U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag : Willem F. Hermans - Het Behouden Huis.
Deze versie komt van http://www.scholieren.com/boekverslagen/1472 en is laatst upgedate op 26/09/1998.
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 708 woorden.

Titel

Het behouden huis



Over het boek

Jaar van uitgave :1989

Naam uitgever :De Bezige Bij, Amsterdam

Het boek is oorspronkelijk Nederlands





Over de schrijver

Willem Frederik Hermans is geboren in 1921 te Amsterdam. Hij was afkomstig uit een onderwijzersgezin. Zijn zus Cornelia Geertruida pleegde in 1940 zelfmoord. Hij volgde een gymnasiumopleiding en studeerde fysische geografie in Amsterdam. Hermans promoveert in 1955 en is tot 1973 lector in Groningen. Sinds 1973 woont hij in Parijs. Hij is gehuwd en heeft een zoon. Ook reist hij veel, verzamelt schrijfmachines en fotografeert hij graag.



Titelverklaring

De titel heeft iets met het verhaal te maken. De titel is namelijk ironisch bedoeld: het huis blijft niet behouden, maar wordt door de partizanen vernield en met behulp van een handgranaat opgeblazen.



Opbouw

Het boek is niet in hoofdstukken ingedeeld; het is één lange tekst.



Samenvatting

De ik-figuur, een naamloze Nederlander, vecht aan het oostfront (grensgebied van Oost-Duitsland, Hongarije en Polen) in een groep partizanen van allerlei nationaliteiten tegen de Duitsers die op terugtocht zijn. Zijn oorlogservaringen hebben hem afgemat. Al jaren trekt hij door vreemde landen; is uit gevangenissen en concentratiekampen gevlucht.

In een verlaten Hongaarse badplaats krijgt hij een onduidelijke opdracht en komt terecht in een prachtig ingericht huis. De bewoners zijn gevlucht, er ligt nergens stof en alle kamers op één na zijn open. Hij neemt een warm bad, vervangt zijn uniform door een kostuum en valt op de sofa in slaap. Hij wordt gewekt door de bel. De Duitsers hebben het stadje heroverd en een Duitse kolonel vordert het huis voor inkwartiering. De ik-figuur beweert de eigenaar van het huis te zijn en stelt, met uitzondering van de badkamer, de grote slaapkamer, de bibliotheek en de afgesloten kamer, het huis zonder tegenspraak ter beschikking. De kolonel blijkt zeer op cultuur gesteld te zijn.

De oorlogshandelingen rondom het stadje nemen met de dag af. De volgende dagen doorzoekt de ik-figuur alle kamers. Het meest boeit hem de gesloten kamer waar de kat telkens heen gaat. In de bibliotheek ontdekt hij talloze boeken over vissen. Als de eigenaar van het huis onverwacht komt opdagen, schiet hij hem in de tuin dood en wurgt hij de vrouw van de eigenaar in de badkamer. Kort daarna treft hij de sleutel in de deur van de gesloten kamer aan. Binnen ziet hij een stokoude, dove man (96 jaar) die zijn kostbare collectie vissen verzorgt. De man ziet de partizaan voor een Duitser aan; de ik-figuur sluit de oude man in zijn kamer op.

Intussen hebben de Russen het stadje gebombardeerd en omsingeld. De Duitse officieren zijn gesneuveld, uitgezonderd de kolonel. De ik-figuur trekt zijn partizanenuniform weer aan en sluit de kolonel in de kelder op. Hij brengt de oude man eten en garandeert hem niet meer over de Duitsers te praten. Dan verlaat hij het huis en sluit zich bij de binnentrekkende partizanen aan. Tegen zijn zin vernielen en bevuilen de partizanen het huis. De ik-figuur wordt door hen weggeschopt; later ontdekt hij de lijken van de eigenaar en zijn vrouw, de dove man en de kolonel. Hij gooit een handgranaat in het huis en marcheert met de partizanen weg.



Tijd

Het verhaal is chronologisch verteld: de ik-figuur verlaat de groep partizanen, vestigt zich in een verlaten huis en na een paar maanden vertrekt hij weer. In het verhaal komen geen flash-backs of flash-forwards voor.



Personen

In het verhaal komt eigenlijk maar één hoofdpersoon voor: de ik-persoon, de ik-persoon is een Nederlandse partizaan met een harteloos karakter; hij vermoordt de eigenaar van het huis en zijn vrouw uit zelfbehoud, zonder enig spijt of medelijden. Hij ziet zichzelf als een smerige soldaat.

In het verhaal komt over het algemeen maar één bijpersoon voor: de kolonel De Duitse kolonel is een man die erg veel om de cultuur geeft. Verder wordt er niet veel over hem verteld.



Perspectief

In dit boek is er sprake van een ik-verteller. De ik-persoon vertelt voornamelijk achteraf over zijn belevenissen.



Thema

Oorlog (de Tweede Wereldoorlog).



Stijl

Het taalgebruik in het verhaal is modern Nederlands. Het bevat geen grove of moeilijke woorden.



Einde

Het verhaal heeft een gesloten einde; de partizanen gooien een handgranaat in het huis en verlaten de stad.
Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen