U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag : Ca. 560 V.chr.- Ca.480 V. Chr. - Wat Is Boeddhisme In\'t Kort? Ingezonden Door: Hey .
Deze versie komt van http://www.scholieren.be/huiswerk/show_stuk.php?id=635 en is laatst upgedate op Onbekend.
De taal ervan is Overig en het aantal woorden bedraagt 2582 woorden.

Wat is boeddhisme?


Boeddhisme is een pad van studie en beoefening. Boeddhistische oefeningen, zoals meditatie zijn bedoeld om te veranderen, om kwaliteiten zoals gevoeligheid, vriendelijkheid en wijsheid te ontwikkelen.


De meer dan tweeduizend vijfhonderd jaar lange beoefening van het boeddhisme heeft een oneindige schat aan ervaring en methoden opgeleverd voor allen die het pad van spirituele ontwikkeling willen volgen. Het uiteindelijke doel is de bereiking van de Verlichting of het boeddhaschap.




Boeddha.




Het woord Boeddha is een titel en geen naam. Het betekent 'hij die wakker is', wakker in de zin van 'de dingen zien zoals ze werkelijk zijn'. De leer van Boeddha wordt in Azië Boeddha Dharma genoemd, de leer van de Verlichte.


Boeddha Siddhartha Gautama ( ca. 560 v.Chr.- ca.480 v. Chr.) ( Pali: Siddhatta Gotama) stamde uit het adellijk geslacht van de Sakya's en noemde zichzelf later veelal Sakyamuni (Sjakjamoeni): de wijze uit het geslacht Sakya. Zijn vader, Shuddhodana , was de vorst van Kapilavastu in Noord-Oost –Indië. Zijn moeder, Maya, stierf volgens de overlevering zeven dagen na Siddharta’s geboorte. Hij kwam ter wereld in het woud Lumbini. Op hetzelfde ogenblik werd ook zijn latere vrouw (en nicht) geboren. Bij zijn geboorte droeg hij de 32 gunstige kentekenen (mahavyanjana) van een groot man.Kort na Siddharta's geboorte werd een wijze man, Asita genaamd, gevraagd het kind te zegenen en hij kondigde aan dat het kind ofwel een groot religieus leraar zou worden ofwel een wereldleider. Siddharta's vader, Shuddhodana, wilde een opvolger die na hem zou heersenen had dus een voorkeur voor de tweede mogelijkheid van Asita's voorspellingen hij besloot een paradijselijk paleis te bouwen dat zijn zoon nooit zou willen verlaten. Bijgevolg groeide Siddharta op in een weelderige omgeving, waarin al zijn wensen werden vervuld. Hij trouwde met de mooie Yashodhara en samen kregen ze een zoon, Rahula. Na verloop van tijd begon deze levenswijze Siddharta te vervelen en hij werd nieuwsgierig naar het leven buiten de paleismuren. Shuddhodana gaf zijn zoon toestemming vier uitstapjes naar de nabijgelegen stad te maken, waarbij hij zijn dienaren beval om alles wat onaangenaam of lelijk was tevoren te verwijderen. Maar op zijn eerste reis zag Siddharta een bejaarde, op de tweede een zieke en op de derde een lijk.


Hevig geschrokken door het gebeurde vroeg Siddharta aan zijn dienaar of dit iedereen zou overkomen, ook hem. Toen hij hoorde dat iedereen ouder werd, ziek kon worden en dood zou gaan, besefte Siddharta dat zijn huidige decadente leven zinloos was en hij werd overvallen door een existentiële wanhoop. Echter, tijdens zijn vierde en laatste bezoek zag hij een rondtrekkende heilige, straatarm en gehuld in vodden, maar stralend van innerlijke vrede.




Op het spirituele pad




Toen besloot Siddharta voortaan een spiritueel leven te leiden en op een nacht vluchtte hij het paleis uit. Hij knipte zijn haren af, en in lompen gekleed benaderde hij een bekend religieus leraar uit die tijd met het verzoek om te worden onderwezen. Hij leerde alles wat de leraar hem kon bijbrengen, trok toen verder en vond een andere leraar. Later werd hij een strikt asceet en ten slotte voegde hij zich bij vijf andere ascetische yogi's. Op een dag, bijna dood als gevolg van een extreem vasten, liep hij naar de rivier om te mediteren. Hij had veel spirituele disciplines geleerd, maar geen ervan had de antwoorden geboden die hij zocht. Een meisje


dat koeien hoedde, bood hem een kom melk en rijst aan en toen zijn lichaam was gesterkt door het voedsel besefte hij dat extreme ascese net zo min het antwoord was als zijn eerdere


leven van weelde, en dat een middenweg de beste levenswijze was.


Zijn mede-asceten velieten hem vol afschuw, omdat hij had gegeten.






Omdat Boeddha zelf geen geschriften heeft nagelaten, moet men voor zijn biografie een beroep doen op de Sanskriet-teksten van het Mahayan en in mindere mate op de Pali-teksten van het Hinayana . De historische feiten zijn echter zeer door legenden overwoekerd.




Inzicht.




Door het zien van veel armoede en ellende probeerde Gautama zich vrij te maken van de ellende van het bestaan. Hij verliet 's nachts vrouw en kind en zocht als rondzwervend en bedelend asceet de ware vrijheid bij beroemde asceten, maar ook hier kon hij de gemoedsrust en de bevrijding uit de samsara (de eeuwige kringloop van de wedergeboorten) niet terugvinden, totdat hij eens op een dag, zittend onder een vijgenboom bij de rivier Nairanjana, tot het ware inzicht kwam: alle wensen afgestorven, het slechte ontvlucht. Ondanks de aanvallen van Mara, de personificatie van de dood, die de wereld en de samsara representeert, bereikte hij zulk een trap van meditatie, dat alles hem licht werd en hij de dwaling als oorzaak van alle leed en lijden vond. Hij ontdekte dat noch een extreme ascese noch een leven in weelde een goede levenswijze was, men moest de middenweg zoeken.Sedertdien was hij de boeddha, de verlichte. Boeddha stierf op tachtigjarige leeftijd. Zijn lichaam werd verbrand en als relikwie bewaard.




Verkondiging.




Siddhartha trok tot zijn dood door Noord-India om zijn leer, het pad naar verlichting, te onderwijzen. Rondtrekkend verkondigde de Boeddha zijn leer aan vele volgelingen, waarvan een groot aantal uiteindelijk de Verlichting bereikten. Zij op hun beurt brachten anderen in contact met de leer van de Boeddha. Van groot belang is het derde concilie te Pataliputra (250 v.C.) geweest, onder bescherming van keizer Asjoka, waar besloten werd de boodschap te gaan verbreiden en waar de basis werd gelegd voor een van de hoofdstromingen in het boeddhisme, de Hinayana (klein voertuig of het kleine, mindere pad), een benaming later aan deze stroming gegeven door de aanhangers van de andere hoofdstroming, de Mahayana (het grote voertuig), die ca. 100 n.C. na het vierde concilie in Kashmir vorm kreeg. De Hinayana-aanhangers beschouwen zichzelf als de zuiverst boeddhisten en noemen zichzef ook Theravadins.


De Boeddha is geen God en hij heeft nooit beweerd een goddelijk wezen te zijn. Het boeddhisme heeft geen Schepper Gods. De Boeddha was een mens zoals wij mens zijn. Door zijn eigen inspanning heeft hij zichzelf ontwikkeld en de Verlichting bereikt.


De toestand van Verlichting die hij bereikte heeft drie belangrijke kenmerken:


· wijsheid, in de zin van het bereiken van inzicht in de ware oorsprong van gebeurtenissen


· mededogen, wat zich manifesteert is het zichzelf beschikbaar stellen ten behoeve van het welzijn van alle levende wezens.


· bevrijding van alle energie en daadkracht van lichaam en geest, wat zich manifesteert in een permanent en volledig bewustzijn.






Wat gebeurde er na de Boeddha's dood?




In India drongen elementen van het hindoeisme binnen in het boeddhisme. In de loop van de tijd verspreidde het boeddhisme zich naar Sri Lanka en Zuidoost Azië, waar de Theravada vorm tot op vandaag floreert. In de mahayana vorm verspreidde het boeddhisme zich naar landen als Tibet, China, Mongolië en Japan. In Tibet ging het boeddhisme versmelten met het lamaïsme.De Mongoolse leider Tsong kla-pa introduceerde het gele kleed van de monniken en twee van zijn opvolgers voerden het begrip Dalai Lama en Panchem Lama (de tweede opperlama) in.In de twintigste eeuw komt het Westen in aanraking met het boeddhisme. Het is nu de snelst groeiende religie met zo’n 300 miljoen volgelingen.




Wat leert het boeddhisme ons?




Boeddhisme hanteert het uitgangspunt dat het leven een proces is van constante verandering (samsara). De methodes die gebruikt worden haken in op dit uitgangspunt met als doel het proces van verandering zo te sturen dat het ons ten goede komt.


De alles bepalende factor in het veranderingsproces is de geest (het denken) en het boeddhisme heeft vele methodes ontwikkeld voor het werken aan de geest.


Een van de belangrijkste is de beoefening van meditatie. Meditatie helpt ons een meer positieve geestestoestand te ontwikkelen welke zich kenmerkt door rust, concentratie, gewaarzijn en vriendelijkheid. Door middel van meditatie krijgen we een beter beeld van onszelf, anderen en van het leven in het algemeen.


Boeddhisten trekken er niet op uit om anderen te overtuigen van hun gelijk. Wat zij wel doen is hun leer en methodes toegankelijk maken voor geïnteresseerden en een ieder is vrij om zoveel of weinig op te pakken van het boeddhisme als hij zelf wil.




Soorten Boeddhisme


Theravada-boeddhisme: opgesteld in het Pali. Monniken en nonnen mogen maar 1 maaltijd per dag nuttigen voor de middag. Hun maaltijd moeten ze verwerven door bedelronden. De monniken mogen weinig of geen geld bezitten en geen handel drijven. Bij hun inwijding scheren de monniken hun hoofd als symbool om hun ijdelheid weg te nemen.




Zen-boeddhisme


Zenboeddhisme werd in de zesde eeuw in China opgericht door de Indiase monnik Bohidharma. Dit legt de nadruk op meditatie ipv op de studie van het boeddhisme.




Tibetaans-boeddhisme


Is gebaseerd op de Mahayanafilosofie. Door de culturele revolutie moesten ze van Tibet naar India. Het Tibetaans Boeddhisme heeft 4 scholen:


Nyingma ( monniken mogen getrouwd zijn)


Sakya


Kagyu


Gelugpa


Hoe wordt je een boeddhist?




Boeddhist worden in de volle betekenis van het woord betekent je verbinden met 'De Drie Juwelen'. Deze zijn:


· de Boeddha, het ideaal van Verlichting


· de Dharma, de leer en methodes van het boeddhisme


· de Sangha, de gemeenschap van mensen die elkaar op vriendschappelijke basis aanmoedigen en ondersteunen in het beoefenen van de Dharma.




Lid worden van de Westerse Boeddhisten Orde betekent volledig achter de gedachte van de 'De Drie Juwelen' staan en ze volgen in het dagelijkse leven.


De Westerse Boeddhisten Orde staat voor iedereen open ongeacht geslacht, leeftijd, ras of afkomst.








HET BOEDDHISME IN 'T KORT


VANUIT HET ADVAYAVADA STANDPUNT


De Boeddha geloofde niet in Brahman (God) of in de atman (ziel) en leerde dat de mens lijdt omdat hij de dingen niet ziet zoals ze in werkelijkheid zijn, d.w.z. veranderlijk en vergankelijk, en hierdoor zijn leven verkeerd inricht, aan de verkeerde dingen vasthoudt en de verkeerde dingen najaagt.


Een verkeerde zienswijze is zoals een ziekte. Men kan maar tot verlichting komen als men weet aan welke ziekte men lijdt en hoe men ze kan bestrijden.





De vijf boeddhistische leefregels volgens het Advayavada-boeddhisme





De naleving van de vijf boeddhistische leefregels en een gedegen inzicht in de betekenis van de Boeddha's Vier Edele Waarheden* stellen ons in staat het Edele Achtvoudige Pad* te betreden, het al vorderend op het Pad de Tien Boeien* die ons aan Samsara ketenen te verbreken, en uiteindelijk de gezegende staat van Nirvana* te bereiken.


De vijf leefregels behelzen volgens het Advayavada-boeddhisme het volgende:


1) het niet doden van mens of dier in de zin van deze niet te pijnigen en te verminken of zodanig anders moedwillig letsel aan te brengen dat de dood erop volgt of kan volgen.


2) het niet stelen of ons anders onrechtmatig toe-eigenen van gebied, goederen, geld of hand- of geestesarbeid, noch ons direct of indirect schuldig maken aan heling daarvan.


3) kuisheid in de zin van het niet verrichten van seksuele handelingen die als liefdeloos, overspelig, incestueus, gewelddadig of onnatuurlijk bestempeld zouden kunnen worden.


4) het niet bedriegen door middel van list of leugen beide in de zin van de onwaarheid te spreken als de waarheid te verhullen, ook en vooral in ons openbaar en zakelijk leven.


5) geheelonthouding - het in het geheel niet gebruiken van alcohol of andere al dan niet verslavende middelen die ons bewustzijn kunnen aantasten en/of anders onze gezondheid kunnen schaden.




* De Vier Edele Waarheden: de Eerste Waarheid is die van de alomtegenwoordigheid van het lijden in de wereld; de Tweede Waarheid is dat het lijden wordt veroorzaakt door de levensdorst; de Derde Waarheid is dat het lijden (dus) kan worden opgeheven door de levensdorst uit te bannen; de Vierde Waarheid is die van het Pad dat men daartoe dient te volgen, het Edele Achtvoudige Pad. Kern van het boeddhisme zijn de door Boeddha geformuleerde Vier Edele Waarheden: 1. Het bestaan van lijden. 2.De oorzaken van het bestaan van lijden. 3.Het wegwerken van het lijden.4.Het pad dat leidt tot het wegwerken van lijden


* Het Edele Achtvoudige Pad houdt volgens het Advayavada-boeddhisme in het doorlopend streven naar het beste (samyak, samma) inzicht, het beste besluit, de beste formulering, de beste instelling, de beste uitvoering, de beste inspanning, de beste aandacht, en de beste bezinning, wat ons tot een nog beter inzicht dient te voeren, en zo verder. Wij sluiten aldus aan bij de voortgang naar beter toe van het geheel. Het Advayavada-boeddhisme beschouwt de vooruitgang als het vierde kenmerk van het bestaan, naast de veranderlijkheid en de vergankelijkheid der dingen en de alomtegenwoordigheid van het lijden van het klassieke boeddhisme. Het Edele Achtvoudige Pad wordt gezien als een weerspiegeling van die vooruitgang onder de mensen.


* De Tien Boeien (dasasamyojana, dashasamyojana, ten fetters) die ons aan Samsara ketenen zijn achtereenvolgens: 1) het geloof in een aparte ik of zelf, 2) de twijfel ten aanzien van de mogelijkheid om een goed leven te leiden of van het nut ervan, 3) de gehechtheid aan rituelen en ceremonieën, 4) de ingenomenheid met bepaalde dingen, 5) de ingenomenheid tegen bepaalde dingen, 6) de hang naar het aards bestaan, 7) de zucht naar een hiernamaals, 8) de zelfgenoegzaamheid of verwaandheid of ijdelheid, 9) de onverdraagzaamheid of prikkelbaarheid of lichtgeraaktheid, en 10) de (laatste resten van onze) fundamentele onwetendheid over de werkelijke aard van het bestaan.


* Nirvana is de staat waarbij de vlam van de levensdorst geheel gedoofd is. Het is het hoogste goed in het boeddhisme. Nirvana en de waarneembare wereld zijn niet twee verschillende werkelijkheden of twee verschillende toestanden van de werkelijkheid. Nirvana is de waarneembare wereld te beleven sub specie aeternitatis, d.w.z. vanuit het gezichtpunt der eeuwigheid. Het is, met andere woorden, de ene werkelijkheid ontdaan van al onze denkbeelden, met inbegrip van deze.


In het Advayavada-boeddhisme houdt Nirvana meer concreet in de opheffing van het lijden door ons volledig te verzoenen met het bestaan zoals het in werkelijkheid is voorbij onze gewoonlijk beperkte en vooringenomen beleving ervan.




De Veertiende Dalai Lama




De Dalai Lama is de incarnatie van de boddhisattva. Deze doet vrijwillig afstand van zijn nirvana om de mensheid te helpen. De boddhisattva kan onder alle gedaanten verschijnen.


In 1933 overleed de Dertiende Dalai Lama en stond de Tibetaanse regering voor de taak zijn reïncarnatie te vinden. Op 6 juli 1935 werd Lhamo Thondup in Taktser in het noord-oosten van Tibet geboren. Hij was de vijfde van zes kinderen van een boerenechtpaar. Toen hij bijna drie was, arriveerde er een gezelschap dat op zoek was naar de reïncarnatie van de dertiende Dalai Lama. De jongen voelde zich aangetrokken tot een één lid van het gezelschap, meer specifiek tot een bidsnoer rond de hals van een van de monniken, dat nog van de Dertiende Dalai Lama was geweest. Toen dacht men dat dit jongetje wel eens de reïncarnatie was. Dus keerden ze terug met voorwerpen van de vorige Dalai Lama en Lhamo wist ze uit een reeks voorwerpen te halen. Toen beseften ze dat ze de nieuwe Dalai Lama gevonden hadden. Hij werd meegenomen naar Lhasa, de hoofdstad van Tibet en geleid en opgeleid zoals bij zijn nieuwe rol paste. Hij kreeg een nieuwe naam Tenzin Gyatso en besteeg de troon als geestelijk en politiek leider van Tibet. Toen hij 15 was vielen de chinezen Tibet binnen. Moa probeerde met zijn culturele revolutie de Tibetanen en hun boeddhistisch geloof te onderdrukken. Ondanks pogingen van de Dalai Lama om samen te werken met China werden de Tibetanen er toe gedreven om te vluchten naar India.


Tegenwoordig leven de Dalai Lama en veel Tibetanen nog steeds in ballingschap in India, ergens in het Himalaya-gebergte. De Dalai Lama is nog steeds een eenvoudig monnik alhoewel hij wereldfaam verworven heeft als boeddhistisch leraar. In 1989 ontving hij de Nobelprijs voor de Vrede wegens zijn moedige inspanningen om de Chinese bezetting van Tibet geweldloos tot een einde te brengen.

Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen