U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag : Mensje Van Keulen - Bleekers Zomer.
Deze versie komt van http://www.scholieren.com/boekverslagen/1524 en is laatst upgedate op 03/10/1999.
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 1074 woorden.

Auteur

Mensje van Keulen



Titel

Bleekers Zomer



Ondertitel

(stond niet zo zeer op de titel pagina maar achter op de pentapocket stond de ondertitel van het origineel): een kleine roman.



Motto('s)

Niet aanwezig



Thema

Een man wil ontsnappen aan de dagelijkse sleur, hij vlucht daarvoor naar zijn geboorteplaats, maar hij blijkt zo veranderd te zijn dat hij het niet meer aankan en terug gaat naar huis (&dagelijkse sleur).



Motieven

De soberheid van het bestaan Jeugdsentiment (als je afstand hebt gedaan van je jeugd, zal het nooit meer zo worden als vroeger) Dwang van je onderbewuste (je onderbewuste zegt: schop tegen die emmer en je wilt het zelf niet, maar je doet het toch).



De idee (wat wil de schrijver ermee zeggen)

Als je eenmaal veranderd bent is het heel moeilijk om weer zo te worden als vroeger.



Personages

Willem Bleeker: Hij is een kleine man, die terugverlangt naar zijn Jeugd en van de dagelijkse sleur als kantoorbediende wil weg lopen. Hij wordt in het boek gewoon Bleeker genoemd

Adrie Bleeker: De vrouw van Willem, zij is een klein mager minder aantrekkelijke huisvrouw (ze hebben 2 kinderen Peter (de oudste) en Marion), een zeer burgerlijk type.

Gerrie Fontijn: Een oude vriend van Bleeker, die nu in het criminele circuit geraakt is en een klokken winkel heeft. Hij is een voor de vrouwen in het boek zeer aantrekkelijke man (wat te concluderen valt uit het feit dat hij steeds een andere vrouw in zijn bed heeft liggen). Hij heeft geen geweten, want hij licht (samen met de rest van zijn criminele vrienden) mensen op zonder dat hij er spijt van heeft.

Tante Daatje: Zij is een oude tante van Bleeker, zij is niet helemaal goed bij haar hoofd en lijdt aan allerlei kwalen. Ze is een mager, lelijk en onverzorgd persoon.



Tijd

Historische tijd (wanneer speelt het verhaal): +/- 1970, het is niet duidelijk te zeggen. Het is echter niet in de jaren 90, anders zou het science-fiction zijn (het boek is in 1972 gescheven). Het is wel overduidelijk dat het verhaal in de ZOMER speelt (zie titel).

Verteldetijd: Het verhaal duurt op zich 1 week, maar er zijn ook flash-backs die verwijzen naar zijn jeugd (wanner hij ca. 7 jaar oud is) en aangezien hij 32 jaar oud is, duurt het verhaal +/- 25 jaar.



Ruimte

Topografische ruimte: Het verhaal speelt in Dan Haag, waar Bleeker woont en in Amsterdam waar hij is geboren en waah hij heen vlucht. Omgeving (maar ook geur, kleur, sfeer etc): Het verhaal speelt in een burgerlijke omgeving en na de vlucht in een vrij kriminele sfeer, verder is met m.b.t. dit soort ruimte niet veel opgevallen.



Verteller

Het boek heeft een externe verteller. Het is verteld uit de persoon Bleeker (hij is de hoofdpersoon).



Samenvatting

Het verhaal gaat over Willem Bleeker, een kleine man, die is getrouwd (met Adrie) en 2 kinderen heeft (Peter en Marion). Hij vindt dat hij een rot leven heeft, een saaie kantoorbaan en een verschrikkelijke sleur, hij verlangt terug naar zijn kindertijd. Hij heeft ook nog last van dwang van het onderbewuste (hij wil niet tegen een emmer trappen maar doet het toch). Omdat hij ook nog op zijn werk alles fout doet die dag, besluit hij om te vluchten naar Amsterdam, waar hij is geboren en getogen, om zijn leven te veranderen. Hij pakt de eerste de beste trein naar Amsterdam en gaat naar zijn tante Daatje, waar hij de nacht doorbrengt.

's-Ochtends gaat hij op zoek naar zijn oude jeugd vriend, Gerrie Fontijn. Hij belt aan bij het huis waar Gerrie vroeger woonde, de moeder van Gerrie verteld hem, dat hij nu op zijn eigen woont. Na even zoeken vindt hij de winkel en wordt hij door een vrouw in het bed van Gerrie, ingelicht dat Gerrie weg is en hij zegt dat hij wel even wacht. Na een vrolijk weerzien biedt Gerrie hem werk en onderdak aan.

Ze gaan bij Daatje op bezoek, maar omdat Gerrie zich verveelt zijn ze zo weer weg en gaan ze op Gerrie's "territorium", de minder beschaafde delen van Amsterdam, waar ze zich in een (1) van de vele kroegen gaan bezatten. Hij verwondert zich erover dat hij nog zoveel kan drinken, en op het moment dat hij dat denk moet hij kotsen, Gerries vrienden lachen hem uit. Ze gaan weer het cafe binnen en Bleeker gaat zitten naast een dikke, oncharmante vrouw die hem uitnodigt mee naar haar huis te gaan. Daar valt hij meteen in slaap, maar Annie (zo heet ze) wil daar niets van weten, ze wil met hem naar bed. Hij wordt kwaad en slaat haar en ging heel vroeg naar "huis".

Als hij op een avond alleen in Gerries huis is en Gerrie heel lang weg blijft, komt hij er door vele telefoontjes en bezoeken van Gerries vrienden erachter dat hij in het crimineel cricuit zit.Ook belt hij daarna zijn vrouw die oppakt met de woorden: Willem ben jij dat? Het spookt de hele nacht door zijn hoofd. Hij gaat de dag daarna een kaart posten aan zijn zoontje, zodat ze zien dat hij nog leeft. Daarna besluit hij de dochter van zijn tante Daatje opzoeken, zij werkt op een rondvaartboot. Ze spreken af om samen te gaan eten als zij is afgewerkt, maar omdat Gerrie hem komt ophalen komt daar niets van terecht. Ze gaan na een achtervolging van de politie, wegens het rijgedrag van Gerrie naar de flat van een van zijn vrienden. Bleeker raakt weer dronken en gaat met een andere vriend van Gerrie naar zijn huis, hij heeft een autogarage en licht daarbij mensen op zonder enig berouw.

Dat was de druppel……. Bleeker ziet in dat dat ook niet het leven is dat hij wil. Hij gaat terug naar huis. In Den Haag aan gekomen is het net of niemand hem heeft gemist. Hij heeft zelf echter het idee dat hij maanden is weg geweest. Als hij thuis komt reageert zijn vrouw en zoontje heel emotioneel, maar daarna is het of er niets gebeurt is. Als hij zijn excuses aanbied mag hij weer beginnen met werken.

Tevreden gaat hij slapen, maar hoort een geluid dat klinkt of de deur gesloten wordt, hij heeft weer die dwang van zijn onderbewuste; hij wil niet opstaan om te gaan kijken of hij echt op slot is maar aan de andere kant wel; Bleeker denkt:"Laat het stoppen, laat het stoppen, laat het………….."
Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen