U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag : Willem F. Hermans - Ruisend Gruis.
Deze versie komt van http://www.scholieren.com/boekverslagen/1484 en is laatst upgedate op 14/01/1999.
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 2287 woorden.

Inleiding

Naar aanleiding van het zelfstandig Nederlands project waarin de belangrijkste schrijvers van de Nederlandse literatuur aan de orde komen, behandelen wij bij deze Willem Frederik Hermans.



Van de vier schrijvers mag hij toch wel de absolute vader genoemd worden. Mede door het feit dat hij de meeste prijzen op zijn naam heeft staan (maar niet heeft ontvangen) en de meeste boeken heeft geschreven, maar ook zijn gebruik van de literaire structuren is ongeevenaard. In dit "korte" werkstuk behandelen wij het volgende:



-het leven van Hermans (wat wij na de inleiding behandelen), hierdoor komen we meer te weten over de achtergronden van zijn boeken en vooral van dit boek.



-een zeer korte samenvatting van het boek, waardoor we een duidelijk beeld van het thema en de motieven kunnen vormen, die daarna ook aan de orde zullen komen.



-verder vergelijken we het boek "ruisend gruis" met enkele van zijn andere boeken en zoeken overeenkomende thema's en motieven.



-ook bekijken wij of dit boek van Hermans past in deze tijd, of dat hij is blijven hangen in de jaren '50.



-tenslotte volgt er een recensie van het boek met onderbouwd kritische elementen en onze mening over dit werk van Hermans. Dit vergelijken we met de ontvangst van het boek toen het gepubliceerd werd en de recensies.







Biografie

Willem Frederik Hermans werd op 1 september 1921 geboren te Amsterdam.



Tijdens zijn middelbare schooltijd, die hij doorbracht op het Barlaeus Gymnasium, was hij enige tijd hoofdredacteur van de schoolkrant, Suum Cuique genaamd. In 1940 begon hij sociografie te studeren op aandringen van zijn vader, maar hij stapte na 1 jaar over op fysische geografie, waarin hij in 1943 kandidaatsexamen deed. Net op tijd, want vlak daarna zouden de Duitsers van de studenten loyaliteitsverklaringen eisen. Na de oorlog begon hij weer met studeren, maar omdat hij op literair gebied veel publiceerde, studeerde hij pas in 1950 af. In 1955 promoveerde hij en drie jaar later werd hij benoemd tot lector fysische geografie aan de Rijksuniversiteit van Groningen. In 1973 gaf hij deze functie op, omdat hij naar Parijs vertrok. Tijdens de oorlog schreef hij een groot aantal verhalen, gedichten en de roman conserve. Meteen na de bevrijding kwam er een stroom van publicaties op gang in diverse periodieken. Toen hij redacteur was van "Criterium" (1946 - 1948) liet hij het eerste deel van zijn boek "Tranen der acacia's" verschijnen. In mei/juni 1951 verschenen fragmenten van zijn "Ik heb altijd gelijk" in "Podium". Deze zouden later de aanleiding zijn voor een proces tegen hem. In Podium stonden ook de eerste publicaties van zijn boek "Mandarijnen op zwavelzuur". Verder publiceerde hij ook in "Haagse post", "Het vaderland", "Het vrije volk", "Propria cures", "Hollands diep" en "Avenue". Hierbij maakte hij veelvuldig gebruik van pseudoniemen, zoals: Age Bijkaart, Fjodor Klondyke en Godebaert van Grijnen. Het is logisch dat hij zoveel verschillende pseudoniemen gebruikte, omdat hij door de mand zou vallen als hij te lang gebruik zou maken van een en hetzelfde pseudoniem. Hij gebruikte vaak de naam van een pater als hij anti-katholieke geschriften publiceerde. In 1952 was hij in een proces verwikkeld in verband met een anti-katholieke passage in "Ik heb altijd gelijk". Hierin wordt hij vrijgesproken. Het was zijn gewoonte om de boeken die herdrukt werden nog even te corrigeren en toen zijn uitgever Van Oorschot zonder waarschuwing ongecorrigeerd een aantal van zijn boeken herdrukte, deed Hermans hem een proces aan. Nadat hij deze zaak in eerste instantie verloren had, werd hij later door een uitspraak van de Arbitrage comissie in het gelijk gesteld.



Hij had een aversie tegen de officiele vertegenwoordigers van de Nederlandse literatuur en daardoor weigerde hij een lidmaatschap van de Maatschappij der Nederlandse letterkunde. Verder weigerde hij principieel alle literaire prijzen, op "de prijs der Nederlandse letteren" na. Hij ondervond veel tegenstand, omdat naar aanleiding van zijn bezoek aan Zuid-Afrika in 1983 hij op de zwarte lijst van de Verenigde Naties zou staan. In Interviews verdedigde hij zich en zette hij zijn opvattingen over het land Zuid-Afrika uiteen.



De meest recente romans van Willem Frederik Hermans zijn: "Uit talloos veel miljoenen" (1981), "Een heilige van de horlogerie" (1988), "Au pair" (1990), "In de mist van het schimmenrijk" (1993) en natuurlijk "Ruisend gruis" (1995).



Ruisend gruis

Een korte samenvatting van het verhaal:



De hoofdpersoon is Fahrenkrog, een hoogleraar in de mineralogie. Hij heeft een dochter, Lievestro. Zijn vrouw is overleden tijdens een van zijn expedities. Fahrenkrog loopt al jaren met een nogal ludiek idee rond: hij vindt het idee om in een vacuum verpakt koffiepak te prikken erg leuk. Dit idee wil hij overbrengen naar pakken in de vorm van beroemde gebouwen, om deze later te kunnen lekprikken. Op een dag, als hij in zijn pas gekochte huis zijn brometer wil ophangen, maakt hij een gaatje in de muur. Deze keer wordt hem dit fataal: uit dit gaatje begint een straal van vulkanisch gruis te stromen. Deze niet te stoppen stroom gruis dreigt hem te overspoelen. Zijn pogingen hulp te krijgen stranden allemaal in misverstand en onbegrip van de buitenstaanders.



Deze persoonlijke catastrofe lijkt zich zelfs te gaan uitstrekken over het omliggende Groningse land en neemt daarbij rare vormen aan: een trein met Oosteuropeese kinderen wordt verpletterd, onverklaarbare vulkanische verschijnselen zijn professor Birra, een collega van Fahrenkrog, noodlottig en de Groninger faculteit wordt overwoekerd door een vreemde vegetatie. Op het nippertje lijkt Fahrenkrog nog gered te kunnen worden uit de enorme stroom van het "ruisende gruis", door zijn dochter Lievestro. Zij heeft een wonderbaarlijk gewas in haar hand: de handplant. Dit is een plant die in de handpalm van mensen leeft en alleen loslaat als deze een andere handpalm voelt. Dankzij de hechtkracht van deze handplant lijkt Fahrenkrog dus gered te kunnen worden, maar het blijkt te laat. Hij sterft in het Academisch Ziekenhuis. Daar blijft als enige zijn dochter achter, die langzaam overwoekerd wordt door her parasitair geworden gewas, de handplant.



In al zijn werk laat Hermans zien dat het leven niet veel zin heeft, dat mensenlevens in een handomdraai beeindigd kunnen zijn en dat het stellen van daden weinig zin heeft, omdat de uitwerking van goede voornemens over het algemeen leidt tot het per se niet bedoelde. Dit is goed te zien in het boek, want Fahrenkrog had het voornemen zijn koffiepakidee te realiseren en wanneer dit eindelijk schijnt te gebeuren met zijn eigen huis, wordt dit voornemen hem fataal, want uiteindelijk sterft hij.



Naar mate mensen denken slimmer te zijn, zijn ze dommer. De enige twee die van de verteller in het boek geen kritiek ontvangen zijn Slok, de chauffeur van professor Birra en Lievestro,. De rest van de personages maakt zich eigenlijk bij alles wat ze doen "onsterfelijk belachelijk" en daarom gaan ze dood. Bijvoorbeeld professor Birra, hij draagt altijd hetzelfde jasje en creeert zo zijn eigen sandwichhuis. Hij doet niet echt veldonderzoek, hij raapt namelijk geen zeldzame gesteenten op, maar knopen en munten. Maar Birra kan de knopen en munten op gezette tijden ordenen, door een gaatje te boren zonder risico dat dit hem fataal wordt. Uiteindelijk gaat ook hij dood doordat hij letterlijk wordt opgeslokt door zijn wetenschap.



Het hoofdthema in Hermans werk is dat van de strijd tussen orde en chaos, waarbij de mens de hele tijd wanhopig probeert orde te scheppen in de chaos om hem heen. Ook Fahrenkrog probeert dit. Een voorbeeld hiervan is het ophangen van de barometer: telkens als hij verhuist hangt hij weer verhuist, laat hij de barometer tot het laatste moment in het oude huis hangen en hangt deze al eerste op in het nieuwe huis. Met deze regelmaat probeert Fahrenkrog orde te scheppen in zijn Chaos.



Verder houdt Hermans een strikte scheiding tussen het denken en het zijn. Dit wordt in ruisend gruis duidelijk gemaakt door de metafoor van de overwoekerde faculteit. Hermans belangrijkste stelling is dat in elk mens een bepaalde zelfverzonnen werkelijkheid heerst, die volkomen anders is dan de chaotische werkelijkheid om hen heen. In de universiteit heerst ook een bepaalde werkelijkheid die door de vegetatie gescheiden wordt van de echte werkelijkheid buiten de universiteit. In feite is het hele boek gewoon een weergave van de chaotische realiteit om ons heen.



De motieven van "ruisend gruis"

In het boek is "de verpakking" een hoofdmotief. Er vallen meteen verschillende vormen van verpakking op : Bijvoorbeeld het sandwichhuis, het plastic dat een strakke vorm geeft aan de poederkoffie en een nogal slappe vorm geeft aan de baby's in de trein, het jasje van professor Birra (zijn eigen sandwichhuis), het niet aanwezige uniform van de treinbestuurder, de toga's van de professoren. Al die verpakkingen zijn zwakke pogingen om de realiteit vorm te geven, wat volgens Hermans' overtuigingen niet kan aangezien de realiteit chaos is.



Een ander motief is "de vulkanen". Het uitbarsten van de vulkaan staat voor de hel die boven komt. Dit wordt opeen gegeven moment ook letterlijk gezegd door Rombouts. De vulkanen staan ook voor de dood, zowel die van Hermans zelf, als die van bijv. Fahrenkrogs vrouw en die van Birra. Vulkanen komen meermalig voor in het boek, bij de dood van Fahrenkrogs vrouw, bij het vulkanische gruis in het sandwichhuis en bij de dood van Birra. Wij hebben in de andere boeken van Hermans niets kunnen vinden over vulkanen, en nemen dus aan dat hij alleen gebruik heeft gemaakt van dit motief in dit boek.



Een motief dat wel vaker voorkomt in Hermans' werk: de trein (of de tram). De trein vormt in Hermans' werk de metafoor van een middel om de scheiding tussen de realiteit en het bewustzijn te overbruggen. Het lijkt een normale trein met passagiers, tot deze ontspoort en meteen ontmaskerd wordt. Hij wordt vergeleken met rottend vlees, en de oostblokkinderen die in cellofaan verpakt zijn worden als glibberige maden voorgedaan. De werkelijkheid breekt zichzelf op, zelfs zonder dat Fahrenkrog er een gaatje in prikt.



Een van de belangrijkste leidmotieven is de handplant. Deze dient net als bij de vulkanen als metafoor voor zowel Hermans als voor Hermans' opvattingen. De handplant is een metafoor voor het zich uitzaaiende kankergezwel van Hermans, en het is een metafoor voor de verbinding tussen de realiteit en het bewustzijn; Lievestro (de werkelijkheid) verbindt zich via de handplant met Fahrenkrog (het bewustzijn), wat uiteindelijk niet veel oplevert aangezien Fahrenkrog toch nog overlijdt. De handplant is ook nog een metafoor voor de literatuur, die uiteindelijk de werkelijkheid overwoekert. De literatuur is in het hele boek verbonden met de werkelijkheid en aan het eind gaat de werkelijkheid ten onder aan de literatuur.



Lievestro is een onderdeel van het boek dat zeker niet overgeslagen mag worden, want zij staat voor de werkelijkheid zoals Hermans die zich voorstelt. Fahrenkrog kan niet doordringen tot Lievestro, zij gaat haar eigen weg zoals de realiteit ook doet.



Recensie Ruisend Gruis

Hermans benadert met dit boek de grens tussen chaos en de werkelijkheid. Als je het boek leest zonder er iets achter te zoeken, is het bijna onbegrijpelijk, er is geen samenhang. Neem je de achterliggende gedachte erbij, dan kom je voor een verrassing te staan. Het boek wordt begrijpelijker en logisch: want alleen Hermans zelf zou dit boek helemaal kunnen begrijpen. De achterliggende gedachjte komt wel naar voren, er is geen onderscheid tussen werkelijkheid en chaos want er is alleen chaos. De opbouw van het boek zelf is ook chaotisch: hoofdstukken verschillen erg van lengte, toch hangt het wel samen op enkele dingen na. Alles valt onder het hoofdthema, hoewel sommige dingen geen invloed hebben op de ontwikkeling van het verhaal. De trein met de in cellofaan verpakte kinderen heeft weinig te maken met het sandwichhuis, er worden metaforen gebruikt die eigenlijk niets met het hoofdverhaal te maken hebben. Het boek geeft de werkelijkheid niet goed weer, integendeel zelfs: het zet zich af tegen de werkelijkheid. De werkelijkheid is een grote ballon die makkelijk lek te prikken is. De werkelijkheid is dus uiterst instabiel. Toch is het geen boeiend boek, vooral omdat er zonder thema geen touw aan vast te knopen is. Dit zorgt er ook voor dat het niet aangrijpend is. De schrijver bereikt zijn doel, het verband tussen werkelijkheid en chaos weergeven, goed. Jammer dat dit ten koste gaat van het verhaal.



Stroming

Hermans is een schrijver van de jaren '50. Dit blijkt uit het feit dat het existentialisme in zijn werk zeer duidelijk naar voren komt. Het existentialisme is een stroming uit de jaren '50 dat zegt dat de mens in een wereld geworpen is waarom hij niet heeft gevraagd. Dit groeide vooral toen de oorlog net was afgelopen en de wederopbouw begon. Het verschil tussen het existentialisme van de jaren '50 en dat van nu is dat je in het oude je lot niet kon bepalen en dat je dat in dat van nu wel kan. Uit Ruisend Gruis komt duidelijk naar voren dat het hier gaat om het existentialisme van de jaren '50. Immers niemand heeft zijn eigen lot in dit boek in de hand, hoezeer de personages dit ook willen. Verder valt het ook onder absurdisme, je komt de hoofdpersoon Fahrenkrog in de gekste situaties tegen. Bijvoorbeeld als hij tot zijn nek in het ruisende gruis zit. In het boek ontvluchten de personages de realiteit die chaotisch en ongewenst is naar hun eigen fantasiewereld waar wel orde is. Een vierde kenmerk van de literatuur in de jaren '50 is de "roman noir". In deze zogenaamde roman is het leven uitzichtloos en dwaalt de eenzame mens hulpeloos rond in de chaotische werkelijkheid. Uit al deze punten blijkt dat Hermans vrij sterk in de jaren '50 is blijven steken. Toch merk je dat het boek is geschreven in deze tijd, doordat Hermans het bijvoorbeeld heeft over Kok, Pronk, de vliegramp in de Bijlmermeer en dergelijke. Maar dat zijn dan ook de enige vernieuwende elementen.
Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen