U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag : Enkellaarzen - Kelten Ingezonden Door: Emma Categorie: Werk.
Deze versie komt van http://www.scholieren.be/huiswerk/show_stuk.php?id=663 en is laatst upgedate op Onbekend.
De taal ervan is Geschiedenis en het aantal woorden bedraagt 2234 woorden.

Inleiding



Voor de Romeinen er waren bestonden de Kelten.

Ze waren de baas over bijna heel Europa.

Ze hadden geen gemeenschappelijke leider maar spraken wel dezelfde taal en cultuur.

In de 8ste eeuw v.Chr. kwamen de eerste Kelten in Midden-Europa. Kelten uit Oostenrijk gingen naar de Grieken om handel met hun te drijven.

De Grieken noemden hem Keltoi. Zeker weten onderzoekers dat niet want De Kelten schreven toen nog niets op.







Keltische uitbreiding



De Kelten konden meer land gebruiken dan de mensen voor hen.

Het ijzeren gereedschap van de Kelten was namelijk veel sterker dan steen of hout..

Daarom hadden ze meer eten en had iedereen genoeg om van te leven

Er kwamen meer en meer mensen.

Sommige familie`s gingen daardoor naar een andere plek toe om daar te leven. De eerste van hun gingen naar de gebieden rond de Donau en de Rijn.

Daarna gingen ze naar het noorden, het oosten en het westen.Anderen gingen naar Groot-Brittannië of gingen naar het dal bij de Po in noord Italië.

De Kelten trokken steeds verder. Tegen 358 v.Chr. woonden sommige Kelten ver in het oosten, bij de Karpaten.



Rond 300 v.Chr. waren de Romeinen sterk genoeg om er voor te kunnen zorgen dat de Kelten stoppen met hun uitbreiding.

In de winter van 279 v.Chr. werden de Kelten uit Griekenland verdreven.



In de 2e eeuw v.Chr. werden de Kelten het machtigst. In de loop van de tijd werden andere mensen ook sterker en de Kelten werden in het nauw gedreven.Germaanse stammen kwamen uit het noorden de Daciërs vanuit het oosten en de Romeinse

legioenen kwamen vanaf het zuiden.

In de eerste eeuw na Chr. Waren alleen Brittannië en Ierland nog echt Keltisch.







Kleding en uiterlijk



De Kelten droegen kleren om warm te blijven en niet omdat ze er goed uit wouden zien.

Daarom zijn de kleren tot dat de Romeinen kwamen er ongeveer hetzelfde uitblijven zien.

Het betekende niet dat de Kelten het niks uitmaakten hoe ze er uitzagen.Volgens de Griekse aardrijkskundige Strabo zorgden ze ervoor dat ze niet te dik werden.

De mannen waren ook trots op hun kapsels Ze schoren zichzelf met scheermessen en knipte hun snor bij met een grote schaar. Blond haar vonden ze het mooist en mannen met donker haar verfden hun haar met kalkwater. Ook als dat niet nodig was deden ze dat voor een gevecht in hun haar en zetten dat haar recht overeind.



De mannen droegen een lange wollen broek, de bracae, en schoenen of korte laarzen (enkellaarzen) van leer.

Ze liepen als het te warm was voor lange mouwen in strakke hemden die je dicht kon maken met een spelt of broche.

Als het kouder was droegen ze een wollen hemd met mouwen waar een riem bij hoorde die met een gesp werd aangetrokken en vast gemaakt.

Als het echt koud was droegen ze een wollen mantel die werd vastgemaakt met een speld.

De vrouwen droegen wijde rokken van wol om hun middel zat een riem die bijna altijd was gemaakt van stof of leer.

Als het wat kouder was droegen ze een omslagdoek, soms als het echt koud was droegen ze net als de mannen een mantel.

Ze droegen laarzen van leer, meestal tenminste want in een paar graven zijn skeletten met teenringen gevonden.

Die vrouwen moeten dus sandalen gedragen hebben of op blote voeten hebben gelopen.





Eten en Landbouw



Kelten hadden de landbouw hard nodig,

Ze konden niet naar de winkel gaan dus verbouwde ze hun eten zelf.

Dat werd moeilijker gemaakt door dat er nog geen tractoren e.d. waren.



De ploegen van de Kelten waren beter dan die van de mensen die voor hen hadden geleefd. De ploeg was nog steeds van hout naar de punt was al gemaakt van ijzer. Die ijzeren punt kon worden vervangen, wat heel handig was.Het was trouwens veel zwaarder werk als er in de grond veel klei zat.

Daarom gingen de Kelten liever naar de hooglanden dan dat ze in de dalen van de rivier moesten ploegen.

De stenen werden aan de rand van de akker gegooid zodat er muurtjes kwamen.

In Engeland en Ierland zijn nog een paar van dat soort muurtjes.

Net als de boeren uit onze tijd verbouwden de Kelten tarwe, rogge, haver en gerst.

Ook verbouwde ze linzen en bonen die konden worden bewaard voor de winter.



Toen de Kelten leefde zat er minder zaad aan de halmen,

Daarom moesten de Kelten grotere velden omploegen dan wij.

De archeologen van nu denken dat de hele familie meehielp met het verbouwen.

Na het oogsten moest het graan gedorst worden, dat doe je met een dorsvlegel.

Het meeste graan werd verwerkt in brood, pap en nog meer van dat soort dingen.

Maar een ander deel werd gebruikt om bier van te brouwen.

Er moest ook nog wat bewaard worden om de volgende keer in de grond te stoppen.

De Kelten hadden niet alleen akkers maar hielden ook dieren op de boerderij,

Varkens voor het vlees, koeien voor het vlees, de melk en het leer, en schapen voor

De wol.

Waarschijnlijk hadden ze ook bijen die zorgden voor honing.



De Kelten vonden het leuk om te jagen,het liefst op wilde zwijnen voor het vlees maar ze jaagde ook op wolven en andere beesten die een gevaar voor hun kudde konden zijn.

Meestal jaagde de Kelten met speren maar soms gebruikte ze ook pijlen of zelfs slingers.





Handel en Vervoer



Handel



De eerste Kelten dreven al handel met hun buurlanden.

Ze moesten daarvoor meestal verre reizen maken.

Ze ruilden spullen die ze zelf niet hadden of konden maken.

Omdat ze lang hebben geleefd en hun land zo groot was hadden ze handel met de Feniciërs, de Carthagers, Etrusken, de Grieken en de Romeinen.

En omdat deze volken handel dreven met weer andere mensen hadden de Kelten ook de kans om Chinese spullen te kopen.

De eerste Keltische handelaars komen uit de stammen rond Oostenrijk.

Zij ruilden het zout uit hun mijnen.

Daarvoor moeten er handelaars in tin en koper zijn geweest.



Heel lang hebben de Kelten niet met geld betaald maar ruilden ze de spullen van zich zelf met die van anderen.

Later werden munten veel gewoner. De eerste munten in Keltische stammen namen Keltische huurlingen mee uit Griekenland.



De belangrijkste handelpartners waren de Romeinen.

De Romeinen wouden graag slaven.

De Kelten verkochten vaak hun gevangenen aan de Romeinen.

Dat werden dan slaven.

Behalve slaven ruilde de Kelten hen stoffen ook met de Romeinen.

Zelf hadden de Romeinen niet zulke mooie stoffen.

De Kelten kregen voor hun wol Romeins aardewerk en glas.

De Kelten in het zuiden van Frankrijk kochten veel aardewerk wat ze dan namaakten.



Vervoer



De Kelten leefde in een tijd waar er veel wolven, rovers en andere gevaarlijke beesten en mensen.

Ook kon je van honger en kou sterven.

Gelukkig konden de Kelten goede schepen bouwen voor hun tijd.

De meeste Kelten woonde namelijk bij een rivier, meer of de zee.

Er waren kleine boten die coracle heette en voor een rivier of meer was gemaakt.

Ze waren meestal rond of rechthoekig met ronde hoeken.

Ze werden van vlechtwerk en dieren huiden gemaakt en er kon maar een persoon in.

De boot was zo licht dat je hem uit het water kon tillen bij te laag water of kleine watervalletjes.

Voor langere reizen hadden Kelten boten van hout die groter waren dan de coracle.

Ze hadden een mast en meerdere roeispanen.

Op zee was het veel gevaarlijker dan op meren, rivieren en bergen.

De Kelten hadden nog geen kaarten en moesten goed naar de sterren en zon kijken.

Daarom voerden ze altijd bij de kust en hadden grote boten.

Ze probeerde altijd op het smalste punt tussen twee kusten of over te steken.

Als de Kelten de zee niet kenden gingen ze de eerste haven die ze tegen kwamen in en laadde hun goederen over op een schip met bemanning die het water daar wel kende.

Soms was de laadding wel op veertig schepen over gebracht totdat die op de goede plaats was.







Ambachtslieden



De Kelten konden zelf eten maken, akkers bewerken en konden ook potten en dergelijke maken.

Maar ze wouden ook wel iets dat niet iedereen na een of twee keer oefenen kon.

Als dat zo was vroegen ze de ambachtslieden om dat voor hen te maken.

Ambachtslieden waren dus mensen die mooie dingen maakte als werk.



De Kelten stonden bekend om hun ambachtswerk.

Eerst dachten archeologen dat de Kelten hun sieraden e.d van de Grieken en de Romeinen kochten.

De archeologen snapten niet dat de Kelten zulke mooie dingen van goud, zilver, brons, ijzer en hout konden maken.

Maar later bleek dat ze de meeste spullen zelf hadden gemaakt.



Sieraden en andere versieringen vonden de Kelten het mooist in goud.

De goudsmid maakte lange slierten van het goud, dan boog hij het gouden koord in de vorm van een hals een aan de uiteinden maakte hij het lof werk.

Dat is een extra versiering.Als de goudsmid b.v schoenen moest versieren nam kleine staven goud die baren werden genoemd.

Die sloeg hij plat en dan kon hij er een patroon in snijden of stempelen.



In 250 v.Chr. wisten de Kelten hoe ze glas moesten maken.

Omdat ze nog niet grote dingen zoals ramen konden maken maakten ze glazen kettingen.



Er zijn veel patronen die de Kelten hadden gemaakt die in onze tijd nog steeds voor komen.

Veel van die patronen zijn gemaakt van cirkels.



Feesten





Voor de Kelten waren feesten het hoogtepunt van het jaar.

Soms kwam dan de hele stam bij elkaar om hun trouw aan het stamhoofd te tonen en zo.

Ze aten veel vlees en dronken ook veel.

Er waren ook feesten voor b.v nieuwjaar of om de mensen bij elkaar te hebben.

H



Alcohol was erg belangrijk bij feesten.

De rijkere Kelten dronken wijn uit Italië en de armen dronken bier gezoet met honing.

Soms was er maar een beker die door een slaaf of jongen rond werd gebracht.

De mannen namen dan maar een paar slokken maar de beker ging wel veel keer rond.

Kelten waren dol op vlees en met feesten aten ze wilde zwijnen, varkens en koeien.

De beste krijger vond dat hij het beste stuk verdiende maar als hij dat niet kreeg werd hij meestal boos en ging hij vechten.



Samhain was de naam van het nieuwjaar van de Kelten.

Samhain was de allerbelangrijkste feestdag en werd gevierd op 1 november.

De dieren moesten dan naar de stallen om te kunnen overwinteren en de dieren die niet nodig waren werden afgeslacht en opgegeten als feestmaal.

De Kelten dachten dat het een dag was met spoken en geesten omdat hij niet bij het nieuwe jaar hoorde en niet bij het oude.

Toen het Christendom kwam er i.p.v Samhain Allerheiligen.



Beltane werd in het begin van mei gevierd en was het een na belangrijkste feest.

Het vee kon dan weer naar buiten toe.

Er werden dan groten vuren aangestoken.

Het vee moest daar dan doorheen lopen.

De Kelten dachten dat er geen erge ziektes en zieken kwamen.



De Kelten waren gastvrij en vreemdelingen mochten gewoon bij het feestmaal aanschuiven en ook wat te eten nemen.







Krijgers



Krijgers waren erg belangrijk in de Keltische periode.

Ze hadden veel moed als ze moesten vechten en vonden het niet erg om dood te gaan.

Wel vonden ze het erg als ze gevangen werden.

Dat was een schande vonden ze.

Daarom pleegde veel krijgers zelfmoord als ze in de handen van de tegenpartij waren.



Hoe arm je ook was, bijna alle krijgers hadden wel een wapen.

Een werpspeer werd veel gebruikt en hij kon tot de 2,5 meter lang zijn .

Waarschijnlijk werd hij naar de vijand toegegooid en werd er niet meet gestoken zoals met een lans.

Volgens Julius Caesar hadden Kelten in Noord-Frankrijk ook pijlen en boog en er zijn in Engeland stenen gevonden die waarschijnlijk uit slinger komen.

De rijkere krijgers hadden ook een zwaard.

Eerst waren dat korte zwaarden die leken op dolken maar later werden dat er langere.





Veel van de Keltische krijgers hadden een schild om zich te beschermen tegen speren en pijlen.

Zo’n schild was ovaal of rechthoekig met ronde randen en kon wel 1,4 meter hoog zijn.

In het midden van het schild zat een scherpe punt die je kon gebruiken als je niets meer aan het schild had.

Sommige krijgers beschermden hun hoofd met een helm van leer, brons of ijzer.

Van af de derde eeuw v.Chr. hadden ze ook maliënkolders, die het lichaam konden beschermen.

Het duurde lang voordat ze klaar waren en alleen de aller beste en rijkste Kelten kregen er een.



Er waren ook krijgers die helemaal niks droegen behalve een halsring.



Niet zo lang geleden dachten de archeologen dat de kelten niet op paarden vechten.

Dat dachten ze omdat ze geen stijgbeugels hadden gevonden en het niet in de Romeinse boeken stond.

Toch bleek dat de Kelten wel paard reden.

Alleen de eerste Kelten reden geen paard.

Ze hadden alleen overal een andere manier voor dan wij nu hebben.

Zo hadden ze hun handen vrij om een speer vast te kunnen houden en zich te verdedigen.



De Kelten hadden altijd grote legers.

De Romeinen soms veel kleinere maar er was één groot verschil:

De Romeinen waren altijd goed georganiseerd terwijl de Kelten er gewoon op los hakten.

Niet alleen de Kelten waren zo er waren nog meer van dit soort groepen,

De Britten bijvoorbeeld.

Koningin Boudicca was daar min of meer de baas, haar man Prastagus was veel te laf voor een koning.

Hij wist zeker dat hij niet tegen de Romeinen wou vechten.

In plaats van te vechten zij hij tegen Boudicca:’als ik dood ben moet jij Iceni verdelen over je zelf en onze dochters verdelen.

En Prastagus ging dood.

De Romeinen namen zijn plaats in.

Ze waren nu meester over Iceni, alleen ze maakten een fout: Ze lieten Boudicca afranselen.

Dat vond Boudicca niet leuk en ze verzamelden een leger.

Boudicca dacht de goden op haar hand te hebben, ze kreeg allemaal tekenen.

Boudicca ging naar Londinium (Londen) en St. Albans.

Ze plunderden en moorden op weg in de steden.

In totaal zullen er ongeveer 70.000 mensen zijn vermoord.



Bijna alle Romeinen trokken zich terug.

Alleen Paulinus vluchtte niet.

Hij had 10.000 soldaten bij zich om tegen Boudicca te vechten.
Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen