U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag : H. Adema - Karel Ende Elegast.
Deze versie komt van http://www.collegenet.nl/studiemateriaal/verslagen.php?verslag_id=10839 en is laatst upgedate op Onbekend.
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 4744 woorden.

Karel ende Elegast



Beschrijvingsopdracht:

Het boek is vertaald en bewerkt door H. Adema en is voor het eerst in 1982 uitgegeven. Het boek dat ik gelezen heb is de vijfde druk van Karel en Elegast. Het is uitgegeven door Uitgeverij Taal & Teken, Leewarden in 1992.



Motivatie:

Voor ons tweede boekverslag moesten we een Middelnederlands verhaal lezen. We hadden de keus uit twee verhalen. Beatrijs en Karel en Elegast. Ik heb gekozen voor het verhaal Karel en Elegast, omdat ik vorig jaar met Nederlands een opdracht had gemaakt over Beatrijs.



Dat verhaal sprak me toen niet zo aan. Ik had geen verwachtingen over het boek. Althans, ik dacht dat het een verhaal zou zijn waar de mannen en ridders centraal zouden staan, omdat me vertelt is dat het een voorhoofse verhaal is.



Een weergave van de inhoud:

Het boek speelt zich af in de Middeleeuwen. Karel is de hoofdpersoon in dit voorhoofse verhaal. Daarnaast zijn Elegast en Eggeric belangrijke personen in het verhaal. Op een avond gaat Karel de Grote slapen in Ingelheim aan de Rijn. Hij wilt de volgende dag hofdag houden.



Als hij slaapt wordt hij gewekt door een engel die zegt dat hij uitstelen moet gaan. Anders zou hij zijn leven verliezen. De engel komt namens God. De koning weet niet wat de oproep te betekenen heeft en omdat hij niemand ziet, negeert hij het. Waarom zou hij uit stelen gaan als hij oppermachtig is en iedereen onder hem staat en hem dient? De engel blijft het herhalen.



Als de engel het voor de derde keer zegt verdwijnt de engel en besluit Karel Gods bevel niet te negeren. (3 is een heilig getal)



Hij vraagt zich af hoe hij ongemerkt zijn eigen kasteel kan verlaten, maar God blijkt hem hierbij te helpen. Alle deuren en poorten zijn open en iedereen slaapt. Hij had zijn eigen wapenuitrusting en paard meegenomen.



Als hij in een nabijgelegen bos komt, realiseert hij zich hoe het leven van een dief is. Hij neemt zich voor, als hij levend terug zou keren, de doodstraf voor dieven te versoepelen. Karel wil dat Elegast zijn metgezel is en vraagt hierbij hulp aan God. Hij had Elegast toentertijd verbannen van zijn land, wegens een klein vergrijp.



Elegast had zijn grond en burcht verloren en Elegast’s schildknapen en ridders hadden als gevolg hiervan ook hun bezittingen verloren. Iedereen die hem zou helpen zou ook zijn kasteel en leengoed verliezen. Elegast moet nu noodgedwongen stelen. Hij steelt alleen van rijke.



Hij steelt niet van mensen die er ook voor moeten zwoegen. Karel heeft er spijt van dat hij Elegast zijn bezittingen heeft ontnomen.



Als de koning door het bos rijdt komt hij een zwart geklede ruiter tegen. Ze rijden elkaar voorbij zonder groet en ze vraggen zich beide af wie die andere persoon is. De vreemde is vastberaden de wapenuitrusting en het paard van de koning in handen te krijgen.



Maar eerst vraagt hij de koning wie hij is, waar de koning naar toe gaat en wat zijn afkomst is. De koning wil een gevecht met de vreemde, omdat hij niet onder dwang wil zeggen wie hij is. Zo begon het gevecht tussen de twee ruiters.



Na lange tijd wint Karel en vraagt de andere om zijn naam. De zwarte ridder vertelt hem dat hij Elegast heet. De koning geeft ook zijn naam, maar niet zijn echte naam. Hij doet zich voor als Adelbrecht.



Karel vraagt Elegast of hij met hem uit stelen wilt gaan. Elegast stemt toe, maar hij wil de exacte plek weten, voordat ze gaan. Als het blijkt dat Karel zich zelf wil bestelen, wil Elegast niet.



Ondanks dat hij zijn bezittingen heeft verloren door Karel, blijft hij Karel trouw. Elegast stelt voor om bij Eggeric van Eggermonde te gaan stelen.



Eggeric is met de zuster van de koning getrouwd. Elegast zegt dat Eggeric velen heeft verraden en in het ongeluk is gestort. Hij zou zelfs de koning doden en onteren, terwijl hij een kasteel en grond heeft gekregen.



Volgens Elegast kun je hem zonder bezwaar bestelen. Karel stemt in met Elegast’s idee. Al snel komt Elegast er achter dat Karel niet zo’n goede dief is.



Hij besluit alleen naar binnen te gaan en Karel buiten de wacht te laten houden. Als Elegast met de buit terug komt wilt Karel weg, maar Elegast wilt eerst nog terug om het zadel uit het slaapvertrek van Eggeric en zijn vrouw te stelen.



De koning is niet helemaal op zijn gemak als Elegast terug gaat. Als Elegast in de kamer komt en het zadel in zijn handen heeft, hoort hij Eggeric met zijn vrouw praten. Eggeric vertelt haar dat hij een samenzwering heeft met anderen om de koning te doden.



De vrouw wilt dit niet en als gevolg daarvan slaat Eggeric haar. Elegast vangt het bloed op wat uit de neus en mond van de vrouw komt, vervolgens loopt hij met het zadel naar buiten. Daar vertelt hij Adelbrecht wat hij gehoord heeft. Karel realiseerd zich dat God hem had bevolen uit stelen te gaan om zijn dood te voorkomen.



Elegast wilt dit aan de koning gaan vertellen, hij wilt niet dat zijn koning vermoordt wordt, ondanks dat hij voortvluchtige is en zijn leven op spel staat. Karel neemt zich voor alles goed te maken met Elegast en zegt dat hij het zal doen.



Als de volgende dag Eggeric en zijn ridders aankomen bij het kasteel van de koning, worden de poorten opengelaten. De koning had Eggeric staan opwachten en stond klaar met zijn manschappen. Eggeric en de rest worden meteen ingerekend. Als Eggeric ontkent de koning te willen vermoorden, laat de koning Elegast halen.



Elegast bewijst Eggerics schuld met behulp van het bloed van de vrouw van Eggeric. Toch ontkent Eggeric en Elegast daagt hem uit voor een tweegevecht. Eggeric besluit het tweegevecht te doen, omdat hij anders toch op gehangen zou worden.



Na een lange tijd vraagt Karel aan God om de strijd op rechtvaardige wijze te beëindigen. Uiteindelijk verliest Eggeric en Elegast wordt in ere gesteld en de koning schenkt hem zijn zuster.



Titelverklaring

De titel ‘Karel en Elegast’ is vrij makkelijk te verklaren. Karel en Elegast zijn namelijk de belangrijkste personages. Alles heeft met hen te maken.



De titel is wel niet zo bijzonder. Het is niet zo’n aantrekkelijke titel. Een betere Titel zou bijvoorbeeld zijn ‘Het verraad van Eggeric’ of ‘Karels lot’. Je hebt dan meteen (meer) vragen.



Persoonlijke reactie

Ik had geen (hoge) verwachtingen. Ik dacht dat het een simpel boekje was (het heeft 63 bladzijden, waarvan de helft met modern Nederlands vol staat en de andere oud Nederlands.), waarbij mannen de hoofdrol (voornamelijk ridders) hadden en waar trouw, moed en kracht een belangrijk aspect waren (kenmerken voorhoofse verhalen). Het is een grappig en fantasierijk boek.



Doordat de koning uit stelen moet van God, om zijn dood te voorkomen, ontstaat het grappige. De koning, normaal gewend om dieven te straffen, moet nu als dief spelen, terwijl hij niet goed weet hoe een dief te werk gaat en dit wordt Elegast al snel duidelijk. Zo neemt de koning een ploegijzer mee om gaten in de muur te maken en als Elegast dan vraagt of hij niks anders heeft komt Karel met een smoesje. Dit is te lezen op bladzijde 37.



In het boek wordt fantasie gebruikt, zoals praten met dieren door behulp van een kruid (blz. 39 en 41) en toverkunsten om iedereen in slaap te brengen en alle sloten te openen (blz. 41). Dit zijn vaardigheden die de dief Elegast heeft.



Het onderwerp van het boek is het trouw zijn aan je god en/of leenheer. Zo blijft Elegast, ondanks dat hij vogelvrij is verklaard en ontdaan is van zijn land en rijkdom, trouw aan koning Karel. Een voorbeeld uit het boek over de trouw aan de leenheer (koning) (blz. 47): hier vertelt Elegast Adelbrecht (koning Karel) dat de koning vermoordt gaat worden en dat Elegast dit wil voorkomen. Vervolgens zegt Karel dat als de koning sterft hij dood is! Wie zou zich daar druk over maken.



Elegast antwoordt daar woedend op: ‘Bij alles wat God schiep, als u mijn vriend niet was, zou het vanacht niet ongewroken blijven dat u zo schandelijk spreekt over koning Karel, mijn eerbiedwaardige vorst. Bij God, ik zal mijn plan uitvoeren voor ik van het kasteel vertrek. Wat er ook met mij zal gebeuren, ik zal mijn woede koelen op degenen die de dood van de koning hebben gezworen.’



Elegast beschermt de koning ook als koning Karel, zich voordoend als Adelbrecht, voorstelt om bij zich zelf te stelen (blz. 33 en 35) Elegast stelt dan voor om bij Eggeric te stelen. In tegenstelling van Elegast is Eggeric juist ontrouw. Hij heeft een samenzwering op spel gezet om de koning te vermoorden. God helpt Karel door het hele boek: in het hele boek wordt God veel aangeroepen ( behalve dan door Eggeric).



Zo vraagt Karel, na het verlaten van zijn kasteel, bescherming aan God. Hij krijgt dan Elegast als begeleider voor de nacht. Ook vraagt hij aan God tijdens het tweekamp om de, te lang durende, strijd rechtvaardig te beëindigen. Dit doet God.



Het voorkomen van Karels dood hoort daar ook bij. Voorbeeld, trouw aan God: Karel gehoorzaamt God om uit stelen te gaan na drie keer beveelt te worden om uit stelen te gaan (blz. 11, 13 en 15).





Het onderwerp van het boek, met betrekking op God, heeft me niet echt geboeid, omdat ik zelf niet gelovig ben. Hoewel het hier wel erg overduidelijk en overdreven was, vind ik het trouw zijn wel belangrijk. Uit het verhaal op te maken, kun je al zien waarom: als je niet trouw bent aan degene waar je trouw aan behoort te zijn kan het verkeerd met je aflopen (Eggeric wordt vermoord na samenzwering om de koning te doden).



Doordat God er centraal staat, vind ik het boek minder aantrekkelijk. Als ik gelovig zou zijn zou ik dat niet erg vinden. Ik begrijp het op zich wel dat God zo belangrijk is in het verhaal, omdat er in die tijd, in verhouding, veel meer gelovigen (christelijken) waren.



Ik vind het ook geen flauwekul dat er aan God om bescherming wordt gevraagd, dat doe ik zelf ook, alleen niet aan God. Ik hoop gewoon dan dat er niks gebeurd met me. En dan vraag je dus ook om een soort bescherming. Nu en eerst ook niet, dacht ik niet veel na over het trouw zijn. Natuurlijk sta ik er wel bij stil, maar als ik iets ga doen let ik er niet altijd op. Zo vergeet ik altijd als ik zeg dat ik een uurtje weg ga, mijn moeder dat ook denkt. Ik kom dan meestal 1 of 2 uur later thuis….



Over God denk ik wel eens na. Zo denk ik wel is hoe het zou zijn als God bestaat en hoe hij er uit zal zien. Ik vind dat de schrijver het onderwerp niet goed uitgewerkt heeft. Zo wordt er alleen uitgegaan van dood en door slechte mensen en goede mensen. De slechte mensen zijn meteen God en trouwschennend en de goede meteen trouw.



Maar je hebt vast wel slechte mensen die in God geloven en hem niet trouw zijn. Het wordt dus maar belicht van 2 kanten. En er komen hierdoor dus ook maar twee meningen naar voor. Die van de ‘goede’ en die van Eggeric en zijn samenzweerders.



De gebeurtenis aan het begin op blz. 11, 13 en 15 (en 17) vind ik de belangrijkste gebeurtenis. Hier krijgt Karel de Grote te horen van een gezonden engel door God dat hij uit stelen moet gaan. Karel denkt eerst dat het een stel grappenmakers zijn, want hij ziet niemand. Als de engel voor de derde keer zegt dat hij uit stelen moet gaan en hij namens God komt, gelooft de koning het pas. Drie is namelijk een heilig getal. De koning gaat vervolgens uit stelen en verlaat het kasteel met behulp van God Deze gebeurtenis wordt goed beschreven, want je begint echt te geloven dat God een bevel geeft: het heilige getal 3 en het open zijn van alle sloten en het slapen van alle bewakers en andere mensen. Als deze gebeurtenis niet gebeurd was, was het heel anders met Karel afgelopen Maar!!! Als de gebeurtenis op bladzijde 43 en 45 niet had plaats gevonden en de ontmoeting met Elegast, had Karel niet Eggeric op kunnen wachten. Bij deze gebeurtenis krijgt Elegast de samenzwering te horen van Eggeric tijdens het inbreken. De gebeurtenissen zijn niet echt spannend. Het hele verhaal is erg voorspelbaar. Zo kon je al raden dat de zwarte ridder Elegast was (blz 21, 23, 25 en 27), dit komt mede door de titel van het hoofdstuk (de ontmoeting). De gebeurtenis op blzadzijde 21, 23, 25 en 27 is toch de gebeurtenis waar het spanningsniveau hoger lag dan het gemiddelde spanningsniveau. Dat komt doordat je, je toch af gaat vragen of Karel heelhuids van het gevecht afkomt. De gebeurtenis dat Eggeric zijn vrouw slaat heeft de meeste indruk op me gemaakt. Dit komt doordat ik het vreemd vind dat de vrouwen zo laag worden geplaatst in de samenleving. De vrouw wordt later, zomaar, aan Elegast gegeven. Dat vind ik helemaal vreemd. Er wordt zomaar over haar lot bepaald. Hoewel ik lang bezig was in vergelijking met de klas, (we mochten in de klas het boek lezen) vond ik het lezen vlot gaan. Ik heb het in 2 uur gelezen en vervolgens thuis nog een keer in anderhalf uur.



De hoofdpersoon is Karel. Alles draait namelijk om hem: het trouw zijn aan hem, de samenzwering tegen Karel, Karel’s aanroeping tot God en Gods bepalingen over het lot van Karel. Hij wordt als een held gezien en een groot iemand (die volgens Egerric vermoord moet worden) in het verhaal. Ik zelf, vind hem geen held, want zonder zijn bezittingen en macht is het een mannetje van niks. Daarnaast speelt Elegast een heel belangrijke rol. Als Elegast de koning niet beschermd had, was de koning misschien wel door zijn onhandige dievenkunsten opgepakt. Daarnaast krijg je het meeste over Elegast te weten. Ik vind dat je, je niet goed in de personages kunt inleven. Ze zijn niet goed genoeg uitgewerkt en reageren voorspelbaar. Maar je krijgt toch te weinig informatie en het is een te kort verhaal om je goed te kunnen verdiepen in de personages. In Elegast kan ik me het best verdiepen. Je krijgt veel meer geschiedenis over hem te weten en over zijn doen en laten. Ik keur het gedrag in het boek van geen van de personages af, want iedereen heeft andere normen en waarden. Wel vind ik het niet helemaal juist van Eggeric om Karel de Grote te vermoorden, want hij heeft juist van Karel land en een burcht gekregen. Karel is leenheer. Ik neem het Eggeric niet kwalijk dat hij een samenzwerring op touw heeft gezet, het is immers goed afgelopen. De personages reageren voorspelbaar. Zo wist ik al dat Elegast bij het tweekamp God zou aanroepen en Eggeric niet, want Eggeric is door en door slecht en Elegast trouw en riep door het hele boek heen God aan. Ik vind dat jammer, want zo is er een spanningsbron minder in het verhaal. Er gebeurd daardoor ook niks onverwachts.



Het verhaal is niet echt spannend en erg voorspelbaar. Af en toe is het gemiddelde spanningsniveau wat hoger dan anders (Het gevecht tussen Adelbrecht en de zwarte Ridder en het tweekamp tussen Elegast en Eggeric), maar soms ook lager (de opwachting van Eggeric en het kunstje met het kruid van Elegast bij Adelbrecht). Bij de wat spannendere stukken gebeurt meer in een korte tijd. De opbouw van het verhaal is goed. Eerst wordt er een inleiding gegeven (oproep van God), vervolgens krijg je meer achtergrondinformatie over die tijden (en) van de koning en Elegast. Dit wordt afgewisseld en gecombineerd met gevechten en de diefstal bij Eggeric. In het verhaal komen veel flashbacks voor. Zo wordt er over Elegast gepraat hoe hij een dief is geworden. Dit geeft allemaal extra informatie om je beter in het boek te kunnen verplaatsen. De opbouw past dan ook bij het onderwerp, want je krijgt door de flashbacks informatie over vroeger. Er zijn niet veel vragen ontstaan. De enige die ontstaan is, is waarom Karel uit stelen moest gaan van God. Daar krijg je al snel antwoord op.



Het taalgebruik is vrij simpel in het verhaal. Als je kijkt naar de Middelnederlandse tekst ernaast zie je dat het in rijmvorm is geschreven. Soms worden er lange zinnen gebruikt, maar dat valt mee als je kijkt naar de omslachtige, lange zinnen in het Middelnederlands. Er wordt veel in u vorm geschreven als je kijkt naar de dialogen en God wordt met achting aangesproken. Dit past bij die tijd. Het is waarschijnlijk makkelijk te lezen, doordat het een vertaalde versie is van het Middelnederlands en de personages voorspelbaar zijn (oppervlakkig). Veel moeilijke begrippen zijn naar ons taalgebruik omgezet zijn.



Voorlopig eindoordeel

Ik vind het een grappig, fantasierijk boekje met niet veel diepgang. Het is erg voorspelbaar en niet spannend. In het verhaal is God wel erg vaak ter spraken. Wat ik niet begrijp, als niet-middeleeuwer, dat in het boekje de vrouwen zo laag worden beschouwd.



Verdiepingsopracht:

De politieke, sociaal-economische en culturele achtergrond

Er is geen duidelijke relatie met de politieke achtergronden: voor die tijd was het vormen van nationale grote staten dominerend voor de internationale politiek. Hoewel er geen vorming van staten in het verhaal voorkomen, wordt er wel gesproken over de steden van Karel langs de Rijn en zijn gebiedsuitbreiding. Verder heeft Karel de Grote echt bestaan en was hij toendertijd ook koning. Hij leefde rond 800 na Christus

Er is duidelijk een relatie met de sociaal-economische achtergrond: zo komen de verschillende standen naar voren: De adel, de ridders en de geestelijken. Er wordt geschreven dat Elegast alleen van de rijken en monikken (geestelijken) steelt en niet van de arme (boeren en vissers). Het feodalestelsel is goed terug te vinden in het boek. Zo geeft de leenheer (Karel) grond weg aan trouwe onderdanen: koning Karel de Grote heeft vroeger land gegeven aan Elegast en het afgeomen omdat Elegast vroeger ontrouw was geweest. Elegast krijgt zijn land terug door trouw te zijn aan de koning. Eggeric heeft vroeger ook land gekregen en heeft het verloren door een samenzwering op touw te zetten tegen Karel. Dat noem je felonie: in verzet gaan of ontrouw zijn aan je leenheer. Karel en Elegast hechte een waarde aan de eercultuur. Zo ontving Elegast aanzien van Karel (door zijn trouwe gedrag) en stelde Karel hem weer in ere. Eggeric daarentegen verloor zijn eer en aanzien.

Er is duidelijk een relatie met de culturele achtergronden: in dit verhaal is de symboliek goed terug te vinden. Een voorbeeld is het getal 3, een heilig getal. De koning wordt drie keer bevolen om uitstelen te gaan. Daarnaast is de kleur zwart van de zwarte ridder symboliek. Het geeft wilskracht en autoriteit aan. Karel zelf denkt dat het met de duivel te maken heeft. Naast de symbolen is ook de opvattingen van kunst te zien. Zo zijn er veel verhalen zoals deze. Orginaliteit is dus niet belangrijk voor hen, daarnaast kun je zien dat de schrijver zich heeft gehouden aan traditie: de standen en het feodaestelsel. Kenmerkend voor die tijd was dat je van het verhaal leerde en dat het een moraal had. Dat is terug te vinden in dit verhaal: je moet trouw zijn aan degene aan wie je trouw hoort te zijn of belooft hebt, anders kan het verkeerd met je aflopen. Als je kijkt naar de Middelnederlandse versie op bladzijde 9 kun je zien dat de boekdruk kunst nog niet was uitgevonden toen dit verhaal opgeschreven is. Rijm was voor die tijd ook kenmerkend en dat is ook te zien in de Middelnederlandse versie.



Literatuur aan het hof

Je kunt dit verhaal niet echt in verband brengen met de hoofsheid. Het speelt zich namelijk niet af op het hof, waar tafelmanieren en correcte kleding nodig was, maar vooral buiten. Een aspect van hoofsheid die mij wel is opgevallen is het niet zomaar zeggen van je naam. Karel en Elegast wouden beiden een gevecht voordat ze hun namen zouden zeggen.

Het valt meteen op dat dit verhaal bij de Karelpiek hoort en niet bij de Arthurepiek, want het gaat voornamelijk om Karel in dit verhaal. Karels avontuur staat centraal. Het is een chason de geste, omdat het verhaal een gedicht is over heldendaden uit de tijd van Karel de Grote en omdat een van de dominate thema’s: de spanningen binnen het feodale systeem, duidelijk zichtbaar is. Zo is Eggeric van Eggermonde ontrouw aan zijn leenheer Koning Karel en dit zorgt voor spanningen (tweekamp).

Wat ik al gezegd heb bij het moraal (culturele achtergrond) heeft het verhaal een functie: je moet trouw zijn aan degene aan wie je trouw hoort te zijn of belooft hebt, anders kan het verkeerd met je aflopen. In dit geval aan God en aan je leenheer. Verder zouden ridders uit het verhaal op kunnen maken hoe ze zich moeten gedragen, dit geldt trouwens ook van mensen die een stuk grond hebben gekregen van een leenheer.



Geestelijke letterkunde

Er zijn niet echt religieuze aspecten te vinden in het verhaal, naast de aanwezigheid van God. Er komt bijvoorbeeld geen heilige, zoals Maria in het verhaal voor. Wel wordt er gesproken over monikken (geestelijken). God wordt in het hele verhaal veel aangeroepen en ze praten met eerbied tegen Hem.



Er wordt aan hem hulp gevraagd door Karel, en Elegast doet dit ook tijdens het tweekamp, integenstelling tot Eggeric. Het symboliek is ook een religieus aspect (het helige getal



3). Dit zet Karel tot handelen aan.

Belangrijke niet religieuze aspecten zijn bijvoorbeeld de standen (uitgezonderd van de geestelijken) en het feodale systeem. Ook de rang van de vrouw is belangrijk, want als de vrouwen meer inbreng hadden gehad, had het slecht af kunnen lopen met Eggeric toen hij zijn vrouw sloeg.



Ik vind niet dat je het tot een genre van de geestelijke letterkunde kunt rekenen, omdat het er niet aan voldoet. Zo is het geen legende. Het gaat namelijk niet over heiligen en dus is het ook geen Marialegende. Het enige waar het een beetje bij hoort zijn de exempelen, want er wordt duidelijk gemaakt met behulp van (Karel) een concreet gegeven dat je God moet dienen, zodat er niks met je gebeurd. Het is waarschijnlijk wel geen preek van een geestelijke.

De functie is zoals je hierboven al ziet, als geestelijke letterkunde, dat je God trouw moet zijn en hij zal je dan beschermen.



Het gaat vooral om 'goed' tegen 'slecht' en ook om 'trouw' tegen 'ontrouw'. En zoals in de meeste verhalen is ook in dit verhaal, de 'goede', met trouw aan de koning en God, de winnaar van de 'slechte' die ontrouw is.



Literatuur in de stad

Je kunt de tekst in verband brengen met de vroegere standentheorie (van Adalbero van Laon), want je krijgt in het verhaal te maken met ridders, adel (de koning), geestelijken en de arme.



Je kunt het niet in verband brengen met de standentheorie die gericht is op de stad en dus op de burgerij, want de stad komt niet ter sprake in ‘Karel en Elegast’. Je ziet niets van ambachtslieden en –plaatsen.



Het verhaal behoort tot de frankische ridderromans. Het is een voorhoofsverhaal, want er komen aspecten zoals bruut geweld, trouw en krijgshaftigheid in voor. Het is eerder een schelmenverhaal dan een abel spel. Ten eerste omdat het geen toneelstuk is en omdat het een vrij komisch en niet een ernstig verhaal is.



Ten tweede omdat er slimheden en handigheden in voorkomen om je staande te houden in de maatschappij. Twee daarvan zijn de vaardigheden die Elegast als dief heeft (blz. 39, het kruid en andere toverkunsten) en de manier van stelen van Elegast. Hij steelt namelijk alleen van geestelijken en rijken (zij hebben het meeste) en zo kunnen de armen zich ook staande houden (blz 19).



Je kunt dit boek niet in verband brengen met de rederijkers. Er is namelijk niet iets typisch van rederijkers op te merken aan het verhaal, zoals het geliefde refein.



Ten tweede oefenden ze pas vanaf de 15e eeuw veel invloed uit en Karel leefde rond 800 na Christus en het is op geschreven rond 1200 na Christus (de 13e eeuw).



Zoals het voor elk bovenstaand publiek heeft, heeft dit verhaal als functie voor het stedelijke publiek om trouw te zijn aan je leenheer en God, want je ziet hoe het met je kan aflopen als je niet trouw bent (Eggeric).



Evaluatie:

Mijn eerte mening is na het maken van de verdiepingsopdracht niet veel veranderd. Ik vind het nog steeds een grappig en fantasierijk verhaaltje en blijf bij mijn standpunt over God, hoewel ik wel begrijp waarom God zo vaak in de tekst voorkomt. Dit geld ook voor andere zaken, zoals de diepgang, orginaliteit en de standen.



Het is allemaal te verklaren door de opvattingen toen en de kenmerkende eigenschappen van een middeleeuwsverhaal.

Op zich begrijp ik alles van de tekst, na het uitvoeren van de verdiepingsopdracht. Maar het blijft me nog steeds onduidelijk waarom vrouwen zo’n lage rang hebben. Ik denk zelf dat het met het feodale systeem en de standentheoriën te maken heeft en leg me daar bij neer.



Mijn beargumenteerde eindoordeel over het boek: ik vind het een komisch en fantasierijk verhaal. De personen vind ik oppervlakkig en niet alles is even goed uitgewerkt. Ondanks dat het verhaal verzonnen is en ook de personages (bijvoorbeeld Elegast) zit er een kern van waarheid in.



Zo heeft Karel wel bestaan en is hij koning geweest. Verder kwamen er het feodale systeem naar voren (trouw en ontrouw. Eggerics ontrouw) en de standentheorie. Het is een simpel verhaal en er worden geen moeilijke termen gebruikt, toch heeft het taalgebruik een redelijk niveau door het beleefd spreken (u gebruik) en de regels in die tijd.



Het onderwerp is duidelijk te halen uit het verhaal en dat is te danken aan de alleen maar door en door slechte personages, de goede personages en het veelvoudig voorkomen van God. Je krijgt ook een goed beeld over de normen en waarden van de tijd waar het zich afspeelt (,door dit).



Ik ben redelijk te vreden over het uitvoeren van de beschrijving, want ik wist alles in te vullen en had steun aan mijn vorige boekverslag. Het was wel moeilijker dan de vorige keer om mijn persoonlijke reactie te schrijven, omdat ik nog nooit een Middelnederlands verhaal had gelezen en dus geen rekening hield met hun normen en waarden.



Mijn persoonlijke reactie is alweer lang geworden, maar het was de vorige keer goedgekeurd. Ik verbaas me wel over mijn samenvatting, want die vind ik erg lang voor zo’n dun boekje (27 bladzijde met modern Nederlands (standaardtaal) en een grote lettergrootte).



Over het uitvoeren van de verdiepings opdracht ben ik redelijk onzeker, want ik vond het moeilijk om te maken. Ik kon namelijk niet elk gevraagde kenmerk goed uit de tekst halen en sommige punten begreep ik niet helemaal.



Zo begreep ik de vraag of er ook belangrijke niet-religieuze aspecten in de tekst zijn. Ik heb erg veel steun hierbij gehad aan mijn informatie boek van LAAGLAND. Het uitwerken van de verdiepingsopdracht was geen moeilijke taak. Het ging vrij vlot, hoewel ik eerst de theorie over middeleeuwse literatuur, in het LAAGLAND informatieboek, goed moest bestuderen.



Het formuleren ging me goed af.



Ik vond het lezen van het middeleeuwse verhaal niet moeilijk. Het was een vrij dun boekje en het taalgebruik was niet moeilijk. Maar als ik in die tijd geleefd had was het me makkelijker vergaan, want ik heb andere normen en waarden.



Ik vond niets moeilijk, verwarrend of onduidelijk aan het boek. Dit komt doordat het verhaal geen diepgang kent en het erg voorspelbaar was. Ook had ik al wat informatie gekregen over het verhaal, door mijn Nederlands leraar, toen we een keus moesten maken tussen ‘Karel en Elegast’ en ‘Beatrijs’.



Ik denk dat ik voldoende vaardigheden en kennis bezat om dit boekverslag te maken. Alleen de vragen over literatuur in de stad en sommige van literatuur aan het hof vond ik moeilijk om te beantwoorden. Dit komt doordat het zich niet in de stad en aan het hof afspeelt.



De volgende keer vraag ik eerst uitleg over de theorie, want we hebben het alleen over de voorhoofse en hoofse verhalen gehad. Ik ben ook van plan om eerst de vragen door te lezen en dan onduidelijke vragen te vragen aan mijn leraar. Ik weet nog steeds niet wat de leraar vooral belangrijk vindt in een boekverslag en waar we vooral aandacht aan moeten besteden. Dat wil ik voor de volgende keer weten.
Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen