U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag : Hieronymus Van Alphen - Proeve Van Kleine Gedichten Voor Kinderen.
Deze versie komt van http://www.collegenet.nl/studiemateriaal/verslagen.php?verslag_id=6779 en is laatst upgedate op Onbekend.
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 1920 woorden.

Hiëronymus van Alphen, Proeve van kleine gedichten voor kinderen






De Verlichting


Primaire gegevens


Hiëronymus van Alphen


Proeve van kleine gedichten voor kinderen (1778-1782)


Uitgeverij: Jan van Terveen en zoon


Utrecht 1779


Eerste druk 1778-1792Gelezen druk: Thomas en Eras. Mei 1978.


In het voorbericht noemt de dichter de Lieder für Kinder van


C.F. Weisse en Kleine Lieder für kleine Mädchen und Jünglinge


van G.W. Burmann en geeft hij een soort verantwoording: hij wil met zijn gedichtjes hulp

bieden bij de opvoeding van de kinderen. De gedichtjes zijn speciaal voor kinderen van

vijf tot tien jaar gemaakt en de dichter heeft bij zijn eigen kinderen de proef op de som

genomen. Bij elk gedicht is een plaatje afgedrukt, met erboven de titel van het gedicht en

eronder een kernzinnetje uit het werk. De plaatjes bestaan uit door L.J. Punt en van der

Meer in koper gegraveerde tekeningen van kunstschilder Buys; ze waren los verkrijgbaar en

de koper kon ze zelf door de uitgever bij het boekje laten inbinden. De gedichten zijn

over het algemeen kort en hebben eindrijm, zodat ze gemakkelijk in het geheugen blijven

hangen.





Motto





Het motto van het eerste deeltje luidt: ‘De kinderen zijn een erfdeel des

Heere’ (spreuk van koning Salomo).Het motto van het tweede deeltje is een spreuk van

David: ‘Het zaad zal hem dienen’.





Achtergronden





Hiëronymus van Alphen werd geboren op 8 augustus 1746 te Gouda.Toen zijn vader in 1750

overleed verhuisde hij met zijn moeder naar Utrecht. Waar hij de Nederduitse, de Franse en

de Latijnse school bezocht. Hierna ging hij letteren en rechten studeren in Leiden.Toen

een goede vriend overleed (Jan Both Hendrikson) aan een zeer ernstige ziekte leidde dit

tot zijn bekering en die van zijn vriend Pieter Leonard van de Kasteele, dit gebeurde in

1767.Voortaan beoefende van Alphen een vanuit innige vroomheid (= piëtisch) getint streng

gelovig (= orthodoxie Christendom). Hij legde bij het gevoel het accent op de persoonlijke

beleving van het geloof. Hiermee liep hij vooruit op de Nederlandse Verlichting.Dit vinden

we terug in zijn Proeve van Stichtelijke mengel-poëzie die hij samen schreef met van de

Kasteele (1771).Hij werd in 1768 advocaat in Utrecht, trouwde in 1772 met Johanna Maria

van Goens een zuster van de dichter Rijklof Michael van Goens. Zij overleed al in 1775 bij

de geboorte van hun derde kind.Hij schreef naar aanleiding van haar dood de Klaagzang en

deze werd al snel opgenomen in de Gedigten en overdenkingen (1777). In dit klaaglied

(elegie) de Klaagzang introduceerde van Alphen de Christelijke Preromantiek. Hiëronymus

nam de zorg over zijn 3 kleine kinderen op zichzelf.Voor hen schrijft hij ook de drie

bundeltjes Proeve van Kleine gedichten voor kinderen (1778-1782). Met deze 3 bundeltjes

haalde hij ook zijn hoogtepunt als dichter. (bij elkaar 66 versjes) Met de vele

herdrukken, roofdrukken en imitaties wordt bewezen hoezeer hij erin geslaagd was om de

juiste toon te treffen. Hij zette de opvoedkundige idealen van de Verlichting om in

pakkende beelden, pregnante versregels die goed bleven hangen bij mensen. Deze drukken

werden unaniem uitgegeven. Dat hij niet op roem uit was blijkt uit zijn inleiding:

"Zie daar eenige kleine gedigten, ten behoeve van kinderen opgesteld. De maker weet

zeer wel, dat hij, als digter, daar door weinig roem behalen kan, maar dat was ook zijn

oogmerk niet." Hiëronymus wilde gewoon de nuttige waarheden in rijm voordragen, deze

rijm verhief hij tot literatuur. Dit was als lesstof voor de kinderen bedoelt waar

opvoeders van die dagen zo’n behoefte hadden. In 1780 werd van Alphen procureur -

generaal deze functie vervulde hij met Orangistische ijver. In 1781 hertrouwde hij met

Catharina Geertruyda van Valkenburg en uit dit huwelijk kwamen twee kinderen voort. In

1789 verhuisde hij als stadspensionaris naar Leiden en in 1793 volgde zijn benoeming tot

thesaurier-generaal (dit is zoiets als minister van financiën) van de Republiek der

verenigde Nederlanden, zodat hij moest verhuizen naar Den Haag. In 1795 bij de komst van

de Fransen legde hij als overtuigde aanhanger van de Oranjepartij zijn functie neer In de

Franse tijd hebben zijn ambteloosheid en de sterfgevallen in zijn gezin en familie er tot

geleid, dat van Alphen in psychische problemen kwam, bij somber weer voelde hij zich bang

en raakte in paniek. Hij zoekt opnieuw steun in het piëtisch (vanuit zichzelf) denken en

schrijven. Hij maakte toen ook nog kerkgezangen, maar die waren nog teveel preromantisch

voor die tijd. Op zijn sterfbed constateerden ze veel angst bij hem. Hij stierf op 2 april

1803.





Samenvatting van de inhoud.





Het boekje bestaat uit een groot aantal kleine gedichtjes. Het kind werd via deze

gedichtjes aangespoord om te leren, dit is in overeenstemming met de 18e eeuwse

opvoedingsidealen. Het boek bevat zes onderwerpen die veel aandacht krijgen.





(a) De verhouding mens en God.





God heeft het kind lief ("Het kinderlijk geluk"), laat mooie bloemen groeien

("De godsdienstigheid") en is wijs en goed ("Verstandig Antwoord")

Daarom moet het kind God loven, Hem dankbaar zijn en vrezen. Jezus wordt gezien als

kindervriend die zonden en gebreken vergeeft ("Jezus: een zangstukje").





(b) De relatie tussen ouders en kinderen.





In deze relatie weerspiegelt men de relatie mens en God. Er moet geen sprake zijn

strengheid of angst, maar van genegenheid. Het kind beschouwt zijn vader als zijn beste

vriend ("Kinderliefde") en heeft ook zijn moeder lief ("Het tederhartige

kind"). Door nadenking en overpeinzing wordt het kind tot gehoorzaamheid gebracht

("De pruimenboom"). De verhouding tussen kinderen onderling moet vreedzaam zijn.





(c) De verhouding tot de mens in het algemeen.





Naastenliefde, barmhartigheid en liefdadigheid zijn belangrijke deugden. Rijkdom is

maar betrekkelijk ("De ware rijkdom")





(d) De verhouding tot de natuur.





De natuur wordt gezien als een leerzaam boek waaruit een kind veel kan leren. Meestal

vertolken dieren de moraal, maar een enkele keer doet de mens dat. ("Het

vogelnestjen").





(e) Lichamelijke zaken.





Hoewel de dichter ziekte beschouwt als een gevolg van de zonde, komt die overtuiging

niet in de gedichtjes naar voren. Lichaamspijn moet het gevoel van dankbaarheid tegenover

God versterken ("Het zieke kind").





(f) Goede eigenschappen.





Al van jongs af aan moet het kind wijsheid inprenten, want dit zal leiden tevredenheid

en geluk. Speelgoed moet plaats maken voor boeken om het kind wijsheid en deugden bij te

brengen. Het kind moet vertrouwd raken met de dood, maar ook met de hemelse zaligheid.





Thematiek





Het belangrijkste thema is: opvoeding tot gelukkige en deugdzame mensen door middel van

verstandelijk inzicht. Twee hoofddeugden staan centraal: ijver om kennis en deugd te

verwerven en dankbaarheid aan God. Van Alphen kende de denkbeelden over opvoeding van J.

Locke en J.J. Rousseau: het kind moet zuivere ervaringen opdoen en zijn verstand moet zo

ontwikkeld worden, dat het onderscheid leert maken tussen goed en kwaad; verder moet zijn

geloofsleven tot het beoefenen van de deugd leiden. Voor zonde, genade, en kerkelijke

dogma’s is bij hem geen plaats: God is de almachtige wijze, barmhartige rechter en

vriendelijke vader; Jezus is de kindervriend. In de natuur moeten de kinderen Gods

wijsheid, almacht en liefde leren zien.





Vertelperspectief





Veel gedichtjes zijn vanuit het kind-perspectief (in de ik-vorm) geschreven.





Personages





In de gedichten komen veel kinderen voor. Ze zijn in onze ogen nogal wijsneuzerig en

braaf (miniatuur volwassenen). Er worden de kinderen woorden in de mond gelegd die alleen

volwassen zedenmeesters zouden uitspreken. Vaak zijn de kinderen zelf aan het woord en

trekken ze zelf uit de voorvallen een wijze les. Ook ondervragen ze hun eigen geweten.

Kinderlijke fantasie is hen volkomen vreemd: die is vervangen door verstandelijk inzicht.

Bij de ouders ligt het accent op genegenheid. Jezus wordt voorgesteld als de grote

kindervriend, God als de wijze schepper en onderhouder van al het bestaande.





Plaats en tijd





Centraal staat de vertrouwde kinderwereld (huis, tuin, enzovoort) in Van Alphens eigen

tijd.





Compositie





De gedichten zijn over het algemeen kort en hebben een eindrijm, zodat ze in het

geheugen blijven hangen. De illustraties ondersteunen de tekst; ze maken telkens de

kerngedachte van het gedichtje aanschouwelijk.





Stijl





De taal is eenvoudig en natuurlijk, maar wat woordkeus betreft lang niet altijd

kinderlijk; zie bijvoorbeeld het gedichtje "De ware rijkdom":





Geen geld bekore ons jong gemoed,





maar heiligheid en deugd.





De wijsheid is het hoogste goed,





het sierraad van de jeugd.





Waardering en vertalingen





Het eerste deeltje van Proeve van kleine gedichten voor kinderen werd al in 1781

herdrukt voor de elfde keer; van het tweede deeltje verschenen in drie jaar wel 12

drukken. Veel gedichtjes werden op muziek gezet en er verschenen vertalingen in het Frans,

Duits, Engels, Fries, Zuid - Afrikaans, en zelfs in het Maleis. Van Alphens bundel was de

eerste bundel kinderpoëzie in onze letterkunde en heeft andere dichters aangezet tot het

beoefenen van hetzelfde genre. Van Alphen was de eerste dichter die oog had voor de

problemen en angsten van kinderen en dat verklaart vooral het succes van zijn

kindergedichten bij tijdgenoten. Kritiek op deze kindergedichten kwam pas vele jaren

later. In onze tijd hebben de kindergedichten vooral nog een cultuurhistorische waarde: ze

tonen een stukje beschavingsgeschiedenis uit het einde van de 18e eeuw.





Stroming en genre





Proeve van kleine gedichten voor kinderen is een bundel didactisch - moraliserende

kinderpoëzie uit de vroege christelijke romantiek of ‘gevoelige Verlichting’.

Deze stroming (± 1780 tot ± 1800) vormt de overgangsfase tussen rationalisme,

Verlichting en de romantiek. De reden wordt verdrongen door het gevoel, de emotie.

Geliefde thema’s van ‘de gevoelige Verlichting’ zijn onder andere de dood,

onsterfelijkheid, godsdienst, deugd en liefde. Van Alphens gedichtjes en de VerlichtingOok

van Alphen had, net als andere filosofen in de Verlichting, nieuwe opvattingen over de

opvoeding van kinderen. Vooral het geschrift van Rousseau: Emile ou de l’éducation

(1762) sloeg aan, maar de gedichtenbundel die wij gelezen hebben, sloeg ook enorm aan.

Mensen wisten eigenlijk niet wat ze zagen, want kindergedichten waren nog nooit eerder

gepubliceerd. Omdat het boekje met 24 gedichtjes zo’n succes was schreef van Alphen

nog twee delen.





Waarom waren de gedichten nieuw, vooruitstrevend?





Kinderen mochten in die tijd eigenlijk helemaal niks, ze werden heel streng opgevoed.

Kinderen mochten niet aan tafel praten, ze mochten hun ouders nooit tegenspreken en ga zo

maar door. In de Verlichting veranderde dit omdat men er van uit ging dat de mens in wezen

goed is, maar door de maatschappij wordt bedorven. Kinderen hebben nog maar weinig met de

maatschappij te maken gehad, dus zij waren nog niet bedorven, daarom zei van Alphen, kun

je kinderen beter zo lang mogelijk in hun kinderwereld houden. Volgens de Verlichte

denkers heeft een kind ook eigen rechten, en je moet ze zoveel mogelijk vrij laten, want

dan kunnen ze zichzelf tot een goed mens ontwikkelen. Kinderen werden zo dus al veel

vroeger zelfstandig en misschien ook wel vroeger volwassen. Dat is misschien de reden voor

zijn soms voor kinderen onbegrijpelijke teksten. Hij zag ze al snel voor volwassenen.





Eigen mening





Ik ben deze gedichtenbundel gaan lezen, omdat ik voor mijn boekenlijst een boek uit de

Verlichting moet hebben. Maar meer omdat ik samen met drie anderen een presentatie over

dit boek moest gaan houden. Ik verbaasde me over het feit dat ik dit boek gewoon in de

bibliotheek tussen de moderne romans kon vinden, want toen ik vorig jaar een middeleeuws

boek nodig had moest ik dat gaan bestellen, omdat ze het betreffende boek niet hadden.

Hieruit blijkt dus dat deze gedichtjes ook nu nog worden gelezen, al is dat dan wel op een

andere manier dan vroeger. Op de huidige lezer maken de gedichtjes een enigszins

lachwekkende indruk, vooral omdat de kinderen zelf deugden als gehoorzaamheid en

leergierigheid aanprijzen; er zijn dan ook talrijke parodieën op geschreven. De bekendste

is wel de parodie op De Pruimenboom:Pruimejantje Jantje zag eens pruimen hangen Oh, als

eieren zo groot; De tuinman zag zijn bolle wangen Sloeg de vuile gapper dood. John

O’Mill Daar staat tegenover dat ze ook iets heel vertederends hebben en dat ze heel

goed geschreven zijn; niet voor niets zijn ze tot ver in de 19e eeuw populair gebleven. Ik

heb de gedichtjes ook met een lach gelezen, echt serieus heb ik ze niet genomen. De

gedichtjes zijn best makkelijk om te lezen ook al bevatten ze veel ouderwetse woorden en

andere zinsconstructies dan wij nu gebruiken. Maar ik vind het wel erg moeilijk om de

inhoud te begrijpen, omdat Van Alphen de gedichtjes heel anders heeft bedoeld, dan op de

manier dat wij ze nu lezen. Hij spoorde de kinderen uit zijn tijd aan tot leren, wat wij

nu op een heel andere manier doen. Ik vond het heel interessant om dit verslag te maken,

omdat het toch wel leuk is om iets af te weten van de literaire werken uit de Verlichting.

Maar ook uit de Middeleeuwen en de Renaissance.

Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen