U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag : Anoniem, - Beatrijs.
Deze versie komt van http://www.collegenet.nl/studiemateriaal/verslagen.php?verslag_id=10301 en is laatst upgedate op Onbekend.
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 1509 woorden.

1. Motto

Er wordt geen motto of opdracht genoemd in ‘Beatrijs’, dat is ook logisch want ‘Beatrijs’ is niet zozeer een boek, maar een (vertel)verhaal.



2. de Schrijver

De schrijver (of beter dichter) van ‘Beatrijs’ is onbekend, maar hij was waarschijnlijk een Oost-Vlaming of Brabander. Het enige handgeschreven verhaal van Beatrijs dat bewaard is gebleven is namelijk in Brabant geschreven (omstreeks 1374). Ofschoon men dus niet weet wie hij was, doen de openingsregels van het verhaal vermoeden dat hij een beroepsdichter (sprookspreker) was (iemand die door het maken en voordragen van gedichten de kost verdiende), omdat hij hierin zijn beklach deed over het geld wat hij met dichten verdiende. Hieruit blijkt dat het gedicht ‘Beatrijs’ geschreven was om voor te dragen, wat je ook kan merken aan de schrijfstijl.

De vertaling die ik heb gelezen is gemaakt door Willem Wilmink en Theo Meder.



3. Thema

Natuurlijk kan je geen voornaam thema van de schrijver noemen, als je niet weet wie de schrijver is. Wel is er bij ‘Beatrijs’ een duidelijk thema (een soort moraal): het vereren van Maria komt het eigen welzijn en zielenheil altijd ten goede.

Ook wordt er veel belang aan berouw en het biechten gehecht, voor het publiek wordt duidelijk gemaakt dat alleen het opbiechten van je zonden via de kerk genade schenkt.



4. Aansprekend fragment

Het fragment dat ik gekozen heb is het fragment wanneer Beatrijs haar twijfels heeft over het opbiechten van haar zonden bij de Abt. Er verschijnt dan een ‘jongeling’ met een dode baby op zijn arm, die hij desondanks probeert op te vrolijken. Hiermee zegt hij Beatrijs dat zij nóg zoveel moeite kan doen, maar dat zij zonder haar zonden op te biechten geen vergiffenis krijgt van God (regel 932-970).

Het fragment is kenmerkend voor de tekst, Beatrijs die niet goed weet of ze nou moet toegeven aan haar hoofse gevoelens van schaamte (en dus niet biechten), of moet toegeven aan haar christelijke gevoelens (en wel gaan biechten). Ook de verschijning van de jongeling (is het misschien een engel?) is kenmerkend, aardse gebeurtenissen vermengen zie met gebeurtenissen van een hogere macht.



5. Bijgebleven fragmenten

Het eerste bijgebleven fragment is wanneer Beatrijs aan de weduwe vraagt hoe het in het klooster is, en dat Beatrijs dan weet dat niemand heeft opgemerkt dat zij verdwenen was (regel 585-613).

Vanaf dit fragment weet Beatrijs (en de lezer / luisteraar) dat zij geholpen wordt door Maria en geeft dit weer een beetje hoop

Het andere fragment is wanneer de man van Beatrijs haar achterlaat met hun twee kinderen (regel 425-432).

Als lezer wist je eigenlijk al dat deze relatie nooit goed kon gaan, zo probeerde de jongen Beatrijs zeg maar te kopen met allerlei mooie kleren (hij was dus erg onzeker), en wilde hij daarna bijvoorbeeld buiten de liefde bedrijven, wat Beatrijs absoluut niet goed vond. Ze waren dus eigenlijk niet geschikt voor elkaar.





6. Herkenning bij personages

Ik denk dat de personages voor veel mensen herkenbaar zijn (wat waarschijnlijk ook de bedoeling is geweest van de dichter), natuurlijk leven wij in andere omstandigheden dan Beatrijs, maar de karakters van de personen zouden in deze tijd niet veranderen.

Zo ken ik mensen die net zo impulsief en twijfelachtig zijn als Beatrijs en de jonge man waarmee ze ervandoor gaat. Helaas ken ik nog niemand die precies zo is als Maria!



7. Het onderwerp

Het onderwerp van ‘Beatrijs’ is het weglopen van een non uit een klooster om een nieuw bestaan met haar jeugdliefde op te bouwen.

Dit kan natuurlijk nooit goed aflopen zonder de hulp van e Heilige moeder Maria, en dat beschrijft het verhaal.



8. Symboliek en beeldspraak

Er wordt ontzetten veel gebruik gemaakt van symboliek en beeldspraak in ‘Beatrijs’, dus hou je vast, hier komen er een paar:

- De blauwe kleur van de wereldse-kleding van Beatrijs. Ondanks dat ze de binding met God verbreekt door te vertrekken uit het klooster, houdt ze altijd nog contact met Maria, ditmaal door het dragen van de kleur blauw (de kleur van Maria).

- De 7 jaren van voordspoed en de 7 jaren van tegenspoed waarin het gezin Beatrijs leefde. Dit is natuurlijk afgeleid van de in de Bijbel bekende ‘7 vette jaren en 7 magere jaren’ (7 is een goddelijk getal).

- Het driemaal horen van hemelse stemmen. Eigenlijk net als in ‘Karel ende Elegast’, en ook de 3 is een heilig getal.

- De lampen bij het koor brandden allemaal toen Beatrijs voor het eerst weer binnenkwam. Dit kan betekenen dat ze zowel letterlijk als figuurlijk het licht zag, maar ook dat ze op een Maria feestdag kwam (misschien 2 februari), of om Beatrijs te laten weten dat het Maria was die haar geholpen had (licht is namelijk één van de symbolen die bij Maria horen).



9. Zelf de hoofdpersoon

Als ik Beatrijs was, was ik waarschijnlijk niet weggegaan uit het klooster. Je hebt bij het intreden van het klooster een soort eed gepleegd, dat je het geloof blijft gehoorzamen. Ik zou het waarschijnlijk niet durven om zoiets te verbreken omdat je verplicht bent te gehoorzamen, en het lijkt me best eng wanneer je te maken hebt met hoger gezag (dus dat anderen over je lot zouden kunnen bepalen, wat in het verhaal kon).



10. Climax / Anticlimax

In het verhaal ‘Beatrijs’ lijkt het alsof er na het echte eind, er nog een einde aan is vastgeknoopt, zodoende zijn er ook 2 climaxen met de bijbehorende anticlimaxen:

De eerste climax is wanneer Beatrijs weer het klooster ingaat, zouden de anderen misschien zien dat zij een andere non is? De anticlimax is dat al haar spulletjes liggen waar zij ze bij haar vertrek had achtergelaten en dat niemand haar herkende.

De andere climax is wanneer Beatrijs toch gaat biechten (het zou best kunnen dat ze alsnog een zware straf krijgt), de anticlimax is hier dat ze vergiffenis krijgt voor de zonden die ze heeft begaan.





11. de Hoofdpersonen

Beatrijs: de hoofdpersoon van dit verhaal, is de kosteres van een klooster, maar ze verlaat het klooster om met haar jeugdvriend een nieuw leven op te bouwen. Ze is erg hoofs, maar dat neemt af naarmate het verhaal vordert. Ze is impulsief (vertrekt zomaar uit het klooster) maar daarnaast ook twijfelachtig (ze weet niet of het vertrek uit het klooster wel de juiste beslissing was). Ze ziet er knap uit en is ook nog eens slim.

De Heilige moeder Maria: zij is de belangrijkste bijpersoon uit dit verhaal, ze wordt in het gedicht beschreven zoals we haar kennen: moeder van Jezus, behulpzaam en vredelievend. In dit verhaal neemt ze de taak die Beatrijs in het klooster had over (in Beatrijs’ gedaante), en ze deed dat zo goed, dat niemand gemerkt had dat Beatrijs er een tijdje niet was, daarna zorgde ze ervoor dat Beatrijs weer aan de slag kon als non.



12. Ontwikkeling van Personages

(Stapsgewijs):

- Beatrijs gaat er met haar jeugdliefde vandoor;

- Maria neemt de plaats van kosteres op zich (in Beatrijs’ gedaante);

- Beatrijs en man kennen 7 jaar van voorspoed (ze kunnen van het leven genieten zonder geldzorgen, en krijgen twee zoons);

- Familie Beatrijs kent 7 jaar van tegenspoed (ze hebben geen geld en er breekt juist een periode van schaarste aan);

- De man verlaat Beatrijs en zijn twee zoons;

- Beatrijs gaat in de prostitutie om geld te verdienen;

- Beatrijs en de koters gaan bedelend rondtrekken en komen uiteindelijk in de omgeving van het klooster terecht;

- Beatrijs verneemt dat haar vertrek nooit is opgemerkt;

- Beatrijs hoort driemaal een hemelse stem die haar beveelt om weer terug naar het klooster te gaan;

- Beatrijs komt weer terug in het klooster, de kids blijven bij een weduwe en gaan later mee met de Abt om monnik te worden;

- Beatrijs biecht haar verhaal op bij de Abt, die haar vergiffenis verleent.



13. Samenvatting

Een non verlaat het klooster om samen te gaan wonen met haar jeugdliefde, 7 jaar gaat het goed (ze krijgen twee kindjes), daarna gaat het voor 7 jaar slecht en verlaat de man het gezin. De vrouw komt in de prostitutie terecht en gaat daarna bedelen, ondanks dat blijft ze toch bidden tot Maria. Uiteindelijk komt ze weer bij haar klooster terecht en verneemt ze dat niemand haar gemist heeft, de Heilige Maria heeft al die tijd haar taak op zich genomen. De non gaat weer terug het klooster in en biecht alles op, haar zoons worden ook opgevangen.



14. Aanbeveling

Ik vond het gedicht leuk om te kezen, het is weer eens wat anders dan die ‘standaard’ literatuur. Ik zou het mensen adviseren, wanneer ze een beetje geïnteresseerd zijn in geschiedenis en geloof. Het beschrijft namelijk hoe mensen in de Middeleeuwen dachten over bepaalde dingen (waaronder geloof), verder is het heel makkelijk om (de vertaling) te lezen, en staat er aanvullende informatie bij. Alles bij elkaar: interessant en leerzaam!





15. Overige vragen

Met deze vragen zit ik nog na het lezen van ‘Beatrijs’:

- Hoe kan het dat de weduwe de echte Beatrijs niet herkent als de kosteres, maar de nonnen ook niet zien dat het een andere ‘Beatrijs’ (dan de door Maria gespeelde) was?

- Was de ‘jongeling’ met de dode baby op zijn arm een engel gezonden door Maria?

- Heette de non echt Beatrijs? Hoe konden ze dat dan weten, de Abt zou de Marialegende toch hebben doorverteld zonder de non haar naam te noemen?
Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen