U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag : Remco Campert - Het Leven Is Vurrukkulluk.
Deze versie komt van http://www.verslagen.com/index.php?page=boek_toon&boek_id=504 en is laatst upgedate op 30/11/-0001.
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 2668 woorden.

Uitgeverij De Bezige Bij, Amsterdam – Derde druk april 1962. De eerste druk verscheen in 1961



Het Leven Is Vurrukkulluk heeft 163 bladzijden. Op de eerste bladzijde staat het motto:



‘Zij zingen, nijgen naar elkaar en kussen,



Geenzins om liefde, maar om sublieme



Momenten en het sentiment daartussen.’



Naar Martinus Nijhoff uit: Het Tuinfeest



De Samenvatting



Op een zondagmorgen lopen Mees en Boelie wandelen door het park. Onderweg hebben ze de vijftienjarige Panda ontmoet en zijn op slag verliefd op haar.



Panda vertelt dat ze iedere zondag in het park loopt, behalve wanneer ze met haar ouders en haar broer bij haar oudtante in Eemnes op bezoek gaat. Dan bezat ze zich – samen met haar jongere broer – in het café.



Panda wil graag een ijsje en dus nemen Mees en Boelie haar mee voor een ijsje. Ze lopen verder. Mees en Panda nu hand in hand.



Hierna gaan zij naar het café om een biertje te drinken. Ze merken dat ze al die hele tijd gevolgd worden door een oudere man, die maakt zijn gal spuugt over de jeugd van tegenwoordig en wanneer de drie plaatsnemen aan een tafeltje, gaat ook hij zitten.



Ondertussen is Panda naar het toilet gegaan, waar de retiradejuffrouw achter haar breiwerk en thee zit. Ze nodigt Panda uit voor een kopje thee, maar Panda hoeft alleen maar naar het toilet. Na haar bezoek krijgt Panda ruzie met de retiradejuffrouw om de aankleding van diens toilet. De retiradejuffrouw dreigt Panda te slaan met de theekroes en daarop vertrekt Panda, zonder te betalen.



Mees, Boelie, Panda en de oude man erachteraan verlaten het café en Mees nodigt Panda bij hem thuis uit. Hij bewoont, samen met Boelie een groot huis dat over het park uitkijkt.



Panda vraagt of het dat witte huis is waar beruchte feesten worden gehouden.



Intussen probeert Mees Boelie van zich af te schudden, zodat hij met Panda alleen kan zijn.



Hij wijst Boelie erop dat hij eigenlijk naar zijn hulpbehoevende ouders zou moeten gaan.



Het lukt niet en met z’n drieen besluiten naar het huis van Mees en Boelie te gaan.



Ondertussen volgt de oude man hen nog steeds en hij blijft minachtende opmerkingen maken. De jongeren irriteren zich mateloos aan het gedrag van de man en even verop in het park wachten ze hem op. Tegelijk slaan Mees, Boelie en Panda hem neer en de man valt bewusteloos op de grond. Ze doorzoeken zijn kleding en in zijn schoenen vinden 200 gulden.



De oude man wordt bewusteloos achtergelaten en de vrienden lopen verder naar huis.



Thuis aangekomen probeert Mees Panda te versieren, wat eerst niet zo wil lukken. Er staat een piano in het huis,Mees verelt Panda dat hij erop speelt en dat Boelie de muziek schrijft en dat ze samen aan een musical werken en Mees speelt er iets uit



Mees herinnert Boelie aan. zijn afspraak met een journalist, waarop Boelie naar Hotel Asiatique vertrekt. Nauwelijks is Boelie de deur uit, of Mees en Panda gaan met elkaar naar bed.



Op het terras van Hotel Asiatique zitten journalist Ernst-Jan Zoon en fotograaf Wim Gondelier te wachten op Boelie. In het interview vertelt Boelie dat hij in zijn jeugd verliefd werd op een Duitse officier, maar langzamerhand komt het gesprek op Etta, de vrouw van Ernst-Jan. Deze verdenkt zijn vrouw ervan vreemd te gaan, omdat hij dat – tijdens een bezoek aan Venetie – zelf ook heeft gedaan.



Ernst-Jan vraagt Boelie mee te gaan naar zijn huis, om Etta weer eens te ontmoeten en tevens uit te vissen wie haar minnaar is. Boelie stemt hiermee in.



Ondertussen liggen Mees en Panda in bed in bed en tussen het vrijen in denkt Mees terug aan zijn eenzame jeugd en aan zijn leven van vroeger, hoe als jazz-pianist in verschillende kroegen speelde en hoe zijn pogingen tot een liefdesrelatie mislukten.



Panda vertelt op haar beurt over de vriendjes die ze heeft gehad. Mees is tevreden, naast haar liggend en wil wel altijd zo bij haar blijven. Hij valt weer in slaap.



Als de oude grijsaard weer bij bewustzijn komt ontdekt hij dat al zijn geld verdwenen is.



Hij schreeuwt de hele boel bij elkaar.



Tjeerd Overbeek, die het hele voorval heeft zien gebeuren, omdat hij vanuit de struiken naar meisjesbenen gleurden, loopt naar de grijsaard toe en helpt de oude man overeind.



De man wil er geen politie bij hebben, dus biedt Tjeerd aan de drie jongelui op te sporen. Eerst is de grijsaard helemaal niet van Tjeerds aanwezigheid gediend. Hij doet alles om Tjeerd kwijt te raken. Plotseling zakt hij in elkaar.



Thuis aangekomen luistert Ernst-Jan naar een radioverslag van de voetbalwedstrijd Holland - Belgie, terwijl Boelie zijn vrouw Etta – die in de tuin ligt te zonnen - gezelschap houdt, maar Boelie heeft echter moeite een gesprekmet haar te beginnen. Etta vertelt hem over haar jeugd en haar mislukte huwelijk met Ernst-Jan. Etta’s vader was een belangrijke bankier en haar moeder was alcoholiste en haar vader wilde niet dat ze met Ernst-Jan trouwde. Vanaf de trouwdag had Etta er spijt van dat ze toch met hem getrouwd was.



Etta weet ook niet of ze zich kwaad moet maken over het vreemdgaan van haar man, misschien, zo redeneert zij, kan het haar niet meer schelen wat Ernst-Jan doet.



Plotseling neemt Etta Boelie’s hand neemt hem mee naar het huis van de buren, die op zondag nooit thuis zijn. Ze wil Boelie’s iets laten zien.



In het huis van de buren aangekomen staat in de keuken het gas nog aan. Etta draait het uit. Boelie bedenkt waarom híj niet Etta’s minnaar – die ze volgens Ernst-Jan zou hebben – zou kunnen zijn en hierop probeert Boelie Etta te verleiden, maar juist als ze het bed in willen duiken worden ze verrast door de thuiskomst van de buren. Snel kleden ze zich weer aan en als de buren vragen waarom ze in hun huis zijn, antwoorden ze dat ze gas roken en bang waren dat het huis af zou branden. De buren zijn Boelie en Etta dankbaar en nodigden hen uit voor een kopje thee, maar Boelie en Etta moeten terug.



Panda en Mees liggen nog steeds op bed wanneer Mees wakker wordt.



Relatie’s moeten zo kort mogelijk zijn, redeneert Mees en vraagt zich af hoe hij weg moet. Maar als Panda haar kleding bij elkaar begint te zoeken, voelt hij zich vernederd. Ze wil weg. Mees doet er alles aan om haar van gedachten te doen veranderen. Hij weet haar over te halen met hem te gaan wandelen.



Op straat komt Panda op het idee een feest te houden bij Mees en Boelie thuis van de tweehonderd gulden die hadden gestolen.



Mees stelt voor dat ze naar de drankwinkel van Jens gaan, waar Mees altijd drank haalt. Jens is echter eerst niet bereid mee te werken omdat andere winkeliers in de straat hem dicht willen hebben. Mees en Panda weten hem om te praten en Jens zal ‘s avonds de drank per auto afleveren. Mees geeft hem de twee biljetten van honderd gulden.



Als de grijsaard weer bijkomt, zit hij op een bankje en zit Tjeerd Overbeek naast hem. Ze raken in gesprek en nu neemt de man het aanbod van Tjeerd aan. Tjeerd neemt de grijsaard mee naar het café van zijn oudtante, Rosa Overbeek, de retiradejuffrouw waar Panda ruzie mee had gekregen. Het blijkt dat Rosa Overbeek het oude schoolvriendinnetje van de grijsaard, die Kees blijkt te heten, te zijn geweest. Tjeerd laat de twee rustig alleen om herinneringen op te halen. Tjeerd benijdt de oude man; hij heeft zijn oude liefde weer terug.



Tjeerd, die niet weet wat hij nu moet doen, loopt wat door de stad.



Na enig zoeken vindt hij het huis van Mees en Boelie, waar het feest inmiddels in volle gang is. Dolf, een dronken gast - en secretaris - ziet hem en trekt Tjeerd tegen zijn zin mee naar binnen, geeft hem drank en benoemt hem tot penningmeester van één of andere stichting. Binnen in het huis is het een chaos. Gebroken glas, lege flessen, omgevallen stoelen.



Mees wordt ondertussen door een hem onbekend meisje gekust.



Ze blijkt samen met Michiel - die een grote paraplu mee sjouwt - op het feest te zijn.



Ook Boelie, Etta en Ernst-Jan zijn aanwezig. Terwijl Boelie en Etta dansen vertelt Boelie haar dat Ernst-Jan dacht dat zij een minnaar had. Daarop neemt Etta een glas cola en gooit het in zijn gezicht. Boelie, dronken, leunt tegen Etta aan en neemt haar mee naar de zolder, waar ze samen op een bed in slaap vallen.



Intussen is Panda met Jens meegegaan om nog meer drank te halen. Op de terugweg vraagt Panda echter of Jens haar naar huis wil brengen. Ze heeft geen zin meer.



Eén van de gasten, Michiel, die al eerder de sleutel van de zolder vroeg, krijgt hem deze van Mees. Hij wil aan zijn paraplu uit het zolderraam springen.



Als Michiel en het meisje op zolder komen, wordt Boelie wakker en denkt dat hij droomt wanneer hij - slaapdronken als hij nog is – ziet dat iemand, aan een paraplu hangend, uit het zolderraam springt. Ook Mees ziet Michiel springen en hem met de paraplu afdalen.



Een gevoel van ongekend geluk vervuld hem wanneer gast heelhuids met zijn paraplu gelandt en heft zijn glas naar hem. De jongen klapt zijn paraplu in en maakt een kleine buiging.





De Personages en karakterbeschrijving



Van de drie belangrijkste hoofdpersonen in dit boek, te weten Mees, Boelie en Panda is Mees het enige personage welke we kunnen bestempelen als een echte ‘round character’.



Mees is een 25-jarige jazz-pianist/kunstenaar en woont samen met Boelie, een schrijver en vriend in een huis tegenover een park in Amsterdam.



Hij heeft een moeilijke jeugd gehad, omdat zijn vader meerder malen getrouwd was en hij door diens tweede vrouw onder de hoede van zijn grootmoeder werd gebracht.



Later is hij als pianist gaan spelen in kroegen, waar hij ’s avonds vaak moest maken dat hij wegkwam, wanneer de dronken gasten met elkaar op de vuist gingen.



In die tijd had hij een verhouding met de vrouw van een vriend van hem.



Mees heeft nooit veel succes bij vrouwen. Hij heeft nooit een echte liefdesrelatie gehad met een vrouw. De meeste vrouwen gingen vrij snel bij hem weg.



Aan het begin van het verhaal heft hij Panda net ontmoet en is eigenlijk al verliefd op haar.



Ondanks dat Mees zich niet duidelijk ontwikkeld gedurende de beschreven dag, noemen we hem toch een round character, omdat we in de scenes, waarin hij met Panda in bed ligt – terug gaan in zijn herinneringen en gedachtes, en waar wij ook deelgenoot van zijn.



De tweede belangrijke hoofdpersoon in het verhaal is wellicht Boelie.



Boelie is de vriend van Mees, en woont ook samen met hem in huis.



Hij is rustige dichter, een beetje zelfingenomen en vaak onzeker over hoe hij dingen zal aanpakken, zodat hij vaak in onvrede is met zichzelf. Zijn eigen werk echter vindt hij geweldig. In het verhaal wordt Boelie ’s ochtends eerst verliefd op Panda en vervolgens krijgt hij een soort relatie met Etta, de vrouw van Ernst-Jan Zoon.



Van de gedachten en gevoelens van Boelie komen we weinig tot niets te weten.



Hij is dan ook een ‘flat character’.



Als derde belangrijke personage zijn er eigenlijk twee aan te wijzen.



Etta en Panda.



Als eerste zal ik de aandacht vestigen op Panda.



Panda: is een 15-jarig meisje dat Mees en Boelie ontmoeten tijdens een ochtendwandeling in het stadspark. Beide mannen zijn op slag verliefd op haar, maar zij voelt meer voor Mees met wie ze uiteindelijk ook naar bed gaat. Zij is erg brutaal – zeker voor die tijd - en heeft een geheel eigen kijk op het leven. Ze vindt bijvoorbeeld dat je je ouders niet teveel moet helpen, omdat ze anders gaan ze op je rekenen. Ze houdt veel van alcohol en sex en heeft al verschillende relaties gehad met mannen, waaronder een Argentijnse oplichter. Ze lijkt snel uitgekeken op een relatie’s. Ook Panda’s gevoelens komen we niet te weten. Zij is dus een ‘flat character’.



En dan Etta.



Etta is de dochter van een rijke bankier en een aan de drank verslaafde moeder.



Haar vader was er zeer op tegen dat Etta met de journalist Ernst-Jan Zoon zou trouwen, maar ze deed het toch. Achteraf heeft ze daar grote spijt van.



Etta weet dat haar man tijdens een zakenreis is vreemdgegaan en in het verhaal krijgt ze dan een verhouding met Boelie, die sowieso tot aan het einde van het boek standhoudt.



Van haar gevoelens en gedachten zijn we soms wel deelgenoot. Men zou haar dus kunnen bestempelen als een ‘round character’. Mij is het echter niet duidelijk genoeg geworden en laat dit dan ook in het midden.



Verder kent het verhaal nog een aantal bijpersonages, die een min of meer belangrijke rol vervullen binnen het verhaal.



Tjeerd Overbeek, de jongeman die de ode grijsaard te hulp schiet, wanneer hij is overvallen door Mees, Boelie en Panda en het neefje van mevrouw Rosa Overbeek. Hij wil altijd graag mensen helpen, maar is ‘bang’ voor leeftijdgenoten (hij loopt weg als hij tegen iemand aanloopt of als er een groep jongeren aankomt lopen. Tjeerd is werkloos en seksueel gefrustreerd, maar over zijn gevoelens komen we niets te weten. Hij is een ‘flat character’.



Rosa Overbeek is de oudtante van Tjeerd Overbeek. Zij is retiradejuffrouw op het toilet van het café waar Mees, Boelie en Panda ’s ochtends iets gaan drinken. Panda krijgt ruzie met haar als ze het niet eens is met de inrichting van het vertrek. Later in het verhaal blijkt dat zij een oude schoolvriendin is van Kees, de oude grijsaard, die met Tjeerd is meegekomen.



Ze is erg gelukkig wanneer ze haar oude geliefde terugziet.



Als laatste hebben we nog Kees, de oude grijsaard, die rondhangt in het park en – nadat hij Mees, Boelie en Panda een tijdje heeft lastiggevallen – wordt overvallen en berooft door de drie jongeren. Kees is erg ontevreden over het gedrag van de jeugd. In zijn ogen doen ze alleen de verkeerde dingen en zijn ze allemaal te lui om te werken.



Wanneer hij door Tjeerd Overbeek wordt geholpen en meegenomen, komt hij weer in contact met Tjeerd’s oudtante: Rosa. Zij blijkt de oude schoolvriendin van Keeste zijn en samen halen ze herinneringen op van gelukkigere, vervlogen tijden.



Het verhaal is opgedeeld in 17 genummerde hoofdstukken, welke in een cronologische volgorde van de beschreven zondag staan, maar waarvan enkele en flashbach zijn, waarin Mees of Etta teruggaat in zijn/haar herinneringen.



Het verhaal speelt zich af binnen één dag: een zondag, eind jaren vijftig. Begint ’s ochtends wanneer Mees en Boelie Panda ontmoeten en eindigd ’s nachts, als tegen het einde van het feest bij Mees en Boelie thuis, een jongen met een paraplu als parachute uit het zolderraam springt.



In het verhaal-perspectief is sprake van een alwetende, auctoriale vertelinstantie,



maar het verhaal is afwisselend geschreven in het Ik- en het Hij-perspectief.



De gebeurtenissen vinden plaats in Amsterdam. Er zijn verschillende ruimten: het stadspark met de vijvers tegenover het huis van Mees en Boelie , het café en het toilet, het witte huis van Mees en Boelie, waar vaak wilde feesten worden gehouden. Het huis van Ernst-Jan en Etta en dat van hun buren en de drankwinkel van Jens.



De titel van het boek is vrij gemakkelijk te verklaren.



Het is namelijk de openingszin van het eerste hoofdstuk, die door Panda wordt uitgesproken: ‘Het leven is vurrukkulluk.’



De titel geeft het idee dat de hoofdpersonen het leven verrukkelijk vinden, maar het blijkt dat ze er niet echt tevreden mee zijn. Ze proberen zo te leven zodat het lijkt alsof ze gelukkig zijn.



Het verhaal behoort voor een deel tot het experimentele genre, vanwege het eigentijdse en experimentele taalgebruik dat Campert in zijn eerste roman toepast.



Anderzijds is het verhaal ook te bestempelen als een liefdesroman, omdat het de ontwikkelingen van de verhoudingen tussen Mees en Panda en tussen Boelie, Etta en Ernst-Jan weergeeft.



Het boek behoort tot de literaire stroming die men de Vijftigers noemt.



Idee, thema en motieven



Het voornaamste thema in het boek is het (liefdes-) leven van jonge mensen in de jaren vijftig en hoe jongeren met het leven en elkaar omgingen in de vijftiger jaren.



Veel draait in het boek om de liefde. Dat blijkt uit alle liefdesrelaties die gedurende de dag ontstaan.




Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen