U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag : Oek De Jong - Opwaaiende Zomerjurken.
Deze versie komt van http://www.scholieren.com/boekverslagen/1513 en is laatst upgedate op 20/03/1999.
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 3776 woorden.

Titel

Opwaaiende zomerjurken



Auteur

Oek de Jong



Eerste druk

1979



Inhoud

In het boek worden drie perioden uit het leven van Edo Mesch, de hoofdpersoon, beschreven.



Deel I Oskar Vanille

Het eerste deel is een beschrijving van zijn jeugd.Hij blijft samen met zijn moeder achter na het vertrek van zijn vader in verband met herhalingsoefeningen. Zijn broertje Marnix en zusje Linde gaan logeren bij een oom en tante, het gezin Waaijman. Het blijkt al snel dat er een hechte band bestaat tussen Edo en zijn moeder. Hij kan niet zonder haar; zij is de enige die hem de geborgenheid kan bieden waar hij zo naar verlangt en de onzekerheid kan wegnemen die keer op keer bij hem de kop op duikt als gevolg van onverwachte of ingrijpende gebeurtenissen. Ondanks dat kwetst hij haar wanneer hij maar kan en drijft hij haar tot wanhoop door zijn om aandacht vragen en egocentrische, agressieve gedrag. Het wordt al gauw duidelijk dat zijn weliswaar intelligente, maar dikwijls gecompliceerde gedachtegang hier de oorzaak van is.. Hij ziet de gebeurtenissen vaak buiten hun werkelijke proporties. Zo maakt hij een groot drama van zijn kleine oogafwijking waarvoor hij een pleister op zijn oog moet dragen.

Hij kan zich alleen onttrekken van zijn angsten en onzekerheden door zich af te sluiten voor de werkelijkheid. Dit doet hij door een eigen wereld te creëren, de wereld van Oskar Vanille. Deze bijnaam werd hem door zijn vader in een vrolijke opwelling gegeven. Als hij Oskar Vanille is, lijkt de wereld hem plotseling niet meer vijandig en voelt hij zich veilig en gelukkig. Oskar is zijn definitie van "het ideale".

Hij houdt zich vooral bezig met het gedetailleerd bestuderen van zijn omgeving. Hij raakt geobsedeerd door de buren, mevrouw Koelman en haar zoon Teunis, een geestelijk gestoorde jongen. Deze mevrouw Koelman komt dikwijls op bezoek bij Edo's moeder, waarbij zij haar emoties omtrent het verdriet van haar in de oorlog overleden man en de onmacht om haar debiele zoon de vrije loop laat. Zij geeft Edo een labyrinth cadeau, wat een belangrijke rol in zijn jeugd gaat spelen. Hij verbeeld zich regelmatig dat hij zelf in het labyrinth rond dwaalt, om zich te verbergen voor de buitenwereld en op zoek naar de essentie van zijn bestaan, van de mensheid in het algemeen. Hij is constant bezig indrukken te verwerken en heeft het idee dat het leven in sneltreinvaart aan hem voorbijtrekt. Dit maakt hem neerslachtig; hij wil niet meer buiten spelen en op het bezoek van één van zijn weinige vrienden, Cesar Hollestelle, reageert hij agressief en dwars. Dan ontdekt hij plotseling wat hijzelf noemt "een gevoel van onbeweeglijkheid". De innerlijke rust die dit gevoel hem bezorgt stemt hem weer vrolijk en maakt dat hij, na dagenlang in het huis gehangen te hebben, er weer op uit wil trekken. Op een keer gaat Edo met zijn moeder en de buren picknicken. Terwijl hij bij zijn moeder achterop de fiets zit, laten zij en de buurvrouw in hun uitgelaten stemming de wind onder hun jurken blazen. Edo ervaart deze opwaaiende zomerjurken als het summum van geluk en vrijheid; hij heeft het gevoel dat hij vliegt, hoewel hij de realiteit niet uit het oog verliest: hij weet dat hij nog steeds op de bagagedrager van zijn moeders fiets zit.

Deze herinnering vergeet hij alweer snel. Hij zoekt jongens uit de buurt op en begint zich steeds meer te gedragen als een 'normale' jongen. Hij wil niet langer Oskar Vanille genoemd worden; die tijd is voor hem voorbij. Voortaan is hij weer gewoon Edo Mesch. Het gezin Koelman blijft hem intrigeren door hun uitzonderlijke gedrag, dat hij niet thuis kan brengen. Hij brengt veel tijd door met het observeren van de buurvrouw en haar zoon, die hij bewonderd om zijn constante onverschilligheid.Dan brengt Edo's moeder Teunis naar een psychiatrische inrichting. Edo weet dit niet en is ervan overtuigd dat zijn moeder hem in de steek heeft gelaten. In paniek rent hij het huis van mevrouw Koelman binnen. Zij weet hem te kalmeren doordat ze het gevoel opwekt dat hij daarvoor alleen voor zijn moeder koesterde.



Deel II Het Systeem

In het tweede deel is Edo zeventien jaar. Hij gaat logeren bij zijn oom en tante Waaijman, die op een eiland in een huis wonen wat door zijn oom wordt bestempeld als een architectonisch meesterwerk. In de bouwstijl is veel gebruik gemaakt van geometrische, eenvoudige vormen. Ook in de inrichting van het huis zijn deze aspecten terug te vinden. Er hangen werken van Mondriaan en de meubels zijn van functionalistische ontwerpers als Rietveld. Hoewel hij een duidelijke voorliefde heeft voor het gesystematiseerde en geordende stoot het huis hem ook af, mede doordat hij het met zijn oom Herman slecht kan vinden. De relatie tussen zijn oom en tante is eveneens gespannen. Edo bewonderd haar en wordt op haar verliefd. Deze verliefdheid mondt uit in een obsessie die kan worden vergeleken met die voor mevrouw Koelman, alleen heeft hij voor zijn tante Simone ook seksuele gevoelens. Simone voelt zich ook aangetrokken tot hem, maar beiden beseffen dat ze niet aan hun verlangens kunnen toegeven. Ze trekken elkaar aan maar stoten elkaar ook af. Het wordt niet duidelijk in hoeverre de gevoelens van Simone voor Edo werkelijk gemeend zijn, aangezien haar gedachten niet worden beschreven.

Edo denkt dat zijn tante zijn ware liefde is, en is ervan overtuigd dat hij dat ook voor haar is. Zijn dromen worden wreed verstoord als hij plotseling Simone in het gezelschap vind van een andere man, Eddy, die zich als haar minnaar gedraagt. Hij is woedend op zijn tante om het spel dat zij met hem speelt, maar ook op zijn oom, om diens enorme superioriteitsgevoel en laatdunkende houding tegenover Edo's gedrag en ideeën. Hij besluit beide een lesje te leren en verteld op een morgen zijn oom uitgebreid over de relatie tussen Simone en Eddy. Het komt tot een vechtpartij tussen Edo en Herman. Als hij later over het strand wandelt komt hij zijn tante tegen. Zij bekent haar gevoelens voor hem en hij laat zich door haar verleiden, maar op het laatste moment duwt ze hem van haar af en rent weg. Wat hiervan de oorzaak is wordt niet duidelijk; een mogelijkheid is dat zij wraak wilde nemen op hem omdat hij haar heeft verraden. Edo's verliefdheid neemt echter niet af; hij begint zelfs steeds meer van haar te houden. Tijdens deze vakantie zit hij vaak alleen op zijn kamer. Hij heeft een sterke drang naar kennis en is uitermate geïnteresseerd in filosofie. Hij is van mening dat in de filosofie de oplossing ligt voor zijn levensangsten.. Hij besluit een allesomvattend symmetrisch systeem te ontwikkelen, waarmee onder andere het bestaan in zijn algemeenheid kan worden verklaard. Hiermee wil hij orde scheppen in de chaos van zijn gedachten. Vanaf dan beschouwt hij zijn leven als één grote zoektocht naar de enige waarheid, naar de essentie van het bestaan, maar onbewust ook vooral naar zijn eigen ik.



Deel III Scherm der reflexie

In het derde en laatste deel verlopen de gebeurtenissen grotendeels niet meer in chronologische volgorde. Er is regelmatig sprake van flashbacks en gedachtestromen. De werkelijke vorm waarin bepaalde situaties zich voordoen worden niet duidelijk, slechts Edo's gedachten erover worden vermeld. Aan het begin bevindt de nu 24-jarige Edo zich op een cruiseschip, samen met zijn vriendin Nina. Hun relatie is niet meer wat het geweest is; dit valt grotendeels te wijten aan Edo, die zich afwisselend zeer onverschillig en overdreven hartstochtelijk gedraagt tegenover Nina. Hij vraagt zich constant af of hij nog wel van haar houdt. Op een dansavond op het schip ontmoet hij Marta, een oudere vrouw met twee kinderen. Hij voelt zich ogenblikkelijk tot haar aangetrokken en stelt zich voor als Oskar Vanille. Zij herkent de naam uit een boek dat ze heeft gelezen, geschreven door Edo Mesch. Nu blijkt dat Edo schrijver is geworden, en ook dat deel één van het boek door hem geschreven is. De avond eindigt in de hut van Martha.

Eén van de andere gasten aan boort is professor Bolten. Edo heeft een hekel aan hem omdat hij net als Herman Waaijman een enorme eigendunk heeft en neerkijkt op anderen. Nadat hij met deze man in een discussie is geraakt wordt hij zo kwaad dat hij hem in het gezicht slaat. Als de cruise afgelopen is en ze in Italië zijn terug gekeerd, besluit hij Nina te verlaten. Zij reist alleen terug naar Nederland terwijl hij naar Rome vertrekt. Hier ontmoet hij Mario Arnofini, een jongen van zijn eigen leeftijd waarmee hij discussieert over filosofie, schrijven, literatuur, kunst en hun moeders, die in het leven van beide jongens een belangrijke rol speelt. In Rome ontmoet hij meerdere figuren die hij niet zozeer naar waarheid, maar meer naar hoe hij zou willen dat ze zouden zijn beschrijft. Na enkele maanden keert hij terug naar Nederland. Hij trekt in bij Marta en haar kinderen, maar wanneer de verhouding tussen hem en haar te serieus dreigt te worden, wordt hij bang en verlaat haar. Hij bezoekt zijn moeder, nog steeds een zeer belangrijke figuur in zijn leven, met wie hij over het verleden en zijn psychische problemen praat. Uiteindelijk ziet hij geen uitweg meer behalve de dood. Hij zeilt met een bootje naar het Buitenst Verlaat, een plek waar hij als kind zich sterk mee verbonden voelde. Hij bezoekt enkele plaatsen waar hij sterke herinneringen aan heeft. Daarna besluit hij een einde aan zijn leven te maken door overboord te springen. Eenmaal in het koude water wordt hij echter plotseling gegrepen door een grote liefde voor het leven. Hij worstelt zich terug naar de boot, gelukkig en vol wilskracht. Uiteindelijk heeft hij zijn angsten en onzekerheden overwonnen en heeft hij de wil te leven.



Ik heb twee onderwerpen uitgekozen waar ik wat dieper op in zal gaan. Het eerste onderwerp is het voorkomen van tegenstrijdigheden in het boek, vooral met betrekking tot de hoofdpersoon zelf. In het tweede onderwerp, dat aansluit op het eerste, zal ik het levensdoel van Edo beschrijven.



Het gebruik van tegenstellingen in het boek

Een belangrijke oorzaak voor de psychische chaos die heerst in het hoofd van de hoofdpersoon is zijn ongelooflijk tegenstrijdige karakter. Edo's leven wordt voornamelijk beheerst door het contrast orde - chaos. Hij heeft een ongelooflijk verlangen naar orde, omdat orde volgens hem noodzakelijk is om zijn gedachtestroom te kanaliseren, waardoor hij innerlijke rust kan vinden. Dit is voor hem heel belangrijk, want wanneer deze rust volledig ontbreekt, zoals in het derde deel van het boek, wordt hij letterlijk gek. Eigenlijk verkeert hij het grootste deel van zijn leven in een psychische instabiliteit. Dit komt ook voort uit het feit dat hij constant op zoek is naar zijn eigen identiteit, en dat hij krampachtig probeert antwoorden te vinden op vragen waar eigenlijk geen bevredigend antwoord op valt te geven. Hij is echter vastbesloten om een symmetrisch allesomvattend systeem te construeren waarmee hij in een keer alle vragen over het bestaan in al zijn algemeenheid heeft opgelost, een systeem dat volledig berust op orde. Het probleem is echter dat hij er niet in slaagt deze zo geïdealiseerde orde te verwezenlijken. Hoe meer hij streeft naar zijn ideaal, hoe chaotischer zijn denkwijzen en handelingen. Dit uit zich ook in het laatste deel van het boek waarin de chronologische volgorde ontbreekt. Ook in de verschillende omgevingen waar het verhaal zich afspeelt is dit contrast terug te vinden, bijvoorbeeld het geordende huis van de familie Waaijman tegenover het rommelige Rome. Deze tegenstelling heeft eigenlijk een direct verband met het contrast gevoel - verstand, wat eigenlijk een wat abstractere uitwerking is van de eerste. Verstand hoort immers bij het ordentelijke, emoties en chaos gaan eveneens hand in hand. Edo denkt met zijn verstand alles te kunnen beredeneren, want voor hem heeft elk gedrag, elke handeling, elke emotie een reden. Hij is een sterke aanhanger van het principe dat niets toeval is, volgens hem gebeurt niets zomaar. Dat is ook te zien aan de opbouw van het boek: Alle gebeurtenissen zijn één logisch, samenhangend geheel; dat wil zeggen dat het één niet had kunnen plaatsvinden zonder het ander. Met zijn drang alles te moeten definiëren zet hij zich sterk af tegen zijn moeder, die een typisch gevoelsmens is. Hij is van mening dat beredeneren noodzakelijk is om het gevoel in toom te houden, maar zijn moeder is het bewijs dat dit niet zo is: zij weet haar gevoelens veel beter in de hand te houden dan bijvoorbeeld hijzelf, terwijl zij zich zelden laat leiden door haar verstand. Emoties spelen echter ook een zeer belangrijke rol in zijn leven. Wanneer hij verliefd is laat hij zich in eerste instantie door zijn gevoel leiden, pas later, wanneer de liefde bekoelt is, kan hij weer met zijn verstand de gebeurtenissen beredeneren. Een derde tegenstelling die als een rode draad door het verhaal loopt is die tussen angst en veiligheid. Al van af jongs af beheersen angsten een groot deel van zijn leven, zoals angsten voor de buitenwereld, chaos, zich vast leggen, en voornamelijk voor het leven zelf, omdat hij het leven niet kan bevatten. Daarom wil hij alles wat er om hem heen gebeurt vast leggen, analyseert hij het gedrag en de emoties van de mensen om hem heen, met als doel de essentie van het bestaan te bereiken. Zijn angsten maken dat hij zich afsluit voor anderen (zoals in het labyrint, dat net als zijn kamer en het huis een gesloten ruimte is) neerslachtig wordt en zich agressief gedraagt. De meeste mensen die hij tegenkomt, inclusief degenen die hem het dierbaarst zijn, zien hem als een grote egoïst, doordat hij alleen maar aan zichzelf lijkt te denken. Ik denk echter niet dat Edo per definitie egocentrisch is; volgens mij is dat alleen maar een manier om zijn angsten en onzekerheden te verbergen. In het boek worden verschillende methoden genoemd waarmee hij zijn levensangsten kan overwinnen. In het eerste deel is dat zijn moeder. Als zijn moeder bij hem is voelt hij zich veilig, bij haar vindt hij de geborgenheid waar hij zo hard naar op zoek is. Zij zegt hem ook zich te distantiëren van de gebeurtenissen door er als een vogel boven te zweven. Door het afstand nemen van vervelende situaties raakt hij zijn betrokkenheid met deze situaties kwijt. In het tweede deel logeert hij bij zijn oom en tante, ver van zijn moeder vandaan. Hij zoekt nu geborgenheid en vooral ook duidelijkheid in zijn Systeem. Wanneer hij echter ontdekt dat dit systeem niet gerealiseerd kan worden gaat hij naarstig op zoek naar een nieuwe vervanger. In het derde deel heeft hij het Systeem en zijn moeder vervangen door het schrijverschap. Door te schrijven is hij in staat zijn gedachten te ordenen, maar ook dit is geen blijvende oplossing voor zijn psychische problemen.

Ik zal enkele andere voorkomende tegenstrijdigheden in het boek nog even kort beschrijven.

1. werkelijkheid - fantasie: Om zijn angsten voor de wereld (lees: de realiteit) tegen te gaan, creëert Edo in zijn jeugd een fantasiewereld, de wereld van Oskar Vanille, waarin alles goed en ideaal is. Als hij volwassen wordt verdwijnt deze Oskar Vanille tezamen met zijn jeugd, maar hij houdt niet op te fantaseren. Het is zelfs vaak onduidelijk waar de werkelijkheid ophoudt en de verbeelding begint, ook omdat je de meeste gebeurtenissen niet zelf meemaakt, maar alleen zijn interpretatie ervan onder ogen krijgt.

2. extraversie - introversie: Soms gedraagt hij zich zeer uitbundig, maar vaak is hij ook uitermate gesloten en durft hij zijn emoties niet te uiten. Aan de ene kant wil hij graag extreem zijn om boven de grijze massa uit te stijgen, aan de andere kant probeert hij alle extremiteiten uit zijn leven te bannen. Ook is dit contrast te zien in zijn gezicht. Hij heeft een lui oog dat als het ware naar binnen staart en een gezond oog dat de wereld observeert.

3. toeschouwer - deelnemer: Dit contrast wordt het duidelijkst in de manier van schrijven. De schrijver heeft afwisselend de ikvorm en de hijvorm gebruikt, waardoor de lezer zowel fungeert als toeschouwer als deelnemer. Hierdoor is de mate van betrokkenheid in het verhaal veranderlijk: soms lijkt het alsof de lezer vanaf een afstand de gebeurtenissen volgt, zoals Edo zelf zich soms verwijderd van situaties en zichzelf er soms volledig in betrekt. In het derde deel is er ook sprake van een scène geschreven in de tweede persoon, maar ondanks dat kon ik me in het derde deel het beste inleven in de hoofdpersoon. Dit komt waarschijnlijk doordat niet de uiterlijke vorm van de dingen beschreven wordt, maar alleen Edo's gedachten erover worden verteld. Alle contrasten blijken met elkaar samen te hangen en overlappen elkaar soms zelfs. Ondanks de tegenstrijdigheid is de schrijver er dus toch in geslaagd om één samenhangend geheel te maken.



Het levensdoel van de hoofdpersoon

Edo's uiteindelijk levensdoel is het ontsnappen aan de gespletenheid in zijn karakter. Hij verlangt ernaar emotie en verstand, beweging en rust en alle andere tegenstrijdigheden in hem in harmonie samen laten gaan. Hiervoor moet echter volstrekte orde in zijn hoofd heersen, maar dat is niet mogelijk doordat zijn herinneringen zijn geest vertroebelen. Daarom wil hij al zijn herinneringen uitwissen. Hij wil zijn zoals het water en de lucht: doorzichtig, vrij en zonder angst of enige andere emotie. Hieraan verbonden zijn in zijn jeugd de liefde voor het zeilen en het verlangen te vliegen met een reuzenvlieger. Ook spreekt hij over de rivier de Lethe. Als men uit deze rivier drinkt zal men alles vergeten en dus alle herinneringen verliezen. Water en wind zijn voor hem overal, en zij bewegen en rusten tegelijkertijd. Het gevoel van onbeweeglijkheid correspondeert hieraan. Terwijl hijzelf beweegt en midden in het leven staat, heerst in hem een serene rust. Dit gevoel verdwijnt echter, het is slechts een tijdelijk gelukzalig gevoel, net als zijn moeder, het systeem, en zijn schrijverschap de angst om te leven slechts tijdelijk wegnamen. Hij bedenkt dat zichzelf van het leven beroven de enige manier is om zijn angsten voorgoed kwijt te raken en al zijn tegenstellingen in een natuurlijk evenwicht te brengen. Immers, tegenstrijdigheden zijn verdwenen als men sterft. Maar wanneer hij oog in oog staat met de dood beseft hij plotseling dat hij helemaal niet dood wil, dat hij wil blijven leven. Dan begrijpt hij dat deze wilskracht het gevoel, het ondefinieerbare is waar hij altijd naar heeft verlangd. Zijn doel is om volop te leven. Ik denk dat zijn angsten niet voortkwamen uit het feit dat hij bang was om te leven, maar dat hij bang was om zijn leven niet volop te benutten.



Titelverklaring

De titel van het boek, Opwaaiende zomerjurken, verwoordt het streven van de hoofdpersoon naar een volmaakt evenwicht. Wanneer hij achter op de fiets van zijn moeder haar jurk om zijn benen voelt fladderen, vervult dit hem met een gelukzalig gevoel. Het lijkt alsof hij vliegt en voor het eerst heeft hij het gevoel dat hij midden in het leven kan staan zonder daar psychisch en emotioneel van in de war te raken.

Het boek is in drie delen opgedeeld, die alledrie een titel hebben. Deel een, Oskar Vanille, slaat op de fantasiewereld waarin hij zich in zijn jeugd veilig voelde, waarin hij in staat was zijn eigen ideaalbeeld te zijn. Deel twee is getiteld "het systeem". Om zijn gedachten te ordenen en antwoord te vinden op de vraag wie hij is wil Edo een symmetrisch, geordend systeem construeren. Deel drie, Scherm der reflexie, staat symbool voor de 'schermen' die Edo tussen zichzelf en de buitenwereld heeft geconstrueerd, waarmee hij zijn gevoelens afsluit voor de omgeving. Als schrijver kan hij zijn eigen leven beschrijven vanaf een denkbeeldige afstand. Het schrijven kan gezien worden als een verwerkingsproces.



Motto

Het motto van het boek is afkomstig van F.C. Terborg . Het luidt als volgt: Of is ons heimelijk bewust dat wij het essentiële, dat wat wij begeren, nooit zullen zien? Op het vertrek komt het aan, op de steeds hernieuwde poging, het opbreken, het zich niet gewonnen geven.

Dit motto sluit aan bij de ideeën van Edo Mesch. Hij is op zoek naar het ideale evenwicht in zijn gespleten karakter, maar ergens weet hij dat hij die harmonie nooit zal bereiken. Alles wat hij verlangt, orde, harmonie, en liefde, kan hij niet vinden. Ondanks dat beschouwt hij zijn leven als een onophoudelijke zoektocht en probeert hij steeds opnieuw zijn idealen te bereiken. Hij geeft zich niet gewonnen, met het gevolg dat hij op het laatst zich zelf heeft opgesloten in een paranoïde, chaotische droomwereld, die voor hem echter werkelijkheid is.

Misschien dat de schrijver wil duidelijk maken dat ieder mens naar de harmonieuze balans tussen zijn tegenstrijdigheden streeft, hoewel dit voor bijna niemand realiseerbaar is. Edo is dus eigenlijk een normaal mens die probeert een uitgebalanceerd leven te bereiken, maar de tegenstellingen van zijn geest zijn te groot om te overbruggen.



Mijn mening over het boek

Hoewel in het boek niet zo zeer gebruik is gemaakt van ingewikkelde taalconstructies, vond ik het toch moeilijk om te lezen. Dit kwam vooral door de steeds wisselende standpunten van de lezer tot de hoofdpersoon, waardoor je steeds moet 'overschakelen'; de ene keer ben je de persoon zelf, de andere keer wordt alleen maar verteld wat er met hem gebeurt . Ook was het in langere dialogen soms onduidelijk wie wat zei, doordat dit niet aangegeven wordt. Wat ik heel mooi vind aan het boek is de manier waarop het is opgebouwd. Het heeft dezelfde structuur als de geest van Edo zelf, want door de wisselende standpunten, de flashbacks en de niet chronologische volgorde van de gebeurtenissen lijkt het boek op het eerste gezicht één grote chaos, maar dan blijkt dat het boek toch een systematisch opgebouwde structuur bevat, waarin alle gebeurtenissen één ordelijk samenhangend geheel vormen. Ook dit is weer een contrast in het boek. De auteur wil denk ik laten zien dat het ene niet zonder het andere kan, dat een leven zonder extreme tegenstellingen niet mogelijk is, want hoewel tegenstrijdig, bestaat er een samenhang tussen. Het boek onderscheid zich van andere boeken doordat je werkelijk het idee hebt dat je de wereld vanuit Edo's ogen ziet. Dit komt doordat wat er om hem heen gebeurt niet nauwkeurig wordt beschreven, maar je alleen zijn gedachten over de gebeurtenissen leest, die vaak ook nog een ander aspect aan de werkelijkheid toevoegen: Hij beschrijft alles op de manier waarop hij denkt, of zou willen dat het gebeurd was. In een citaat uit het boek wordt dit heel duidelijk gemaakt: Er zijn de gebeurtenissen, er zijn mijn gedachten over die gebeurtenissen, maar wat er werkelijk gebeurd is begrijp ik niet…
Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen