U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag : Theo Hoogstraaten - De Ramp.
Deze versie komt van http://www.scholieren.com/boekverslagen/1497 en is laatst upgedate op 28/03/1999.
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 777 woorden.

Titel

De ramp



Samenvatting

De klas van de vijftienjarige Peter houdt twee weken vakantie op zeilboten op het IJsselmeer en de Waddenzee. Peter zit met vijf andere jongens en zes meisjes op de tjalk van schipper Rick. De schoolleiding is vertegenwoordigd door mijnheer Van Dam en door Esther, een leerlinge uit een hogere klas. Er wordt ingescheept in Enkhuizen en via Makkum gaat men naar de Waddenzee. De sfeer aan boord wordt vooral bepaald door Mark, die nogal scherp iemand in de zeik kan zetten. Vooral Peter is een geliefd slachtoffer. Ook als iemand in problemen komt zijn Mark's opmerkingen oorzaak dat niemand een handje uitsteekt om te helpen. Mijnheer Van Dam is iemand zonder gezag. Alleen Esther heeft invloed op de groep leerlingen. Het zijn Esther en Rick die de groep organiseren in groepjes die moeten helpen bij het zeilen, het sturen, het koken en de overige corvee. Esther dwingt bewondering af als zij Mark gaat redden nadat die dronken in het water was gevallen. Ook hierbij stond iedereen te kijken. Alleen Esther en Rick doken het water in. Omdat het weerbericht aanvankelijk goed was gaat men richting Vlieland. Halverwege betrekt de lucht echter. Ook het weerbericht wordt bijgesteld. De buien die voor morgen waren aangekondigd komen eerder. De schipper besluit te keren en terug te gaan naar Harlingen. Om snelheid te winnen wordt de motor gestart. Deze weigert echter steeds. Ze komen in een vreselijke bui. Het schip komt vast te liggen op de Paardenhoek, een zandplaat. Omdat de groep nogal wat zeezieken heeft zijn niet alle voorzorgsmaat-regelen op tijd genomen: het zwaard van de tjalk staat nog laag, waardoor er contact komt met de bodem. Door de schade is de tjalk niet meer in staat op eigen kracht los te komen en naar Harlingen te varen. Hulp blijft uit. Er komen geen boten langs en omdat er water bij de radio gekomen was is radio contact onmogelijk. Ondertussen is er echter iets anders gebeurd waar men op de tjalk nog geen weet van heeft. Aan het Amstelmeer, een stuk water tussen het voormalige eiland Wieringen en de rest van Noord-Holland staat de nieuwe Amstelcentrale, een kerncentrale. Het Amstelmeer is een afgedijkt stuk van de Waddenzee, dat nu als koelwater voor de centrale dient. De binnendijken zijn echter in slechte staat door ratten, die in de dijken veel tunnels groeven. Vooral het warmere stuk bij de centrale was geliefd bij hen. De noorderstorm is net de druppel die de emmer doet overlopen. Er ontstaat een dijkdoorbraak en ook het pijpensysteem voor het koelwater wordt vernield, waardoor er te weinig koelwater binnenkomt. Bij het overschakelen op de reservepomp treed kortsluiting op. De temperatuur van het reactorvat neemt in enkele seconden met honderden graden toe. De situatie wordt onhoudbaar. Het zeewater dringt ook binnen in de centrale. Door het contact met het hete vat ontstaan er grote wolken radioactieve damp. De noordenwind blaast deze Noord-Holland in. De regering besluit alle inwoners boven de lijn Alkmaar-Hoorn te evacueren: Auto's moeten achterblijven, het mag alleen met het openbaar vervoer. Later moeten ook de mensen ten noorden van Purmerend weg. De ziekenhuizen zijn overvol. Alleen mensen met overlevingskansen worden nog geholpen. Maar ook mensen met slechts geringe verschijnselen worden niet direct geholpen. Het zijn vooral huidaandoeningen ten gevolge van de radioactieve straling. Op de boot hoort men het nieuws via een klein radiootje van één van de leerlingen. Het nieuws slaat als een bom in. Als de wind draait lopen ze direct gevaar! Peter zijn vader werkte op de centrale. Het nieuws zegt dat alle aanwezige technici overleden zijn. Peter wil zo snel mogelijk weg. Onder het eten gaat hij naar boven en maakt de roeiboot los. Op het laatste moment merkt Esther dat. Ze gaat hem achterna. De roeiboot is echter al in de stroming terecht gekomen. Omdat Peter vergeten is roeispanen mee te nemen zijn Esther en Peter afhankelijk van de stroming en van de getijden. Uiteindelijk komen ze uit bij Den Oever aan de oostkant van Wieringen. Het dorp is verlaten. Ze zien alleen achtergelaten katten, een hond en een overleden invalide man. Bij een bakker stelen ze wat broodjes. Ze vinden ook twee fietsen. Hiermee kunnen ze naar Harlingen fietsen! Door een regenbui wordt het vertrek uitgesteld: er was gewaarschuwd voor radioactieve neerslag. Ze voelen ook een opkomende misselijkheid. Opeens staan ze oog in oog met twee plunderaars. Er ontstaat een gevecht. Het lawaai trekt ook de aandacht van een marineboot. Dit betekent de redding van Esther en Peter. De boeven worden ingerekend en Esther en Peter worden naar het ziekenhuis in Harlingen gebracht. Daar hoort Peter dat zijn vader de bewuste avond geen dienst had.
Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen