U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag : Annafiet Jonker - Als Honden Van Stro.
Deze versie komt van http://www.verslagen.com/index.php?page=boek_toon&boek_id=484 en is laatst upgedate op 30/11/-0001.
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 522 woorden.

Uitgever: Prometheus, Amsterdam, 1991



Stijl: Korte makkelijke zinnen, vanuit kinderogen geschreven.



Genre: Psychologische roman.



Titelverklaring: De titel wordt niet duidelijk in het verhaal, waarschijnlijk wordt er mee bedoeld hoe de Nederlanders omgingen met de Indonesische bevolking.



Verteller: Ik persoon.



Tijd en Ruimte: Het verhaal begint tijdens de tweede wereld oorlog tot een jaar of 8 later, er worden geen jaartallen genoemd. Het speelt zich eerst af in Nederland, daarna in voormalig Nederlands Indië.



Personen:



- De ik-persoon. Een meisje dat vrij avontuurlijk is. Ze wil overal achterkomen en laat zich daarbij niet tegenhouden door gevaarlijke situaties.



- Anna. Het zusje van de ik-persoon, ze is heel naïef.



- Moeder. Een vrouw die veel mannen versiert terwijl haar man in gevecht is. Ze zorgt in haar eentje voor de twee kinderen.



- Vader. Is nooit thuis, hij heeft een hoge functie in het leger. Hij is niet echt een vader voor zijn kinderen.



- Ome Jan. Niet echt een oom, hij is de directeur van het opvangcentrum (gevangenenkamp). De ik-persoon heeft een hekel aan hem.



Inhoud:



Het verhaal begint in de tweede wereld oorlog, de ik persoon is dan nog een klein meisje. Ze worden gebombardeerd en moeten vaak de schuilkelder in. Na een tijdje is het groot feest, de bevrijding. Een paar maanden later komt haar vader thuis. Haar moeder dacht dat hij dood was.



Ze verhuizen naar een veel kleiner huis, haar vader gaat na een tijd weer weg. Een aantal jaren later gaan ze zelf naar Nederlands-Indië.



Eerst kunnen ze niet naar hun vader toe, het is te gevaarlijk op het eiland waar hij zit. Ze verblijven een aantal maanden in een kamp, daarna gaan ze naar een hotel op het eiland waar hun vader is. Daar mogen ze niet zomaar over straat lopen, een tijdje later worden ze opgehaald door een konvooi van het leger. Ze worden naar ene huis gebracht waar hun vader verblijft. Ze hebben nu een grote tuin, maar ook hoop bewakers. Ze mag niet buiten het kamp komen, toch doet ze dat wel eens. Na een tijd moeten ze weer verhuizen. Ze gingen naar een ander eiland. Naast hun huis werd een opvangcentrum gebouwd. Ze wilde weten wat daar gebeurde. Op een nacht ging ze ernaartoe, stiekem onder het prikkeldraad door, ze zag daar hoe gevangenen in hokjes zaten en hoe ze gemarteld werden. Vanaf dat moment haatte ze haar moeder, haar vader en de directeur waarmee hun ouders goed bevriend waren, ome Jan.



Op een dag werd een van hun bediende opgepakt. Hij was een verader. Ze wilde hem bevrijden, de ander bedienden ook. Ze gebruikte haar als spion. Ze verteld waar hij heen werd gebracht. De bediende werd bevrijd.



Een paar dagen later gingen zij haar moeder en haar zusje met het vliegtuig naar een ander eiland, naar een stad waar ze wel gewoon konden rondlopen, het was daar te gevaarlijk geworden. Er ging ook een kist met het vliegtuig mee, ze vroeg wie het was. Het was ome Jan.



Thema en motieven:Thema: Opgroeien in de oorlog. Motieven: strijden tegen onrecht, angst en moed.



Spanning: Is afwisselend, op sommige momenten groot, op sommige momenten minder groot.



Waardering: Mooi boek, met veel spanning en mooie beschrijving van de situatie en de gevoelens.
Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen