U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag : P.c. Hooft - Granida.
Deze versie komt van http://www.scholieren.com/boekverslagen/1490 en is laatst upgedate op 03/11/2000.
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 2502 woorden.

A. Het voorwerk

1.Primaire gegevens van het werk.

Het boek dat ik gelezen heb is Granida, geschreven door P.C. Hooft. Het is geschreven in 1605. Het heeft 86 bladzijden (of 1808 verzen) en ik heb het uitgelezen in 5 uur, op 16.9.’00.

2.De auteur en zijn wereldbeeld.

Hooft ziet in de band tussen twee mensen drie componenten: min, liefde en vriendschap. Min is de lichamelijke erotiek,, liefde is de geestelijke liefde en vriendschap is de combinatie van die twee. Hooft wil in dit verhaal deze het verschil tussen deze componenten laten zien.

Hooft geloofde ook in de filosofie van Plato. Die zegt dat het leven op aarde een afspiegeling is van een hogere, eeuwige ideeënwereld. Daarin bevinden zich de ideeën, zuivere en onveranderlijke oervormen van alle abstracte en concrete dingen die de mens zich voor kan stellen. Een idee kan zich onder vele verschijningsvormen op aarde voordoen, maar de kern is altijd identiek aan het eeuwige oerbegrip. In een vroeger bestaan leefde de ziel van de mens ook in de ideeënwereld. Dankzij de herinneringen daaraan, die in zijn ziel opgeslagen liggen, kan hij de oervormen op aarde herkennen, ook al is de verschijningsvorm van een Idee hier altijd inferieur ten opzichte van het origineel.

De ziel heeft haar onsterfelijkheid behouden en leeft dan ook in heimwee naar het eeuwige. Een terugkeer naar de ideeënwereld wordt mogelijk als de mens sterft en de ziel de gevangenis van het lichaam verlaat. De voorbereiding daarop gebeurt door een deugdzaam leven, waarbij de mens geholpen wordt door de Eros, de liefde. Deze kracht doet hem streven naar het Goede en Schone, begrippen die op het abstracte niveau samenvallen. Hoe deugdzamer men leeft, hoe vaker men aardse afspiegelingen van Ideeën kan identificeren en hoe vaker men verwante zielen kan herkennen. Deze herkenning is extra belangrijk als het gaat om twee helften van een oerziel. In de ideeënwereld zijn ooit alle zielen in tweeën gedeeld, en sindsdien zijn de helften op zoek naar elkaar. De hereniging van twee wederhelften doet de liefde in intensiteit toenemen en maakt dus het streven naar deugd sterker.

De zielen van Granida en Daifilo zijn volgens Hooft twee van die wederhelften die elkaar terug gevonden hebben. Ze kunnen dus wel niet anders dan verliefd worden op elkaar.

Hooft varieert in zijn poëzie tussen deze filosofie en het petrarkisme. In het petrarkisme is een werkelijke verbintenis meestal uitgesloten, omdat de geliefde, onbereikbaar blijkt. De minnaar, meestal een man, geniet van zijn verliefdheid, maar de koele afwijzing van de beminde doet hem tegelijk verdriet. Zijn vurig verlangen om met haar samen te zijn neemt daardoor echter niet af, maar eerder toe: om haar gunst te verkrijgen wil hij haar, desnoods als slaaf, dienen. Het perfecte uiterlijk werd daar zo vaak beschreven dat een vast portret ontstond, de petrarkische beschrijving. In die beschrijving keren telkens dezelfde elementen terug: haren als goud, lippen als rozen, tanden als parels, vlammende ogen en een adem als de zoetste parfum. De uiterlijke schoonheid gold als een teken van innerlijke deugdzaamheid. De beminde wordt gezien als een ‘godin’.

B. Korte samenvatting van de inhoud

1.Wie is de hoofdpersoon? Wie zijn zijn/haar tegenspelers?

Daifilo is de hoofdpersoon en Granida is zijn tegenspeler

2.Geef een beknopte opsomming van de gebeurtenissen.

Daifilo, een Perzische herder, zit met Dorilea, een herderin, in een bosje als ze plotseling Granida, de prinses tegenkomen. Meteen wordt Daifilo verliefd op Granida, en hij volgt Granida naar het hof. Daar wordt Granida juist uitgehuwelijkt, en er zijn twee mannen die kans maken: Tisiphernes, een Pers die zeer veel heeft gedaan voor Perzie, en Ostrobas, een man van hoge afkomst. De koning kan niet kiezen tussen hen en daarom besluiten ze te vechten.

Daifilo biedt zijn diensten aan als slaaf bij Tisiphernes, omdat hij niets liever wil dan in de buurt van Granida te zijn, desnoods als slaaf, want als Tisiphernes en Granida trouwen, zal hij ook haar slaaf zijn. Hij biedt aan Tisiphernes aan om in zijn plaats te vechten met Ostrobas. Eerst wil Tisiphernes dat niet, maar dan mag het toch, en hij vecht met gesloten helm. Maar de nacht ervoor beklaagde hij zich voor Granida’s raam en ze heeft het allemaal gehoord en is verliefd geworden op Daifilo.

Daifilo verslaat Ostrobas, en Tisiphernes mag koning worden en met de prinses trouwen. ‘s Nachts gaat Daifilo weer naar Granida haar raam om zich te beklagen, maar deze keer wordt hij binnen geroepen door de voedster van Granida. Granida stelt voor om haar koninklijke status op te geven en met hem naar het platteland te trekken als herders.

Om haar verdwijning te verklaren laten ze de voedster een heel verhaal vertellen over dat een godin haar zou zijn komen halen, omdat het voorbestemd was dat ze met een god zou trouwen. Tisiphernes gelooft het en hij is verdrietig en wil zelfmoord plegen en biedt Daifilo al zijn bezit en zijn bevoegdheden aan. Daifilo weigert en gaat naar Granida.

Ze hebben elkaar nog maar juist ontmoet als ze ontdekt worden door Artabanus, een dienaar van Ostrobas, die Ostrobas komt wreken. Tisiphernes komt hen nog juist op tijd redden en krijgt dan heel het verhaal te horen. Eerst is hij wel boos, maar Granida en Daifilo willen allebei de schuld op zich nemen. Hij ziet dan in dat er echte liefde is tussen Daifilo en Granida en hij biedt Daifilo weer zijn bezit en zijn bevoegdheden aan.

Dan gaan ze naar de koning. Die vergeeft Granida haar vlucht en trouwt Daifilo en Granida en benoemt Daifilo tot zijn opvolger.

3.Noteer de opvallende passages

De passage met de verklaring van de verdwijning van Granida was nogal vreemd, met godinnen die haar zouden zijn komen halen…

Ook was het tamelijk onbegrijpelijk dat Granida zomaar meteen verliefd wordt op Daifilo en dat ze dan zelfs haar koninklijke status wil opgeven, maar dat snap je al beter door die filosofie van Plato.

Maar die rare dingen zijn te verklaren door het feit dat Hooft de verschillende denkbeelden uit de renaissance wou verweven met elkaar.

C. De verdieping

1.Perspectief (1). Hoe wordt het verhaal verteld?

Het is een toneel, dus er is telkens een andere ik-verteller die deelneemt aan de gebeurtenissen. Er wordt met de gebeurtenissen mee verteld.

2.Personen.

-Zijn er bijzonderheden bij de naamgeving en de beschrijving?

De beschrijvingen zijn petrarkisch, Dorilea wordt eerst als perfect beschreven, en daarna Granida. Maar tussen Granida en Daifilo komt er wel een echte band (dat is niet petrarkisch).

Met de naamgeving is er iets speciaals. Hooft heeft in zijn jonge jaren veel vriendinnetjes gehad, maar toen hij dit toneelstuk schreef, ongeveer in november 1603, was hij verliefd op Ida Quekels. Dit weet men omdat hij vele verzen heeft geschreven voor vrouwen in de ‘Rijmkladboeken’. Daar staan niet gewoon de namen in van de meisjes persoonlijk, maar via de initialen en de schuilnamen onder de gedichten kon men veel vriendinnen van de dichter identificeren. Vanaf november 1603 komen de initialen D.I.Q en de naam Dia in het eerste Rijmkladboek voor. Die initialen staan dus voor Ida Quekels, het meisje dat een tijdje zijn ‘dia’, zij godin is geweest. Granida betekent dus ‘Grote Ida’ en Daifilo is een anagram, het betekent ‘vriend van Ida’, en hij verwijst daarmee dus naar zichzelf. In 1604 was het afgelopen tussen Ida en Hooft, en daarom heeft het waarschijnlijk nog zo lang geduurd voordat het toneelstuk af was.

-Welke rol vervullen de hoofdpersonen in het verhaal en welke rol ten opzichte van elkaar?

Daifilo wordt verliefd op Granida en achtervolgt haar naar het hof. Dan wordt Granida ook verliefd op hem en wil zelfs haar koninklijke status opgeven om bij hem te blijven. Ze horen bij elkaar volgens de filosofie van Plato, dus mogen ze trouwen van de koning, na alle problemen omzeild te hebben.

Welke eigenschappen hebben de hoofdpersonen?

Ze zijn allebei zeer trouw aan elkaar, want ze willen allebei andere dingen opgeven om samen te zijn (Granida dat ze prinses is en Daifilo mocht het bezit en de macht van Tisiphernes hebben, maar dat nam hij niet aan), maar Daifilo was eerst niet zo trouw, want hij liet Dorilea gewoon achter. Granida kwam van het hof en had waarschijnlijk eerst een hoge dunk van haarzelf, maar als ze haar koninklijke status wil opgeven is dat niet meer zo natuurlijk.

-Welke conflicten zijn aanwezig of sluimeren aan de oppervlakte? Gaat het om een conflict met zichzelf of een conflict met anderen?

Eerst is er een conflict tussen Tisiphernes en Ostrobas, omdat ze allebei met Granida willen trouwen. Tisiphernes wint. Het is dus een conflict met anderen. Dan is er een conflict tussen Artabanus en Daifilo, omdat Artabanus wraak wil nemen voor zijn baas. Dan worden Daifilo en Granida gered door Tisiphernes en er ontstaat een conflict tussen hen, omdat Daifilo Granida heeft afgepakt. Dat wordt ook opgelost en Daifilo en Granida mogen trouwen en Daifilo mag troonopvolger zijn van Tisiphernes. Dan is er een conflict tussen Granida en de koning, omdat ze weg gelopen is. Maar ook dat conflict wordt opgelost en Daifilo en Granida mogen trouwen. Het zijn allemaal conflicten met anderen.

-Maakt de hoofdpersoon een bepaalde ontwikkeling door?

Ja, eerst is hij een ontrouwe herder die onder liefde enkel de min verstaat, maar dan wordt hij verliefd en ziet in dat de geestelijke liefde veel belangrijker is. Op het einde wordt hij dan zelfs troonopvolger.

3.Tijd (1)

Het verhaal speelt zich af in de renaissance. Het totale verhaal duurt een paar dagen. De gebeurtenissen worden chronologisch verteld en er zijn geen flashbacks.

Tijd (2)

Ik denk niet dat de tijd echt symbolisch wordt gebruikt. Alleen gaat Daifilo telkens ‘s nachts zich beklagen onder Granida’s raam, en ‘s nachts wordt het vluchtplan verzonnen, maar dat is eerder logisch, want dan slapen de meeste mensen en kan Granida ongezien vertrekken.

4.Ruimte (1)

Het hele verhaal speelt zich af in Perzië. Het eerste en het vijfde deel spelen zich af op het platteland, het tweede, derde en vierde deel spelen zich af aan het hof, en het einde van het vijfde deel ook.

Ruimte (2)

Het verhaal speelt zich af in het exotische Perzië, waarvan men van de mensen in de renaissance zei dat ze beschaafd en dapper waren. Het platteland staat voor de eenvoud, rust, en zo van die dingen, en het hof staat voor corruptie, vijandigheid, verwaandheid,…

5.Motief

Daifilo gaat twee keer onder het raam van Granida staan om zich te beklagen, en daardoor komt Granida veel over hem te weten. Ook wordt er heel veel herhaald dat ze echt bij elkaar horen (volgens de filosofie van Plato).

Het geluk komt ook een paar keer voor. Een keer als een geblinddoekte vrouw (vrouwe Fortuna), en een keer als iemand met duizend gezichten en een keer als een rad, wat staat voor een draaiend wiel dat voortbewogen wordt door vrouwe Fortuna.

6.Grondmotief of thema

Het grondmotief is de kloof tussen het eenvoudige platteland en het luxueuze hof, en de liefde natuurlijk.

7.Spanning

Eigenlijk vond ik dat er niet echt veel spanning was, het was nogal langdradig…(maar niet saai!)

Maar als Artabanus Daifilo en Granida ontdekt is het toch wel even spannend, omdat je niet weet hoe het conflict zal aflopen. En dan komt Tisiphernes en dan is het weer spannend, omdat je weer niet weet hoe het af zal lopen.

8.Perspectief

Het is telkens iemand anders die vertelt, omdat het een toneelstuk is. Ik denk dat alle vertellers wel betrouwbaar zijn, maar er zijn soms wel speciale dingen, zoals de rey van Jofferen, de rij van hofdames. Zij zingen telkens een moraliserende les, dus dat is uit een ander perspectief gezien.

9.Titelverklaring

De titel is Granida omdat Granida een van de hoofdpersonen is. Die naam slaat op Ida Quekels, Hoofts vriendinnetje toen hij begon met het toneelstuk (zie personen, naamgeving)

10.Structuur

a) Het verhaal is ab ovo verteld, want Daifilo komt Granida juist bij het begin van het verhaal tegen. Het eind van het verhaal is gesloten, ze zijn getrouwd (en leven nog lang en gelukkig…)

b) Er zijn geen functionele vooruitverwijzingen en terugverwijzingen.

c) Ik heb geen spiegelingen gevonden.

d) Er zijn veel tegenstellingen in het verhaal. De tegenstelling tussen rijk en arm, en tussen het eenvoudige platteland en het luxueuze hof, tussen de oprechte herders en de verdorven hovelingen en de tegenstelling tussen min en liefde.

11.Genre

Het is een toneelstuk, een drama, dus het is dramatiek. Het is een pastoraal toneelstuk en een herdersdicht.

Drama omdat: het toneelstuk bestaat uit 5 bedrijven, de handeling wordt afgewisseld door reien. De drie eenheden van Aristoteles waren niet echt toegepast, want het duurt een paar dagen, en het speelt zich op twee plaatsen af. Het gaat wel om 1 probleem.

Pastorale omdat: het zuivere leven in de natuur wordt verheelijkt en afgezet tegenover het meer verdorven leven aan het hof, de hoofdpersonen zijn verheven, dankzij hun afkomst (Granida) of hun edele inborst (Daifilo en Granida), en het loopt goed af (ze mogen trouwen).

D. Relatie tussen tekst en auteur.

Pieter Corneliszoon Hooft kreeg in de zeventiende eeuw de bijnaam ‘het Hooft der Hollandsche poëten’ omdat zijn tijdgenoten hem erkenden als leider in de Nederlandse renaissanceliteratuur. Hij schreef veel en veelzijdig. Hij was goed op de hoogte van de nieuwerwetse lyriek in Italië en hij gebruikte het petrarkisme en neoplatonisme in zijn werken. Ook in Granida vind je die invloeden. Twee belangrijke Italiaanse toneelstukken zijn Aminta van Tasso en Il pastor fido van Guarini. Vooral uit Il pastor fido heeft Hooft sommige stukjes letterlijk overgenomen.

Hooft is geboren in Amsterdam, in 1581. Hij was de zoon van de Amsterdamse burgemeester en zijn ouders waren Protestants en steunden de opstand tegen Spanje. Ze voedden hem op volgens de toen moderne humanistische principes, waarin intellectuele vorming, kritische zelfkennis en tolerantie centraal stonden. In de jaren negentig was hij al lid van de rederijkerskamer De eglentier.

Hooft was een belezen en talentvol man. Bij het schrijven van dit toneelstuk hebben er verschillende factoren een rol gespeeld, namelijk zijn opvoeding, het vooruitstrevende rederijkersmilieu en zijn liefde voor Ida Quekels.

E. Relatie tussen tekst en context

Het toneelstuk is geschreven in de renaissance, tijdens het humanisme. Daar was men minder godsdienstig, maar de mens werd belangrijker. De mens werd een individu die individuele keuzes maakt. Men hechtte meer belang aan verstand, aan het leven op aarde en aan de liefde voor een ander mens.

Voor deze tekst was de Italiaans pastorale literatuur een voorbeeld, er zijn veel stuken letterlijk overgenomen uit bijvoorbeeld Il pastor fido van Guarini.

Men deelde de liefde in in 3 compartimenten: de min, dat is de lichamelijke erotiek, de geestelijke liefde, en de combinatie van die twee heet de vriendschap.

Ook geloofde men in de filosofie van Plato. Die zegt dat onze zielen vroeger in een ideeënwereld leefden, en daar allemaal twee aan twee verbonden waren. Dus elke ziel hier op aarde is constant aan het zoeken naar zijn vroegere wederhelft. Als twee helften elkaar dan gevonden hebben, ontstaat er echte liefde en die twee mensen horen bij elkaar.

(zie ook de rest van deze analyse…)
Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen