U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag : Mensje Van Keulen - Bleekers Zomer.
Deze versie komt van http://www.scholieren.com/boekverslagen/1526 en is laatst upgedate op 11/04/2000.
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 2334 woorden.

Beschrijvingsopdracht:





1. Korte motivatie van de boekkeuze.



Ik heb dit boek gekozen omdat we dit thuis hadden en het een van de boeken was die je mocht lezen uit het grijze hok op blz. 159. Ik heb ook van andere boeken de achterkant tekst gelezen maar deze sprak me wel het meeste aan.





2. Eerste persoonlijke reactie.



Ik vond het in de eerste plaats wel een herkenbaar boek gezien de plaats en het “milieu” waarin het afspeelt, mijn neef woont namelijk in Amsterdam en is student vandaar. Het gedrag en de gedachte en bedenkingen van de hoofdpersoon maakte vond ik wel indrukwekkend, je moet wel iets heel ergs fout gedaan in je leven wil je zo eindigen. Door dat de hoofdpersoon ook zo droevig was kwam het hele verhaal een beetje somber over. Het verhaal zelf vond ik een beetje ongeloofwaardig, want wie laat nou zijn werk, vrouw en kinderen zomaar in de steek. Ondanks het vreemde verhaal vond ik het wel een interessant boek om te lezen.





3. Samenvatting van de Inhoud.



Als Willem Bleeker na het avondeten even rustig wil gaan zitten omdat hij buikkrampen heeft, gaat zijn zoontje, Peter, in het donker televisie kijken. Hij zegt tegen hem dat het slecht is in het donker en doet vervolgens het licht aan. Dan word Peter boos en gaat zijn moeder, Adrie, halen. Op dat moment beseft hij hoe zijn leven eigenlijk is. De volgende morgen zijn ze heel laat met ontbijten daarom komt Bleeker twintig minuten te laat op zijn werk. Hij gaat gelijk naar het toilet dan lijkt het alsof hij wat minder laat is. Dan komt zijn baas Tegelaar uit het toilet, er wordt wat van goedemorgen gemompeld. Als bleeker weg wilt gaan ziet hij een emmer met sop staan hij krijgt de drang om er tegenaan te schoppen maar doet het niet. Hij gaat naar zijn kantoor, hij is heel erg afwezig en loopt de hele tijd te denken en hij heeft nergens zin in. Als zijn collega vraagt of hij de kracht van een stukje papier wilt meten gaat dat helemaal fout. Zijn collega gaat helemaal over de rooie en hij moet naar meneer Randjes. Als hij hem daar lekker zijn kadetje op ziet eten gaat hij weer naar het toilet. Hij krijgt weer de drang om tegen die emmer te schoppen maar doet het toch niet gaat weg en loopt naar het park. Hij kijkt om zich heen en gaat dan op een bankje zitten. Dan valt hij in slaap hij droomt over zijn vriend Gerrie waar hij vroeger toen hij nog in Amsterdam woonde veel mee om ging. Als hij wakker wordt besluit hij om naar Amsterdam te gaan en pakt de eerste beste trein. Eenmaal aangekomen slentert hij op de Dam, van het paar gulden dat hij heeft koopt hij een ijsje. Hij loopt naar de straat waar hij gewoond had en belt bij Daatje, zijn tante, aan. Ze is helemaal verbaasd en vind het hartstikke leuk om hem te zien. De laatste keer was op zijn bruiloft. Ze praat honderduit en maakt nog een uitsmijter voor hem. Ze vertelt ook over haar dochter Marietje want die kent hij ook nog. Bleeker zegt bijna niets en laat Daatje maar praten. Hij denkt over vroeger. ‘s Avonds blijft hij bij haar slapen maar het lukt niet zo erg. De volgende dag gaat hij naar het huis van de moeder van Gerrie, ze vindt het leuk om hem te zien. Ze vertelt dat Gerrie in antiek en klokken handelt. Bleeker gaat naar die zaak toe maar daar is hij niet. Hij blijft wachten tot hij er is. Als hij komt is hij heel verrast. Ze halen heel wat herinneringen op en Gerrie vertelt wat hij nu allemaal doet. Ze gingen eerst samen wat eten en dan nog even naar Daatje want daar lag nog wat van hem. Gerrie interesseerde zich voor alle spullen en wilde ze wel willen kopen maar over zat een verhaal achter vertelde Daatje. Daarna gingen ze over de Zeedijk, Gerrie liet hem alles zien. s’ Avonds waren ze een café ingedoken. Maar Bleeker kon het niet allemaal binnen houden en kotste alles buiten uit. Hij was helemaal niet lekker en had nog buikpijn ook. En die vrienden van Gerrie stonden te lachen. Hij voelde zich vies. Toen kwam Annie en daar mocht hij mee naar ze zou hem dan wassen. Daar aangekomen ging hij gelijk op bed liggen hij was zo moe. Maar Annie wilde iets anders en sprong boven op hem, hij werd er helemaal misselijk van. De volgende ochtend zag hij hoe lelijk ze was, ze was minstens vijftig en hij was dertig. Hij ging er vroeg uit en slenterde naar Gerrie. Lachend deed Gerrie open. Gerrie had aangeboden om bij hem te komen werken, hij mocht klokken beschilderen en dat deed hij. De hele dag was Bleeker alleen daar want Gerrie was naar Zandvoort toe. Hij had een klokje geschilderd, tompoezen gekocht en heel veel gedacht of hij naar huis zo bellen. Er waren ook nog vrienden voor Gerrie geweest. Later was hij in slaap gevallen en om een uur ‘s nachts werd hij weer wakker. Hij belde Adrie op, toen ze opnam zei ze “Willem ben jij…” en toen hing hij op. De hele nacht bleven die woorden in zijn hoofd rondspelen. De volgende dag ging hij naar Marietje die op een rondvaartboot werkt, ze hadden een afspraak gemaakt voor ‘s avonds. Maar eerst belde hij Gerrie op en die wilde hem gelijk ophalen Bleeker had nog nee gezegd maar hij wilde nog wel bij Gerrie slapen. Ze hebben wat rondgereden en Gerrie dacht dat hij achtervolgt werd. Toen gingen ze naar vrienden van Gerrie daar was een soort ‘feestje’. Gerrie moest weer even weg want hij had een afspraak en daar zat hij dan waar hij niemand kende en bijna iedereen dronken was. Hij was in de keuken gaan zitten en had wat wijn gedronken en was in slaap gevallen. Barendje had hem gevonden en had hem aangeboden om bij hem te slapen. Dat deed Bleeker hij reed mee naar zijn huis en sliep heel snel. De volgende morgen ging hij weer weg hij liep wat rond en wist het toen zeker, hij ging naar huis. Nadat hij wat geld had geleend van een ouder echtpaar pakte hij de trein. Bij zijn huis aangekomen liep hij naar binnen en ging naar boven daar was zijn vrouw met zijn zoontje. Ze vroeg waar hij was maar hij antwoordde niet, ze stond op en zei dat ze straks naar haar moeder gingen en dat hij zijn excuses aan de zaak moest aanbeiden anders werd hij ontslagen. Maar hij wilde helemaal niet naar haar moeder, hij wilde de deur op slot doen maar deed het niet. Hij ging op bed liggen en hij hoorde ze achter de deur hem uitlachen. Niks was dus veranderd.





Verdiepingsopdracht:





4. Personages:



Willem Bleeker: Round character.

Hij woont met zijn vrouw Adrie en twee kinderen in Den Haag en is 32 jaar oud. Hij werkt op een kantoor waar hij papiermonsters moet onderzoeken. Hij is een wat saaie figuur die zich gemakkelijk laat beïnvloeden. Hij is nogal nerveus en hij lijdt aan dwangneurose. Hij krijgt soms aanvallen, dat hij zichzelf moet straffen of ergens tegenaan moet schoppen. Hij beschrijft zichzelf als volgt: ‘Ik ben geen scharrelaar, souteneur of student, ik ben een man met een gezin, een man die een gewoon autootje heeft waar ie door de week geen kilometers mee maakt. Ik eet het smakelijkst als ik een prak met een kuiltje jus voor m'n neus heb.’(blz. 58)



Adrie Bleeker: Flat character.

Een dominante en burgerlijke huis vrouw die alles volgens een vast patroon doet.



-Daatje Kippers: Flat character.

Een nicht van Bleekers moeder. Ze is geestelijk niet helemaal 100%. Ze heeft op 40-jarige leeftijd, zonder dat ze getrouwd was, nog een dochter gekregen. Ze heeft nooit verteld wie de vader is. Deze dochter, Marietje genaamd, is nu stewardess op een rondvaartboot in Amsterdam.



-Gerrie Fontijn: Flat character.

Een jeugdvriend van Bleeker. Gerrie heeft een winkeltje in klokken en zogenaamd antiek. Hij is een oplichter, een onguur type, vaste klant bij de Amsterdamse kroegen en hij heeft moeite met het nakomen van afspraken.





5. Thema:



De thema's van dit verhaal zijn de uitvlucht van de kantoorbaan naar een vrijer leven en het gevolg hierop dat eens burgerlijk is altijd burgerlijk. Je kan niet ontsnappen uit iets waar je te diep in zit.





6. Vier motieven:



De dagelijkse sleur van het leven dat hij leidt, zet hem er toe aan om weg te lopen. Dit is een algemeen motief.





7. Tijd:



a. De verteltijd is 89 bladzijdes.

b. De vertelde tijd is 6 dagen en 5 nachten.

c. De tijd waarin het afspeelt is waarschijnlijk de tijd waarin het geschreven is

namelijk 1972.

d. De enige kunstgrepen die worden toegepast is het scènisch en panoramisch

vertellen. Het verhaal is in chronologische volgorde verteld.





8. Ruimte:



Bleekers kantoor is een belangrijke ruimte. Juist door deze saaie plek is hij vertrokken. Veel verschillende plaatsen in Amsterdam, o.a. Gerries huis, de rondvaartboot van Marietje en het huis van KC.





9. Perspectief:



Het is geschreven vanuit een verteller. Het is dus een personale vertelsituatie. Hij vertelt wat Bleeker allemaal meemaakt.





10. Structuur:



Het verhaal bestaat niet uit hoofdstukken, maar wel uit alinea's, die de verschillende scènes van elkaar afscheiden.





11. Stijl:



Het is een psychologische novelle. De schrijfster ging toch wel heel erg goed in haar verhaal op, ze schreef alsof ze het zelf had meegemaakt. Hierdoor neemt ze je als lezer ook zo mee in het verhaal.





12. Taal:



Het boek is geschreven in de Nederlandse taal.





13. Bibliografie van de schrijfster:



 Een bruiloft – kort verhaal (1969)

 Bleekers zomer – roman (1972)

Allemaal tranen – verhalenbundel (1972)

 Pension – kort verhaal (1974)

Van lieverlede – roman (1975)

 Lotgevallen – verhalende poëzie (1977)

 Versjes uit de oude doos – verhalende poëzie (1980)

 De ballade van Anna Molino – verhalende poëzie (1980)

Overspel – roman (1982)

De ketting – verhalenbundel (1983)

Engelbert – roman (1987)

 De zaak – toneelstuk (19..)

Tommie Station – kinderboek (19..)

 Polle de orgeljongen – kinderboek (19..)

Vrienden van de maan – kinderboek (19..)

 Van aap tot zet – kinderboek (19..)





Evaluatie.





14. Onderwerp:



 Het is heel duidelijk waar het onderwerp over gaat. Het gaat namelijk over een man die een beetje overspannen is en wegloopt naar Amsterdam om daar een nieuw leven te krijgen.

 Ik ben door dit boek wel anders gaan denken, want het laat zijn dat weglopen voor je problemen geen zin heeft. Je zal ze zelf moeten oplossen.

 Ik ben het hierdoor ook eens met de mening van de schrijfster dat weglopen geen zin heeft en dat je hiermee alleen maar je problemen verplaatst.





15. De gebeurtenissen:



 De belangrijkste gebeurtenis in het boek is natuurlijk dat hij wegloopt naar Amsterdam om daar opnieuw te beginnen.

 Het verhaal bevat veel afwissellende gebeurtenissen die zich weer op andere plaatsen afspelen hierdoor is het een boeiend verhaal.

 De nadruk ligt meer op de gedachte en de gevoelens van de hoofdpersoon terwijl hij de verschillende gebeurtenissen ondergaat.





16. Personages:



 De hoofdpersoon is een soort antie- held waar ik dus ook absoluut niet op zou willen lijken.

 Het is wel makkelijk om je in de hoofdpersoon te verplaatsen, omdat hij toch wel iets herkenbaars had, zoals het niet weten hoe je je bij onbekende vrienden moet gedragen.

 De hoofdpersoon en Gerrie gingen voor mij leven, dat komt omdat je makkelijk in hun personage kon verplaatsen. De andere personen waren meer types zoals het gekke tantetje, de achterbakse autohandelaar en de eeuwige student.

 De beslissing die de hoofd persoon nam om weg van huis te lopen en iedereen achter te laten, vind ik onaanvaardbaar. Zoiets hoor je niet te doen, licht ze dan tenminste nog in waar je naar toe bent en dat je nog leeft.

 Ik vond Marietje een heel sympathiek persoon omdat ze meteen zo mee leeft met de hoofdpersoon en enigszins bezorgd is. De andere personen vond ik stuk voor stuk egoïsten, ze dachten alleen aan hen wel zijn en niet aan die van een ander.













17. Bouw:



 Het verhaal begint al gelijk leuk door de zin: “Bleeker kreeg het avondeten maar met moeite weg. Niet omdat ie geen honger had maar omdat ie al drie dagen niet had kunnen poepen.”. Met zo’n zin ben je al gelijk geïnteresseerd.

 Het verhaal is boeiend omdat het snel va gebeurtenis wisselt.

 Er is gelukkig maar één verhaallijn waardoor het een heel duidelijk verhaal is geworden zonder vervelende wisselingen.





18. Taalgebruik:



 Het is een makkelijk boek om te lezen omdat de schrijfster vooral korte zakelijke zinnen gebruikt. Ook gebruikt ze weinig moeilijke en lange woorden.

 De tekst bevat bijna geen beeldspraak en symbolische verwijzingen, waardoor het ook weer makkelijker te lezen en te begrijpen wordt.





19. Eindoordeel:



Ik vond het een makkelijk te lezen en te begrijpen boek doordat het verhaal bestond uit maar één verhaallijn en geen lange zinnen met moeilijke woorden. Het verhaal speelt zich af in een relatief korte periode ( 6 dagen) waar door er geen tijdsprongen gemaakt hoeven te worden. Dit kan anders ook lijden tot een lastig te lezen stijl. Ik heb ook het idee dat dit boek geschreven is om het voor de lezer zo makkelijk mogelijk te lezen is.
Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen