U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag : S - Verschil Mannen- En Vrouwentaal Ingezonden Door: Hey .
Deze versie komt van http://www.scholieren.be/huiswerk/show_stuk.php?id=634 en is laatst upgedate op Onbekend.
De taal ervan is Overig en het aantal woorden bedraagt 1687 woorden.

Groepswerk taalbeschouwing :


SPREEKSTIJLEN VAN VROUWEN EN MANNEN




1. SAMENVATTING


Mannen en vrouwen hanteren een ander taalgebruik en deze vaststelling kan nogal eens voor problemen zorgen in het dagelijks leven, waar geregeld “gemengd wordt gesproken”. Ingrid Van Alphen tracht in dit artikel de verschillen en de oorzaken van dit verschijnsel te bespreken en gaat ook na in welke mate mannen/vrouwen hier de last van ondervinden. Wetenschappelijk onderzoek omtrent deze materie is echter vrij beperkt. De auteur kwam tot de conclusie dat vrouwen altijd willen tonen dat ze aandacht schenken aan de spreker, ze trachten stiltes op te vullen door vragen te stellen of minimale antwoorden te geven. Mannen daarentegen zijn feller in hun taalgebruik, ze interrumperen vaker, spreken veel langer en doen vaker stellige uitspraken. Dit seksespecifiek taalgebruik wordt zowel door biologische als externe factoren bepaald. Zo zouden meisjes hun taal sneller en beter verwerven doordat de specialisatie voor taal zich bij hen eerder ontwikkelt dan bij jongens. Meisjes maken minder grammaticale fouten en ook de spreekstijl is verfijnder. Kinderen leren ook ontzettend veel uit hun omgeving, door aandachtig te luisteren als mensen gezellig praten of heftig discussiëren. Nu blijkt dat ouders de dochter(s) veel vaker onderbreken en ook op school worden meisjes benadeeld; ze krijgen opvallend minder aandacht van zowel mannelijke als vrouwelijke leerkrachten. Jongens worden immers als drukker, zelfstandiger en slordiger maar ook intelligenter beschouwd, waardoor men geneigd is tot hen een abstractere en ingewikkelder taaltje te spreken. De belangrijkste factor bij de taalverwerving zijn de zogenaamde “peers”; de leeftijdsgenootjes. In de puberteit is de scheiding tussen jongens- en meisjesgroepen op het hoogtepunt: ze bouwen verschillende subculturen op en trekken zich terug in hun eigen vrienden- of vriendinnengroepje. Opvallend is dat de jongensgroepen vaak groter zijn en met meer leeftijdsverschil, terwijl meisjes blijkbaar genoeg hebben aan één of hooguit twee intieme vriendinnen. Dit brengt met zich mee dat de jongens assertiever moeten zijn in hun taalgebruik doordat ze hun plaats in de groep moeten bevechten, later uit zich dat in het gemak waarmee jongens tot grote groepen spreken; de meisjes daarentegen hebben geen leidster, maar wel sterke vriendschappen met veel betrokkenheid en loyaliteit; zij hebben het later dan makkelijker in het voeren van intieme gesprekken en het uiten van gevoelens. Samengevat zou men kunnen zeggen dat meisjes een spreekstijl aanleren die voornamelijk geschikt is voor de privé-sfeer en jongens een spreekstijl die meer geschikt is voor de openbare sfeer; in het dagelijks leven botsen deze twee spreekstijlen vaak. Misschien zou men op school moeten proberen deze “miscommunicatie” te vermijden door meisjes te motiveren wat feller te gaan spreken en jongens wat ondersteunder; zodanig dat beide geslachten “sociaal tweetalig” worden en een individuele keuze kunnen maken naargelang de situatie.


2. VRAGEN BEANTWOORDEN + LESSTRUCTUUR




A. Enquête




1. Als ik een gesprek voer dan heb ik de indruk dat mannen/jongens meer aan het woord komen.


2. Ik vind het eigenlijk moeilijker een goed gesprek te hebben met iemand van het andere geslacht .


3. Vrouwen zijn taalvaardiger


4. Mannelijke leerkrachten besteden meer aandacht aan meisjes en omgekeerd.


5. De beste gesprekken voer ik met leeftijdsgenoten.


6. Ik gebruik veel gebaren als ik aan het woord ben.


7. Positief seksisme is een goede zaak.


8. Mannen praten moeilijker over problemen, ze tonen moeilijker hun emoties.


9. Mannen zijn betere politici.


10.Er zijn bepaalde beroepen die vrouwen niet zouden mogen uitoefenen.




B. Vragen


1. ( zie enquête vraag 1en 2)


De verschillen waaruit blijkt dat mannen andere normen voor gesprekken hanteren dan vrouwen :


- gebruik van mhm : vrouwen: ik luister


mannen : ik ben het met je eens


- mannen interrumperen meer dan vrouwen. Hun taalgebruik is meer concurrerend en bevechtend. Vrouwen spreken korter, meer samengevat en coöperatief, ze vallen stil als ze in de rede worden gevallen. Mannen vinden dit niet erg, aangezien ze zelf meer interrumperen. Vrouwen wachten op de mogelijkheid om te kunnen spreken, ze sluiten aan bij het betoog van de ander met bijvoorbeeld ‘ja, maar…’ of ‘ja, en…’


- mannen maken veel langere zinnen : wormzinnen. Ze claimen spreektijd en maken veel meer gebruik van structurerende opmerkingen dan vrouwen.




2. (zie enquête vraag 3)


a. Meisjes hebben een grotere taalvaardigheid (betere uitspraak, minder grammaticale fouten, langere en ingewikkeldere zinnen, minder taalstoornissen,…)


Dit is biologisch te verklaren ; meisjes gebruiken beide hersenhelften bij het verwerven van taalvaardigheid. Dit brengt met zich mee dat ze minder plaats hebben voor ruimte-inzicht en over een extra deel beschikken voor de ontwikkeling van het taalvermogen. Jongens daarentegen hebben gespecialiseerde hersenhelften : de rechterhelft gebruiken ze voor het ruimtelijk inzicht en de linkerhelft voor de taalvaardigheid. Toch mag dit niet veralgemeend worden. Wetenschappelijk onderzoek heeft aangetoond dat meisjes die in de baarmoeder werden blootgesteld aan een grote hoeveelheid mannelijke hormonen (testosteron) blijkgeven van een beter ruimte-inzicht, een mannelijk verschijnsel dus. De test die we nu te zien gaan krijgen toont het verschil aan tussen het gebruik van de hersenhelften bij het taalvermogen van meisjes en jongens.




FRAGMENT : OVERLEVEN




(zie enquête vraag 4)


Ook de omgeving speelt een grote rol in de taalverwerving


~> de ouders : meisjes worden vaker geïnterrumpeerd in dagelijkse gesprekken


~> de school : meisjes worden aanzien als rustig, sociaal, stipt, onzelfzeker en worden vooral gestimuleerd bij het lezen. Jongens worden aanzien als druk, geïnteresseerd, verstandig en worden gestimuleerd bij rekenen. In het algemeen krijgen jongens veel meer aandacht, zowel positieve als negatieve. Meerdere testen bewijzen dit en ook wij gingen dit na in een paar lessen en kwamen tot de conclusie dat jongens vaker zonder toestemming (hand opsteken) antwoorden en ook vaker de leerkracht interrumperen. Slechts bij enkele leerkrachten kregen de jongens veel meer aandacht, ze werden serieuzer genomen, zowel door de leerkracht als door de klassengroep.




b. (zie enquête vraag 5, 8 en 9)


(a) en (b) leveren niet voldoende verklaringen op.


Zij komt ook tot de conclusie dat de zogenaamde « peers » -de leeftijdsgenootjes- zeer belangrijk zijn voor de ontwikkeling van het taalvermogen. Tussen 5 en 15 jaar leven jongens en meisjes gescheiden in verschillende subculturen. De jongensgroepen zijn groter en er zijn jongere en bijgevolg dus ook oudere leden. De meisjesgroepen daarentegen zijn gelijker van leeftijd en kleiner, meestal zelfs met 2. Het gevolg hiervan is dat jongens gemakkelijker tot grotere groepen spreken (// politiek) terwijl meisjes veel gemakkelijker intieme gesprekken kunnen voeren.


In de jongensgroepen moet men zijn rangorde bevechten d.m.v. de taal. Daardoor gaan ze vaker interrumperen. Bij meisjesgroepen zijn er geen leidsters. Het gaat om vriendschappen met betrokkenheid (mhm) en loyaliteit. Conflicten worden niet expliciet geuit. Dat verklaart het gebruik van indirecte constructies als : « ja, daar heb je wel gelijk in, maar… » en indirecte aanvallen « zij zei dat jij zei dat ik zei… ».


Jongens zijn een openbare sfeer gewend, meisjes een privé-sfeer. Dat levert wel eens problemen in het dagelijkse leven. Misschien moet het onderwijs hiervoor aangepast worden, zodat meisjes aangespoord worden eens feller uit de hoek te komen en jongens leren om wat meer ondersteunende commentaar te leveren (// “sociale tweetaligheid” )




3.


Wij volgden enkele gesprekken tussen mannen en vrouwen; onze bemerkingen:


- (zie enquête vraag 6) Vrouwen geven inderdaad meer teken van luisterbereidheid in een gesprek. Ze gebruiken vaker « ja », kleine knikjes of gelaatsuitdrukkingen die hun aandacht weergeven. « Hmm » wordt slechts zelden gebruikt. Vrouwen slaken ook vaker zuchtjes en kuchjes. Ook mannen knikken vrij vaak in een gesprek en gebruiken opvallend meer gebaren, ze gesticuleren meer.


- (zie enquête vraag 2) De man interrumpeert zonder schroom en legt zo de vrouw het zwijgen op. De vrouw pakt het subtieler aan, ze pikt in op het voorafgaande maar creëert haar eigen betoog. De vrouw laat de man ook vaker uitspreken.




FRAGMENT FAMILIE




4.


- Het zijn vooral de mannen (2) die aan het woord komen, hoewel er meer (3)


vrouwen zijn. (zie enquête vraag 2)


- Mannen beginnen vaak met « ik… ».


- Mannen gebruiken meer handgebaren. (zie enquête vraag 6)


- Mannen reserveren tijd om te spreken : « laat me nu toch eens uitleggen… ».


- Vrouwen pikken in op wat er gezegd wordt.


- Ongeloof tonen door wenkbrauwen op te trekken.


- Wormzinnen.


5 en 6. (zie enquête vraag 7)


Seksisme is meestal een negatief geladen woord : het betekent het achteruitzetten van mensen op basis van hun geslacht. Het kan echter ook een positieve betekenis krijgen : het voortrekken of bevoordelen van iemand juist op basis zijn geslacht. Dit heet men positief seksisme.


Dit seksisme merken we in ons taalgebruik op 3 manieren :


- De meeste beroepsnamen hebben een mannelijk equivalent. Er zijn ook


uitsluitend vrouwelijk beroepsnamen, maar die zijn minder frequent dan


de zuiver mannelijke.


vb . brandweerman toiletjuffrouw


klusjesman naaister


tuinman hospita


vuilnisman


- Er zijn veel vrouwonvriendelijke woorden en uitdrukkingen. Deze woorden weerspiegelen een traditioneel oordeel over vrouwen. Meestal zijn ze dan ook negatief.


vb. (v) *verwijfd (zich vrouwachtig aanstellen)


*vrouwenpraat (onbetrouwbare raad)


*vrouwenlogica (gevoelsmatig, niet rationeel denken)


*vrouwentranen zijn goedkoop




(m) *Hij is er mans genoeg voor (hij kan het aan, hij is dapper genoeg)


*manhaftig (moedig)


*mannentaal (krachtig, flinke taal)


- Er zijn ook sporen van taalseksisme in ons taalgebruik, niet in de taal zelf (vooral


maatschappijgebonden).


vb. *Mevrouw Frans Willems (net alsof de vrouw zelf geen naam heeft ~> nu wordt dit minder gebruikt)


*Jongens huilen niet, Karel. (impliceert dat meisjes dit wel doen/mogen doen)


*Wat een lekker stuk, zeg. (vrouw als object)


*De vrouw van de president voert actie tegen de armoede onder de bevolking. (Alsof de vrouw geen eigen naam heeft, ze wordt omschreven naar de functie van haar man)




Als we er een oudere versie van Van Dale op naslaan, merken we dat er vroeger nog meer seksistische woorden voorkwamen en ook de omschrijving van het woord was onsubtieler en groffer ten opzichte van de vrouw. Het is dan ook maar een goede zaak dat denigrerende woorden stilaan verdwijnen.

Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen