U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag : Hieronymus Van Alphen - Proeve Van Kleine Gedichten Voor Kinderen.
Deze versie komt van http://www.collegenet.nl/studiemateriaal/verslagen.php?verslag_id=3 en is laatst upgedate op Onbekend.
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 2377 woorden.

(1778 - 1782)
Hiëronymus van Alphen
De Verlichting

Gemaakt door:

  • Hanneke Stokkermans
  • Dian van Limpt
  • Elif Yavuz
  • Lisanne Timmermans

Inhoudsopgave

  1. Primaire gegevens
  2. Motto
  3. Achtergronden
  4. Samenvatting van de inhoud.
  5. Thematiek
  6. Vertelperspectief
  7. Personages
  8. Plaats en tijd
  9. Compositie
  10. Stijl
  11. Waardering en vertalingen
  12. Stroming en genre
  13. Van Alphens gedichtjes en de Verlichting
  14. Eigen mening
  15. Geraadpleegde literatuur

Primaire gegevens

Hiëronymus van Alphen
Proeve van kleine gedichten voor kinderen (1778-1782)
Uitgeverij: Jan van Terveen en zoon
Utrecht 1779
Eerste druk 1778-1792

Gelezen druk: Thomas en Eras. Mei 1978.
In het voorbericht noemt de dichter de Lieder für Kinder van
C.F. Weisse en Kleine Lieder für kleine Mädchen und Jünglinge
van G.W. Burmann en geeft hij een soort verantwoording: hij
wil met zijn gedichtjes hulp bieden bij de opvoeding van de
kinderen. De gedichtjes zijn speciaal voor kinderen van vijf tot
tien jaar gemaakt en de dichter heeft bij zijn eigen kinderen de
proef op de som genomen.
Bij elk gedicht is een plaatje afgedrukt, met erboven de titel van
het gedicht en eronder een kernzinnetje uit het werk. De plaatjes
bestaan uit door L.J. Punt en van der Meer in koper gegraveerde tekeningen van kunst-
schilder Buys; ze waren los verkrijgbaar en de koper kon ze zelf
door de uitgever bij het boekje laten inbinden.
De gedichten zijn over het algemeen kort en hebben eindrijm,
zodat ze gemakkelijk in het geheugen blijven hangen.

Motto

Het motto van het eerste deeltje luidt: ‘De kinderen zijn een erfdeel des Heere’ (spreuk van koning Salomo).
Het motto van het tweede deeltje is een spreuk van David: ‘Het zaad zal hem dienen’.

Achtergronden

Hiëronymus van Alphen werd geboren op 8 augustus 1746 te Gouda.
Toen zijn vader in 1750 overleed verhuisde hij met zijn moeder naar Utrecht. Waar hij de Nederduitse, de Franse en de Latijnse school bezocht. Hierna ging hij letteren en rechten studeren in Leiden.
Toen een goede vriend overleed (Jan Both Hendrikson) aan een zeer ernstige ziekte leidde dit tot zijn bekering en die van zijn vriend Pieter Leonard van de Kasteele, dit gebeurde in 1767.
Voortaan beoefende van Alphen een vanuit innige vroomheid (= piëtisch) getint streng gelovig (= orthodoxie Christendom). Hij legde bij het gevoel het accent op de persoonlijke beleving van het geloof. Hiermee liep hij vooruit op de Nederlandse Verlichting.
Dit vinden we terug in zijn Proeve van Stichtelijke mengel-poëzie die hij samen schreef met van de Kasteele (1771).
Hij werd in 1768 advocaat in Utrecht, trouwde in 1772 met Johanna Maria van Goens een zuster van de dichter Rijklof Michael van Goens. Zij overleed al in 1775 bij de geboorte van hun derde kind.
Hij schreef naar aanleiding van haar dood de Klaagzang en deze werd al snel opgenomen in de Gedigten en overdenkingen (1777). In dit klaaglied (elegie) de Klaagzang introduceerde van Alphen de Christelijke Preromantiek.
Hiëronymus nam de zorg over zijn 3 kleine kinderen op zichzelf.
Voor hen schrijft hij ook de drie bundeltjes Proeve van Kleine gedichten voor kinderen (1778-1782). Met deze 3 bundeltjes haalde hij ook zijn hoogtepunt als dichter. (bij elkaar 66 versjes) Met de vele herdrukken, roofdrukken en imitaties wordt bewezen hoezeer hij erin geslaagd was om de juiste toon te treffen. Hij zette de opvoedkundige idealen van de Verlichting om in pakkende beelden, pregnante versregels die goed bleven hangen bij mensen. Deze drukken werden unaniem uitgegeven.
Dat hij niet op roem uit was blijkt uit zijn inleiding: "Zie daar eenige kleine gedigten, ten behoeve van kinderen opgesteld. De maker weet zeer wel, dat hij, als digter, daar door weinig roem behalen kan, maar dat was ook zijn oogmerk niet."
Hiëronymus wilde gewoon de nuttige waarheden in rijm voordragen, deze rijm verhief hij tot literatuur. Dit was als lesstof voor de kinderen bedoelt waar opvoeders van die dagen zo’n behoefte hadden.
In 1780 werd van Alphen procureur - generaal deze functie vervulde hij met Orangistische ijver.
In 1781 hertrouwde hij met Catharina Geertruyda van Valkenburg en uit dit huwelijk kwamen twee kinderen voort.
In 1789 verhuisde hij als stadspensionaris naar Leiden en in 1793 volgde zijn benoeming tot thesaurier-generaal (dit is zoiets als minister van financiën) van de Republiek der verenigde Nederlanden, zodat hij moest verhuizen naar Den Haag.
In 1795 bij de komst van de Fransen legde hij als overtuigde aanhanger van de Oranjepartij zijn functie neer
In de Franse tijd hebben zijn ambteloosheid en de sterfgevallen in zijn gezin en familie er tot geleid, dat van Alphen in psychische problemen kwam, bij somber weer voelde hij zich bang en raakte in paniek. Hij zoekt opnieuw steun in het piëtisch (vanuit zichzelf) denken en schrijven. Hij maakte toen ook nog kerkgezangen, maar die waren nog teveel preromantisch voor die tijd.
Op zijn sterfbed constateerden ze veel angst bij hem.
Hij stierf op 2 april 1803.

Samenvatting van de inhoud.

Het boekje bestaat uit een groot aantal kleine gedichtjes. Het kind werd via deze gedichtjes aangespoord om te leren, dit is in overeenstemming met de 18e eeuwse opvoedingsidealen.
Het boek bevat zes onderwerpen die veel aandacht krijgen.
  • De verhouding mens en God.
    God heeft het kind lief ("Het kinderlijk geluk"), laat mooie bloemen groeien ("De godsdienstigheid") en is wijs en goed ("Verstandig Antwoord")
    Daarom moet het kind God loven, Hem dankbaar zijn en vrezen. Jezus wordt gezien als kindervriend die zonden en gebreken vergeeft ("Jezus: een zangstukje").
  • De relatie tussen ouders en kinderen.
    In deze relatie weerspiegelt men de relatie mens en God. Er moet geen sprake zijn strengheid of angst, maar van genegenheid. Het kind beschouwt zijn vader als zijn beste vriend ("Kinderliefde") en heeft ook zijn moeder lief ("Het tederhartige kind"). Door nadenking en overpeinzing wordt het kind tot gehoorzaamheid gebracht ("De pruimenboom"). De verhouding tussen kinderen onderling moet vreedzaam zijn.
  • De verhouding tot de mens in het algemeen.
    Naastenliefde, barmhartigheid en liefdadigheid zijn belangrijke deugden. Rijkdom is maar betrekkelijk ("De ware rijkdom")
  • De verhouding tot de natuur.
    De natuur wordt gezien als een leerzaam boek waaruit een kind veel kan leren. Meestal vertolken dieren de moraal, maar een enkele keer doet de mens dat. ("Het vogelnestjen").
  • Lichamelijke zaken.
    Hoewel de dichter ziekte beschouwt als een gevolg van de zonde, komt die overtuiging niet in de gedichtjes naar voren. Lichaamspijn moet het gevoel van dankbaarheid tegenover God versterken ("Het zieke kind").
  • Goede eigenschappen.
    Al van jongs af aan moet het kind wijsheid inprenten, want dit zal leiden tevredenheid en geluk. Speelgoed moet plaats maken voor boeken om het kind wijsheid en deugden bij te brengen. Het kind moet vertrouwd raken met de dood, maar ook met de hemelse zaligheid.

Thematiek

Het belangrijkste thema is: opvoeding tot gelukkige en deugdzame mensen door middel van verstandelijk inzicht.
Twee hoofddeugden staan centraal: ijver om kennis en deugd te verwerven en dankbaarheid aan God. Van Alphen kende de denkbeelden over opvoeding van J. Locke en J.J. Rousseau: het kind moet zuivere ervaringen opdoen en zijn verstand moet zo ontwikkeld worden, dat het onderscheid leert maken tussen goed en kwaad; verder moet zijn geloofsleven tot het beoefenen van de deugd leiden.
Voor zonde, genade, en kerkelijke dogma’s is bij hem geen plaats: God is de almachtige wijze, barmhartige rechter en vriendelijke vader; Jezus is de kindervriend. In de natuur moeten de kinderen Gods wijsheid, almacht en liefde leren zien.

Vertelperspectief

Veel gedichtjes zijn vanuit het kind-perspectief (in de ik-vorm) geschreven.

Personages

In de gedichten komen veel kinderen voor. Ze zijn in onze ogen nogal wijsneuzerig en braaf (miniatuur volwassenen). Er worden de kinderen woorden in de mond gelegd die alleen volwassen zedenmeesters zouden uitspreken. Vaak zijn de kinderen zelf aan het woord en trekken ze zelf uit de voorvallen een wijze les. Ook ondervragen ze hun eigen geweten. Kinderlijke fantasie is hen volkomen vreemd: die is vervangen door verstandelijk inzicht.
Bij de ouders ligt het accent op genegenheid.
Jezus wordt voorgesteld als de grote kindervriend, God als de wijze schepper en onderhouder van al het bestaande.

Plaats en tijd

Centraal staat de vertrouwde kinderwereld (huis, tuin, enzovoort) in Van Alphens eigen tijd.

Compositie

De gedichten zijn over het algemeen kort en hebben een eindrijm, zodat ze in het geheugen blijven hangen. De illustraties ondersteunen de tekst; ze maken telkens de kerngedachte van het gedichtje aanschouwelijk.

Stijl

De taal is eenvoudig en natuurlijk, maar wat woordkeus betreft lang niet altijd kinderlijk; zie bijvoorbeeld het gedichtje "De ware rijkdom":
Geen geld bekore ons jong gemoed,
maar heiligheid en deugd.
De wijsheid is het hoogste goed,
het sierraad van de jeugd.

Waardering en vertalingen

Het eerste deeltje van Proeve van kleine gedichten voor kinderen werd al in 1781 herdrukt voor de elfde keer; van het tweede deeltje verschenen in drie jaar wel 12 drukken. Veel gedichtjes werden op muziek gezet en er verschenen vertalingen in het Frans, Duits, Engels, Fries, Zuid - Afrikaans, en zelfs in het Maleis. Van Alphens bundel was de eerste bundel kinderpoëzie in onze letterkunde en heeft andere dichters aangezet tot het beoefenen van hetzelfde genre.
Van Alphen was de eerste dichter die oog had voor de problemen en angsten van kinderen en dat verklaart vooral het succes van zijn kindergedichten bij tijdgenoten.
Kritiek op deze kindergedichten kwam pas vele jaren later. In onze tijd hebben de kindergedichten vooral nog een cultuurhistorische waarde: ze tonen een stukje beschavingsgeschiedenis uit het einde van de 18e eeuw.

Stroming en genre

Proeve van kleine gedichten voor kinderen is een bundel didactisch - moraliserende kinderpoëzie uit de vroege christelijke romantiek of ‘gevoelige Verlichting’. Deze stroming (± 1780 tot ± 1800) vormt de overgangsfase tussen rationalisme, Verlichting en de romantiek. De reden wordt verdrongen door het gevoel, de emotie. Geliefde thema’s van ‘de gevoelige Verlichting’ zijn onder andere de dood, onsterfelijkheid, godsdienst, deugd en liefde.

Van Alphens gedichtjes en de Verlichting

Ook van Alphen had, net als andere filosofen in de Verlichting, nieuwe opvattingen over de opvoeding van kinderen.
Vooral het geschrift van Rousseau: Emile ou de l’éducation (1762) sloeg aan, maar de gedichtenbundel die wij gelezen hebben, sloeg ook enorm aan.
Mensen wisten eigenlijk niet wat ze zagen, want kindergedichten waren nog nooit eerder gepubliceerd. Omdat het boekje met 24 gedichtjes zo’n succes was schreef van Alphen nog twee delen.
Waarom waren de gedichten nieuw, vooruitstrevend?
Kinderen mochten in die tijd eigenlijk helemaal niks, ze werden heel streng opgevoed. Kinderen mochten niet aan tafel praten, ze mochten hun ouders nooit tegenspreken en ga zo maar door.
In de Verlichting veranderde dit omdat men er van uit ging dat de mens in wezen goed is, maar door de maatschappij wordt bedorven.
Kinderen hebben nog maar weinig met de maatschappij te maken gehad, dus zij waren nog niet bedorven, daarom zei van Alphen, kun je kinderen beter zo lang mogelijk in hun kinderwereld houden.
Volgens de Verlichte denkers heeft een kind ook eigen rechten, en je moet ze zoveel mogelijk vrij laten, want dan kunnen ze zichzelf tot een goed mens ontwikkelen.
Kinderen werden zo dus al veel vroeger zelfstandig en misschien ook wel vroeger volwassen. Dat is misschien de reden voor zijn soms voor kinderen onbegrijpelijke teksten. Hij zag ze al snel voor volwassenen.

Eigen mening

Ik ben deze gedichtenbundel gaan lezen, omdat ik voor mijn boekenlijst een boek uit de Verlichting moet hebben. Maar meer omdat ik samen met drie anderen een presentatie over dit boek moest gaan houden.
Ik verbaasde me over het feit dat ik dit boek gewoon in de bibliotheek tussen de moderne romans kon vinden, want toen ik vorig jaar een middeleeuws boek nodig had moest ik dat gaan bestellen, omdat ze het betreffende boek niet hadden. Hieruit blijkt dus dat deze gedichtjes ook nu nog worden gelezen, al is dat dan wel op een andere manier dan vroeger. Op de huidige lezer maken de gedichtjes een enigszins lachwekkende indruk, vooral omdat de kinderen zelf deugden als gehoorzaamheid en leergierigheid aanprijzen; er zijn dan ook talrijke parodieën op geschreven. De bekendste is wel de parodie op De Pruimenboom:

Pruimejantje
Jantje zag eens pruimen hangen
Oh, als eieren zo groot;
De tuinman zag zijn bolle wangen
Sloeg de vuile gapper dood.

John O’Mill

Daar staat tegenover dat ze ook iets heel vertederends hebben en dat ze heel goed geschreven zijn; niet voor niets zijn ze tot ver in de 19e eeuw populair gebleven.
Ik heb de gedichtjes ook met een lach gelezen, echt serieus heb ik ze niet genomen.
De gedichtjes zijn best makkelijk om te lezen ook al bevatten ze veel ouderwetse woorden en andere zinsconstructies dan wij nu gebruiken. Maar ik vind het wel erg moeilijk om de inhoud te begrijpen, omdat Van Alphen de gedichtjes heel anders heeft bedoeld, dan op de manier dat wij ze nu lezen. Hij spoorde de kinderen uit zijn tijd aan tot leren, wat wij nu op een heel andere manier doen.
Ik vond het heel interessant om dit verslag te maken, omdat het toch wel leuk is om iets af te weten van de literaire werken uit de Verlichting. Maar ook uit de Middeleeuwen en de Renaissance.

Geraadpleegde literatuur

  • Onze literatuur geschreven door Piet Calis
  • Documentatie auteurs en illustratoren van jeugdboeken
  • Literatuurboek
  • encyclopedie
  • prisma uitrekselboek
  • Het ABC van onze jeugdliteratuur
Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen