U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag : Willem F. Hermans - Het Behouden Huis.
Deze versie komt van http://www.scholieren.com/boekverslagen/1469 en is laatst upgedate op 03/10/1999.
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 2442 woorden.

Willem Frederick Hermans. Het behouden huis. Amsterdam, 1978.



“Het behouden huis” voor het huis dat in het kuuroord gehouden is gebleven, het staat voor alles wat de hoofdpersoon heeft gemist in zijn 4 jaren als soldaat.



Eerste druk: 1951



Op de omslag staat een foto van een huis, dat er vervallen uitziet. De foto is iets van onder genomen, zodat je opkijkt naar dat huis.



Het boek bestaat uit 79 pagina’s.



Het boek heeft geen motto.



Het werk is aan niemand opgedragen.



De volgende woorden zijn cursief gedrukt:

Bladzijde 8, “Proletariërs aller landen verenigt u!” (omdat het een slogan is),

Bladzijde 21, “stof ” (men leeft nog steeds in het huis!),

Bladzijde 25, “denkt” (nadruk),

Bladzijde 42, “Al die boeken handelen over vissen.’’ (de schrijver wil dat je dit in je opneemt, vanwege de oude man die later ter sprake komt),

Bladzijde 47, “Hij was de eigenaar’’ (nadruk, de hoofdpersoon moet dus nu echt uit het huis).



Op bladzijde 78 zijn een paar regels overgelaten, hierna komt de schrijver tot de conclusie waar het huis voor staat (een lux leven, met orde en regelmaat, wat de hoofdpersoon mist) wordt vernietigd, de oorlog bestaat alleen nog maar uit dood en verderf.



Het begin is ab ovo, alleen door een paar flashbacks zou het in medias res kunnen zijn. De hoofdgebeurtenis is nog niet begonnen bij de aanvang van het verhaal.

“De grote tak, bijna de hele kruin lag in eens onder de boom, zonder dat ik gekraak hoorde.”

De eerste zin is sturend als je let op de diepere betekenis van de zin; heel plotseling zonder dat de hoofdpersoon het in de gaten had viel een tak van de boom, heel plotseling gaat de hoofdpersoon in het huis wonen en ook heel plotseling gaat hij weer verder met z’n leven als soldaat en verlaat hij het huis. Dit alles gebeurt net zo onverwacht als het vallen van die tak uit de boom.



Het boek heeft een gesloten einde, de gebeurtenis is afgerond, de hoofdpersoon gaat weer verder met z’n leven als soldaat.

“Het was of het ook aldoor komedie had gespeeld en zich nu pas liet zien zoals het in werkelijkheid altijd was geweest: een hol, tochtig brok steen, inwendig vol afbraak en vuiligheid.” De hoofdpersoon komt tot de ontdekking dat hij heeft geleefd in dat huis als een droom. In de werkelijkheid is het oorlog en bestaan dat soort huizen en gevoelens niet.



De samenleving van nu is verwarrend en chaotisch, mensen willen zich aan orde vastklampen, maar dat gaat niet, want chaos wint het van de orde.

De oorlog staat voor de chaos en verwarring van de samenleving, het behouden huis staat voor de orde en veiligheid, de ik-figuur wil zich daar aan vastklampen en er nooit meer weggaan, maar dat lukt niet en daarom laat hij een granaat in het huis ontploffen.

De oude man sluit zich af voor de oorlog, hij heeft als regelmatige handeling zijn vissen verzorgen, de man wordt opgehangen.

De kolonel heeft als vaste bezigheid zich elke dag scheren, de kolonel probeert zichzelf met z’n scheermesje om te brengen, wat mislukt en ook hij wordt opgehangen.

De soldaat is vriendelijk voor de oude man, omdat hij zichzelf in hem herkend, beiden op zoek naar regelmaat, zich voor de oorlog afsluitend.

Eerst waren de partizanen (een chaotische groep van soldaten) de bezetters van het kuuroord, toen kwamen de Duitsers (geordende legermacht goed bevelen van hun commando opvolgend) deze werden weer overwonnen door de partizanen. (wanorde wint het weer van orde).

Dit gebeurt ook kleinschalig met de gasten in het huis; eerst waren de Duitse officieren gaotisch zij lieten kleding slingeren en forceerden de kelder deur op zoek naar eten, zij werden bevolen zich netjes te gedragen (door de soldaat en de kolonel), wat ze ook deden, toen kwamen de partizanen die eten stalen uit de kelder en rotzooi maakten in het huis.



Er is geen proloog, het boek heeft geen hoofdstukken.

Er is geen epiloog, het boek heeft geen hoofdstukken.



Het boek is niet in hoofdstukken verdeeld.

Er is geen sprake van andere vormen van structurering.



De ik-figuur, tevens de hoofdpersoon, deze is naamloos, zijn leeftijd is niet bekend, ik schat dat hij 24 jaar is, hij heeft de technische hoge school gedaan, en had voor de oorlog nog geen beroep, hij heeft 4 jaar in de oorlog meegevochten.

De kolonel is ook naamloos, zijn leeftijd is niet bekend, hij regelt een verblijf voor officieren.

De vrouw des huizes is naamloos, haar leeftijd is niet bekend.

De man des huizes is ook naamloos, zijn leeftijd is niet bekend, hij is waarschijnlijk fotograaf(vanwege de vele fototoestellen om zijn nek bij aankomst bij zijn huis)

De Spanjaard is naamloos, zijn leeftijd is niet bekend, en hij is een soldaat in het partizanen leger.

De oude man is naamloos, hij is 96 jaar oud, en hij voert de vissen.

De oude man is familie van het echtpaar en eigenaar van het huis geweest, vanwege de boeken in de bibliotheek. De kolonel vecht in het Duitse leger. De hoofdpersoon in Nederlands en verblijft in het huis van het echtpaar en de oude man. In dat huis wil de kolonel Duitse officieren laten overnachten. De ik-figuur herkent zichzelf in de oude man en de kolonel. Hij praat voordat hij het huis intrekt en nadat de partizanen terug zijn gekomen met de Spanjaard. De Spanjaard is opzoek naar een vrouw, de ik-figuur brengt hem naar de kolonel.



De ik-figuur is een asociaal persoon, hij drukt z’n sigaret op een sofa uit, gebruikt alle dingen in een huis zonder toestemming en schiet om in het huis te kunnen blijven wonen de eigenaar en eigenares dood, hij houd van zijn gewoontes, om zich in bad te begeven bijvoorbeeld, die hij zichzelf weer aanwend in het huis, om zich daarmee af te sluiten van de oorlog.

De kolonel heeft veel macht over zijn gelederen, de officieren volgen nauwkeurig zijn bevelen om het huis netjes te houden op. Hij is ook patriarkistisch, geloofd in het Duitse leger, hij houdt van regelmaat, hij scheert zich elke ochtend, oorlog of geen oorlog. Hij is vriendelijk, hij verontschuldigd zich voor zijn officieren.

De oude man is een beetje verward, hij doet of hij doof is of wil niet luisteren naar wat de hoofdpersoon tegen hem zegt. Hij is gek van zijn tropische vissen in een aquarium.

Over de eigenaar en eigenares van het huis weet je weinig. Van alle figuren is niet veel bekend, ze worden niet duidelijk beschreven, dit geeft waarschijnlijk aan dat onderling de partizanen vaak ook haast niets wisten van elkaar.

De ik-persoon is tevens de hoofdpersoon. De ik-persoon heeft een vlak karakter, er verandert niets aan de weinige eigenschappen die de ik-persoon heeft. Het zou ook typen kunnen zijn, omdat er verschillende karakter eigenschappen aangaande de oorlog zijn:

De ik-persoon: niet willen, vlucht er van weg in het huis.

De kolonel: vaderlandslievend, bereid mee te vechten in de oorlog.

De oude man: hij ontkent alles.



Er staat niet duidelijk beschreven hoeveel tijd het verhaal in beslag neemt, wel weet je dat het een tijdje duurt, ongeveer 1 week, omdat eerst de geallieerden het stadje innamen en daarna weer de Duitsers het terug namen. En hij heeft een aantal nachten overnacht in het huis. Het hele verhaal speelt in 1944.

Het verhaal beslaat 79 bladzijden.

Het verhaal vertellen bestrijkt ongeveer 3 uur.

Er is sprake van tijdversnelling op bladzijde 10. “Gevangen door Duitsers. Gevangenis. Veroordeeld. Drie jaar. Tuchthuis. Op weg naar andere gevangenis ontsnapt. Dan weer gevangen. Concentratiekamp. Strellwitz. Ken je Strellwitz? Zes maanden. Weer gevlucht. Gepakt, vlak bij Zwitserse grens. In Saksen uit trein gesprongen. Gelopen, aldoor gelopen naar het Oosten.” Deze passage vertel je in 30 seconden, maar beschrijft vier jaar.

Er is sprake van tijdvertraging op bladzijde 29. “De Duitser maakte een gebaar om aan te duiden dat de herovering hem geen moeite had gekost.” Deze passage vertel je in 4 seconden, maar een gebaar duurt maar 1 seconde.



Het verhaal speelt zich af in Oost-Europa.

Dit is van belang, in het Oosten is alles wat slechter geregeld en doordat het wat slechter geregeld was, had de hoofdpersoon de gelegenheid in het huis te trekken.



Er is sprake van een personele vertelsituatie, de schrijven schreef het verhaal in de ik-vorm.



Er is sprake van epiek, want het is een verhaal waarbij gevoelens een belangrijke rol spelen, maar de gebeurtenis speelt een nog belangrijkere rol.



Het is een novelle, want er is geen opbouw naar een crisis, maar bijna direct staat de hoofdpersoon voor een belangrijke beslissing (in het huis trekken, of gewoon z’n opdracht uitvoeren), de hoofdpersoon is in conflict met de personen en de gebeurtenissen (enkelvoudige intrige). De personen die in dit boek voorkomen hebben geen van allen een rond karakter. En er zijn maar 4 personen die enige rol van betekenis hebben.



W.F. Hermans werd op 1 september 1921 in Amsterdam geboren in Utrecht. Hij studeerde fysische geografie aan de Gemeentelijke Universiteit van Amsterdam en werd in 1958 aangesteld als lector aan de Rijksuniversiteit van Groningen. In 1973 nam hij ontslag en vestigde zich als fulltime schrijver in Parijs. De laatste jaren van zijn leven woonde hij in Brussel en stierf op 27 april 1995.

Hij debuteerde met poëzie. Daarna volgenden recensies, essays en verhalen. In 1947 verscheen zijn romandebuut Conserve. Op zijn naam staat een zeer omvangrijk oeuvre in alle mogelijke genres. Sommige van zijn boeken zijn verfilmd en een aantal is vertaald in bijv. het Zweeds, Engels en Duits. Het thema in Hermans’ werk is zijn wereld- en literatuurbeschouwing, dat de werkelijkheid een chaos is. Binnen deze chaos probeert de mens tevergeefs waarheid, identiteit, orde en zin te ontdekken. Er wordt hem wegens anti-katholieke passages in de roman Ik heb altijd gelijk (1951) een proces aangedaan - dat hij overigens gewonnen heeft. Hermans’ perfectionisme met betrekking tot zijn werk leidt ertoe, dat er bij herdrukken vaak belangrijke correcties worden aangebracht.

Onder het pseudoniem Age Bijkaart publiceert hij vanaf ’74 opstellen in Het Parool, later gebundeld in Boze brieven van Bijkaart (1977). In 1977 aanvaardt hij de Grote Prijs der Nederlandse Letteren, nadat hij eerder andere literaire prijzen, o.a. P.C. Hooftprijs, geweigerd heeft. Hermans’ werk wordt onder meer beïnvloed door Multatuli, Kafka, Bordewijk en L. Wittgenstein, van wie hij ook werken vertaalt. In 1993 schrijft hij het Boekenweekgeschenk In de mist van het schimmenrijk. Al Hermans’boeken hebben ongeveer hetzelfde thema.

Een korte selectie uit zijn oeuvre:

Poëzie: Kussen door een rag van woorden (debuut), Overgebleven gedichten (1968);

Romans: De tranen der Acacia’s (1949), Nooit meer slapen (1966), Ruisend gruis (1995, postuum verschenen);

Novellen, verhalen: Het behouden huis (1952), De laatste roker (1991).

Ook schreef hij studies en essays, dramatische werken en wetenschappelijk werk.



De samenvatting.

De hoofdpersoon komt uit Nederland, hij heeft de technische school gedaan en vecht al 4 jaar mee in de tweede wereldoorlog, als een soort spion. Hij is gevangen genomen door de Duitsers Veroordeeld tot opname in het tuchthuis. Op weg naar een andere gevangenis is hij ontsnapt, wederom gevangen genomen en in een concentratiekamp (Strellwitz) ondergebracht. Weer gevlucht en gepakt bij de Zwitserse grens, in Saksen ut de trein gesprongen en gelopen naar het Oosten. Daar voegde hij zich tussen de geallieerden.

Met hun leger moesten ze over een heuvel om het kuuroord aan een rivier te bereiken. Duitsers schoten aan alle kanten. Op een weg langs de rivier werd uit een huis geschoten, hij schoot vier Duitsers dood, de vijfde sprong in de rivier, hij schoot ernaar en liep toen door.

Een sergeant gaf hem de opdracht een huis te controleren en vrijmaken van boobytraps. Toen hij het huis betrat was hij in een droomtoestand, en hij besefte dat hij 4 jaar niet in een huis had geslapen. Het huis was achtergelaten alsof er net iemand snel weg was gegaan, soep stond nog op het vuur. Hij had het hele huis doorzocht, maar vond niets. Er kwam warm water uit de kranen van het bad, en hij kon de verleiding niet weerstaan. Hij zag zichzelf sinds lang in de spiegel, pakte kleding uit de klerenkast, at de soep op en viel met een sigaret op de sofa in slaap. Hij werd wakker door de bel, het was een Duitse kolonel die vroeg of hij de bewoner was, om Duitse officieren te laten overnachten. Hij deed zich voor als de eigenaar en ontving de officieren.

Hij vond in het huis een bibliotheek met boeken die enkel over vissen gingen. Er was een deur van het huis op slot, toen de Duitsers weg waren zette hij buiten een ladder tegen het raam van de kamer. Toen kwam de eigenaar thuis, die zijn kleding ontdekte en even later toen hij weer in huis was en de eigenaar buiten in de tuin liep, schoot hij de eigenaar dood. Zijn vrouw zag dit en hij besloot haar te wurgen. Toen ontdekte hij een man van 96 in de kamer die op slot was geweest, die zijn vissen aan het voeren was. Die man had alles gezien, maar deed of hij nergens van wist. De man begon een verhaal over zijn vissen te vertellen.

De hoofdpersoon had het lijk van de vrouw op zijn bed gelegd en was naast haar op het bed in slaap gevallen. Hij werd weer wakker van de bel, het was de kolonel die kwam melden dat de stad omsingeld was door bolsjewisten. De hoofdpersoon deed z’n uniform weer aan en toen de Duitser hem in uniform zag, vroeg de kolonel of hij zich, voordat hij dood werd geschoten nog even mocht scheren. Hij schoot de kolonel niet dood. Hij ging naar de oude man toe, die wilde weer niet luisteren en hij gaf hem een briefje waarop stond dat Duitsland kapot was en dat hij geen heil Hitler meer mocht zeggen.

Hij wilde zich weer melden op hetzelfde punt waar hij z’n sergeant voor het laatst had gezien. De overwinnaars plunderden de huizen, ook het behouden huis. De oude man werd aan de plataan opgehangen, de kolonel en de vrouw werden opgeknoopt. Hij pakte de fototoestellen en het horloge van de huiseigenaar en liet toen in het huis, dat zonder mensen was, een granaat ontploffen. Hij keek naar het huis om en liep toen weg.



Het verhaal is duidelijk geschreven, de verwarring van de hoofdpersoon tijdens de gebeurtenissen brengt de schrijver duidelijk over, door de vage beschrijvingen van in bad gaan, kleren aan doen, en de Duitse kolonel aan de deur. De spanningsopbouw is goed, continu vraag je je af wanneer wordt ontdekt welke streken de hoofdpersoon heeft uitgehaald, dat maakt dit boek leuk om te lezen.
Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen