U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag : Anoniem, - Beatrijs.
Deze versie komt van http://www.collegenet.nl/studiemateriaal/verslagen.php?verslag_id=5560 en is laatst upgedate op Onbekend.
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 1859 woorden.

1. AUTEUR

De auteur van Beatrijs is anoniem gebleven, maar uit zijn taal kun je afleiden dat hij hoogstwaarschijnlijk een Brabander is geweest. Verder weten we niks over de auteur: hij kan een hofschrijver geweest zijn, maar evengoed een rondreizende sprookspreker (= een dichter en voordrager van een middeleeuws gedicht met een ernstige inhoud), die in de proloog om een beloning bedelt. Het handschrift stamt uit 1374 of kort daarvoor. Het bevat Godvrezende en stichtelijke geschriften voor een leken, zoals een vertaling van het Ave Maria, en betogen over de tien geboden en de zeven hoofdzonden.
Waarschijnlijk was het handschrift verhaal voor een kapitaalkrachtig publiek bestemd, want het verhaal is met erg mooie letters geschreven. Het verhaal was waarschijnlijk bedoeld voor hertog Jan II of Jan III.

2. TITEL

De titel is Beatrijs.

3. TITELVERKLARING

Het boek heet Beatrijs omdat de hoofdpersoon Beatrijs heet. Maar de titel heeft meer in zich. Beatrijs betekent in het Latijn ‘gelukshebber’, en dat is ze ook. Nadat ze uit het klooster gevlucht is, wil ze haar geluk in wereldse begeerten zoeken. Naar zeven jaar in rijkdom en geluk met haar man geleefd te hebben verlaat haar man haar en moet ze haar geld verdienen als hoer. Ze ontdekt dan pas dat het echt geluk alleen bij God te vinden is, en dat de wereldse liefde geen echte liefde is. Ze denkt dat ze niet meer terug naar het klooster kan, maar ze vergeet dat er bij God altijd een weg terug is. Zo vindt ze haar echte geluk in het klooster.

4. EERSTE DRUK

Het jaar van de eerste druk is niet letterlijk te vinden. Wel kunnen we afleiden dat de eerste druk uit de veertiende eeuw afkomstig is omdat er in het verhaal een slaand uurwerk voorkomt die pas uit de veertiende eeuw stamt. Het handschrift van een exemplaar dat in Den Haag bewaard wordt stamt uit 1374 of kort daarvoor. Het verhaal zelf is al veel eerder verzonnen, want de dichter zegt dat hij het van een broeder Ghijsbrecht gehoord heeft. Dit wonderlijk verhaal was al in de 13e eeuw bekend. Het was toen beknopt in het latijn opgeschreven door de monnik Caesarius van Heisterbach.
De eerste druk uit de 14e eeuw is in het Middelnederlands geschreven.


5. Genre

Beatrijs is een Marialegende. Het kenmerk van een legende is dat het een voorbeeld of steun geeft voor het leven. Legenda betekent in het Latijns ‘wat gelezen moet worden’. Een legende is vooral bedoeld voor godsdienstige steun. Dat kan je in het verhaal Beatrijs goed zien. De dichter wil de lezer een voorbeeld van steun voor het leven meegeven. De dichter vertelt de lezer dat het het beste is om niet de wereldse liefde en begeerten achterna te gaan, maar om in God te blijven geloven. Het centrale verhaalselement van een legende is, dat er een godheid ingrijpt d.m.v. een wonder. Bij het verhaal Beatrijs is dat ook het geval: Maria neemt haar taak over als ze veertien jaar lang bij het klooster weg is.

6. PERSPECTIEF

Beatrijs is een auctoriaal verhaal. Er is sprake van een alwetende verteller: hij presenteert het verhaal, maar komt er zelf niet in voor. Hij overziet alle gebeurtenissen, kent de gedachten en gevoelens van Beatrijs. Soms richt hij zich rechtstreeks tot de lezer, zoals in regel 26: ‘Ic wille u segghen van wat ambochte’. In het begin weet de dichter het hele verhaal al; hij gaat immers iets vertellen wat een broeder Ghijsbrecht aan hem verteld heeft.

7. TIJD VAN HANDELING

Zie punt 4.

8. PLAATS VAN HANDELING

De legende speelt zich waarschijnlijk af rond een klooster in Brabant. Het verhaal is immers geschreven in een Brabants dialect. Ook speelt het verhaal zich af in een afgelegen stad. Daar gaat Beatrijs wonen met haar man en krijgt ze twee kinderen. De rest van het verhaal vindt zich plaats op reis van het klooster naar de stad, en andersom. De precieze plaats is uit het verhaal niet af te leiden.

9. HOOFDPERSO(O)N(EN)

De Hoofdpersoon uit het verhaal is natuurlijk Beatrijs. Van andere personen uit het verhaal komen we niets te weten. Van Beatrijs weten we dat ze een meisje van adellijke afkomst is die in het klooster al snel promoveert tot kosteres. Uit het verhaal blijkt niet hoe oud ze is, maar je kunt het wel ongeveer schatten. Volgens een franse versie is ze 19 jaar als ze in het begin van het verhaal zich in het klooster bevindt. Dit leid je af uit het feit dat een non op haar 12e jaar haar intrede doet in een klooster. Beatrijs was al snel gepromoveerd tot kosteres en dat zou volgens de franse versie 7 jaar later zijn. Tot welke kloosterorde ze behoort is niet duidelijk.
Een verder belangrijk persoon in het verhaal is Beatrijs’ vriend. Hij wil Beatrijs weghalen uit het klooster, en met haar in een afgelegen stad wonen, maar zeven jaar later laat hij haar in de steek.

10. BESCHRIJVING KARAKTER VAN DE HOOFDPERSO(O)N(EN)

Beatrijs is erg vroom. Als ze samen met haar vriend de wereld in gaat blijft ze de zeven getijden tot Maria bidden. Ze beseft haar zonden heel goed, en blijft Maria om vergeving vragen. Ze is ook erg betrouwbaar, en ijverig, want al snel nadat ze in het klooster treedt promoveert ze tot kosteres. Ook de weduwe waar ze overnacht spreekt veel goede dingen over haar. Ze zegt in regel 607 zelfs dat haar ziel zo zuiver is als die van een non maar zijn kan.




11. SAMENVATTING (ongeveer 200 woorden)

Het verhaal gaat over Beatrijs, een non die kosteres in een klooster is. Ze is al voor dat ze het klooster in ging verliefd op een vriend, en haar liefde voor de vriend is op een gegeven moment zo groot dat ze besluit ondanks haar plichtsbesef het klooster te verlaten. Ze laat haar kleren en sleutel achter bij het Mariabeeld. Ze vraagt haar vriend om naar de kloostertuin te komen. Onder de egelantier zal ze hem opwachten. Samen met haar vriend verlaat ze het klooster en gaat in een afgelegen stad wonen. Daar leven ze zeven jaren welvarend en krijgen twee kinderen. Maar dan breekt voor Beatrijs een moeilijke periode aan. Ze wordt arm, en haar vriend verlaat haar. Zeven jaren moet Beatrijs prostitueren om toch nog aan geld te komen; een andere keus had ze niet. Na zeven jaar krijgt ze berouw van haar zonden. Ze besluit om weer terug naar het klooster te gaan. Onderweg overnacht ze bij een weduwe. Ze laat haar kinderen bij die weduwe achter en krijgt ’s nachts een stem die haar verteld dat ze naar het klooster terug moet gaan. Maria bleek al haar taken gedaan te hebben. In het klooster biecht ze al haar zonden, en wordt ze weer kosteres als vanouds.

12. KERNPASSAGE

De kernpassage uit het verhaal is het gedeelte als Maria beseft dat ze haar geluk niet moet zoeken in de wereldse liefde en begeerten, maar alleen in God. Ze besluit dan weer terug naar het klooster te gaan, en haar leven als hoer te staken. De kernpassage staat in het boek vanaf regel 483.

13. THEMA

De thema’s van het boek zijn: wereldse liefde, en mariaverering.
De motieven voor wereldse liefde zijn: de vriendschap met haar vriend, en haar leven als hoer in de stad.
De motieven voor mariaverering zijn: het beeld in het klooster, de zeven getijden gebeden, en de taakovername als kosteres van Maria.



14. BEDOELING VAN DE AUTEUR:

De bedoeling van de auteur is om de toehoorders* d.m.v. dit wonder te sterken in het geloof. Maar rond dit wonder wil de auteur een gewoon aards verhaal vertellen over liefde en verlating, eer en schande, zonde en boete.

*In de middeleeuwen was men alfabeet. Daarom werd het verhaal altijd voorgelezen, op het marktplein.

EXTRA OPDRACHTEN

A18

Bedenk 4 mogelijke alternatieve titels voor het boek en licht ze toe.

Titel 1: de verloren non.
Toelichting: het verhaal Beatrijs komt sterk overeen met de gelijkenis van de verloren zoon. Die zoon gaat immers ook de wereld in om daar zijn geluk in rijkdom te zoeken, maar hij komt terug in armoede bij de Vader, waar hij z’n echte geluk vindt.

Titel 2: de gelukzoekster.
Toelichting: Dit is de betekenis van de naam Beatrijs. Ze probeert haar geluk in de wereld te vinden, maar ontdekt dat die alleen bij God te vinden is.

Titel 3: mariabede.
Toelichting: Het verhaal Beatrijs is een gebed tot maria, en het eindigt in ‘amen’.

Titel 4: wereldse ongelukkigheid
Toelichting: Beatrijs gaat de wereld in om geluk te vinden maar ontdekt dat je er geen geluk kunt vinden.

A26

Welke 5 vragen zou je willen stellen aan de auteur van dit boek? Leg uit waarom.
Vraag 1. Wat is uw naam?
Uitleg: De schrijver is nog tot op heden niet bekend, en dus zou ik die graag willen weten.
Vraag 2. In welke plaats speelt het verhaal zich af?
Uitleg: Ook de plaats is nog niet bekend.
Vraag 3. Is dit verhaal echt gebeurd?
Uitleg: Misschien weet hij dit van broeder Ghijsbrecht, van wie hij het verhaal heeft gehoord.
Vraag 4. Had de mens van uw tijd deze verhalen nodig met betrekking tot hun eigen leven?
Uitleg: We weten zo weinig van het leven van de mensen uit die tijd.
Vraag 5. Werd het verhaal door de toehoorders serieus genomen, om luisterden ze alleen voor de lol?
Uitleg: Het is niet bekend dat zo’n verhaal alleen als vermaak werd gebruikt, of ook als toepassing in het eigen godsdienstige leven van de mensen van toen.

A27

Het jaar waarin het jaar geschreven is is niet letterlijk te vinden. Wel kunnen we afleiden dat het verhaal uit de veertiende eeuw afkomstig is omdat er in het verhaal een slaand uurwerk voorkomt die pas uit de veertiende eeuw stamt. Het handschrift van een exemplaar dat in Den Haag bewaard wordt stamt uit 1374 of kort daarvoor. Het verhaal zelf is al veel eerder verzonnen, want de dichter zegt dat hij het van een broeder Ghijsbrecht gehoord heeft. Dit wonderlijk verhaal was al in de 13e eeuw bekend. Het was toen beknopt in het latijn opgeschreven door de monnik Caesarius van Heisterbach.
Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen