U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag : Marga Minco - De Val.
Deze versie komt van http://www.studentsonly.nl/uittreksels/bv.asp?BvID=251 en is laatst upgedate op Onbekend.
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 1519 woorden.

Samenvatting
Titel:

De Val slaat op meerdere zaken in het boek terug. Als eerste natuurlijk de val waardoor Frieda Borgstein om het leven komt. Dit gebeurt als zij in een put met kokend water valt. Dit is de climax. Het hele verhaal loopt hiernaar toe.
Als tweede komt in aanmerking de val die door de Duitsers tijdens de Tweede Wereldoorlog is opgezet om Frieda en haar gezin te arresteren. Zij menen opgehaald te worden om te ontsnappen, maar daarvoor in de plaats worden ze meegenomen. Behalve Frieda, die nog iets moets pakken.
Het boek heeft geen ondertitel.


Motto:

'I imagine, sometimes, that if a film
could be made of one's life,
every other frame would be death.
It goes so fast we're not aware of it.
Destruction and resurrection in
alternate beats of being, but speed
makes it seem continuous. But you see,
kid, with ordinary consciousness
you can't even begin to know
what's even happening'.

SAUL BELLOW (THE DEAN'S DECEMBER)

Het is duidelijk dat Marga Minco wil uitdrukken dat het zeer moeilijk is om te begrijpen wat er in het leven van een mens gebeurt. Het gaat zo snel dat we er ons niet bewust van lijken te zijn. We kunnen niet begrijpen wat Frieda Borgstein allemaal heeft meegemaakt, wat er allemaal 'verloren' gaat als zij sterft. Een groot deel van het verleden verdwijnt, omdat niemand meer kan navertellen wat er allemaal is gebeurd.


Opdracht:

Er is geen opdracht.


Personages:

Frieda Borgstein: Zij is de hoofdpersoon, en een round character. Het hele boek door wordt ze gevolgd. Ze is zorgzaam voor haar man en kinderen. Na de oorlog wordt ze een boekhouder op een groothandelskantoor. Dit doet ze fanatiek, om op deze manier haar emoties te onderdrukken. De kan erg goed rekenen met getallen, wat ze nog steeds doet als ze bejaard is. Ze is eigenwijs, en houdt dus niet van goede raad. Ze houdt niet van verjaardagen door de volle huiskamers. Maar als ze 85 jaar wordt, geeft ze toch een feest, maar de voorbereiding zal haar noodlottig worden.
Baltus: Dit is een monteur van gemeentewerken. Hij is slechts een bijfiguur. Ook hij wordt gevolgd door het boek, maar alleen omdat hij medeverantwoordelijk is voor Frieda's dood. Hij is onverschillig, kletst veel en heeft weinig verantwoordelijkheidsgevoel.
Verstrijen: Heeft meer hart voor de zaak, maar wordt geplaagd door huwelijksproblemen. Hij vindt het leuk als aantrekkelijke vrouwen belangstelling voor hem hebben.
Rena van Straten: Heeft echt hart voor de bejaarden. Ze geeft goed leiding en is een beetje ijdel. Zij is de directrice van het tehuis. Ze is bezorgt als Frieda alleen gebak wil halen met dit slechte weer, maar Frieda is koppig.
Ben Abels: Eenvoudig en hartelijk. Hij is de enige die Frieda Borgstein echt begrijpt en haar helpt. Hij is de klusjesman van het bejaardentehuis. Frieda kende hem al sinds '38, toen hij als jongste bediende bij haar man op kantoor was gekomen. Daar had hij een oogje gekregen op Frieda's dochter, Olga. Nadat hij uit een Duits kamp was gekomen, heeft hij veel over de wereld gezworven.
Bien Hijmans: Erg emotioneel en maakt vaak en een scène. Ze is het hoofd van de huishouding.
Hein Kessels: Een vage, ietwat naïeve figuur. Tegenover Frieda heeft hij zich laf gedragen. Hij zou ervoor zorgen dat Frieda en haar gezin konden ontsnappen, maar de Duitsers kwamen erachter en namen ze mee. Het was de eerste ontsnapping die ze hadden voorbereid. Later komt Ben Abels hem weer tegen.

Thema:

Het thema is de tragische, nutteloze dood van een vrouw die zeer veel in haar leven heeft meegemaakt. Het hele boek gaat over het leven van Frieda. Het boek begint op de dag dat ze zal sterven. Je leert haar helemaal kennen en dan valt ze in de put. Marga Minco heeft de Tweede Wereldoorlog in meerdere boeken verwerkt, het is heel belangrijk voor haar. Het thema is zeer ontroerend verwerkt.


Tijd:

Het verhaal speelt zich af rond 1985 (veertig jaar na de oorlog), gedurende één dag. Het verhaal is chronologisch verteld, maar er zijn zeer veel flash-backs.


Plaats:

Het verhaal speelt zich af in een grote plaats (waarschijnlijk Amsterdam). Frieda bevindt zich in het bejaardentehuis, in haar kamer en in de conversatiezaal.
Bertus en Verstrijen bevinden zich in een café, en op de plaats waar ze de putten openen.
Er is geen subjectieve ruimte.


Genre:

De Val is een oorlogsnovelle. Dit is zeer duidelijk. Het verhaal speelt zich af gedurende een korte periode, er zijn weinig personen en het boek telt maar 83 bladzijdes.


Taalgebruik:

Er is geen bijzonder taalgebruik.


Fabel:

Op de dag voor haar vijfentachtigste verjaardag staat Frieda Borgstein vroeger op dan gewoonlijk; ze heeft het druk met de voorbereiding van het feest voor de medebewoners van het bejaardentehuis. In de straat voor het tehuis gaan twee onderhoudsmonteurs aan het werk om een put van de verwarming leeg te pompen. Diezelfde dag verwacht de directrice van het tehuis bezoek van een delegatie uit Zweden, begeleid door een ambtenaar van de bejaardenzorg. Drie gebeurtenissen, schijnbaar zonder verband. Veertig jaar na de oorlog staat Frieda Borgstein onbewust voor het antwoord op de vragen die haar leven hebben beheerst.
Baltus en Verstrijen, monteurs van de gemeentewerken, drinken op die donderdagochtend, voor ze naar het werk gaan, om half acht, een kopje koffie in "De Salamander". Het heeft die nacht hard gevroren. Op diezelfde ochtend wordt Frieda Borgstein in het bejaardentehuis ook om half acht wakker. Vandaag treft ze de voorbereidingen voor haar verjaardag die morgen zal worden gevierd. Ze denkt nog vaak terug aan Jacob, haar man. Baltus en Verstrijen beginnen tegenover het bejaardentehuis met de werkzaamheden in een put van de stadsverwarming. Ze hebben weinig zin in het werk.
Het bejaardentehuis krijgt bezoek van twee Zweden, die geïnteresseerd zijn in de moderne bejaardenzorg in Nederland. De directrice, Rena van Straten, en het hoofd van de huishouding, Bien Hijmans, treffen daarvoor enige maatregelen. Frieda Borgstein heeft in de oorlog een afschuwelijke ervaring gehad. Door verraad zijn haar man en twee kinderen weggevoerd. Doordat Frieda nog even een vest voor haar dochtertje is gaan halen, is ze niet door de Duitsers opgepakt. De familie Oosterveen heeft haar opgevangen, maar Jacob en de kinderen zijn nooit teruggekeerd. In het bejaardentehuis heeft Frieda geen intieme relaties. Alleen met de klusjesman, Ben Abels, die in een concentratiekamp heeft gezeten, kan ze het goed vinden. Ze heeft nooit aandacht besteed aan haar verjaardag, maar morgen -als ze vijfentachtig wordt- wil ze iedereen in het tehuis trakteren op gebak. Daarom wil ze, ondanks het slechte weer, naar buiten om enige zaken te regelen. Het wordt haar afgeraden, maar ze zet door. Na de koffie verlaat ze het bejaardentehuis en steekt ze de straat over. Baltus en Verstrijen maken weer een verwarmingsput open. Maar ze plaatsen er geen hekjes omheen. Baltus gaat naar het toilet en Verstrijen zal een oogje in het zeil houden. Hij denkt aan de slechte relatie die hij met zijn vrouw heeft. Hij krijgt het koud en gaat eens kijken waar Baltus blijft. Intussen nadert Frieda de dampende put. Door de kou zijn haar ogen vochtig geworden en wellicht ziet ze de put, het deksel en de slang niet. Ze stort in de put en slaakt een kreet, Verstrijen hoort iets en rent naar de put. Hij tracht de vrouw uit het kokende water te halen, maar het lukt hem niet. De omstanders helpen hem niet. De brandweer wordt gewaarschuwd en die haalt Frieda uit de put. In het bejaardentehuis is Gerrie de eerste die merkt dat er aan de overkant een ongeluk is gebeurd. Van Straten en Hijmans voelen intuïtief aan dat er iets met Frieda aan de hand moet zijn. Abels spoedt zich naar buiten. Op het moment dat de bejaarde vrouw naar boven wordt gehaald, leeft ze nog, maar spoedig daarna is ze gestorven. Abels neemt haar tas mee en geeft die aan de directrice. Ze vinden o.a. een zilveren sigarettenkoker, een zilveren portretlijst en een etui met foto's. Abels brengt de doorweekte spullen naar de containerkelder en doet ze bijna plechtig in een nieuwe asemmer. Er zijn afbeeldingen bij van mensen die hij in zijn jeugd gekend heeft. Hij kwam toen namelijk regelmatig bij Frieda thuis, omdat hij een oogje had op Olga, de dochter van de Borgsteins. Op de dag van het ongeluk ontmoet Abels een man met dun grijs haar die hij vaag kent. Van de directrice hoort hij dat het Hein Kessels is, een ambtenaar van de provinciale bejaardenzorg. De dag voor de begrafenis heeft Abels een gesprek met Hein. Het is voor Hein een soort biecht. In 1942 zou hij de Borgsteins naar Zwitserland brengen. 's Avonds zou hij hen met de fiets ophalen. Toen hij bij het huis arriveerde, kwam de SD eraan, met een auto. Vader Borgstein, de beide kinderen en Hein werden in auto gesmeten. De Duitsers zochten niet naar Frieda. Hein is verhoord en in een concentratiekamp terecht gekomen. Hij heeft niets verraden. Door de onervarenheid hebben Hein en zijn vrienden waarschijnlijk een foutje in de organisatie gemaakt en dat is hun fataal geworden. Na de oorlog is Hein in een andere plaats gaan wonen. Hij heeft de moed niet kunnen opbrengen om contact op te nemen met Frieda, die daarom nooit heeft geweten waarom de zaak is misgelopen.

Verhaalopbouw:
Het boek is slechts opgebouwd uit hoofdstukken zonder titel.


Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen