U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag : De Nkvd - Operatie Barbarossa Ingezonden Door: Michaël Vancayzeele.
Deze versie komt van http://www.scholieren.be/huiswerk/show_stuk.php?id=667 en is laatst upgedate op Onbekend.
De taal ervan is Geschiedenis en het aantal woorden bedraagt 8070 woorden.

OPERATIE BARBAROSSA

De oorlog van Hitler en Stalin

1) Inleiding

In de hele geschiedenis van de mensheid kent deze oorlog zijn gelijke niet. De oorlog aan het oostfront was uniek vanwege de enorme schaal van vernietiging: de Sovjet-Unie werd verwoest van Leningrad tot de Krim, van Kiev tot Stalingrad. Minstens 25 miljoen sovjetburgers vonden de dood. En wat was het uiteindelijke resultaat voor de Duitsers? Een in stukken opgedeeld en verwoest land van wie de inwoners in de wetenschap leven dat ze een racistische vernietigingsoorlog hebben ontketend en daarbij het kwaad van de holocaust hebben voortgebracht.

1.1) Hitlers standpunt.

In de eerste zomer van de Tweede Wereldoorlog behaalde Hitler een eerste overwinning op Frankrijk. Toch stootte hij hierdoor op een groot militair en politiek probleem; de Britten wilden niet naar de pijpen van de Führer dansen. Een harde klap voor Hitlers optocht naar een onbezoedeld Derde Rijk. De grootste belemmering vormde voor hem het Kanaal. In tegenstelling tot de Britten bezat Hitler geen sterke zeemacht. Hij zou het vooral moeten hebben van de luchtmacht, maar hiermee kon men geen heel land innemen. En hij durfde geen echte aanval uitvoeren op het land dat hij nooit als vijand had gewild.

Als alternatief voor Groot-Brittannië koos Hitler de Sovjet-Unie uit. Deze vormde volgens Hitler een veel beter grondgebied voor Duitsland, want het had veel grondstoffen die Groot-Brittannië niet had. Ook wilde Hitler de Sovjet-Unie zo snel mogelijk veroveren vóór het einde van 1942. Want, zoals majoor Hubert Menzel zei:“Wij wisten dat in twee jaar tijd, dit wil zeggen tegen het einde van 1942, de Engelsen klaar zouden zijn, de Amerikanen klaar zouden zijn, de Russen klaar zouden zijn, en dan zouden we ze alle drie tegelijk moeten aanpakken... We moesten proberen de grootste dreiging uit het Oosten weg te nemen... Indertijd leek dat mogelijk...”

Door de bekende propagandatechnieken van Hitler kon hij de Duitse bevolking inprenten dat ‘joods’ en ‘communistisch’ bij elkaar hoorden en dat dit soort ‘bolsjewisme’ moest worden uitgeroeid omdat het een grote dreiging vormde voor het machtige Arische Rijk. In Hitlers boek Mein Kampf verwoordde hij zijn haat tegen het bolsjewisme en de Sovjet-Unie. Toch sloot Hitler in augustus 1939 een non-agressiepact met de Sovjet-Unie, maar dan puur uit pragmatische redenen. Dit was vooral voor het feit dat Groot-Brittannië bleef doorvechten in de overtuiging dat de Sovjet-Unie hen te hulp zou komen. Wanneer Hitler zijn non-agressiepact sloot, was dit ook met het idee om de Russen dan later te vernietigen en Groot-Brittannië’s laatste hoop te ontnemen.

De Duitsers hadden een overdreven vertrouwen in zichzelf om een reden die verachtelijk was en nog is. De nazi’s geloofden dat de inwoners van de Sovjet-Unie van een inferieur ras waren; vanaf het begin moest dit geen gewone oorlog worden, maar een oorlog ter vernietiging van een volk dat de Duitsers als minder dan menselijk beschouwden.. Dit is dan ook wat de nazi’s de das heeft omgedaan; Hitler en zijn volgelingen dachten dat ze superieur waren aan de Sovjets en daardoor waren ze blind voor het gevaar dat de Sovjet-Unie inhield. Zoals Franz Halder, een militair bevelhebber zei:“Het is dus waarschijnlijk niet overdreven te zeggen dat de Russische campagne binnen twee weken is gewonnen.”

1.2) Stalins standpunt

In tegenstelling tot Hitler, die de nazi-partij feitelijk had gecreëerd, was Stalin niet de drijvende kracht achter het sovjetcommunisme geweest; Lenin had die rol vervuld. Het charismatische leiderschap van Hitler was onvervangbaar binnen de nazi-partij – hij kende geen serieuze rivaal. Stalin was een zwart gat van charisma, een ‘regelaar’, een man die dingen voor elkaar kreeg, de stille figuur achter in de kamer die wachtte, luisterde en onderschat werd tot het moment daar was. Onder de toonaangevende communisten leek hij de minst waarschijnlijke kandidaat voor de opvolging van Lenin in 1924; Zinovjev en Trotski waren betere sprekers , Boecharin was innemender. Zelfs nadat hij leider was van de Sovjet-Unie bleef Stalin een man van de schaduw.

In tegenstelling tot Hitler verscheen Stalin veel minder in het openbaar. Op de een of andere manier werkte dit toch in zijn voordeel: het creëerde het beeld van een man die altijd aan het werk was voor de Sovjet-Unie, verborgen maar waakzaam. En zelfs op jaarlijkse defilés hangde er niet enkel een foto van Stalin in de zaal, maar ook van Lenin, wat Stalin voortdurend deed herinneren dat hij slechts een opvolger was, en dat opvolgers kunnen vervangen worden. Zoals Boecharin, Stalins rivaal ooit zei:“Stalin is ongelukkig omdat hij niet iedereen ervan kan overtuigen dat hij de allergrootste is, zelfs zichzelf niet, en dat is zijn ongeluk...”

Zoals Stepan Mikojan, die opgroeide binnen het Kremlin, vertelde over Stalin : “Een typerende karaktertrek van Stalin is toch wel zijn achterdochtigheid. Wanneer hij met iemand sprak keek hij die persoon dan recht in de ogen. Als deze dan zo ongelukkig was dat hij er niet recht in kon blijven kijken, dan kon hij [Stalin] je verdenken van bedrog. En dan was hij in staat om vervelende stappen te ondernemen... Hij was een gewetenloos man... Hij kon verraden en bedriegen als hij dat nodig achtte. En daarom verwachtte hij hetzelfde gedrag van anderen... Iedereen kon een verader blijken te zijn.”

Stalin paste deze tactiek ook toe buiten het Kremlin. Als hij of zijn geheime politie (de NKVD) iemand ervan verdacht een verrader te zijn, dan mochten ze hem gewoon elimineren, zonder een proces of iets dergelijks.

Een gevolg hiervan was dat Stalin zich specialiseerde in het toepassen van angst als motiverende factor. Een geschiedkundige beschrijft het als ‘negatieve inspiratie’ – het idee dat zijn volgelingen zich constant moesten bewijzen. Het was uitgesproken onbezonnenheid om Stalin te bekritiseren. Tijdens een vergadering in zijn aanwezigheid zei een jonge generaal van de luchtmacht vrijmoedig dat het aantal ongelukken met militaire vliegtuigen zo hoog was ‘omdat we in doodskisten moeten vliegen’. Stalin antwoordde:“Dat had u niet moeten zeggen, generaal,” en liet hem de volgende dag vermoorden.

Pas in 1937 paste Stalin deze weerzinwekkende tactiek toe in het leger op grootschalige basis. Dit werd ook wel eens de grote zuivering van het Rode leger genoemd. Vele officieren die niet dezelfde mening deelden als Stalin werden afgezet en ‘verdwenen’ en er kwam een nieuwe, onbekwame officier in de plaats die Stalin eens een gunst bewezen had en daarvoor nu promotie kreeg.

Goebbels noteerde Hitlers mening over de zuiveringen van Stalin in 1937. “Stalin is waarschijnlijk geestesziek,”zei Hitler.“Anders is dit bloederige regime onbegrijpelijk.”

Dit speelde zich natuurlijk in Stalins nadeel. Het militaire apparaat van de Sovjet-Unie was immers ook al verzwakt door de chaotische uitbreiding in de jaren voor de oorlog, toen onervaren officieren hoger in de hiërarchie werden gedwongen, naar posities waar zij onvoldoende opleiding voor hadden (een situatie die natuurlijk verergerd werd door de zuiveringen). In de jaren 1937 – 38 werd meer dan 30 procent van de officieren uit de militaire dienst gezet, maar pas in de laatste jaren zijn de oorspronkelijke westerse schattingen van officieren die werden gearresteerd in diezelfde periode bijgesteld: van een kwart tot de helft van het totale aantal, naar ruim beneden de 10 procent. Het argument van de aanvallen houdt echter geen rekening met de schade die werd toegebracht aan het moreel en het initiatief van de Sovjetstrijdkrachten, door de wetenschap dat het kleinste foutje een arrestatie of zelfs een executie tot gevolg kon hebben. In november 1939 wilde Stalin Finland veroveren met het plan om het de Karelisch-Finse republiek te noemen.

Op papier leken de Finnen weinig hoop te hebben. Zij stonden tegenover een strijdmacht die sterker was in aantallen – een schatting zegt dat het Rode Leger met drie tegen een in het voordeel was. Maar het verliep niet zoals Stalin het gewild had. “Het was een afschrikkelijk schouwspel,” zegt Michail Timosjenko, die in de Finse Oorlog aan Sovjetzijde vocht met de 44ste Oekraïnse Divisie. “Het leek alsof iemand onze mensen met opzet had uitgestuurd om dood te vriezen. Er was nergens een zichtbare vijand. Het leek alsof het bos helemaal uit zichzelf aan het schieten was.”

Het Rode Leger ontdekte hoe een kleine, gemotiveerde en lichtbewapende strijdmacht een doeltreffende guerillaoorlog kon voeren. “In kleine groepjes van ongeveer 10 tot 15 man slopen de Finnen naar onze vuren, schoten korte salvo’s af met hun machinegeweren en renden onmiddellijk weer weg... Als wij onze mannen achter hen aan stuurden om de sporen te volgen in de sneeuw, kwamen ze niet meer terug. De Finnen wachtten de mannen op en doodden hen in een hinderlaag. Wij realiseerden ons dat het onmogelijk was om oorlog te voeren tegen de Finnen.”

Van Timosjenko’s divisie van 4000 man bleef tenslotte maar 500 man meer over. In totaal over heel de Finse Oorlog stierven er 130 000 slachtoffers. Uiteindelijk tekenden de Sovjets met de Finnen een vredesverdrag met Finland.

Zelfs een overtuigd communist als Michail Timosjenko begreep wat Duitsland hieruit zou opmaken: “De Duitsers concludeerden natuurlijk dat het Rode Leger verzwakt was. En in veel opzichten hadden ze gelijk.” De Duitse generale staf bekeek de tactieken van het Rode Leger in Finland, en kwam tot de eenvoudige doch vernietigende conclusie: “De ‘sovjetmassa’ is geen partij voor een leger met een uitstekend leiderschap.”

2. Het startschot tot Operatie Barbarossa.

Dit verklaart enigszins waarom Hitler op 21 juli 1940, bijna twee weken voor de grote militaire stafvergadering in de Berghof, aan generaal Alfred Jodl, chef van de Operationele Staf van het Opperbevel der Strijdkrachten, vroeg of het Duitse leger al die herfst in actie kon komen tegen de Sovjet-Unie. Jodl verwierp het idee om zo spoedig mogelijk aan te vallen; er zou niet voldoende tijd zijn voor de noodzakelijke planning. In plaats daarvan begon men die zomer voorbereidingen te treffen voor een aanval in het volgende jaar.

Het formele bevel voor de invasie van de Sovjet-Unie werd op 18 december 1940 uitgevaardigd. Tot op dat moment werden de codenamen Otto en Fritz gebruikt voor de operatie, maar Hitler noemde het nu Operatie Barbarossa: naar de bijnaam van keizer Frederik I, die volgens oud geloof zou herrijzen om Duitsland te helpen wanneer het land hem het meest nodig had.

Tegen het einde van 1940 moet Hitler zijn mening dat deze reusachtige onderneming de juiste weg voorwaarts was, op verschillende vlakken bevestigd hebben gezien. Praktisch gezien had het falen van de Luftwaffe in de Slag om Engeland elke kans op een succesvolle invasie van Groot-Brittannië vernietigd – hoe moesten Groot-Brittannië en de Verenigde Staten dus anders geneutraliseerd worden dan door de eliminatie van hun potentiële bondgenoot op het Europese continent, de Sovjet-Unie?

Pas in het begin van 1941 werden er twijfels geuit over het uitvoeren van Operatie Barbarossa, en dan vooral over de praktische kant van de operatie. Want hoe moesten de troepen voorzien worden van voldoende voedsel, munitie, brandstof,... op Sovjetgrondgebied?

Tijdens een bijeenkomst met Hitler besprak Franz Halder, chef-staf van het leger, deze problemen en suggereerde oplossingen; het optimistische idee dat het Duitse leger ‘van het land kon leven’ en de voorraden van de Sovjet-Unie kon plunderen om zo eventuele tekorten in de bevoorrading aan te vullen.

Toch was er nog een zwak punt in het plan. Want de Operatie was niet sterk genoeg om heel Rusland te invaseren. Zelfs Hitler kon zich dat niet inbeelden. Daarom was het hoofddoel van de operatie om door te stoten tot het Oeralgebergte en daarna de Russen te dwingen een compromis te tekenen waarin er zou staan dat Rusland een volle medewerking met het Derde Rijk zou waarborgen. Veldmaarschalk von Bock vroeg zich af hoe Rusland gedwongen zou worden om dat ‘vredesverdag’ te tekenen. Hitler antwoordde daarop vaag: “Na de verovering van de Oekraïne, Moskou en Leningrad... zullen de sovjets zeker toestemmen in een compromis.”

Alle generaals van Hitler dachten bijzonder optimistisch over de Operatie. Een optimisme dat bijzonder dicht bij hoogmoed aanleunde. Waarschijnlijk reageerden ze zo omdat ze nogal pessimistisch waren over de invasie van Frankrijk en daarom wilden ze nu Hitler laten merken dat ze meer dan ooit in hem geloofden.

Maar Operatie Barbarossa’s doel werd veranderd. Het werd geen invasie-oorlog, maar een vernietigingsoorlog. Een eerste misdadig bevel was dat alle partizanenstrijders op staande voet mochten doodgeschoten worden. Ook politieke sovjetofficieren wachtten hetzelfde lot als de partizanen. De soldaten van het Duitse Leger werden niet meer geacht soldaten te zijn maar moordenaars. Dit kan onomstotelijk bestempeld worden als een beestachtige daad, maar als we de mentaliteit van die tijd in acht nemen, dan kunnen we wel enigszins inzien dat men er een heel andere mening op nahield. Want zoals Goebbels op 16 juni 1941 schreef:“De Führer zegt dat wij de overwinning moeten behalen, goedschiks of kwaadschiks. Wij hebben al zoveel op ons geweten dat wij de overwinning wel moeten behalen, omdat anders ons hele volk ... zal worden uitgeroeid.”

Stalin was op de hoogte van het bijeenbrengen van het bijna drie miljoenkoppige Duitse Leger, en tevens werd hij ervan bericht door zijn spionnen dat de Duitsers een aanval planden tegen de Sovjet-Unie. Zoals in een rapport staat: “Een bron in het Duitse hoofdkwartier van de luchtmacht meldt dat Duitsland alle noodzakelijke maatregelen heeft getroffen voor een oorlog tegen de Sovjet-Unie, en een aanval ieder moment kan worden verwacht... Bij het ministerie van Economische Zaken zegt men dat Rosenberg tijdens een bijeenkomst van alle planners voor de ‘bezette’ gebieden van de USSR, een toespraak heeft gehouden waarin hij verklaarde dat ‘de hele Sovjet-Unie’ van de kaart geveegd moet worden’.” Op de voorkant van dit rapport krabbelde Stalin: “Kameraad Merkoelov, u kunt uw ‘bron’ uit zijn functie in de staf van de Duitse luchtmacht ontzetten en hem naar zijn verrekte moeder sturen. Hij is geen ‘bron’ maar een bedrieger.” Hieruit kunnen we afleiden dat Stalin helemaal geen aanval van Duitsland verwachtte, want immers, Hitler was in oorlog met Groot-Brittannië, en mocht hij de Sovjet-Unie aanvallen, dan moest Hitler twee oorlogen onderhouden. Ook genoot Hitler vele voordelen van Stalin, onder andere de toevoer van olie en ook het gebruik van Russische havens om de U-boten uit te rusten.

3.De invasie van de Sovjet-Unie

Om de Operatie zeker te laten slagen, besloot Hitler om Joegoslavië en Griekenland eerst te veroveren. Wie moest anders de zuidflanken verdedigen?

Geen enkele Duitse veteraan dacht indertijd dat Operatie Barbarossa zou falen omdat het begon in juni in plaats van mei. Integendeel, de mannen waren vol optimisme over de eenvoud van hun taak. Op de ochtend bezocht Bernard Bechler, een Duits soldaat, zijn zuster om afscheid te nemen. Hij zei: “Luister, we gaan zo weg, en ik bel je over een paar weken uit Moskou.’’ Hij was er volstrekt van overtuigd dat het zo zou gaan, en hij was trots op hun plannen.

Net voor het aanbreken van de ochtend van zondag 22 juni 1941 stond Rüpert von Reichert als artillerieofficier van 268ste infanteriedivisie te wachten tot hij de grens kon oversteken naar het door de Sovjet-Unie bezette deel van Polen. “De situatie was bizar, ongeveer een uur tevoren was een helder verlichte trein vreedzaam voorbij gekomen naar onze bondgenoot die wij gingen aanvallen.”

Om halfvier vielen zij aan ‘met een enorme vuurkracht, en op de grenslijn werden de grenswachten neergeschoten.’

De Duitsers trokken in drie grote bewegingen op langs een invasiefront van 1800 kilometer, het langste in de geschiedenis. Veldmaarschalk von Leeb trok met Legergroep Noord in de richting van de Oostzeestaten en Leningrad, von Bock met Legergroep Centrum naar Minsk, Smolensk en uiteindelijk Moskou, en von Rundstedt leidde Legergroep Zuid de Oekraïne in. Hoewel de sovjetverdediging uit ongeveer evenveel manschappen bestond als de Duitse indringers (iets meer dan drie miljoen aan ieders kant), waren zij nauwelijks partij voor de Duitsers.

De sovjetstrijdkrachten vormden een gemakkelijke prooi voor de omsingelingstactieken van de Duitsers, door de combinatie van de te kleine troepeninzet dichtbij de grens (op basis van het militaire beginsel ‘verdediging door aanval’ waardoor geen doeltreffende verdediging mogelijk was), gebrek aan oefening, onervaren bevelhebbers en onvoldoende militair materiaal (veel ervan was oud, of aan reparatie toe).

Met de bekende Blitzkriegtactieken van de Duitsers stootte Hitlers leger Russisch-Polen binnen. De Blitzkriegtactiek was gebaseerd op het idee om aan te vallen in een speerpunt zonder rekening te houden met de flanken. Het uiterste punt was geconcentreerd op een smalle strook in de vijandelijke linies, soms niet breder dan een weg. Hiermee hadden ze zoveel ervaring opgedaan dat het uitvoeren ervan bijna routine was geworden.

Wanneer de pantservoertuigen door de vijandelijke linies waren gebroken, kon de infanterie binnendringen in de ontstane openingen en de verwarde tegenstander omsingelen.

In de eerste dagen van Barbarossa had Legergroep Centrum het meest succes met deze tactiek en trok snel op naar het diep in de Sovjet-Unie gelegen Smolensk. Toch ondervonden de Duitsers op den duur een negatief kenmerk van hun zo goed functionerende Blitzkriegtactiek, namelijk dat het niet uitgevonden was voor zo’n enorm land. Wanneer de pantsermogendheden doorstootten naar een volgende vijandelijke linie, dan moesten ze eerst wachten tot de infanterie-mogendheden zich terug bij hen gevoegd hadden. Maar dit was echter een probleem van een succes en vanuit het gezichtspunt van de individuele soldaat brachten de eerste weken van Operatie Barbarossa alleen maar glorieuze overwinningen.

Stalin werd op 22 juni ’s morgens gewekt in zijn datsja in Koentsevo net buiten Moskou toen maarschalk Zjoekov, indertijd chef van de generale staf, hem belde met het nieuws van de invasie. Eerst dacht Stalin dat er een vergissing in het spel was. Hij dacht dat Hitlers generaals de macht overhadden genomen of dat er weer een provocatie aan de gang was. Stalin belde zelfs naar Japan en vroeg of die niet een goed woordje voor hem konden doen bij Hitler.

In Duitsland had Goebbels zich zorgen gemaakt over de reactie van het publiek op het nieuws van de invasie. Hij was degene die op 22 juni om 5u.30 Hitlers proclamatie had voorgelezen, waarin hij verklaarde dat deze oorlog noodzakelijk was in de strijd ‘tegen de samenzwering van de Joods-Angelsaksische oorlogsstokers en de al even joodse leiders van het bolsjewistische hoofdkantoor in Moskou.’ Maria Mauth was een 17-jarig schoolmeisje toen zij haar vaders reactie op het nieuws van de invasie hoorde, het soort reactie dat Goebbels vreesde. “Ik vergeet nooit dat mijn vader zei:’Zo, dus nu hebben we de oorlog verloren!’” Maar later toen de verslagen van de eerste successen volgden veranderde die houding. “In de wekelijkse filmjournaals zagen we glorieuze opnamen van het Duitse Leger met allemaal zingende, wuivende en juichende soldaten. En dat werkte natuurlijk aanstekelijk. Wij zagen het zo, en geloofden het lange tijd ook. We dachten gewoon dat het net zo zou gaan als in Frankrijk en Polen – iedereen was daarvan overtuigd, omdat we zo’n geweldig leger hadden.”

Het maakte weinig uit dat Duitsland een land aanviel waarmee het een non-agressiepact had gesloten. Het pact zelf was een dwaling geweest. Nu konden de Duitsers weer hun vertrouwde vooroordelen uiten over de horden die aan de oostelijke grenzen woonden. “Rusland had altijd al een barbaarse geschiedenis,” zegt Maria Mauth, “en nu dachten we, er zit iets in – kijk eens naar ze! En iedereen zei:’Goh, kijk ze nu eens! Ja, dat is toch geen leven!’ Dat werd werkelijk gezegd. Dat was het beeld van de Russen, en bovendien waren het lafaards, omdat zij zich zo snel hadden teruggetrokken.”

Duitsers zoals Maria Mauth verkondigden deze mening over de Russen niet omdat ze bang waren verraden te worden als zij deze vooroordelen niet uitspraken – zij geloofden dat indertijd oprecht. “Wij waren niet zoals zij. Wij waren veel beter.” De propagandafilms bevestigden het beeld dat zij hadden van de Russen, als ‘lelijk en onderontwikkeld’.

Soms werden zij afgebeeld met gezichten als apen, met enorme neuzen, zonder haar, in vodden, smerig – “Dat was het beeld, dus je zei tegen jezelf: God, nou ja, waarom ook niet?”

Niet alleen Duitse burgers hadden deze gevoelens, maar ook het leger. Dit bracht met zich mee dat de oorlog niet slechts begon als een beestachtige rassenoorlog, maar ook in steeds heviger mate zo doorging.

Ook buiten het slagveld werd op onmenselijke wijze gehandeld. Hitler liet de soldaten interpreteren dat het joods-bolsjewisme de grote vijand van de staat was. Als zij ze [de Russen] nu niet vermoordden, zouden ze door hen onder de voet worden gelopen. Daarom werden ook vrouwen en kinderen beestachtig afgeslacht; ze moesten er immers voor zorgen dat ze zich niet meer konden voortplanten. In het echt waren maar een tiental joden echt belangrijk in de besturing van de Sovjet-Unie.

4. Ruslands pogingen om de vrede te bewaren.

In Moskou werd Stalin eind juni na twee dagen uit zijn datsja gelokt, door een delegatie van het Politburo die hem ‘overhaalde’ de Sovjet-Unie naar de overwinning te leiden. (Minstens één geschiedkundige is van mening dat Stalin met zijn aftocht naar zijn datsja een list van Iwan de Verschrikkelijke toepaste: een instorting veinzen om te zien wie hem zou steunen en wie niet.) De Sovjet-Unie had sowieso geen andere leider. Stalin had geholpen hen in deze rampzalige situatie te brengen – nu moest hij hen helpen er weer uit te komen.

Eén van de middelen die Stalin bedacht om de vrede te kunnen bewaren, was grondgebied afstaan aan de Duitsers. Deze zouden, volgens Stalin, met dit extra grondgebied ‘blij’ zijn en zodoende de Sovjet-Unie met rust laten. Maar dit kon niet wegens het feit dat de Russen en de Britten een overeenkomst hadden. Daarin stond dat geen van beide partijen een overeenkomst kon sluiten met de Duitsers zonder dat ze het er allebei mee eens waren. Toch zijn er bewijzen dat enkele van Beria’s agenten – Beria was het hoofd van de NKVD – pogingen deden om Ivan Stamenov, de Bulgaarse ambassadeur in Moskou, over te halen om met de Duitsers te onderhandelen. Toch zijn er geen documenten die dateren van uit die periode die onomstotelijk bewijs leveren dat er echte plannen gemaakt werden om te onderhandelen. Wel vond men laatst in het Presidentieel Archief in Moskou een rapport van Pavel Soedoplatov, één van Beria’s meest vertrouwde officieren. Dit rapport werd opgesteld ten tijde van de arrestatie van Beria in 1953 en beschrijft hoe men probeerde contact te leggen met de Bulgaarse ambassadeur. Soedoplatov schrijft als volgt: “Beria droeg mij op vier vragen te stellen tijdens mijn gesprek met Stamenov. Beria las ze aldus voor uit zijn notitieboek:

1. Waarom verbrak Duitsland het non-agressiepact en begon een oorlog met de USSR?

2. Op welke voorwaarden zou Duitsland ermee instemmen de oorlog te stoppen?

3. Zouden de Duitsers genoegen nemen met gebiedsuitbreiding in de Oost-zeestaten, de Oekraïne, Bessarabië, Boekovine en Karelisch schiereiland?

4. Zo niet, welke gebieden zou Duitsland daaraan willen toevoegen?”

Soedoplatov stelde plichtsgetrouw de vier vragen aan Stamenov in Beria’s privékamer in een restaurant. De Bulgaarse ambassadeur reageerde nonchalant. “Stamenov probeerde zich te gedragen als een man die overtuigd was van een Duitse nederlaag in de oorlog. Hij hechtte weinig belang aan de snelle Duitse overwinningen. Wat hij zei, kwam erop neer dat de krijgsmacht van de USSR zonder twijfel sterker was dan die van Duitsland en dat, zelfs als de Duitsers in deze beginperiode grote gebieden van de USSR innamen en misschien zelfs de Wolga zouden bereiken, Duitsland op de lange duur toch de nederlaag zou lijden en verpletterd zou worden.”

Een laatste belangrijk feit in het geheime rapport van Soedoplatov is de datum van het contact met de Bulgaarse ambassadeur – eind juli 1941. Hierdoor wordt de volgende anekdote, verteld door een Russische geschiedkundige die maarschalk Zjoekov heeft gekend, erg belangrijk. In de jaren 1960 was Zjoekov uit de gratie, en professor Viktor Anfilov raakte met hem bevriend. Zjoekov vertelde hem dat hij begin oktober 1941, op het dieptepunt van de oorlog, ontboden werd in Stalins datsja.

“Toen ik binnengeroepen werd, zei ik ‘Goedemiddag, Kameraad Stalin’. Stalin hoorde mij duidelijk niet – hij zat met zijn rug naar mij toe. Hij praatte verder met Beria, die in de kamer was. En ik hoorde het volgende:‘... neem via je agenten contact op met de Duitse veiligheidsdienst, en zoek uit wat de Duitsers van ons zouden willen als we aanbieden een apart vredesverdrag te sluiten’.”

Tot voor kort was men het er niet over eens wanneer het contact met de Bulgaarse ambassadeur zou hebben plaatsgevonden – in juli of in oktober. Soedoplatov is daar duidelijk over: het was in juli. Toch hoorde Zjoekov het gesprek tussen Stalin en Beria in oktober. De bevestiging van de datum van het oorspronkelijke contact met de Bulgaarse ambassadeur leidt daarom tot de nieuwe en intrigerende mogelijkheid dat Beria, met Stalins instemming, zowel in juli als in oktober pogingen tot vredesonderhandelingen deed.

5. De Duitse opmars.

Tijdens het planstadium van Operatie Barbarossa werd het al snel duidelijk dat de Duitse troepen onmogelijk gevoed konden worden vanuit het Reich. Daarom werd een document getekend dat zei dat de Duitsers van het Russische land konden leven, al betekende dit wel de hongersdood voor zo’n 10 miljoen mensen. Maar na een tijdje werd dit document ingetrokken en werd een ander document van kracht. Een document waarin stond dat niet alleen het Duitse leger moest bevoorraad worden van het Russische land, maar ook de door de Nazi’s bezettte gebieden. Als gevolg daarvan werd verwacht dat 30 miljoen sovjets in het noorden van het te bezetten gebied de hongersnood zouden sterven.

Ook al waren de Duitsers voorbereid op een groot aantal krijgsgevangenen, zij hadden misschien niet gerekend op de drie miljoen sovjets in de eerste zeven maanden. Maar zelfs voor een kleiner aantal waren geen voorzieningen getroffen – niet verbazend aangezien de toon van de geciteerde documenten. Als men bij het plannen van de oorlog kon vaststellen dat er dertig miljoen mensen zouden verhongeren als gevolg van het Duitse beleid, waarom zou men dan actief hebben geprobeerd de soldaten van de verslagen vijand te redden?

Terwijl de sovjetkrijgsgevangenen die zomer stierven in de Duitse kampen, maakte Hitler zich zorgen over de opmars van het leger. Ondanks de kracht van de Duitse aanval vertoonde het sovjetsysteem geen tekenen van een op handen zijnde ineenstorting. En hoewel er enorme aantallen krijgsgevangenen waren genomen, waren de sovjets in staat gebleken militaire reserves op te roepen – iets dat de Duitsers hadden onderschat. Op sommige plaatsen bood het Rode Leger heftig weerstand. Bovendien veroorzaakte de omvang van de Duitse onderneming grote problemen. Half juli bevond een aantal pantsereenheden zich op 600 kilometer binnen het sovjetgrondgebied en bleek het idee dat dergelijke eenheden als het nodig was ‘van het land’ konden leven, belachelijk te zijn. De sovjets hadden alles wat van waarde kon zijn voor de Duitsers verbrand of meegenomen, en de bevoorrading vanuit de achterhoede werd niet alleen gehinderd door de afstanden, maar ook door de slechte Russische infrastructuur - bijna alle wegen waren onverhard, en de weinige spoorlijnen waren breder dan die in Duitsland. Door de vele verliezen bij de pantsereenheden - ze hadden vijftig procent van hun manschappen verloren in de eerste acht weken - verloor de speerpunt van de Blitzkrieg haar kracht. Blitzkrieg-operaties waren ook niet bedoeld om maanden te duren.

In juli en augustus 1941 werden Hitler en zijn generaals verplicht om hun Duitse front in tweeën te delen door de Pripjetmoerassen, waar de pantsereenheden niet doorkonden. Legergroep Zuid moest afwijken naar het zuiden en ontmoette daar een sterke weerstand. Hitlers generaals trokken zich daar niet zo veel van aan, zij vonden nog altijd dat Legergroep Centrum meteen naar Moskou moest optrekken. Hitler was het daar niet mee eens; hij was van de mening dat het vernietigen van de industriële capaciteit belangrijker was dan het innemen van de hoofdstad, maar hij maakte zich ook zorgen over een eventuele aanval op de flanken van Legergroep Centrum.

Hitler begon te twijfelen wat het Duitse leger moest doen. De ene dag zou Moskou de prioriteit krijgen, en een paar dagen later hield hij vol dat andere zaken eerst geregeld moesten worden. Op 21 augustus maakte Hitler zijn beslissing duidelijk: de omsingeling van Leningrad in het noorden en de vernietiging van de sovjetgroepen in het zuiden waren van meer belang dan het innemen van Moskou, omdat men zo de dreiging van een flankaanval op Legergroep Centrum zou opheffen. (Later zou dit beschouwd worden als de daad die een kans op succes zou vernietigen.)

Hitlers beslissing om de pantsergroep van Guderian naar Kiev in het zuiden van de Oekraïne te sturen, leidde tot een verbijsterende overwinning die het optimisme van de Führer deed herleven. De Duitsers namen bij Kiev meer dan 600 000 gevangenen bij het grootste omsingelingsgevecht in de moderne geschiedenis. Stalin was verantwoordelijk voor deze ramp. Hij domineerde de Stavka, de organisatie die de leiding had over alle sovjetstrijdkrachten, en hoewel hij vrijwel niets wist van militaire strategie geloofde hij dat hij geniaal was. Daarom droeg hij het Rode Leger op om het onmogelijke te proberen en Kiev te behouden. Zjoekov was een van de weinigen die tegen hem in durfde te gaan. Maar deze werd ontheven uit zijn post als staf-chef van het leger - uit eigen verzoek.

Nikolaj Ponomarjev, de persoonlijke telegrafist van Stalin, was getuige van Stalins reactie op de wanhopige oproepen van de bevelhebbers van het Rode Leger in Kiev. “Ze zeiden dat ze niet sterk genoeg waren om Kiev te behoud-en,”vertelt hij.”Ze vroegen toestemming om de troepen te laten vertrekken, maar Stalin eiste het tegenovergestelde:’Houdt stand zolang u kunt’.” Het Rode Leger betaalde een zware prijs voor Stalins onverzettelijkheid; deze catastrofe is het beste voorbeeld van zijn gebrek aan militair inzicht.

Nu de dreiging van de flanken was weggenomen, accepteerde Hitler dat het Duitse leger moest optrekken naar Moskou; de hoofdstad van de Sovjet-Unie werd het doel van de Duitse Operatie Tyfoon.

Alle sovjets waren verbijsterd door het verlies van Kiev. Toch kon dit alles voorzien worden als je zag met welke geschut en uitrusting de soldaten moesten vechten. De 60 mm-kanonnen waren trofeeën uit de Eerste Wereldoorlog en de infanterie had één geweer per vijf man.

Begin oktober 1941 vormden de Derde en Vierde Pantsergroep een omsingeling van Vjazma, de laatste stad die tussen de Duitsers en Moskou lag. Door deze omsingeling werden vijf sovjetlegers ingesloten.

Wolfgang Horn bevond zich in een andere pantserdivisie bij Vjazma tegenover eeen onderdeel van de omsingelde sovjetlegers. Hij keek door een speciale veldkijker naar het Rode Leger en zag iets ‘ongelooflijks’. Alleen de eerste rij van de sovjetsoldaten die oprukten naar de Duitsers had geweren - de rij erachter was ongewapend. “De eerste rij werd neergemaaid,” vertelt Horn,”en zij [de tweede rij] bukten zich en pakten de geweren van de doden op. Ze moesten zonder wapens aanvallen... zoiets hadden wij nog nooit gezien.”

Oktober 1941 was het hoogtepunt van Operatie Barbarossa. Na de nederlaag van het Rode Leger bij Vjazma, en de slag bij Bryansk daar dichtbij tegen Legergroep Centrum, was de laatste hindernis op de weg naar Moskou weggenomen. In de Oekraïne had Legergroep Zuid met de bezetting van Kiev zijn positie verstevigd, en de oogst van de ‘broodmand’ van de Sovjet-Unie lag klaar om geplunderd te worden voor het Reich. Buiten Leningrad was Legergroep Noord erin geslaagd de stad af te snijden en probeerde de inwoners uit te hongeren. Dat was het begin van verschrikkelijk lijden in een belegering die 900 dagen zou duren; tijdens de winter van 1941-42 zouden een half miljoen mensen omkomen van de honger. Al dit Duitse militaire succes bracht Hitler ertoe in het Sportpalast van Berlijn te verklaren dat het Rode Leger ‘zich nooit meer zou verheffen’. Jodl merkte op:“Wij hebben eindelijk en zonder overdrijving de oorlog gewonnen!” En Otto Dietrich, de perschef van de Führer zelf, zei: “Militair gezien is de Sovjet-Unie verslagen.”

Bij Vjazma namen de Duitsers zo’n 666 000 krijgsgevangenen. De Moskovieten wanhoopten bij het horen van het nieuws van het front: nog slechts 90 000 soldaten verdedigden de hoofdstad. In deze angstige sfeer kreeg Stalins persoonlijke telegrafist, Nikolaj Ponomarjev, de opdracht contact te zoeken met Zjoekov, die nu weer in de gunst was als bevelhebber van het Westelijk Front, opdat de sovjetleider hem om advies kon vragen.

Stalin luisterde meer dan anderhalf uur naar Zjoekovs opsomming van het materiaal dat hij nodig zou hebben voor de verdediging van Moskou: tanks, artillerie en boven alles, raketwapens. “Het was een heel moeilijk gesprek,”zegt Ponomarjev.“Zo hoorde ik hoe slecht bevoorraad en onderbewapend ons leger was.” Stalin vertelde dat een deel van de zaken waar hij om vroeg, al onderweg was. En toen vroeg hij, waar Ponomarjev bij was, aan Zjoekov:“Zeg eens, Georgi Konstantinovitsj, van communist tot communist, gaan we Moskou behouden of niet?” Zjoekov wachtte even en antwoordde toen:“Kameraad Stalin, als ik zelfs maar een deel van de hulp waar ik om gevraagd heb krijg, houden we Moskou.”

Slechts tien minuten na dit telefoongesprek kwam een van Stalins medewerkers aan Ponomarjev vertellen dat hij al zijn apparatuur moest inpakken en zich klaarmaken om te vertrekken. Hij werd verzocht zich naar het station te begeven en daar in Stalins privétrein te wachten op de Sovjetleider. Zo begreep hij dat hij samen met Stalin zou geëvacueerd worden.

Intussen braken in de hele stad rellen uit. Velen waren in de mening dat de Duitsers de stad in korte tijd zouden innemen. Zo roofden gewone, rustige mensen in een vlaag van paniek hele winkels leeg. Een totale toestand van chaos.

Op de avond van 19 oktober besloot Stalin om in Moskou te blijven. Dit deed hij naar aanleiding van een vergadering waarin Stalin aan elk lid van de politburo vroeg wat hij moest doen. Ze zeiden allemaal hetzelfde, met name dat hij hier [in Moskou] moest blijven en de stad verdedigen. Dus besloot Stalin in Moskou te blijven, en hij eiste dat de stad met alle noodzakelijke harde maatregelen behouden moest blijven. Vladimir Ogrizko had het bevel over een van de NKVD-eenheden die in de oktobermaand probeerden de orde in Moskou te herstellen.

Mannen als Ogrizko beschouwden Stalins bevel als een volmacht. “Het is geen vredestijd”, zei hij. “Je gaat geen honderd keer ‘Sta of ik schiet’ roepen voordat je schiet, en je gaat ook niet in de lucht schieten. Natuurlijk niet. Je schiet ze meteen neer. Het was een harde opdracht. Iedereen die weerstand bood of niet direct gehoorzaamde aan een bevel - vooral als ze wegliepen of hun mond opendeden - werd ter plaatse zonder plichtplegingen geëlimineerd. Dat werd ook beschouwd als als een werkelijk heroïsche daad - je doodde de vijand.”

De straten waren vol vluchtende Moskovieten, tegenover wie Ogrizko een even onbuigzame houding aannam. “Zij renden weg,” zei hij. “Het waren schurken, plunderaars die dachten dat zij het einde van de dag zouden overleven.” Hij rolde hun voertuigen in de greppels en “als de bestuurder verpletterd werd, des te beter... dat was mijn verantwoordelijkheid niet.”

Door Stalins besluit om in Moskou te blijven en door zijn meedogenloze ‘staat van beleg’ keerde de rust inderdaad weer. “Deze harde maatregelen, deze prachtige maatregelen,” zei Vladimir Ogrizko, “vormen de essentie en de inhoud van oorlog. Je kunt niet zeggen dat het tegen de mensenrechten ingaat - het is wreed noch krankzinnig. Het was correct mensen te executeren die hun plaats niet kenden in een wereld die wreder was geworden voor hun land...”

Terwijl het winterse weer begon, bereidden de Duitsers buiten de stadsmuren de laatste aanval voor. Zij waren verder en sneller opgerukt en hadden meer vijandelijke krijgsgevangenen genomen dan enig ander invasieleger in de geschiedenis. Het enige probleem was dat zij volgens hun oorspronkelijk plan de oorlog ondertussen al gewonnen hadden moeten hebben.

6. Een ander soort oorlog.

6.1 De Duitse belegering van Moskou.

Zoals in het vorig stuk besproken werd, waren de Duitsers niet voorbereid op de Russische winter. Ze hadden namelijk de oorlog al moeten gewonnen hebben. In theorie althans. De praktijk was iets anders. Ze [de Duitsers] liepen voortdurend vertraging op door de te lange afstanden. De tanks legden die afstanden met gemak af, maar de infanterie die te voet moest volgen bleef na een tijdje achter, met alle gevolgen vandien. De tanks moesten telkens wachten waardoor de verrassingsaanvallen in het honderd liepen. Toen de Duitsers Moskou op enkele kilometers genaderd waren, en de winter al enkele dagen ingevallen was, ondervonden ze nog geen echte weerstand van de winter. Integendeel, ze kwamen beter vooruit op de harde, bevroren grond.

Pas toen ze zichzelf ingroeven ondervonden ze de nadelen van het harde seizoen. Door de te lage temperaturen bevroor de olie in hun machinegeweren, waardoor ze niet nauwkeurig meer konden schieten. Toen de Sovjettroepen aanvielen ondervonden ze daarvan het meest tegendeel. Ze moesten zich verdedigen, maar konden niet. Ook kwam het erg vaak voor dat er in de nacht, wanneer de laagste temperaturen bereikt werden, tenen en vingers afvroren. En alsof dat nog niet genoeg was, vroren nog meer soldaten dood.

Volgens het oorspronkelijke plan van Operatie Barbarossa zou twee derde van het Duitse leger zich teruggetrokken moeten hebben, omdat de oorlog al gewonnen had moeten zijn; er waren dus nooit behoorlijke voorbereidingen getroffen voor een oorlog in de winter. Een getuigenis van een soldaat: “Als de infanterie in de open lucht moest slapen, probeerde je een gat in de sneeuw te maken. Er was een bevel dat de wacht iedere twee uur een ronde moest doen om te kijken, want je kon doodvriezen zonder het te merken. Vooral als we overdag hadden gevochten en getranspireerd, koelden we ’s nachts af - dan was het gevaar van bevriezing het grootst. Het is een vrij aangename manier om te sterven, maar je wilt toch niet dat het je overkomt.”

De eenheid van Rüpert von Reichert kwam in de problemen toen zij hun zware artillerie niet meer konden verplaatsen. Het geschut werd getrokken door brouwerspaarden, “verwende beesten, gewend aan een overvloed aan voedsel en warme stallen. Deze arme dieren moesten nu plots zware stukken geschut trekken, eerst door drijfzand, dan door modder, nu door sneeuw. Ze stierven bijna allemaal aan hartkwalen.”

“Het Duitse leger was een armzalig gezicht,” vertelde Fjodor Sverlov, compagniecommandant in de 19de Fuseliersbrigade van het Rode Leger. “Ik herinner me de Duitsers in juli 1941 nog goed. Het waren grote sterke kerels, vol zelfvertrouwen. Ze marcheerden met opgerolde mouwen en droegen hun zware mitrailleurs alsof het speelgoedgeweertjes waren. Maar later werden het armzalige, kromme, snotterige mannen, in wollen omslagdoeken die ze van oude vrouwen in de dorpen hadden gestolen... Natuurlijk schoten ze nog steeds en verdedigden zichzelf, maar het waren niet de Duitsers die wij kenden uit juli 1941.”

Toen Hitler op 7 december bericht kreeg dat Japan de Verenigde Staten van Amerika had aangevallen, beschouwde hij dat als een goed teken. Want zo kon - volgens Hitler - er geen steun meer van de Verenigde Staten geschonken worden aan Groot-Brittannië. Een tegenslag voor Hitler was het feit dat het Rode Leger niet volgens plan in 1941 vernietigd was, maar ook het openen van de vijande-lijkheden tussen de Verenigde Staen en Japan. Japan zond al zijn troepen naar het zuiden, waardoor Stalin meer Sovjettroepen kon vrijmaken om tegen Duitsland te helpen vechten.

Half december was de situatie van de Duitse troepenmacht buiten Moskou hopeloos geworden. Halder noemde het ‘de grootste crisis in twee wereldoor-logen’, en vatte een rapport van de kwartiermeester-generaal samen met de woorden ‘wij zijn aan het einde van onze menselijke en materiële krachten.’

Hitler wilde kost wat kost winnen en begon daardoor zijn gevoel van menselijkheid te verliezen, als hij die ooit al gehad heeft. Hij vaardigde een bevel uit dat de ‘fanatieke wil’ om het veroverde land te verdedigen in de gelederen te injecteren. Vele van Hitlers generaals vroegen om te mogen terugtrekken, maar mochten niet omdat Hitler en daardoor ook de nazi’s dat beschouwden als lafheid. Na een tijdje begonnen de oversten - die nota bene lekker warm in hun thuisland zaten - doodvriezen ook als een laffe daad te beschouwen. Wolfgang horn beschrijft: “Wij moesten elkaar waarschuwen als een neus begon wit te worden. ‘Wrijf je neus, anders wordt je bestraft!’ Want zij die een bevriezing opliepen, werden gestraft voor het in zekere mate in de steek laten van het Vaderland - het saboteren van de oorlog door iets te laten bevriezen.

Dezelfde tactieken werden echter ook toegepast aan Sovjetzijde. Wie terugtrok, liep het gevaar doodgeschoten te worden door dezelfde NKVD-troepn die de panikerende burgers neerschoten. Vladimir Ogrizko kreeg als opdracht samen met zijn groep: als Sovjettroepen op de vlucht hen voorbijreden, doodden zij hen.

Tegen eind januari 1942 was de crisis voor de Duitsers voorbij. Het front had zich gestabiliseerd. Hitler geloofde dat het zijn persoonlijke prestatie was - had hij immers niet het bevel gegeven om stand te houden? In afwachting op verdere veroveringen had het Duitse leger nu een nieuw rijk te onderhouden.

Het jaar 1942 was een jaar van transformatie aan het oostfront. Aan het begin van dat jaar leverde het Rode Leger een wanhopige strijd tegen de Duitsers voor de poorten van Moskou. Het Rode Leger leverde slechte prestaties in de eerste maanden van 1942 na de Slag om Moskou, en Stalin was daarvoor het meest verantwoordelijk. Op 5 januari bracht hij de Stavka (het hoofdkwartier van het opperbevel van de sovjet) op de hoogte van een plan dat bijna even overdreven als ambitieus was als Hitlers oorspronkelijke Barbarossa-plan indertijd, en dat getuigde van evenveel minachting voor de vijand. In plaats van de middelen van het Rode Leger op één aanvalspunt te concentreren, stelde Stalin voor op alle fronten tegelijk in de aanval te gaan; in het noorden zouden de sovjets oprukken om Leningrad te bevrijden, voor Moskou zouden ze Legergroep centrum aanvallen, en in het zuiden zouden ze de confrontatie aangaan in de Oekraïne en de Krim. Zjoekov zag de fouten in Stalins plan en wees hem erop, maar Stalin schonk er geen aandacht aan. Het Rode Leger maakte geen vooruitgangen, maar het leed eveneens geen grote nederlagen.

Uiteindelijk konden de Russen Moskou niet bevrijden totdat ze de druk uit het zuiden hadden weggenomen, en zo begon de slag om Stalingrad, de belangrijkste stad in het zuiden, de stad waaraan Stalin zijn eigen naam gegeven had en die letterlijk betekende ‘Burcht van Stalin’.



6.2 De belegering van Stalingrad.

Hitler besloot een nieuwe operatie in te voeren, een operatie in een operatie. De operatie kreeg de naam Operatie Blau. Het was de bedoeling om de fronten naar het zuiden te verleggen, en om zo Stalingrad, Voronzj, Kletskaja, Mozdok en Novorossik in te nemen. Stalingrad werd het belangrijkste punt in die operatie voor de Duitsers als voor de Russen. Want Stalin zou een mokerslag krijgen wanneer ‘zijn’ stad zou ingenomen worden. Beide leiders wisten dat en begonnen daarom een wrede en onmenselijke strijd om een gebombardeerde stad. Legergroep centrum (B) moest Stalingrad en nog enkele andere steden aanvallen, terwijl Legergroep Noord (A) moest blijven liggen voor Moskou en Legergroep Zuid (C) verder naar het zuiden moest trekken.

De Duitsers bereikten in de laatste week van augustus, na hun bombardement op Stalingrad, eindelijk de Wolga. Op 3 september was de stad omsingeld. Toen de Duitsers de stad introkken, kwamen duizenden burgers achter hun linies in de val terecht.

Hitler had bevolen dat Stalingrad moest worden ingenomen, maar Stalin had gezegd dat de stad behouden moest blijven. Deze stad, die in het begin van Operatie Blau beschouwd werd als slechts een van de vele doelen was onverwacht het belangrijkste doelwit geworden - bijna het brandpunt van de hele oorlog. Stalin beval het Rode Leger de stadsoever van de Wolga te behoud-en, met alle noodzakelijke middelen.

In dergelijke harde omstandigheden zou het karakter van de beide bevelhebbers in de strijd een cruciale factor blijken. De intellectuele Friedrich Paulus, een ervaren stadsofficier die voorheen dienst deed als waarnemend chef-staf onder generaal Halder, had de leiding over het Zesde Leger.

Aan het hoofd van het 62ste sovjetleger in Stalingrad stond vanaf september 1942 een heel ander soort man - Vasili Tsjoejkov. Terwijl Paulus een strateeg was, zich bewust van het bredere beeld van de oorlog, was Tsjoejkov een tacticus die zich concentreerde op het innemen van een enkele staat of gebouw. Paulus was hoffelijk, maar Tsjoejkov was een bullebak, met een legendarische reputatie voor zijn wrede behandeling van mensen die hem hadden teleurgesteld. Brutaliteit was een onderdeel van het karakter van Tsjoejkov. Als een commandant zich gedroeg op een manier die Tsjoejkov niet aanstond, kon hij hem fysiek aanvallen: “Hij sloeg zelfs mensen, met een stok of met zijn vuisten, en Stalin had hem daarvoor vaak berispt.”

Als sluwe tacticus besefte Tsjoejkov dat het Rode Leger in de verwoeste stad voor de eerste keer in het conflict een ander soort oorlog kon voeren - een oorlog waarin individuele moed en uithoudingsvermogen even zwaar zouden wegen als hoogdravende strategie. De sovjettroepen moesten de stad bevolken als ‘levend beton’, en de Duitsers ontmoeten in gevechten van man tegen man. Tsjoejkov zei dat de afstand tussen hen en de vijand niet groter mocht zijn dan 50 tot 100 meter, of niet meer dan een granaatworp. Als wij een granaat wier-pen, hadden we slechts vier seconden tot de ontploffing. Als de Duitsers hun granaten wierpen, vielen ze in onze loopgraven en onze soldaten konden ze oppakken en teruggooien omdat de Duitse granaten ps na negen of tien seconden ontploften. Zo profiteerden ze van de zwakke plek van de Duitse granaten. Dat was dus een briljante ingeving van Tsjoejkov.

Half september zetten de Duitsers vastbesloten de aanval in en slaagden erin het centrale station van Stalingrad te bereiken. Tsjoejkov en zijn mannen vochten terug met steun van de 13de gardedivisie. De vastbeslotenheid van Tsjoejkov om de rivieroever te behouden of er te sterven motiveerde zijn manschappen. Elke fabriek, elke straat, elk huis werd een slagveld.

De Duitsers waren in hun opleiding beschouwd als bijkomstige elementen, de tanks en de vliegtuigen waren de vooraanstaande elementen van moderne oorlogsvoering. Maar dit was geen moderne oorlogsvoering. Sommigen vochten zelfs met spaden. De Duitsers waren dus niet goed voorbereid om man tegen man te gaan vechten, de Russen veel beter.

De Duisters waren bijzonder gefrusteerd want de Wolga was zo dichtbij. “Steeds weer hoorden we ‘nog honderd meter en je bent er!’ Maar hoe doe je dat als je de kracht gewoon niet meer hebt?”

De Duitse opmars liep in de hele stad vast. De aanwezigheid van scherpschutters van de Sovjet-Unie, die zich verscholen in de puinhopen van de stad, maakte het levensgevaarlijk overdag uit de schuilplaatsen te komen. De scherpschutters werden gehaat en gevreesd. De Duitsers zagen hen als symbolen van de in hun ogen oneerbare, vernederende en primitieve manier waarop de slag om Stalingrad werd uitgevochten.

Rond de Mamaev Koergan, de oude grafheuvel aan de rand van de stad, vonden sommige van de hevigste gevechten plaats. Wie deze heuvel in handen had, keek uit over het centrum van Stalingrad en de Wolga erachter. Dit strategisch belangrijke punt ging tijdens de strijd vele malen in andere handen over, soms wel verschillende keren op een dag.

Om aan de Duitse bombardementen te ontsnappen groef de sovjetverdediging een reeks ondergrondse schuilplaatsen in de oever van de Wolga. Tsjoejkovs hoofdkwartier was diep in de grond gegraven op slechts enkel meters van de rivier. Enekel meters verderop lags de rivier verbleef een andere sovjetcommandant in een riool en hield commandovergaderingen op planken net boven het stromende water. De Duitsers hadden het Rode Leger nog nooit zo vastbesloten gezien.

De vastbesloten weerstand van de sovjets had de eerste opmars van de Duitsers nar het centrum van de stad in september tegengehouden. In oktober hield het Rode Leger nog slechts een strook land voor de Wolga in handen, ondanks de felle Duitse aanvallen. Hitler werd ongeduldig, de Wolga - die ze beschouwden als hun bondgenoot - zorgde dat de Duitsers het Rode Leger niet volledig konden omsingelen.

Stalin was bereid om zijn eigen fouten toe te kennen, en besloot om de Duitse tactieken toe te passen. Daarom moest hij wel eerst hun geheimen weten. Vele Duitse soldaten werden ontvoerd van hun post en werden gemarteld om zo informatie te verkrijgen.

Tijdens de Duitse Operatie Blau hadden de sovjetsoldaten bewezen dat zij de kunst van het terugtrekken beheersten. Nu moesten zij bewijzen dat zij een doeltreffende aanval konden inzetten. Hierdoor ontstond Operatie Uranus, de eerste grote sovjetoverwinning van de oorlog. Dit kwam erop neer dat de sovjets de Duitsers zouden gaan omsingelen, net zoals de Duitsers dat eerder hadden gedaan.

Het Rode Leger bereidde ook een Blitzkrieg-offensief voor, in navolging van de tactieken die de Duitsers tegen hen hadden gebruikt in 1941. Het Rode Leger profiteerde ook van een van de meest uitzonderlijke en verrassende prestaties van het sovjetvolk tijdens de oorlog: hun vermogen om meer militair materiaal te produceren dan de Duitsers.

Ongezien slaagden de sovjets erin voor Operatie Uranus meer dan een miljoen manschappen bijeen te brengen. De Operatie werd een succes en maakte een eind aan de meest succesvolle invasie van Rusland. Het tij keerde voor de Duitsers en de Russen gebruikten nu op grote schaal de Blitzkrieg om Berlijn te gaan veroveren. De Duitsers hadden slechts één slag nodig om te gaan wankelen en de Russen hadden die toegebracht. De gevechten aan het oostfront worden nooit zoveel besproken als die aan het westfront, maar zijn toch het noemen waard want zij hebben toegedragen aan de val van het machtige Duitse Rijk.
Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen