U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag : Anoniem, - Beatrijs.
Deze versie komt van http://www.collegenet.nl/studiemateriaal/verslagen.php?verslag_id=6795 en is laatst upgedate op Onbekend.
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 2420 woorden.

?, Beatrijs








Jaar van eerste publicatie: ±1374





Inhoud:


Een dichter heeft een verhaal gehoord over een kosteres in een klooster en vertelt dat

verhaal.


Een non, Beatrijs genaamd, woont en werkt in een klooster en leidt daar een zeer deugdzaam

bestaan. Zij heeft alleen een probleem waar ze dagelijks om bidt, dat is dat ze verliefd

is en als de duivel dit aanwakkert kan zij dit niet weerstaan. Ze is al verliefd sinds

haar twaalfde jaar en deze liefde is wederzijds. Als ze de man waar ze verliefd op is weer

spreekt, besluiten ze samen weg te gaan. De man koopt kleren voor haar en samen gaan ze

weg. Ze voelt zich erg schuldig, want ze heeft nu geen doel voor ogen, het leven op de

wereld heeft weinig zin. Maar de man wijst elke aarzeling af; hij zal haar liefhebben tot

in de dood.


Hij heeft geld om minstens zeven jaar zonder problemen te kunnen leven. Ze krijgen twee

kinderen. Maar na zeven jaar is het geld op en moeten ze hun inboedel verkopen. Dan laat

hij alles in de steek, Beatrijs met de kinderen aan hun lot overlatend. Om toch aan geld

te komen voor de opvoeding van de kinderen gaat zij in de prostitutie. Na veertien jaar

zondig te hebben geleefd komt zij weer in de buurt van haar oude klooster. Beatrijs en de

kinderen krijgen onderdak bij een weduwe. Ze stelt vragen over het klooster en ze vraagt

hoe het met de kosteres is die veertien jaar geleden is gevlucht. De weduwe zegt dat er

geen betere kosteres is die zo stipt op tijd haar werk doet. De volgende drie nachten

hoort zij een stem in haar dromen die zegt dat ze teug moet gaan naar het klooster. Alles

ligt daar voor haar klaar en ze kan zo weer intreden. Eerst denkt ze dat de duivel haar

wilt misleiden, maar naar drie nachten geloofd ze dat het een ware boodschap is van Maria,

waar ze op kan vertrouwen. In het klooster teruggekomen vindt ze alles terug zoals ze het

veertien jaar geleden heeft achtergelaten. Geen van de kloosterlingen heeft haar gemist,

want Maria heeft zolang haar taak overgenomen. Ze leeft nu dus weer als een non. Haar

kinderen zijn in huis genomen bij de weduwe, die genoeg geld voor de opvoeding krijgt.


Ze leeft nog in groot berouw. Dan besluit ze alles op te biechten bij de abt, die haar

zonden vergeeft. Hij zal de twee kinderen verzorgen, wat later twee vromen kinderen zullen

worden.








Personen:


Beatrijs is de hoofdpersoon in dit boek. Ze is een eerlijke en betrouwbare non die altijd

voor iedereen klaar staat, totdat ze zich toegeeft aan haar liefde en de wijde wereld in

trekt. Ze blijft Maria echter trouw, en bidt iedere dag. Over het leven dat ze dan leidt

wordt niet veel vermeld, wat wel duidelijk is, is dat ze alles over heeft voor de

opvoeding van haar kinderen. Om toch aan geld te komen wordt ze prostituee. Ze kan niet

met de zonden blijven leven en gaat dan terug naar het klooster, biecht uiteindelijk alles

op en wordt weer non. Ze laat alleen nu wel haar kinderen in de steek.





Tijd:


a) Het verhaal speelt zich af in de Middeleeuwen.


b) Het verhaal verloopt chronologisch. Er vinden wel flinke tijdsverdichtingen plaats,

onder andere haar leven in 'de wijde wereld', dat wordt in een paar zinnen samengevat.





Ruimte:


Wat denk ik wel een belangenruimte is, is het leven in het klooster, waar toch haar zin

van het leven lag. Voor de rest niet geloof ik.





Perspectief:


Het verhaal wordt van buitenaf verteld, door een dichter die het verhaal van een broeder

had gehoord. Hij wilde het verhaal ter ere aan Maria vertellen.





Thema:


De macht van Maria, en als je zondig leeft, maar Maria blijft eren, kan het toch weer goed

komen.


Beatrijs leide eerst een goed leven, maar had daarna een leven vol zonden. Maria heeft het

haar vergeven en door haar macht is het toch weer goed gekomen.





Motieven:


liefde, waarvoor zij haar leven in het klooster opgaf.





Titelverklaring:


Spreekt voor zich.





Structuur:


Het verhaal is als een groot gedicht opgeschreven. Het zijn korte zinnen onder elkaar,

zonder hoofdstukken, maar echt een lange rits, met af en toe een alinea.





Stijl:


Het is opgeschreven als een groot gedicht met korte zinnen. Voor nu is het dus wel

ingewikkeld lezen:





Van dichte comt mi cleine bate.


Die liede raden mi dat ick late


Ende minen sin niet en vertare.





Genre:


Hoofdgenre: Poëzie


Subgenre: (Maria)legende





Stroming:


Middeleeuwen





Auteur:


Niets over bekend.





Waardeoordeel:


Eigenlijk vond ik het helemaal niet zo'n slecht verhaal. Tja, het is nou niet mijn

lievelingsboek, maar ik vond het leuk een boek van die tijd te lezen en voor die tijd vond

ik het leuk om gelezen te hebben. Ik moet eerlijk zeggen dat ik eerst helemaal geen zin

had om zo'n verhaal te lezen, maar eigenlijk is het best heel goed te doen.





Caroline Banus, 5v





Boekverslag, p53, Caroline Banus, 5v








_Auteur: Gerard Reve


_Titel: De Avonden


_Ondertitel: Een winterverhaal


_1e druk: 1947





_Inhoud:


Dit verhaal speelt zich af in de laatste tien dagen van het jaar 1946. De hoofdpersoon is

de 23- jarige Frits van Egters. Frits werkt op kantoor en hij woont nog thuis bij zijn

ouders. Hij heeft ook een oudere broer, Joop, maar die is al het huis uit. Het verhaal

begint als Frits van Egters wakker wordt met een angstdroom, over de dood, wat niet de

eerste keer is. Frits wordt geplaagd door angstdromen met de dood als hoofdthema.


Dan staat hij maar op, bekijkt zichzelf en zijn haar in de spiegel en begint aan een lange

vervelende dag. De hele dag hangt Frits zo'n beetje rond, kijkt op de klok, goh, weer een

uur verstreken...


Iedere dag bestaat eigenlijk uit dezelfde gebeurtenissen, hij hangt wat rond, thuis en bij

vrienden. Op een doordeweekse dag gaat hij naar zijn werk op kantoor. Als hij naar zijn

vrienden gaat komen meestal de meest lugubere onderwerpen ter sprake, want daar is Frits

dol op. Hoe viezer en enger etc. hoe beter. Ook is Frits er dol op anderen de stuipen op

het lijf te jagen met het feit dat ze beginnen te kalen. Daar kan hij eindeloos over

doorgaan. Smeren ze soms het verkeerde middel in hun haar, wassen ze het te vaak?


Zodra ze gaan eten is de periode vol ergernis aangebroken. Frits zijn vader heeft nooit

echt manieren geleerd, wat tijdens het eten duidelijk te merken is. Frits voorspelt dan

wat hij gaat doen of gaat ter afleiding rare woorden uitkramen, hij gedraagt zich dan heel

kinderachtig, alsof hij een klein kind van vijf jaar is.


Na het eten gaat zijn vader weer bij de haard liggen/ zitten, Frits en zijn moeder doen de

afwas, alles volgens dagelijks ritueel. Het gebeurt weleens dat Frits dan kolen moet

halen, wat hij vreselijk vindt, want hij is bang in het donker, zegt hij.


Vaak gaat Frits na het eten nog even buiten een wandelingetje maken, of hij gaat naar

vrienden, of naar de bioscoop. Bij zijn vrienden worden dan dezelfde lugubere verhalen en

opmerkingen over kaalheid herhaald. Eigenlijk wordt er nooit een zinnig woord gesproken en

of ze nou echte vrienden zijn... Ze vervelen zich ook allemaal wel een beetje. Ze hebben

geen van allen een echt doel voor ogen.


Als hij naar een café gaat met zijn vrienden, wordt er behoorlijk gedronken! Een keer

kwam hij zo bezopen thuis dat zijn ouders hem naar bed moesten brengen. De meest besproken

onderwerpen tijdens het uitgaan zijn dan weer zoals gewoonlijk de vieze verhalen. Als

Frits uitgaat, of naar vrienden gaat, dan doet hij altijd in gedachten voorspellingen hoe

de avond verder zal verlopen. Of de avond een succes wordt of niet, of dan moet hij van

zichzelf iets zeggen, anders is er geen hoop meer voor de verdere avond.


Als Frits dan na zo'n dag weer thuis is en naar bed gaat bekijkt hij in de spiegel hoe het

met zijn verval is. Hij kijkt hoe het met zijn huid zit, of dat hij al haaruitval heeft

etc.


Ligt hij eenmaal in bed, dan beginnen de angstdromen weer.


Als Frits met zijn ouders in de kamer zit gaat iedereen zijn eigen gang. Zijn vader zit

een pijp te roken, zijn moeder is aan het lezen of iets dergelijks en Frits hangt rond. Er

is altijd ruzie over de radio. Frits wilt hem harder hebben, zijn vader zachter en zo gaat

dat maar door. Frits zijn ouders maken vaak ruzie, echt een stabiele, liefdevolle relatie

hebben ze niet. Frits kan daar absoluut niet tegen. Als zijn ouders ruzie hebben probeert

hij ze af te leiden, of gaat hij weg, of naar zijn kamer. Soms gaat zijn vader ook gewoon

weg, of zijn moeder is opeens naar de stad. Zelfs op eerste kerstdag gaan ze allemaal hun

eigen gang.


Frits ziet heel erg op tegen Oud en Nieuw. Hij is bang om het oude jaar af te sluiten. Er

ligt hem iets op het hart, wat hij tegen zijn vader wil zeggen maar hij durft het steeds

niet. Als dan eindelijk het moment is aangebroken dat hij het wil gaan zeggen doet hij het

uiteindelijk toch niet. De oudejaarsavond verloopt verder somber. Zijn vrienden zijn er

allemaal niet en hij brengt de avond grotendeels met zijn ouders door. Echt gezellig wil

het niet worden. Zij moeder doet wel haar best, maar heeft bijvoorbeeld de verkeerde wijn

gekocht. Aan het eind van de oudejaarsavond komt Frits tot de conclusie dat hij dit jaar

heeft overleefd en dat hij überhaupt nog leeft.








_Personen


De hoofdpersoon is Frits van Egters. Hij is overdag werkzaam op een kantoor en de rest van

de dag hangt hij wat rond. Hij heeft geen doel voor ogen en verveelt zich eigenlijk rot.

Er is niemand die hem stimuleert iets nuttigs te gaan doen of iets te ondernemen. Hij

heeft wel op het Gymnasium gezeten, maar dat heeft hij nooit afgemaakt. Hij dacht altijd

dat zijn broer toch beter was. Alles mislukt eigenlijk bij hem. Hij is ook altijd wel een

buitenbeentje geweest.


Thuis gedraagt Frits zich vrij kinderachtig en puberaal. Af en toe kraamt hij de raarste

woorden uit. Dat is meestal om zijn ouders af te leiden van iets of juist om aandacht te

trekken. Bijvoorbeeld als zijn ouders ruzie maken, daar kan hij absoluut niet tegen. Hij

probeert zich ook af te zetten tegen zijn ouders, door onder andere niet te doen wat ze

zeggen.


Frits is doodsbang voor het verval. Hij is bang om ouder te worden. Een vaak herhaald

ritueel van hem is dan ook zichzelf van top tot teen te bekijken in de spiegel. Zijn

haargroei is extra van belang, dat wordt dan ook altijd grondig gecontroleerd. Dat hij

bang is voor de dood is ook terug te vinden in de angstdromen die hij heeft.


Frits is ook nogal zwaarmoedig, hij kan zijn gevoelens niet goed uiten, waardoor hij rare

dingen gaat doen of zeggen.


Frits gedraagt zich vaak pesterig, zijn vrienden lokt hij altijd uit door over het

kalingsproces te beginnen of door vieze verhalen te vertellen.





Moeder van Frits: Frits' moeder is zo'n beetje de persoon in huis die alles regelt, die

het voor het zeggen heeft. Ze zorgt dat alles op tijd klaar is en runt het huishouden. Ze

probeert alles nog een beetje gezellig te houden thuis. Verder speelt ze geen grote rol in

het verhaal.





Vader van Frits: Frits' vader gaat totaal zijn eigen gang. Hij zit zo'n beetje de hele dag

in huis. Hij doet niet veel. Hij heeft geen goede relatie met Frits. Ze spreken eigenlijk

nauwelijks met elkaar, behalve als een van hen zich ergert. Dit komt nogal eens voor,

aangezien Frits' vader niet echt eet zoals het hoort, en eigenlijk geen manieren heeft.





_Tijd:


-Het verhaal speelt zich af vlak na de tweede wereldoorlog.


-Het verhaal heeft verder een chronologisch verloop, het boek gaat over de laatst tien

dagen van het jaar 1946. Iedere dag wordt beschreven in een apart hoofdstuk.





_Ruimte:


Het huis is de ruimte waar zich het grootste gedeelte van het verhaal afspeelt. In dit

huis en op zijn kamer hangt een sfeer van troosteloosheid. Hij zit noodgedwongen

opgesloten in zijn eigen huis. Hij kan nergens anders heen.





_Perspectieven:


Het is een personaal verhaal.





_Thema:


Zoeken naar de zin van het bestaan en de onmacht om uit de dagelijkse sleur te komen.


Frits weet eigenlijk helemaal niet wat hij met zijn leven aan moet, hij weet niet hoe hij

dat moet veranderen. Hij is bang om ouder te worden, om in verval te raken. Zijn leven

stelt verder niet zo veel voor. Hij verveelt zich en iedere dag heeft weer diezelfde

sleur. Hij heeft een doelloos bestaan.





_Motieven:


Verval, doodsobsessie, angst, kaalheid, angstdromen: Frits is doodsbang om ouder te worden

en voor de dood. Hier heeft hij dan ook continu angstdromen over. Het proces van ouder

worden fascineert hem wel. Hij houdt zich ontzettend bezig met kaalheid en lugubere

doodsoorzaken.


Andere motieven zijn verveling en irritatie: Frits ergert zich mateloos aan zijn ouders,

met name aan zijn vader. Deze irritatie verklaart weer een groot deel van zijn verdere

gedrag.





_Titelverklaring:


Dit verhaal speelt zich grotendeels af in de laatste tien avonden van het jaar 1946.


De ondertitel, een winterverhaal, brengt je op het verkeerde idee. Je denkt als het ware

aan een gezellig verhaal, dat je lekker bij de kachel kan gaan zitten lezen. Maar dit

verhaal ademt toch een andere sfeer.





_Structuur:


Het verhaal is opgebouwd uit tien hoofdstukken, ieder hoofdstuk beschrijft een dag. Verder

heb ik niets bijzonders in de structuur ontdekt.





_Stijl:


De schrijver schrijft ontzettend leuk! (Vind ik.) Hij schrijft op een humoristische

manier. Op zich is het een heel saai verhaal, maar door zijn smakelijke manier van

vertellen en goede beschrijvingen komt er een leuk tintje aan te zitten.





Citaat blz. 94: Frits ging de hal binnen, waar het vol was van wachtenden. Hij haalde zijn

biljetten te voorschijn en keek om zich heen, toen hij op de schouder werd geklopt.

'Onbegrijpelijk zijn wegen,' dacht hij, 'het is Maurits'. 'Ik kom je op de minst gelegen

ogenblikken tegen,' zei hij. 'Ik moet een plaats hebben,' zei Maurits, 'weet jij er nog

ergens een te krijgen?' 'Ik heb er één,' zei Frits, 'ik had liever iets anders naast me,

maar het kon erger.


(Deze citaat heb ik gekozen omdat ik er wel om moest lachen, toen ik hem las. Het laat

zijn cynische manier van praten...)





_Genre:


Psychologische roman





_Stroming:


Existentialisme





_Auteur:


Gerard Kornelis van het Reve, geboren op 14 december 1923, groeit op in Amsterdam.


De vader van Gerard van het Reve is zelf journalist bij een communistisch blad geweest.

Tijdens


zijn opleiding is Gerard betrokken bij het drukken van het illegale Parool. Later gaat hij

daar ook werkelijk werken als rechtbankverslaggever.


Gerard bezoekt wekelijks een psychiater, die hem er toe aanmoedigde om te gaan schrijven.


Daar komt onder andere het boek de Avonden uit voort. Het boek de Avonden wordt goed

ontvangen, maar de meeste van zijn latere boeken weer niet. Het is heel wisselend. Andere

bekende boeken geschreven door van het Reve zijn o.a. 'De ondergang van de familie

Boslowits', 'Op weg naar het einde', 'Taal der liefde', 'Oud en eenzaam' en nog vele

andere.





_Waardeoordeel:


Ik vond het werkelijk waar een ontzettend goed boek en ik heb het met heel veel plezier

gelezen! Ik vind dat het op een leuke, humoristische manier geschreven is. Er zitten ook

goede omschrijvingen in en je krijgt gewoon een heel goed beeld van hoe hij leefde. Ik

vond het eigenlijk verre weg van saai, doordat ik het wel voor mij zag en ik er af en toe

erg om moest lachen. Het thema vond ik ook erg goed.

Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen