeft hij allemaal avontuurtjes en wordt zo heel behulpzaam.

De Bij personen: Grischa is één van de broer van Wanja en is een hardwerkende jongen maar hij vind het niet leuk dat Wanja 7 jaar op de kachel moet liggen en samen met Sascha, de andere broer van Wanja, probeert hij Wanja op zoveel mogelijk manieren van de kachel te krijgen ze wouden zelfs een keer het huis in brand steken alleen om hem van de kachel af te krijgen maar dat kwam door Arkaschka die Grischa en Sascha opstookte om Wanja v.d Kachel te krijgen.

Tante Akulina is de tante van Wanja en ze laat niemand aan Wanja komen want ze denkt dat er ooit nog iets bijzonders met Wanja zal gebeuren dus daarom kon Wanja 7 jaar op de kachel blijven liggen. Haar hoofdgedachte over Wanja is: zo heeft god hem geschapen en daarmee uit.

Wassili Grigorewitsch is de vader van Wanja hij laat Wanja altijd met rust omdat dat moet van tante Akulina hij is een vredelievende boer met een hart van goud.


Korte Inhoud: Als ‘luie’ Wanja op een dag van Tante Akulina naar het bos moet om berketakken te halen voor een nieuwe bezem valt hij onderweg in slaap als hij wakker word staat er een oude blinde man bij hem die hem zegt dat hij tsaar zal kunnen worden. Wanja lacht hem natuurlijk uit: “Tsaar? Ik?” maar de man zegt: “het enige wat je hoeft te doen is 7 jaar luieren op een kachel en 7 jaar zonnepitten eten. Wanja neemt de man toch maar serieus en gaat 7 jaar op de kachel liggen zonnepitten eten, tot ergernis van beide broers die er alles aan doen om hem van de kachel te jagen. Toen tante Akulina is een keer niet thuis was hadden ze besloten om het huis in brand te zetten en hoopten dat Wanja dan toch van de kachel zou komen. Maar net als ze op het punt staan om het huis in brand te steken, dit is in het 6e jaar dat Wanja op de kachel ligt, dan komt de blinde man naar hun huis om te vragen of ze nog 1 jaar willen wachten. De broers besluiten om nog 1 jaar te wachten en ze zouden nauwkeurig de dagen gaan tellen. Grischa sloeg elk dag 1 keer met de bijl in de deurpost. Toen het jaar om was liepen ze met fakkels naar de kachel ze waren van plan om het huis te verbranden maar tot hun stomme verbazing was de plek op de kachel leeg. Ze keken bij de put en daar stond Wanja ze liepen op hem af en ze wouden wel eens zien hoe sterk Wanja nou wel niet was Wanja pakte hen vast en gooide ze op het dak.
Toen was het moment van afscheid en Wanja ging op weg naar het land achter de Witte Bergen. Het zilveren kopeke stuk zou hem de weg wijzen bij elke kruising was het kruis dan ging hij rechts was het munt dan ging hij links.
Onderweg kwam hij een paar mannen tegen die een boot trokken. Wanja besloot hen te helpen en zei: “he jullie ga maar op de boot en rust maar wat uit”. Hij trok de boot een heel eind tot hij bij een kruising kwam en daar nam hij afscheid van de mannen. Daarna kwam hij in een streek waar iedereen droevig en ongelukkig waren. Hij was van plan om te gaan onderzoeken wat er aan de hand was. Toen hij ‘s nachts sliep werd hij wakker door een hard stormachtig geluid het was geen onweer. Hij besloot weer verder te gaan slapen. De volgende morgen zag hij dat veel boerderijen waren ingestort. Hij vroeg waardoor dat kwam. Toen zeiden de mensen hem: “dat is het werk van Och het boze groene monster dat slapend hangt in een oeroude pijnboom in het bos.”
Wanja besluit de mensen te helpen en zegt: “is er een manier om Och onschadelijk te maken? De mensen knikken: “ er is wel een manier: als Och in zijn boom hangt te slapen moet iemand zo hard aan de boom schudden dat hij eruit valt, maar er is een probleem als Och je eenmaal ziet aankomen begint hij keihard te blazen. Veel van onze mannen hebben het al geprobeerd maar zonder succes zij liggen nou allemaal op het kerkhof.” Wanja helpt mee met het puin op te ruimen. Opeens zegt iemand: “waar is Arkaschka?” hij ligt misschien nog onder het puin” zegt een vriend van Arkaschka “ik had met hem gewed voor een kopeke dat hij bang was voor Och, maar hij beweerde dat hij niet bang was voor het monster, dus ging hij toen Och kwam overvliegen naar binnen.”

Wanja hoort opeens een zacht gekuch en hij denkt” misschien is dat Arkaschka wel, dus hij ruimt het puin van het kelderluik weg en doet het kelderluik open, en daar zit Arkaschka. Een dag later, als alles opgeruimd is, zegt een man: “ als je er zo zeker van bent dat je Och onschadelijk maakt neem dan zijn ijzerhouten speer daarop breken alle zwaarden van tegenstanders. Dan besluit Wanja om Och onschadelijk te maken hij loopt naar de pijnboom, waar Och hem al had zien aankomen, en probeert er aan te schudden. Maar Och blaast hem weer weg maar hij vermant zich en loopt zo hard als hij kan naar de boom en schud er aan tot Och eruit valt. Dan heeft hij Och in z’n macht en zegt:” geef die mensen hun boerderij weer terug en geef mij de ijzerhouten speer.” Och word woedend en zegt:” die ijzerhouten speer zit boven in de boom dus pak hem maar als je kan.” Dus Wanja klimt in de boom en pakt de ijzerhouten speer en Och zegt dat is onmogelijk niemand kan in de boom klimmen behalve ik. Van woed knapt Och uit elkaar. Arkaschka heeft gezien wat Wanja heeft gedaan en roept je was geweldig Wanja! Wanja zegt:” ik moet weer verder neem het overblijfsel van Och maar mee naar het dorp en doe je moeder de groeten.”“ O.K.” zegt Arkaschka “ ajuus Wanja.” Wanja loopt verder tot hij op een ogenblik een man in problemen zag. De man werd aangevallen door 5 woeste kerels. Wanja schoot de man te hulp en de rovers gingen er vandoor. De man was hem erg dankbaar en besloot om met Wanja mee te gaan. Wanja vond het wel fijn dat hij ook eens reisgezelschap had. Even later kwamen ze bij een kruising. Daar moest Wanja natuurlijk weer met de munt gooien. Toen moesten ze afscheid nemen en even later was Wanja aangekomen bij een dorpje waar een oude vrouw aan het ploegen was en haar man liep voor de ploeg. Wanja zei:” wat doen jullie toch oudjes, dat is niks meer voor jullie op die leeftijd.” De man vertelde wat er aan de hand was: dat er een heks in het moeras woonde die alle paarden uit het dorp had geroofd en zelf reed ze op een kachel met poten. Vele mannen hadden het al geprobeerd om de heks onschadelijk te maken maar het was niet gelukt. Als de heks Baba-Jaga hen in de gaten had gooide ze een ijzeren klem om hun nek en zo trok ze hun 1 voor 1 het moeras in. Als je haar wou overwinnen moest je haar en haar kachel op het droge trekken. Wanja besloot om de volgende dag de strijd met Baba-Jaga aan te gaan. Toen hij de volgende dag naar het moeras liep riep hij:” Baba-Jaga ik kom om met je te vechten.” Even later kwam Baba-Jaga het moeras uit en wierp Wanja een klem om z’n nek. Maar Wanja trok haar op het droge en had haar in haar macht.
Toen vroeg ze:”o.k. je hebt gewonnen wat wil je?” Wanja zei:”voor de dorpelingen hun paarden terug en voor mij ik wil het ros Waron. Even later had hij het ros Waron en liep het moeras uit. Even later kwam hij bij een veer aan. En op de veerpont werkte een oude man. Hij vroeg of Wanja naar de overkant moest en hij zette Wanja over. Toen zei Wanja:”hebt u geen zoons die uw werk over kunnen nemen?” “Nee” zei de oude man “ik heb wel zoons gehad maar die hebben geprobeerd om het harnas van Iwan Wassiljewitsch te krijgen maar ze zijn gevangen genomen door Foma Drakezoon, het stenen monster dat het harnas beschermt.” Wanja zei:”morgen zal ik proberen om Foma Drakezoon onschadelijk te maken. De volgende dag ging hij naar de Witte Bergen en riep daar Foma Drakezoon aan. Foma kwam naar buiten gestormd en wou Wanja verpletteren met een hamer van 10 ton maar Wanja hield z’n ijzerhouten speer naar boven en de hamer brak in 1000 stukken. Toen pakte hij een hamer van 20 ton maar die brak ook in 1000 stukken op de speer. Toen pakte hij de hamer van 100 ton maar die brak ook op de ijzerhouten speer. Toen kreeg hij het harnas en bevrijdde de mannen. Toen kwam hij Mischa met de houten poot tegen en toen gingen ze samen naar het land achter de witte bergen.
Daar werd hij tsaar en trouwde met Wassilissa.

Thema: Het thema is: men moet de krachten van de mens niet onderschatten.

Genre: Het Genre is: Een modern Sprookje

Eigen mening: Ik vond het een erg mooi boek omdat er veel verschillende avontuurtjes in zaten.

Bronvermelding: Als bronnen heb ik het Internet en een documentatiemap over Otfried Preussler gebruikt.


Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen