U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag : Joost Van Den Vondel - Gijsbreght Van Aemstel.
Deze versie komt van http://www.studentsonly.nl/uittreksels/bv.asp?BvID=243 en is laatst upgedate op Onbekend.
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 1042 woorden.

Bibliografie
Ondertitel: D’ondergangh van zijn stad en zijn ballingschap
Druk: 13e
Uitgever, plaats, jaar: W.J.Thieme & Cie, Zutphen, 1916
Jaar van eerste druk: 1637
Aantal pagina’s: 97
Indeling: 5 bedrijven
Motto: ‘Urbs antiqua ruit’
Opdracht: geen


Samenvatting
Samenvatting:
Eerste bedrijf

Het is 1304 en Amsterdam is al een heel jaar belegerd door Kennemers en Waterlanders, om zo wraak te nemen op Gijsbrecht die ook schuldig was aan de moord op Floris V. Dan vlucht de vijand plotseling weg en Gijsbrechts broer Arent achtervolgt ze. Dan komt abt Willebrord vertellen dat de twee vijandelijke aanvoerders, Willem van Egmond en Diederick van Haarlem, ruzie hadden en dat hij had voorgesteld dat ze maar beter de belegering af konden breken en dat ze dat gedaan hadden. De spion Vosmeer weet dan Gijsbrecht te misleiden en het Zeepaert, waar een handje vijandelijke soldaten in zitten, wordt de stad binnengehaald.

Tweede bedrijf

De kerstnacht is aangebroken en in Amsterdam wordt feest gevierd, terwijl Egmond zijn mannen in stelling brengt en Diederick het kartuizerklooster inneemt.

Derde bedrijf

Badeloch, Gijsbrechts vrouw, ontwaakt uit een droom waarin de geest van nicht Machteld haar vertelde dat het met Amsterdam gedaan was; Gijsbrecht gelooft haar niet, maar op hetzelfde moment stormt Broer Peter binnen om te zeggen dat de stad door list is overvallen.

Vierde bedrijf

Bisschop Gozewijn spoort de nonnen aan om te vluchten voor het te laat is, maar de nonnen willen niet vluchten; dan kleedt Gozewijn zich in zijn bisschoppelijk gewaad en zingt met de nonnen de lofzang van de oude Simeon, waarmee ze de doodsbereidheid aangaven. Als Gijsbrecht het klooster even later binnenkomt krijgt hij geen gehoor van zijn oom en gaat verder met de strijd. Ondertussen is Badeloch er zeker van dat Gijsbrecht gesneuveld is, maar dan keert hij terug.

Vijfde bedrijf

De stad is verloren en alles moet in gereedheid gebracht worden om het kasteel te verdedigen. Dan hoort Gijsbrecht dat de abt, Klaeris van Velzen en de nonnen gedood zijn. Overal is brand en de burcht wordt aan alle kanten aangevallen. Arent wordt zwaargewond binnengebracht en sterft in het harnas. De vijand eist overgave, maar Gijsbrecht weigert dit. Badeloch moet vluchten samen met haar twee zonen en Gijsbrecht zou achterblijven om stand te houden. Als Badeloch hem smeekt mee te gaan en hij niet meegaat verschijnt de aartsengel Rafaël, die hem beveelt te vluchten.

Het boek heeft een gesloten einde.

Thema:
Centraal in het spel staat het vertrouwen dat God er altijd voor zorgt dat het goede overwint; zo voorspelt Rafaël aan het einde van het verhaal dat Amsterdam zal herrijzen met groter glans.Belangrijke motieven in dit treurspel: het Troje-motief, het stadsmotief, verraad, list, bedrog, droom en huwelijksliefde.

Titelverklaring:
‘Gijsbrecht van Aemstel’ is de naam van de hoofdpersoon.

Analyse:
De hoofdpersoon is Gijsbrecht van Aemstel, een onschuldige held die lijdt onder de misstappen van anderen. Hij is iemand die tot het einde toe voor zijn stad wil blijven strijden. Ook is hij een christelijke held en dit blijkt o.a. uit het opvolgen van het bevel van de aartsengel Rafaël. Hij is een round character.
De belangrijke bijpersonen:
Badeloch, de gevoelige, flinke en vastberaden vrouw van Gijsbrecht, die de huwelijksliefde verpersoonlijkt.
Gozewijn, ex-bisschop van Utrecht.
Klaeris van Velzen, moeder van het Klaerissenklooster, dochter van Geeraerdt en Machteld van Velzen.
Arent van Aemstel, Gijsbrechts broer, die de stad en het kasteel verdedigt.
Willem van Egmond, Diederick van Haarlem en de Heer van Vooren, die Floris V willen wreken door Amsterdam binnen te vallen en uit te moorden.
Vosmeer, de sluwe spion van de vijand.
Rafaël, Gods boodschapper, die Gijsbrecht beveelt te vluchten.

· De personages op het toneel presenteren zichzelf.
· Het verhaal speelt zich aan het eind van 1304 af, en de vertelde tijd bestrijkt nog geen 24 uur: het verhaal begint rond 15.00 uur op de kerstdag en eindigt de volgende morgen (er is eenheid van tijd).
· Het tijdsverloop is chronologisch.
· Het verhaal speelt zich in Amsterdam en voor Amsterdam af.

Beoordeling:
Het was niet moeilijk om te lezen; daarbij stond er maar weinig op een bladzijde, dus echt lang heb ik niet over de 110 bladzijden gedaan.
Er zaten een aantal saaie stukken in, een aantal lange monologen (van Gijsbrecht, Arent en een bode), waarvan ik zelf denk dat ze wat korter hadden gekund, maar die lange monologen horen natuurlijk bij het toneelspel, waarbij de spreker vele woorden nodig heeft om zijn gevoelens te uiten. Ook het eind van het boek duurt me te lang, wanneer Badeloch maar blijft zeuren of Gijsbrecht nu eindelijk eens mee komt. Bij het toneelspel is zoiets nodig om aan te geven hoe serieus de zaak is, maar in een boek verveelt het.
Het is geprobeerd om het zo echt mogelijk te laten lijken; Gijsbrecht modelleerd naar de historische figuur Gijsbrecht IV van Aemstel, maar hij kan ook, gezien zijn situatie, vergeleken worden met Aeneas, de leider van Troje. Ook de hele belegering kan vergeleken worden met de belegering van Troje. Amsterdam wordt op dezelfde wijze ingenomen als dat Troje ingenomen werd, nl. door het binnen de stadsmuren brengen van een ‘paard’. Het verhaal speelt zich af in 1304, maar hier heeft Vondel een paar foutjes gemaakt, want toen leefde Gijsbrecht IV al niet meer en toen was Amsterdam nog geen belangrijke stad.
In de Gijsbrecht is plechtstatige taal gebruikt en dat maakt het nog saaier; misschien als je het als toneelstuk ziet, het wat levendiger is. Als je kijkt naar de leerzaamheid van dit treurspel, is het allemaal een beetje ouwe koek die ook al in de Aineis te vinden is. Wel vond ik het onverwacht dat Gijsbrecht het overleefde, want meestal zie je dat bij dit soort verhalen de hoofdpersoon dood gaat in de strijd.

Informatie over boek en schrijver:
Een voorbeeld voor Joost van den Vondel (1587-1679) waren de Grieken en de Romeinen en de Latijnse schrijver Vergilius. Toen hij de mogelijk kreeg om op tweede kerstdag een stuk voor te dragen als openings-en inwijdingsstuk, besloot hij om Vergilius te overtreffen en hij zou Troje laten herrijzen in het ondergaande Amsterdam uit 1304. ‘Gijsbrecht van Aemstel’ werd een nationaal historiestuk, naar klassiek voorbeeld ontworpen.
Andere werken van Vondel zijn:
Het Pascha (1612)
Maeghden (1639)
Lucifer (1654)
‘Gijsbrecht van Aemstel’ is een klassiek drama uit de renaissance, wat toen een heel erg geliefd toneelgenre was. De verheerlijking van de Aineis door Vondel en de interesse in Troje geeft goed aan in welke tijd hij leefde.

Geraadpleegde literatuur:
Prisma Uittrekselboek, Nederlandse literatuur ca. 1200-1800


Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen