U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag : Anoniem, - Beatrijs.
Deze versie komt van http://www.collegenet.nl/studiemateriaal/verslagen.php?verslag_id=4195 en is laatst upgedate op Onbekend.
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 1743 woorden.

Titelverklaring:
Het boek gaat over een non die Beatrijs heet. Het verhaal beschrijft veertien jaar van haar leven. Vandaar de titel Beatrijs.

Motto/ Opdracht:
Er is geen motto en geen opdracht.

Opbouw:
Het verhaal is chronologisch verteld. Het begint met een opmerking van de verteller dat het dichten hem eigenlijk niet veel oplevert maar dat hij toch iets moet doen. Het verhaal van Beatrijs was heel bijzonder en hij vertelt het om Maria te eren.

Vertelsituatie:
Het verhaal wordt verteld vanuit een auctoriale verteller. Deze persoon weet het hele verhaal en levert er af en toe commentaar op. Hij verteld het helemaal op zijn eigen manier. Sommige stukken beschrijft hij heel uitgebreid maar aan andere stukken wijdt hij maar een klein stukje.

Tijd:
Het verhaal beslaat iets meer dan veertien jaar. Ongeveer een week vanaf het moment dat ze haar geliefde een brief schrijft tot het moment dat ze het klooster verlaat. Dan zeven jaar met haar geliefde. Dan keert het geluk, haar geliefde verlaat haar. Dan zeven jaar als ze in zonden leeft. Na zeven jaar kan ze het niet meer aan gaat ze bedelen en door het land zwerven. Dan komt ze bij het klooster en duurt het drie of vier dagen voor ze weer terug is in het klooster. Vrij kort daarna komt de abt op bezoek en biecht ze bij hem. De abt vindt het een geweldig verhaal. Hij zal het aan iedereen vertellen maar hij zal de naam van de non niet noemen. Dan eindigt het levensverhaal van Beatrijs. Het boek eindigt met een stukje over wat er van haar kinderen geworden is.

Ruimte:
Het verhaal speelt voor een klein gedeelte in het klooster. Waar zij met haar geliefde woonde is niet bekend. Dan wordt ze prostituée in een veld. Ze gaat zwerven door het land en komt bij een weduwe in huis (heel even) voordat ze terug gaat naar het klooster.
Van alle plekken is niet bekend waar ze liggen. Ook is niet bekend welk land Beatrijs doortrekt.

Personages:
* Beatrijs: Een zeer vrome en vriendelijke non. Waarschijnlijk van adellijke afkomst. Ze is kosteres in een klooster en ze doet haar wek met veel toewijding. Dan besluit ze het klooster te verlaten om met haar jeugdliefde te gaan leven. Ze blijft tot Maria bidden en deze neemt dan ook haar plaats in in het klooster. Haar grote liefde vind haar erg mooi maar dat is natuurlijk heel subjectief. Ze blijft wel het hele verhaal heel vriendelijk en sympatiek. Ze heeft nooit een beroep geleerd. Ze wordt alleen prostituée omdat ze haar kinderen wil kunnen voeden.
* Haar jeugdliefde: Wordt niet bij naam genoemd in het boek. Hij is waarschijnlijk ook van hoge afkomst. Hij is erg romantisch en belooft haar eeuwige trouw maar als het dan moeilijk wordt en ze heel erg arm zijn verlaat hij haar. Hij heeft geen beroep geleerd. Nadat Beatrijs en hij uit elkaar gegaan zijn komt hij helemaal niet meer in het boek voor.

Motieven:
Trouw, aan Maria, wat Beatrijs haar hele leven heeft. En trouw van de geliefde van Beatrijs aan haar. Die trouw werd beloofd voor een leven maar die belofte werd gebroken.
Maria en God, zij zijn onvoorwaardelijk goed. Daarom wordt misschien aan het gedeelte dat Beatrijs met haar geliefde samenwoont zo kort besproken. In die tijd denk Beatrijs waarschijnlijk niet of nauwelijks aan Maria en God. Het verhaal is tenslotte geschreven in de tijd dat geloof en God heel belangrijk waren.

Thema’s:
Vertrouwen, Spijt & Vergevingsgezindheid.
Maria heeft een enorm grot vertrouwen in Beatrijs. Ze neemt haar plaats in het klooster in en vertrouwd er dus min of meer op dat ze terug komt. Maria weet ook dat Beatrijs spijt krijgt van haar zondige leven. Het zondige leven met een man, daar heeft ze zelf voor gekozen maar het leven als prostituée heeft ze gekozen voor haar kinderen.

Hoe zondig Beatrijs ook geleefd heeft, Maria zal altijd een goed woordje voor haar doen bij God (zelf kan ze mensen namelijk niet vergeven). Als ze bij de weduwe is en de boodschap krijgt dat ze terug moet keren naar het klooster weet ze dat haar gebeden zijn verhoord. Wanneer ze terug is in het klooster en gebiecht heeft zijn alle duivelse invloeden verdwenen. God heeft haar helemaal vergeven.

Samenvatting:
Het verhaal begint met een mededeling van de verteller. Het dichten levert hem niet veel geld op maar dit verhaal verteld hij toch om de maagd Maria te eren. De verteller heeft het verhaal van een monnik uit de Wilhelmietenorde.
Er is een non, Ze heet Beatrijs en is kosteres in een klooster Beatrijs is heel ijverig en doet haar werk erg goed. De andere nonnen zijn heel gelukkig met haar. Maar zelf is ze niet zo gelukkig, ze is al sinds haar twaalfde jaar verliefd op een man en hij op haar. Nu wordt haar liefde haar teveel en ze besluit haar habijt ter zijde te leggen. Ze schrijft haar geliefde (of ‘de jongeling’ zoals ze hem in het boek noemen) een brief of hij wil komen. Hij kom meteen en ze spreken af dat ze elkaar over een week in de boomgaard zouden zien. Hij gaat naar de stad en koopt allemaal mooi kleren en accessoires voor haar. De avond van haar vertrek luidt zij voor het laatst de klok voor het gebed. Als alle andere nonnen naar bed gaan kleed Beatrijs zich helemaal uit en legt ze haar kleren op het Maria-altaar. De sleutels van de sacristie hing ze bij het beeld zodat die gauw gevonden zouden worden en de rest zou opmerken dat ze weg is. Daarna gaat ze in haar ondergoed naar de boomgaard waar haar geliefde al zit te wachten. Hij geeft haar de kleding en accessoires en zegt dat hij genoeg geld heeft om zeven jaar onbezorgd van te leven. Ze gaan weg op zijn paard.
De volgende dag rijden ze door een bos en de jongeling zegt dat hij de liefde met haar wil bedrijven. Beatrijs is heel kwaad. Ze zegt dat ze niet een van die vrouwen is die het in het bos doen met mannen om geld te krijgen. Ze wil alleen in een goed opgemaakt bed. Hij biedt zijn excuses aan en zij vergeeft hem. Ze rijden naar de stad en wonen daar gelukkig voor zeven jaar. Ze krijgen twee kinderen. Na zeven jaar is het geld op en moet al hun bezit verkocht worden. Ze jongeling verbreekt zijn belofte en verlaat haar. Hij keert terug naar zijn eigen land (waar dat is is niet bekend). Hij komt verder niet meer in het boek voor. Ze heeft geen geld om voor haar kinderen te zorgen en ze is dus gedwongen om prostituée te worden. Dan moet ze wel in het bos de liefde bedrijven met mannen voor geld. Iets wat ze eerst absoluut niet wilde. Zij was anders. In die tijd bidt ze elke avond tot Maria. Na zeven jaar kan ze het niet meer opbrengen en ze pleegt nog liever zelfmoord dan nog langer prostituée te zijn.
Ze neemt haar kinderen mee en ze gaan het land door om te bedelen. Op een dag komen ze per ongeluk bij het klooster aan. Vlakbij het klooster staat het huis van een weduwe, daar krijgen ze voor een paar nachten onderdak en daar mogen ze eten. Voorzichtig vraagt Beatrijs hoe het met het klooster gaat. Volgens de weduwe is alles prime, vooral met de kosteres. Beatrijs vraagt hoe de ouders van de kosteres heetten. Het zijn haar eigen ouders. Niemand heeft gemerkt dat ze veertien jaar weg is geweest. Die avond wordt ze tijdens het bidden heel erg moe en krijgt ze in haar slaap een visioen van iemand die zegt dat ze terug moet gaan naar het klooster. Omdat ze het niet gelooft vraagt ze diegene om in totaal drie keer te verschijnen. Als dat zou gebeuren zou ze terug gaan naar het klooster. (Het getal drie staat in het algemeen voor God, het getal twee voor de duivel. Als de boodschapper dus drie keer zou verschijnen zou ze het geloven en probeerde niemand een grap met haar uit te halen.) De boodschapper verschijnt twee keer in haar slaap en één keer als ze wakker is. Dan gelooft ze het en op een avond als iedereen slaapt gaat ze terug naar de boomgaard. Haar kinderen laat ze, met pijn in haar hart achter bij de weduwe. Op dezelfde plek waar ze het klooster heeft verlaten gaat ze ook weer naar binnen. Alle deuren zijn open. Ze vind haar kleding en sleutels op precies dezelfde plaats, of ze nooit is weggeweest. Ze gaat meteen weer aan het werk. De weduwe weet niet zo goed wat ze met de kinderen aan moet en ze gaat naar het klooster. De abdis zorgt dat de kinderen eten en kleding krijgen. De kinderen moeten wel bij de weduwe blijven wonen. Een tijdje later bezoekt de abt het klooster. Eigenlijk moet Beatrijs gaan biechten maar ze durft niet. Als ze daar over nadenkt ziet ze een man lopen met een kindje op zijn arm. Het kindje is dood maar de man probeert het kind nog steeds te amuseren door een appel op te gooien. Als Beatrijs vraagt waarom hij dat doet. De man antwoord dat dit hetzelfde is als Beatrijs’ situatie. Het kindje ziet de appel niet. Omdat Beatrijs toch nog duivelse invloeden in zich heeft hoort God haar gebeden ook niet. Ze moet van de man om zich te zuiveren gaan biechten bij de abt. Dit doet ze en die is niet kwaad alleen zeer verbaasd over het feit dat Maria haar plaats heeft ingenomen. Hij zorgt dat alle duivelse invloeden uit Beatrijs verdwijnen. God heeft haar nu alles vergeven. De abt vind het zo’n bijzonder verhaal dat hij besluit het aan iedereen te vertellen maar hij zal haar naam niet noemen.
De abt gaat verder naar andere kloosters en neemt Beatrijs’ kinderen mee. Hij laat ze bij de Wilhelmietenorde aansluiten en ze worden twee vrome mannen. De weten dat hun moeder Beatrijs heette.
Het boek eindigt met een klein eerwoord aan Maria en God.
Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen