U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag : Kolet Janssen - Het Duivelskind.
Deze versie komt van http://www.scholieren.com/boekverslagen/1509 en is laatst upgedate op 16/06/2000.
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 1596 woorden.

BOEKBESPREKING 3: HET DUIVELSKIND – KOLET JANSSEN

Samenvatting

Drie Nijlenaars, twee vrouwen en een man, gaan naar Willem Brant: de schout. Ze beschuldigen Anneken Faes Brosis, een veertienjarig meisje, van hekserij. Ze zou bijvoorbeeld melk zuur gemaakt hebben. Een erg gegronde aanklacht is het niet, maar als het over hekserij gaat moet men elke aanwijzing ernstig nemen. Als schout van de koning in de stad Lier rekent Willem het tot zijn plicht elke duivelse invloed in de kiem te smoren. Anneken wordt onmiddellijk opgepakt samen met haar zwangere moeder. De aanklacht tegen haar moeder luidt dat Annekens heksenstreken van haar afkomstig zouden zijn. Lysbeth, zoals de moeder heet, is niet meteen van plan in de cel te bevallen: ze heeft al twee kinderen en haar man verloren. Haar man, Broos, is vermoord en de kinderen zijn dood geboren. Nu verwacht ze een kind van Lenaert op wie ze verliefd werd kort na Broos’ dood. Lenaert houdt helemaal niet van Anneken, hij noemt haar ‘een duivelskind’. Lysbeth heeft dus snel een advocaat die ervoor zorgt dat ze vrijgelaten wordt(omdat men geen bewijzen tegen haar heeft). Het komt haar goed uit wanneer Anneken niet vrijkomt(tegen haar heeft men wel een aanklacht). Anneken leert vanuit de gevangenis twee kinderen kennen: Mayken en Pieter. Ze kunnen haar zien door de tralies. Eerst zijn ze net als alle andere mensen bang van Anneken, maar ze zijn te nieuwsgierig en beginnen toch met haar te praten. Ze geven haar ook stof waarmee ze popjes kan maken, zo heeft ze toch een bezigheid om de tijd te doden. Anneken’s advocaat komt haar meedelen dat ze gefolterd zal worden. Alleen wanneer iemand bekent kan men hekserij echt bewijzen. Men zal haar niet folteren door haar in de palei te hangen vanwege haar leeftijd. De volgende morgen klinkt al vroeg de stem van de cipier, het is tijd voor de foltering. Eerst moet ze zich uitkleden en wordt ze kaalgeschoren. Daarna wordt ze onderzocht door een vroedvrouw. Ze zoekt een teken ergens op het lichaam, want daaraan kan je een heks herkennen. Vingers verkennen als listige slangen haar hele lichaam. Er is niets te vinden. Dan begint de foltering, een beul slaat met een takkenbos op tientallen plaatsen tegelijk op haar rug. Wanneer Anneken half bewusteloos is, neemt hij een doornige takkenbos. De doornige takken scheuren wat er nog van haar rug heel is gebleven. Anneken blijft ontkennen dat ze contact heeft gehad met de duivel. Ze wordt terug naar haar cel gebracht. Door de tralies ziet ze Cathelyne voorbijkomen. Anneken heeft Cathelyne nog met het huishouden geholpen. Anneken, roept nog, de vrouw negeert haar, en zakt dan in elkaar. Na drie dagen komt de beul Anneken opnieuw uit haar cel halen. Dan houdt ze het niet meer uit en zegt dat Cathelyne haar in contact met de duivel bracht. Ze wil toch wraak op Cathelyne omdat ze haar negeerde. Ze zegt dat Cathelyne kruidendrankjes en zalfjes kan maken. “Van haar heb ik ook heel wat geleerd”, verklaart ze. “Zo heeft ze me ook in contact gebracht met de duivel:Crisis. Dat gebeurde tijdens een Heksensabbat. Crisis heeft mij ook proberen te verkrachten, maar ik werd kwaad en schopte hem tegen zijn verstijfde lid. Nadien heeft Cathelyne me weggestuurd.” Door deze verklaring wordt Cathelyne gearresteerd Cathelyne wordt aan de palei gehangen, daardoor bekent ze alles. Nog een aantal andere dorpelingen getuigt. Dan wordt de straf uitgesproken: Cathelyne zal sterven op de brandstapel, God en de duivel hebben haar in de steek gelaten. De mensen op straat roepen allemaal: “Heks!”, “Dood aan de heks” of “Nu krijg je je verdiende loon!”.

Cathelyne wordt naar de stak gebracht en door een beul geblinddoekt. Nog eenmaal kijkt Cathelyne verwonderd om zich heen. Dan maakt de beul de blinddoek vast en knoopt de touwen van Cathelynes handen om de staak. De priester spreekt nog een laatste zegening uit en er wordt een knopentouw om Cathelynes hals gebonden. Met enkele efficiënte bewegingen trekt hij het touw om haar hals strak en draait het rond. Heel even gaat er een stuiptrekking door Cathelynes lijf. Dan is de lucht voorgoed afgesneden. Cathelyne, de heks van Nijlen is niet meer. Dan wordt de brandstapel aangestoken. (Als gunst staat men bijna altijd voorafgaande wurging toe).

Anneken zelf zit al een jaar in de cel, het wordt tijd dat men haar straf beslist. Op 20 april 1590 wordt de rechtszaak beëindigd: Anneken moet als straf één jaar lang elke vrijdag vasten. Ze mag dan enkel water en brood eten.



Persoonlijk oordeel: Het boek is al heel snel boeiend, het verhaal komt snel op gang. Het hele verhaal is ook heel erg aangrijpend; ook al omdat het gebaseerd is op historische feiten. Je vindt ook wat documenten in het boek van de rechtszaak die echt bestaan. Het boek is dan ook heel realistisch, het is levensecht. Het onderwerp is ook zeker de moeite waard, maar dan vooral door de gedurfde beschrijvingen. Je gruwelt bij de uitgebreide beschrijvingen van de folteringen. Het onderwerp wordt vanuit een andere hoek bekeken. Het toont de waanzin van een idee zoals bijvoorbeeld: we duwen iemand onder water, wanneer hij verdrinkt is hij geen heks, wanneer hij niet verdrinkt is hij een heks en moet sterven op de brandstapel. Zo krijg je een perfecte beschrijving van hoe men in die tijd dacht. De taal is eenvoudig, toch is ze ook heel treffend. De gevoelens van de hoofdpersoon zijn eigenaardig ( niet iedereen voelt zich zo in die omstandigheden), maar toch echt, omdat het al vanaf het begin een raar meisje is. De terugblikken zorgen ervoor dat de voorgeschiedenis pas langzaam duidelijk wordt. Een aantal negatieve punten: er is geen verademingsmoment en ondanks de goede spanningsbouw weet de schrijver zelf niet goed wat het hoogtepunt is. Zeker een aanrader, de nodige spanning is er, maar toch mist het boek iets (het heeft niet echt een duidelijk genre: roman? , Thriller? , Historisch? , Avontuur? , drama ?).



Plaatsbespreking : Het verhaal speelt zich af in Lier en Nijlen. Er wordt namelijk een verschil gemaakt tussen de stad Lier en het omliggende platteland waartoe het dorp Nijlen behoort. Anneken woont in Nijlen en zit in de gevangenis te Lier. Er is weinig aandacht besteed aan plaatsbeschrijvingen, maar eigenlijk is dat ook helemaal niet nodig. De plaats heeft geen grote invloed op de gebeurtenissen omdat de manier waarop men over een heks dacht in die periode overal toch gelijk is. Cathelyne zou op bijna eender welke plaats op de brandstapel beland zijn door Annekens verklaring. Hekserij werd namelijk heel ernstig genomen. Anneken heeft misschien wel geluk gehad dankzij de schout die besliste haar niet zo erg te straffen, ook al vanwege haar jonge leeftijd. Niet elke schout zou haar een lichtere straf willen geven. Men had net hetzelfde verhaal op een andere plaats kunnen vertellen. Historisch is het dan wel niet waargebeurd omdat de heksenprocessen tegen Anneken en Cathelyne echt hebben plaatsgevonden te Lier.



Tijdsbespreking : De data van wanneer het boek zich afspeelt zijn heel concreet. Bij het begin van elk hoofdstuk krijg je een precieze datum. Het verhaal begint op 26 augustus 1589 en eindigt op 20 april 1590. De periode die in het boek beschreven wordt is dus ongeveer 8 maanden. De grammaticale tijd is de O.V.T. Het boek telt 155 bladzijden. Het verhaal verloopt niet chronologisch, er zijn regelmatige terugblikken maar geen vooruitwijzingen. Anneken denkt regelmatig terug aan het verleden en bij de getuigenissen die men doet wordt er over het verleden verteld: de ontmoeting met Cathelyne, de ontmoeting met de duivel, … De periode waarin het verhaal zich afspeelt heeft in tegenstelling tot de plaats veel met de gebeurtenissen in het boek te maken. Men was in die tijd zeer bijgelovig en wie veel kennis van kruiden had werd al snel een heks genoemd.



Personages :

1 Het hoofdpersonage Anneken, ze is een zeer eigenaardig meisje. Ze is haast onbegrijpbaar wat haar karakter betreft en wordt daardoor alleen al ‘een duivelskind’ genoemd. Zo laat ze eens haar benen door de tralies naar buiten hangen en zingt ze naar haar foltering! Het wordt in de loop van het boek toch duidelijk dat ze heel wat meer gevoelens heeft dan men denkt, de mensen in het dorp denken dat het haar allemaal niet kan schelen. Ze mist haar moeder toch wel en vindt ook Cathelyne belangrijk. Maar, door in haar boosheid Cathelyne aan te geven, wordt Cathelyne veroordeelt en komt ze zelf vrij. Ze is onvoorspelbaar, ze is geen heks, maar volgens mij is ze wel gevaarlijk wanneer ze haar zin niet krijgt. Ze zou door valse beschuldigingen iedereen laten terechtstellen, zelfs haar moeder. Volgens mij verdiende Anneken het meer dan Cathelyne om op de brandstapel te sterven.

2 Cathelyne: Cathelyne wordt net als haar moeder enkele jaren geleden veroordeeld en heeft het daarmee heel moeilijk. Ze wist maar al te goed waarom ze Anneken negeerde.

Haar karakter wordt niet echt diep uitgewerkt. Ze heeft een grote kennis van kruiden en wil zo haar zieke man genezen, ze zou er dag en nacht voor wakker blijven en bij hem waken.

3 de moeder van Anneken: een belangrijk personage in het begin van het boek, Annekens heksenstreken zouden van haar afkomstig zijn. Ze houdt helemaal niet van haar dochter, ze is een last. De moeder gaat zelfs naar de verbranding van Cathelyne kijken. Dat is wel het enige moment waarop ze nog eens aan Anneken denkt, maar het zou zelfs een zorg minder zijn mocht haar dochter ook zo sterven. Ze heeft dus nog een slechter karakter dan Anneken zelf.
Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen