U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag : H. Adema - Warenar.
Deze versie komt van http://www.collegenet.nl/studiemateriaal/verslagen.php?verslag_id=6775 en is laatst upgedate op Onbekend.
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 2383 woorden.

H. Adema, Warenar






Boekbeschrijving





bewerker: H. Adema





titel: Warenar





druk: tweede druk





uitgever, plaats, jaar: Taal & Teken, Leeuwarden, 1992





jaar van eerste druk: 1989





aantal pagina’s: 95





indeling:





Pagina drie is de titelpagina. Op pagina vijf staat een uitleg van de auteur over het

boek. In de rest van het boek staat op de even pagina’s de originele tekst op de

oneven pagina’s staat de vertaling in modern nederlands. Op pagina acht en tien staat

de proloog. Op pagina twaalf staan de personages.Vanaf pagina veertien begint het

werkelijke toneelstuk verdeeld in vijf bedrijven elk bedrijf weer onderverdeeld in

tonelen.





Boekbeschrijving origineel





auteur: P.C. Hooft





titel:





Ware-nar





dat is:





AULARIA van PLAUTUS,





Nae ’s Landts ghelegentheyt verduytschet:





En ghespeelt in de eenighe en eerste





Nederduytsche Academi





jaar van verschijnen: 1616





aantal versregels: 1486





indeling:





Eerst komt de Voor-reden, dan een lijst van de Personagien, vervolgens het toneelstuk

ver-deeld in vijf bedrijven.





Samenvatting





In de Voor-reden verschijnen Miltheidt en Gierigheidt ten tonele. Miltheidt heeft zich

voorgenomen nu eens de baas te gaan spelen in het huis waar zij beiden voor staan, dat van

Warenar. Tot nu toe was haar "doodtvijandin", Gierigheidt, er de machtigste en

dat al van de tijd af dat Warenars grootvader er woonde. Die begroef "inde haart by

‘t vier" een pot met goudstukken. Warenar heeft de pot teruggevonden; sindsdien

bewaart hij hem "oft hy nar war", vandaar zijn naam Warenar. Zijn dochter

Klaartje verwacht een kind. Wie is de jongeman, de toekomstige vader, met wie Miltheidt

Klaartje graag getrouwd zou zien? Dat trouwen kan evenwel alleen gebeuren, als de

omstandigheden thuis grondig veranderen: Gierigheidt met haar "mag’re bek"

moet eruit en Miltheidt zal de teugels in handen moeten nemen. Node verlaat Gierigheidt de

woning. Miltheidt besluit de Voor-reden:





Dit spel zal Pottery heete, zoo ghy ‘t meught veelen,





Spraakmakende gemeent. Plautus heeft het doen speelen





Voor burgers en eêlen van ‘t Roomsche bloet.





‘T is een huis-godt die by hem de vooreden doet;





Maer om dat ghy van zulk goet niet veel hebt hooren zeggen,





Zoo heeft de Overzetter diens rol my Miltheidt toe gaan leggen.





Plautus stelt de geschiênis al had men ze t’Athenen bespeurt,





Maer wat is ‘er ook dat t’Amsterdam niet en beurt.





Dus nemen wy best bekende plaatsen en straatjens,





Niemant trek hem iet aan, ‘t zijn maar hoofdeloze praatjens.





eerste bedrijf





Warenar slaat zijn meid Reym de deur uit: "Zy wroet mit heur oogen as ien varken

mit zijn snuit." Krijgt zij de lucht van de pot, dan is Warenar "armer man as de

gevangen slaven." Reym begrijpt er niets van. Wel tien keer daags jaagt hij haar het

huis uit en s’ nachts staat hij wel vijftig maal op. Zij weet zich geen raad, ook al

omdat Klaartje binnenkort moeder zal worden. Als Warenar intussen gekeken heeft of zij pot

er nog staat, mag zij weer binnen-komen Nu moet zij op het huis passen, want Warenar gaat

"om een bootschap".





Geertruid en Rijkert, zuster en broer, buren van Warenar, praten over trouwen.

Geertruid vindt namelijk dat Rijkert een vrouw moet hebben, hij heeft er al lang de

leeftijd voor en nu heeft zij iemand op het oog, de "weeuw van Klaasje Klik".

Maar haar broer moet niets van die "weeuw" hebben: "De valsche schoonpraet

zouw geen peert nae mijn stal wezen." Had Geertruid nu een meisje van achttien jaar

opgespoord, als de dochter van Warenar, dan praatte hij misschien anders. Maar dat kan

niet volgens Geertruid, want dat zijn maar heel eenvoudige mensen. Juist komt Warenar

terug en Rijkert zal meteen eens met hem gaan praten.





Vol wantrouwen praat Warenar met zijn buurman. Als die maar niet wat van de pot afweet!

Gauw vlucht Warenar naar binnen om even te zien of hij er nog is. Dan komt hij terug. Na

een inleidend gesprek vraagt Rijkert Warenar om de hand van zijn dochter. "Je zelt de

mait hebben," zegt de vader tenslotte, die meteen weer naar binnen vlucht. Een

bruidschat kan Warenar zijn dochter niet meegeven; Rijkert gaat daarmee onmiddellijk

akkoord. Warenar vindt het raar, dat Rijkert zo vlot toehapt:





En hadd’hy niet in ‘t hooft (denk ik) van de gevonden schat,





Zoo komt ‘et dat hy dus aenhoudt as een klat.





Binnen geeft Warenar aan Reym de opdracht het huis tiptop in orde te maken: zijn

dochter is de bruid van "buurvryer" Rijkert en ‘s avonds zal men een

maaltijd houden "op ‘t sluiten van ‘t hylik met de vrienden van elke

zy". Dat kost Warenar geen cent, want Rijkert "zel kost en drank

beschikken". Reym is vol zorgen over Klaartje: haar kind kan elk ogenblik geboren

worden.





tweede bedrijf





Lekker, de knecht van Rijkert, wordt er door zijn meester op uitgestuurd om alles voor

de bruiloft in gereedheid te brengen. Teeuwes de kok en Casper de hofmeester hebben het

eigenlijk te druk om ook nog deze bruiloft te verzorgen, maar omdat zij Rijkert goed

kennen zullen ze hem niet in de steek laten. Wel verbaast het hun dat de bruidegom voor de

kosten moet opdraaien. Als zij horen dat Warenar zijn schoonvader wordt geven zij enige

staaltjes van diens gierigheid ten beste. Lekker begeleidt hen naar Warenars woning;

Warenar zelf is naar de markt voor het doen van "inkopen", maar alles is hem

veel te duur en wat heeft het voor zin de milde uit te hangen! Juist als hij binnenkomt,

hoort hij Teeuwes zeggen: "Speulnoot, deze pot is te klein...." en nu jaagt hij

"de dieven" met een stok de deur uit.





derde bedrijf





Warenar en Teeuwes kibbelen er lustig op los, ze begrijpen elkaar niet. Het is te

stellig Rijkerts bedoeling geweest die kerels te huren om hem zijn pot af te kapen. Maar

als hij Rijkert dan ontmoet, die zo de zuinigheid roemt en afgeeft op de pronkende en

verkwistende vrouwen, doet dat Warenar veel deugd: "Ik hen staen lachen dat ik mijn

buik met bey mijn handen most vast houwen". Hij spreekt zelfs uit: "Ik heb een

welgevallen an jou zuinigen aert". Als Rijkert informeert naar Warenars kleding voor

de bruiloft en Warenar zich arm houdt, reageert Rijkert met: "Neen, je hebt noch al

wat...." Deze opmerking geeftdan aanleiding tot Warenars veronderstelling: Dan moet

die vent iets van de pot weten! Bovendien vraagt Rijkert naar de wijn die op de bruiloft

gedronken moet worden. Warenar begrijpt het best: hem dronken maken en dan de pot stelen!

Nu kan die niet langer in huis bewaart worden: hij zal hem gaan begraven op ‘t

ellendige kerkhof, waar ter dood veroordeelden begraven worden en "daer zel tusschen

dit en morgen geen Iusticy geschiên."





vierde bedrijf





Lekker houdt een alleenspraak, waarin hij meedeelt aan Ritsaert, neef van Rijkert,

vertelt te hebben over ‘t aanstaande huwelijk. Dat heeft gewerkt als een donderslag

in de oren van Ritsaert! Lekker is dan in de buurt van het ellendige kerkhof gekomen; daar

ziet hij Warenar die in de grond wroet en "stampvoet of hy turf trat". Opeens

ontdekt Warenar hem; hij ranselt Lekker af en scheldt hem uit voor dief! Als hij hem ook

nog fouilleert, vindt hij geld. Hoe komt die knecht daaraan? Wel, dat heeft hij bij zijn

baas verdient, in de anderhalf jaar dat hij Rijkerts kassier was. Als Lekker wegloopt,

overdenkt hij dat Warenar ergens geld verborgen moet hebben. Dat zal hij, Lekker, best

kunnen gebruiken want, bekent hij: "Ik heb de kas eens vier vijf hondert gulden ten

afteren ezet." Hij besluit Warenar stiekem te volgen.





Geertruid roept haar zoon Ritsaert ter verantwoording. Inderdaad Klaartje moet van hem

in de kraam. Hij geeft toe: ‘T stuk is niet moy, dat beken ik maar ik heb ‘t

volbracht." Hij wil wel met haar trouwen, maar zijn moeder zou hem liever met een

meisje dat geld had getrouwd hebben gezien. En hoe moeten ze het nu met oom Rijkert,

Klaartjes bruidegom "klaren?"





Intussen heeft Lekker de pot met goud, die Warenar "onder een steiger in de nieuwe

stadt" begraven heeft, gevonden. De eigenaar ontdekt weldra de diefstal. Wat jammert

hij over het verlies van zijn geld Ritsaert die hem hoort jammeren, denkt dat hij zo te

keer gaat om Klaartje, die zeker bevallen is. Ritsaert bekent Warenar dat hij het gedaan

heeft, wat voor Warenar betekent, dat Ritsaert de pot met geld gestolen heeft. Een

heerlijk misverstand: de één denkt aan geld, de ander aan Klaartje, totdat Warenar zegt:

"Gans elementen geef j’et niet weêr?" - "Wat?" - "de Pot

mit het gout...." - "Ik weet van Pot noch ‘t gout." - Zij

"vestaen mekaêr qualik". Eindelijk wordt het Warenar duidelijk dat Ritsaert wil

vragen of hij Klaartje tot vrouw kan krijgen: zijn oom Rijkert ziet van het huwelijk af.

"Wat komt mijn al over, waar toe leef ik noch langer?" kreunt Warenar. Er is

toch geen reden tot gekerm, vindt Ritsaert. "Jy zelt zoo rasch Bestevaêr wezen as uw

dochter de bruidt." Warenar zal eens naar binnen gaan om zich te overtuigen van de

waarheid van Ritsaerts woorden; die vondt het beter maar even een straatje om te gaan.





vijfde bedrijf





Ritsaert ontmoet Lekker die alle moeite doet om de pot te verbergen, maar het lukt hem

niet. "Het is het geld van mijn toekomende schoonvaêr", zegt Ritsaert. Nu moet

Lekker nog ingelicht worden over het aanstaande huwelijk. Dan moet hij mee naar Warenar.

Reym haalt Geertruid op, want "de schuit wil nae volewijk toe", met andere

woorden: de geboorte van het kind kan niet lang meer op zich laten wachten. Uitvoerig

krijgt de a.s. schoonmoeder te horen, over welke goede eigenschappen de a.s. schoondochter

beschikt.





Ritsaert en Lekker komen dan bij Warenar. Lekker geeft de pot met geld terug. Warenar

is dolgelukkig: "o pot, wat heb je me hertzeer ekost!" Maar hij heeft leergeld

betaald"





‘K zel mijn leven gien potten mit gelt meer bewaeren.





Ik bin dat spul al moê, dat ‘s rain uit ezeit.





Hij schenkt al het geld aan Ritsaert "ten hijlik mit je toekomende

huisvrouw."





Daar verschijnt Reym om de vader met de geboorte van zijn zoon geluk te wensen. Het is

een kind met een paar wangen "as ien Katuizer!". Warenar ziet in het kind

gelijkenis met zichzelf. Lekker denk: ik moet het ijzer smeden nu het heet is, en vraagt

500 gulden waarmee hij het kastekort wil aanzuiveren. Hij krijgt ze. Ritsaert haast zich

dan naar de kraamvrouw, de vrouwen en Warenar gaan ook naar binnen. Lekker, die dan alleen

op het toneel staat, besluit:





Uit luchtige zinnen in mijn handen ik slae:





Heeft het jou wel behaegt zoo klapt my allegaêr mae.





Thema





Het thema van het toneelstuk is de strijd tussen de gierigheid en de mildheid die

uiteindelijk gewonnen wordt door de mildheid. Warenar is in de eerste vier bedrijven een

vrek maar in het laatste bedrijf laat hij dit varen en verandert in een aardig mens die

weet dat er belangrijkere dingen zijn dan geld en goud.





Titelverklaring





Warenar is de hoofdpersoon van het toneelstuk. Warenar betekent zoiets als echte dwaas.





Analyse





personages:





Warenar is de hoofdpersoon van het verhaal. Hij is een vreselijke gierigaard en is erg

wantrouwig omdat hij bang is dat men achter zijn pot met goud aan zit. Wanneer echter zijn

pot gestolen is wordt hij mild en goedaardig van karakter. Hij is dan ook een round

character.





Reym is de huismeid van Warenar. Ze is redelijk brutaal, in ieder geval niet op haar

mondje gevallen. Ze is een flat character.





Geertruid is Warenars buurvrouw, de zus van Rijkert en de moeder van Ritsaert. Ze is

rijk en op zoek naar een vrouw voor haar broer. Ze is een flat character.





Rijkert is de buurman van Warenar en de broer van Geertruid. Hij is ook erg rijk maar

ook oud. Het is een slijmbal en vindt zichzelf heel wat maar geeft toch gauw op. Hij ziet

wel wat in een mooi jong meisje als de dochter van Warenar.





Ritsaert is de zoon van Geertruid. Het is een vuilak maar wel slim. Hij heeft de

dochter van Warenar verkracht. Hij is een zakenman en wil wel trouwen, hij heeft haar dan

ook in de gaten gehouden. Hij is aan de ene kant wel een beetje een round character, hij

verandert namelijk van een verkrachter in een aardige man. Je zou hem ook als flat

character kunnen beschouwen en betwijfelen of hij wel veranderd is.





Lekker is de knecht van Ritsaert. Het is een levensgenieter. Hij zorgt in feite voor de

karakterverandering van Warenar door de pot met goud te stelen. Hij is een flat chracter.





Casper is de hofmeester. Hij is erg bekakt en kijkt neer op het "gewone

volk". Hij komt uit Brabant en woont nu in Amsterdam. Hij is een flat character.





Teeuwes is de kok. Hi is een goeie ouwe Hollander. Hij is een type.





perspectief:





Het is geschreven in een meervoudig personaalsperspectief want het is een toneelstuk.





tijd:





Het verhaal speelt in de zeventiende eeuw. De vertelde tijd is één dag. Het verhaal

is niet chronologisch want Ritsaert vertelt zijn verhaal in een flashback. Het verhaal is

wel continu.





ruimte:





Het verhaal speelt in Amsterdam en geeft geen verdere uitleg over de exacte plek. De

functie van de ruimte is voornamelijk beeldend, op het kerkhof echter is de functie

sferisch.





Beoordeling





Ik vond het een makkelijk te lezen boekje. Het is een leuk verhaaltje maar niet echt

interessant. Het is niet voor niets een blijspel. Het is leuk om ook het toneelspel te

zien omdat je dan de echte bedoeling van de schrijver ziet.





Informatie over boek en schrijver





boek:





Het boek is in negen dagen door Hooft geschreven. Hij heeft een bestaand blijspel

(Aularia van ±200 vChr) van Plautus vertaald en aangepast zodat het in Nederland

opgevoerd kon worden. De eerste vier bedrijven heeft hij Plautus nauw gevolgd, in het

laatste bedrijf heeft Hooft enkele belangrijke zaken veranderd. Warenar wordt in Hoofts

versie namelijk een milde man.





Het is een blijspel, dat is herkenbaar aan bijvoorbeeld het gedrag van Warenar, de

verhoudingen tussen de personages en de wijze les die het eind van het toneelstuk bevat.

Hooft schreef dit om geld te verdienen om een klassieke tragedie te maken, namelijk Baeto.

Een blijspel leverde namelijk (veel) geld op maar een klassieke tragedie kostte (in eerste

instantie) geld.





Warenar verscheen in 1616 zonder de naam van de auteur en in 1661 met de naam van de

auteur.





schrijver:





Pieter Cornelisz. Hooft is geboren in Amsterdam op 16 maart 1581 en gestorven in Den

Haag op 21 mei 1647. Hij was een zoon van Cornelis Pietz Hooft, de latere burgemeester van

Amsterdam. Hij maakte van 1598 tot 1601 een grote reis door Frankrijk en Italië en werkte

daarna op het kantoor van zijn vader en studeerde in 1606 een jaar rechten in Leiden. Zijn

ideaal, een "homo universalis" zijn, heeft hij aardig bereikt. Na een reis naar

Parijs (1608) werd hij in 1609 benoemd tot drost van Muiden en baljuw van Gooiland (een

bestuurlijke en rechterlijke functie). Hij trouwde in 1610 met de achttienjarige Christina

van Erp. Zij overleed in 1624, nadat ook reeds hun vijf kinderen waren gestorven.

Hertrouwde in 1627 met de Antwerpse weduwe (He)Leonora Hellemans. ‘s Winters woonde

hij in Amsterdam (Keizersgracht), ‘s zomers op het Muiderslot. Hij overleed toen hij

in Den Haag was voor de begrafenis van Frederik Henderik. Hij ligt begraven in de nieuwe

kerk te Amsterdam. De Nederlandse staatsprijs voor letterkunde, de P.C. Hooftprijs, is

naar hem vernoemd. Enkele van zijn werken zijn Ariadne (1602), Gerard van Velzen (1613),

Baeto (1626) en De Nederlandsche historiën (1642).





Geraadpleegde literatuur





- Prisma uittrekselboek 1200-1880





- Overzicht van de inhoud van literaire werken, door C. Studeo





- Nederlandse literatuur door J.A. Dautzenberg





- Encarta 98 Encyclopedie, Winkler Prins editie

Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen