U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag : F.b. Hotz - Eb En Vloed.
Deze versie komt van http://www.scholieren.com/boekverslagen/1505 en is laatst upgedate op 15/08/2000.
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 1528 woorden.

HOTZ, F.B. 1987

Eb en vloed en andere verhalen

Epiek; verhalenbundel



INHOUD



De bundel telt 184 bladzijden, bestaande uit 11 verhalen. ‘De ontbijtzaal’: de vijftiger Thomson logeert met zijn vrouw in een Zuid-Limburgs hotel waar hij op zoek is naar de waarheid achter de neutraliteitspolitiek van Nederland in de eerste Wereldoorlog. Door de behulpzaamheid aan een oude man raakt hij in de problemen. ‘Liebestraum’: een jongetje is vanuit zijn bed getuige van het feestje van zijn ouders. Hij besluit niet zo te worden als een van de gasten op het feest die voor mislukkingen geboren lijkt. ‘Vakantie’: N. logeert met zijn vrouw en dochtertje bij een ander gezin. De sfeer is erg ongemakkelijk, zeker omdat N’s vrouw hem ervan verdenkt dat hij naar jonge meisjes loert. ‘Het oponthoud’: de hoofdpersoon weet zich geen raad met zichzelf, zijn studie ligt hem niet. Daarom besluit hij een illegaal blaadje, het is oorlog, rond te brengen. Dit wordt geen succes. ‘De Voordracht’: de tachtigjarige moeder van de hoofdpersoon heeft haar hele leven nieuwe hobby’s aangepakt. Ze geeft een gênante voorstelling op het toneel. Na haar dood vindt haar zoon haar dagboek waarin staat hoe ze zich staande heeft weten te houden. ‘Toonkunst’: de hoofdpersoon koopt, in de ban geraakt van jazz, een trombone. Hij neemt les en begint vol overgave te studeren, na de oorlog blijkt zijn leraar te zijn overleden. ‘Eb en vloed’: een jongen raakt op vakantie geïnteresseerd in een meisje van zijn leeftijd. Het meisje toont geen interesse in hem, maar wil wel zijn vader aan haar moeder koppelen. Na de vakantie keren vader en zoon terug naar de badplaats. ‘Thomas en de cycloop’: Thomas wordt na spertijd opgepakt door NSB’er.

Hierdoor, en door het feit dat hij achter de verblijfplaats van zijn buitenechtelijke zoon komt, wordt hij in verwarring gebracht. De dood van zijn, door hem gehate, tuinman maakt hem weer rustig. ‘De bevestiging’: de hoofdpersoon had concertpianist willen worden, maar door reuma aan zijn hand kon dat niet. In zijn baan als receptionist in een uitvaartcentrum vindt hij rust. ‘Lola, of een onbetaalde rekening’: de Russische achterneef van de hoofdpersoon komt bij hen in huis wonen. Hij kan er slecht aarden en als er luizen bij hem worden geconstateerd moet hij vertrekken. Twaalf jaar later komen de hoofdpersoon en zijn moeder de achterneef weer tegen en zijn moeder gedraagt zich alsof er niets is gebeurd. ‘In dood water’: een oude man ergert zich aan de moderne tijd en de bemoeizucht van zijn dochter. Alleen ‘s avonds bij zijn boeken voelt hij zich rustig en vredig.



INTERPRETATIE



Een aantal verhalen uit deze bundel zijn autobiografisch getint zoals ‘Het oponthoud’ en ‘Toonkunst’ in beide verhalen komen elementen voor die ook in het leven van F.B. Hotz een belangrijke rol spelen, alle andere verhalen hebben een autobiografisch karakter. Doordat de schrijver de verhalen achteraf vertelt, geeft dit hem de mogelijkheid, extra commentaar toe te voegen. Alle verhalen zijn geschreven in het ik-perspectief, waarbij de ik-figuur ook als hoofdpersoon fungeert. Alleen in het titelverhaal ‘Eb en vloed’ is er sprake van een meervoudig perspectief. Hierin wordt de zienswijze van vader en zoon gegeven. Er zijn een aantal belangrijke overeenkomsten tussen de verhalen. De meeste personages lijken op elkaar, het zijn in de ogen van hun omgeving allemaal ‘antihelden’, ze ervaren de situatie waarin zij zich bevinden als beklemmend en onvrij. Zij willen niet dat anderen op hen letten. Zij proberen allemaal iets van hun leven te maken, maar dat dat ook lukt is eerder uitzondering dan regel. Vergeefsheid typeert hun handelen en het lukt hun niets iets positiefs tot stand te brengen. De kleinheid van de mens staat centraal in zijn verhalen. De verhalen in Eb en vloed zijn geen verhalen vol spanning: het gaat er Hotz meer om de verhouding van zijn hoofdpersonen tot de buitenwereld dan om wat zich daarin afspeelt. Geen van de elf verhalen bevat een clou of een gebeurtenis waardoor er een grote wending in het verhaal komt. De thema’s van de bundel zijn: nostalgie, burgerlijk leed, muziek en lichte weerzin tegen vrouwen. De motieven: de echtscheiding van zijn ouders, de jazz, zijn moeder, de crisistijd, de eerste wereldoorlog en de tweede wereldoorlog. Met de titel van de bundel, Eb en vloed wordt de toon van komen en gaan duidelijk gemaakt. Ook is de zee het symbool voor het veranderlijke van het menselijk leven. Het begrip ‘eb en vloed’ heeft ook betrekking op de inhoud van de bundel. Dwars door de verhalen heen wisselen gevoelens en stemmingen elkaar af.









WAARDERINGSGESCHIEDENIS



In het algemeen is Eb en vloed lovend tot zeer lovend besproken. Heumakers schrijft in De Volkskrant, van 03-04-1987: ‘zijn verhalen zijn steeds voortreffelijk geschreven, een vooroorlogse kwaliteit’. En Bakker heeft het in de Haagse Courant van 17-04-1987 over ‘wondermooie verhalen’. De enige uitzondering hierop is de recensie ‘Wachten op het toeval’ van Melchior de Wolff in NRC Handelsblad van 24-04-1987. Deze schrijft: “Hotz is kariger en economischer gaan schrijven, de zinnen zijn korter, het ritme is gehaaster.” “Soms leidt dat tot een soort monotonie en ontstaat in het achterhoofd van de lezer een ondefinieerbare zoemtoon.” Verder is bijna elke recensent van mening dat Hotz soberder schrijft dan hij heeft gedaan. Trudy Telderman schrijft in Hervormd Nederland van 02-05-1987 ; “Eb en vloed is helemaal sober geschreven.” Heumakers schrijft in de Volkskrant van 03-04-1987: “De stijl lijkt iets soberder te zijn geworden”. Alleen Maarten ‘t Hart is het hier niet mee eens, in Vrij Nederland schrijft hij op23-05-1987 : “De stijl is niet soberder geworden, maar iets bloemrijker”. Ook vinden haast alle recensenten Hotz’ personages antihelden zijn. In Haagse Post schrijft Jaap Goedegebuure op 11-04-1987: “De antihelden van Hotz gaan deze weg in het besef dat ze in het oog van de wereld als mislukkeling gebrandmerkt staan”. Heumakers spreekt in zijn recensie in De Volkskrant van 03-04-1987 van “zelfgewilde mislukking” als hij het heeft over de hoofdpersoon van ‘Het oponthoud’ die, door geringe interesse, stopte met zijn opleiding. En volgens Melchior de Wolff in het NRC Handelsblad van 24-04-1987 zijn Hotz’ personen stuurloze, onzekere mensen in wier leven logica ontbreekt en die enkel maar wachten op het toeval.



CONTEXT



Frits Bernard Hotz wordt geboren op1 februari1922 in Leiden. Hij begint in 1940 aan een studie werktuigbouwkunde aan de Academie voor Technische wetenschappen in Rotterdam. Na 2 jaar gaat hij liever naar de Academie voor Beeldende Kunsten in dezelfde stad. De eerste jaren na de oorlog moet hij met TBC het bed houden. Hij speelt van 1947 tot 1974 trombone bij verschillende jazzgroepen in binnen- en buitenland. Hij trouwt krijgt een zoon en scheidt acht jaar later. Het werk van Van Oudshoorn dient Hotz als voorbeeld en hij wil al lang schrijven , maar hij durft zijn verhalen niet naar uitgevers te sturen. Dat durft hij pas in 1974 als in het tijdschrift Maatstaf het verhaal De Tramrace wordt gepubliceerd. Vervolgens publiceert hij Dood weermiddel (1976), Ernstvuurwerk (1978, bekroond met de F. Bordewijk-prijs), Proefspel (1980) , Duistere jaren (1983). Eb en vloed schrijft hij in 1987. In 1978 krijgt Hotz voor Ernstvuurwerk de F.Bordewijkprijs. In 1998 krijgt hij voor zijn gehele oeuvre de P.C.Hooftprijs. De verhalen van Hotz worden vaak onderverdeeld in historische verhalen, deels autobiografische verhalen over de eigen jeugd en verhalen over het leven als jazzmusicus in de jaren vijftig en zestig. In alle gevallen wordt sfeervol en met veel oog voor details een verleden tijd tot leven gebracht. Dat komt vooral door zijn beschrijvingen van voorwerpen. Veel van zijn verhalen zijn historisch. Hotz noemt de jaren twintig de beste jaren van deze eeuw, dit in tegenstelling tot de dertiger jaren die hij beschouwt als ‘de donkerste en domste jaren van deze eeuw’. Deze periode wordt voor Hotz ook beheerst door de scheiding van zijn ouders. Hotz’ stijl is zorgvuldig registrerend, sober, ingehouden, vol milde spot, een beetje stuurs en nuchter. Emoties toont Hotz in zijn werk niet of nauwelijks. Enkele motieven en thema’s keren steeds terug. De hoofdpersonen zijn vaak eenzame mannen die de buitenwereld trachten te weren, hoewel dit ook weer niet vol overtuiging gebeurt. Besef van schuld en boete beheerst vaak de verhalen, waarbij de boetedoening van de hoofdpersonen in de meeste gevallen niet in verhouding tot hun geringe schuld staat. Ook zijn de huwelijksproblemen en de scheiding van zijn ouders vaak duidelijk aanwezig in de verhalen, huwelijksgeluk daarentegen komt zelden voor. In recensies wordt Hotz veelal vergeleken met gerenommeerde schrijvers als Bordewijk, Carmiggelt, Nescio en Elsschot. Met de laatste twee heeft hij het vanzelfsprekende in hun schrijfwijze gemeen: de spanning of emoties worden niet opgeklopt met stijlkunstjes, maar ze vloeien natuurlijk voort uit de geschiedenis.
Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen