U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag : Gijs Wanders - Vogelvrije Vrienden.
Deze versie komt van http://huiswerk.leerlingen.com/boekverslag/20265/ en is laatst upgedate op Onbekend.
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 2984 woorden.

Gijs Wanders is geboren op 13 april 1950. Samen met zijn vrouw Hilda Messchendorp en zijn twee dochters Vera en Anouk woont Wanders in Hilversum. Na de middelbare school wilde hij niet verder leren, omdat hij daar niet goed in was.



Zijn dochters,

Gijs heeft na negen jaar samen met zijn vrouw besloten zwakbegaafde dochter Vera te laten opnemen in een kindertehuis. Het was een beslissing die hem, net als zijn vrouw Hilda, tot op de dag van vandaag pijn en verdriet kost. Maar voor iedereen, en vooral voor Vera, is het leven nu een stuk beter. Om de mensen te bedanken die daar bij hebben geholpen, heeft hij een boek, dat in september 1995 verscheen, aan hen op gedragen.

Elke ochtend werd hij waker met maar een gedachte: hoe zou Vera vandaag zijn? De stem die dwars door de muren ging, kondigde altijd aan wat voor dag er zal volgen. Daaraan kon hij horen of het een beetje te doen zou zijn of dat het een moeilijke, uitputtende slag zou worden. De laatste jaren was het steeds vaker een boze stem, er was dan weinig meer met haar te beginnen. En hoop op beter was er nauwelijks. Daardoor kwam het dat hij op een dag, toen hij met zijn gezin in de auto zat, dacht: niemand kan ons nog helpen, ik rij tegen de vangrail. Negen jaar was ze toen, Vera . Een meisje met vrolijke ogen, donker haar en een brilletje. Vier dagen na haar geboorte hadden ze haar gehaald in Brazilië. “Ik hield haar in mijn armen en wist meteen: dit is mijn kind”. En misschien, zegt hij, misschien doe je met een geadopteerd kind nog wel beter je best om het te laten slagen dan voor een ‘eigen’ kind. Gijs: “Vera was heel lief, maar naarmate ze ouder werd, werd ze steeds vreemder”. Tegen kinderen met wie ze eerst nog speelde, begon ze zomaar te schelden, te vloeken en te slaan. Om de spanning te doorbreken ging hij met haar naar de autowasserette, omdat die borstels haar bovenmatig boeiden. “Ik heb nog nooit zo vaak mijn auto gewassen”. Of hij ging met haar naar de supermarkt. Maar dan reed ze met het karretje zomaar een stapel blikken omver en reed mensen tegen de hielen. “Die keken dan om, met een blik van wat is dat voor een etertje? Dan kon ik wel door de grond zakken: moet ik hier gaan uitleggen wat er aan de is, moet ik hier vertellen dat Vera er wel gewoon uitziet, maar dat ze niet-gewoon is? ”. Als hij haar vroeg, waarom ze dat deed, zij ze: ”Dat doe ik niet dat doet mijn handje”. Eerst dachten ze nog dat het aan haar ogen lag. Ze had een ernstige afwijking, waaraan ze moest worden geopereerd. “Misschien gaat het daarna beter, zeiden Hilda en ik nog tegen elkaar”. Ook dachten ze misschien een allergie was. “Ik heb op alle mogelijke manieren voor, alles uitgeprobeerd”, zegt Hilda. “Wij zijn met haar naar een pedologisch instituut geweest, waar ze naar twee jaar onderzoek ongeveer kunnen aangeven wat een kind mankeert en welke vorm van speciaal onderwijs geschikt kan zijn. Bij Vera kwamen ze er niet achter”. Tot een kinderpsychiater in het AMC zei: ze heeft het syndroom van Gilles de la Tourette, waardoor ze niet alleen vloekt en schuttingtaal uitslaat, maar ook obsessie en dwangneuroses heeft. “En we waren er toen eindelijk achter dat ze ook nog eens zwakbegaafd is. Dan is er ook Anouk. Met haar benen in haar nek kijkt ze naar Kindernet. “Dit is België, maar ze spreken wel Nederlands hoor, pap”. Ze werd vroeger geboren dan de bedoeling was, omdat ze niet meer gevoed werd door de placenta. Nadat ze was geboren via een keizersnee zei de arts tegen de ouders: bereid je maar voor op het ergste. Anouk is een makkelijk kind. “Ze wil alles voor haar zus doen en dat vind ik ongelooflijk, na wat er allemaal is gebeurd.



.































































Deze tekst is geschreven door Gijs Wanders

,,Ik was te onrustig om door te leren. Ik wilde f wereldreiziger f journalist worden en daar kon ik - voor mijn gevoel - niet snel genoeg mee beginnen.”



En het begon zo:

“Pats-bóem bij de Winschoter Courant; twee dagen na het schrijven van een (zeiden zij) mooi opgesteld ‘KUNNEN-JULLIE-NOG-IEMAND-GEBRUIKEN?’ epistel mocht ik beginnen.

Ik was journalist! Eén ideaal verwezenlijkt!

Na drie jaar van gemeenteraden, branden, rechtzaken en diamanten huwelijken had ik genoeg geld gespaard voor mijn tweede ideaal: een wereldreis, want voor een kwartje kom je de aarde ook niet meer rond. In 1975 trokken mijn vrouw en ik ruim een jaar naar Noord-, Midden- en Zuid-Amerika. Van de oneindige vlaktes van Canada tot het zuidelijkste dorp ter wereld op Vuurland, kriskras alle landen door. En terwijl een vrachtschip ons in 1976 terugbracht van Argentinië, via Brazilië en Afrika, naar Europa, schreef ik over onze ervaringen lange stukken voor de Winschoter Courant en korte verhaaltje voor het maandblad Avenue

Eenmaal weer thuis was het geld op! Het laatste dubbeltje hadden we in de haven van Buenos Aires (Argentinië) gegeven aan iemand die onze bagage aan boord had gesjouwd. Ik kreeg voor die fooi een schop in m’n achterste terug, omdat de zwoegende kruier wel wist, dat je voor een dubbeltje nog niet eens een zak patat kon kopen! Maar we hadden niet meer!

Dus zocht en vond ik, terug in Nederland, een baan op de redactie ‘buitenland’ van een nieuws blad uit het Noorden ditmaal.

Lang zat ik er niet want ik werd geplaagd door een ziekte die me de kriebels gaf: reiskoorts.

Opnieuw trok ik er op uit: naar Afrika, Australië, Zuid-Amerika en Azië, mijn vrouw bleef thuis en dus bestond ons huwelijk uit brieven vol heimwee, vluchtige maar exotische ansichtkaarten en krakende telefoonlijnen.





Hoewel, tussen de reizen door bleef ik telkens een paar weken bij Hilda, mijn vrouw.

En terwijl voortdurend door mijn kop spookte ‘voor mijn 30-ste wil ik de hele wereld gezien hebben’ (vraag me niet waarom), werkte ik als freelancer voor de Gemeenschappelijke Pers Dienst (een combinatie van grote regionale kranten), het weekblad De Tijd en Avenue.

Omdat ik vaak in gebieden zat waar plotseling (niet vanwege mij) de pleuris uitbrak, vroegen ze me in Hilversum om ook voor het allersnelste medium te werken: de radio.

De hele wereld heb ik niet gezien. Af en toe pak ik nog wel eens mijn koffer voor de NOS, waar ik nu een paar jaar in vaste dienst ben, dus wie weet!

En dan schrijven, het schrijven van boeken!

Eerlijk gezegd was dat voor mij zoiets als een droom die wel nooit uit zou komen. Ik zag me eerder een reis naar een andere planeet maken.

En tóch is het er van gekomen, gelukkig maar, want schrijven is nu niet langer een droom. Het lijkt wel een soort levensopdracht geworden, want ik heb nog zóveel te vertellen!”









































De omslag.



Het boek: “Vogelvrije vrienden” kent twee soorten omslagen, namenlijk een moderne en een oude omslag.

Wat is het verschil?



Voorkant Kaf.

Bij de moderne kaft zie je een hoofd van een pop voor prikkeldraad, dat prikkeldraad wordt vast gehouden door een mensen hand. Boven aan staat de naam van de schrijver, en daar word mee gedeeld dat het hier om een Lemniscaat boek gaat. Aan de rechter zijde van het boekstaat de titel, en helemaal onderaan staat dat het een roman boek is.

Bij de oude kaft zie je een jongen schuilen voor glas scherven. De titel staat hier boven aan het boek samen met de naam van de schrijver. Helemaal onder staat dat ook dit boek een Lemniscaat boek is. Wat hier dus niet vermeld word is dat het een roman boek is.



Zijkant kaft.

De zijkant is bij beide soorten kaft gelijk.

Als eerst word de naam van de schrijver vermeld en daarna de titel en helemaal onder staat een tekentje van het Lemniscaat.









Achterkant kaft.

Op de achterkant van de moderne kaft staat helemaal links boven in de hoek een foto van Wanders, en daar onder een heel klein stukje biografie over hem. Naast het stukje biografie staat een korte inhoud van het boek.

Op de achterkant van de oude kaft staan twee korte inhouden van twee boeken die Wanders zelf geschreven heeft, namenlijk: “Vogelvrije vrienden” en “Spoorloos verdwenen”. Verder staat er nog een korte inhoud van een boek geschreven door Evert Hartman.

Naast de korte inhoud van het boek: “Spoorloos verdwenen” staat een plaatje van dat boek



De indeling van de inhoudsopgave is in beide boeken gelijk, het ziet er zo uit.































Algemene informatie over dit boek.

De eerste druk van het boek “Vogelvrije vrienden” vond plaats in het jaar 1987, de tweede druk in 1990, de derde druk in 1991 en de vijfde druk in 1998 kortom het is een boek die veel gelezen word door de Nederlandse jeugd (misschien ook nog wel volwassenen).



Profiel: De boeken van Gijs Wanders hebben een duidelijke boodschap. Hij wil laten zien wat voor vreselijke gevolgen een dictatuur of militair bewind kunnen hebben voor het gewone volk. Hij maakt daarbij gebruik van zijn eigen ervaringen en baseert zich dus op de werkelijkheid. Zijn boeken geven veel informatie over het leven in Afrikaanse, Midden-Amerikaanse en Zuid-Amerikaanse landen. Doordat hij in zijn boeken veel nadruk legt op de boodschap, is er minder ruimte voor zijn hoofdpersonen. Naast de ellende laat Gijs Wanders ook positieve dingen zien zoals solidariteit en vriendschap; zijn boeken lopen goed af.

Boeken:

1987 Vogelvrije vrienden (Lemniscaat / 5e druk 1998)

1989 Spoorloos verdwenen (Lemniscaat / 5e druk 1998)

1992 Stille getuigen (Lemniscaat / 4e druk 1998)

1995 Gedwongen verzet (Lemniscaat / 3e druk 1998)

Bekroningen:

1990 Tip van de Nederlandse Kinderjury 13 t/m 16 jaar voor Spoorloos verdwenen

1993 Tip van de Nederlandse Kinderjury 13 t/m 16 jaar voor Stille getuigen

1996 Tip van de Nederlandse Kinderjury 13 t/m 16 jaar voor Gedwongen verzet



De pers over Vogelvrije vrienden:

`De grote kracht van dit boek is dat Gijs Wanders een verhaal schrijft over dingen die echt gebeurd zijn en nog dagelijks gebeuren. Die actualiteit maakt het zo bijzonder.' (Brabants Dagblad, 20 oktober 1987)



















Soort verhaal:

Vogelvrije vrienden is een roman daar kan ik niks aan veranderen maar ik kan mijn mening wel geven over het feit of het een waar gebeurt verhaal is of niet.

Het kan naar mijn mening zowel een waar gebeurt verhaal zijn als niet waar gebeurt verhaal. Waarom kan het een waar gebeurd verhaal zijn, dit kan omdat er geen onrealistische dingen in gebeuren alles kan echt gebeuren maar het is wel toevallig dat alles bij een persoon gebeurd en als een schrijver in zijn voorwoord altijd de waarheid vertelt, heb ik nog een reden om aan te nemen dat het verhaal echt gebeurt is namelijk:

Ik heb uiteraat ook redenen om aan te nemen dat het verhaal niet echt gebeurd kan zijn.

Zo gebeuren er zoveel dingen in zo'n korte tijd bij een persoon dat het soms niet meer echt lijkt, en om nog een voorbeeld te geven het boek is redelijk kind vriendelijk geschreven wat mij lastig lijkt als je dit grieuwlijke verhaal gehoord hebt van een kind of om mijn part zelf hebt mee gemaakt dat je het dan toch zo relatief vriendelijk kan neerlagen.





Verklaring van Titel,

De titel van dit boek is na mijn mening makkelijk te verklaren. Het zit namelijk zo Carlos gaat op zoek naar zijn ouders zijn vrienden maar die zijn er niet en zodoende komt hij in het klooster terecht waar hij nieuwe vrienden maakt. Nou wordt het iets moeilijker want vogelvrij was niemand maar er werd in de periode dat Carlos op reis was wel gevochten om vrijheid dus dat zal dan de reden zijn dat het boek Vogelvrije Vrienden heet.



Hoofdpersoon.

Het is helemaal niet moeilijk om te bepalen wie nou daadwerkelijk een hoofdpersoon is. De hoofdpersoon in dit boek is Carlos. Waarom Carlos, simpelweg omdat hij de gene is waar het verhaal omdraait.

Carlos is een jonge zonder ouders (zie laatste 2 regels Blz. 7) hij word opgevoed in de stad door zijn tante Brenda (zie regels 6,7 en 8). Carlos is een jongen met veel verstand en hij is ook best intelligent, nieuwsgierig en eigenwijs, zoals je hier onder kunt lezen.

De chauffeur had zijn bus sowieso al flink opgedirkt, want voorin wemelde het van de kruisjes, bidprentjes, beeldjes en andere relikwieën. Ongebruikelijk was het niet. Veel bussen werden met vroomheid behangen, de een meer dan de ander, maar zelden had Carlos zo’n poppenkraam gezien.

Met al die beeldjes en toestanden hoopte de chauffeur Jezus, Maria en andere weldoeners gunstig te stemmen. Ze werden aangeroepen om over de ingeblikte passagiers en, niet te vergeten de chauffeur te waken, om onheil en ramspoed te verkomen. Carlos keek de oude man aan en wees naar voren. De man begreep hem niet.

‘Die beeldjes,’ lachte Carlos.

‘Mmm,’ zei de man, terwijl hij meer aandacht had voor de soldaat die vlak bij hem stond.

‘Ze knipperen allebei,’ zei Carlos. Hij wist niet of de oude man in de gaten had waarom zowel Jezus als Maria flikkerde. ‘Dat komt doordat hij beide richtingaanwijzers heeft aanstaan’ verduidelijkte hij. ‘Mmm,’ herhaalde de oude man.

Hij had zijn paspoort in de hand en zat klaar om het af te geven. ‘Schijnheilig gedoe,’ mompelde hij afwezig.

‘Wat is schijnheilig?’ vroeg Carlos.

‘Hoezo?’ wilde Carlos weten.

‘Je denkt toch zeker niet, dat God of wie dan ook kan voorkomen, dat dit soort kerels brokken maakt? Ze rijden als idioten. Ze hebben totaal geen respect voor hun eigen passagiers, laat staan voor wat ze op de weg tegenkomen. Laat ze liever wat voorzichtiger zijn. Daar hebben we meer dan aan al die poespas!’ Poespas… De oude man durfde de bidprentjes en kruisjes en beeldjes zo maar poespas te noemen.

‘Bijgeloof, allemaal bijgeloof,’ gromde de man.

‘Misschien is de chauffeur wel heel erg gelovig,’ protesteerde Carlos.

De oude man keek hem aan hem aan met een blik van Hoe-Haal-Je-Het-In-Je-Hoofd!





Overige figuren.

Eerlijk gezegd vind ik dat er geen duidelijke omschrijving wordt gegeven van de andere personen die in het verhaal voorkomen.



Hoofdgedachte.

De hoofdgedachte achter dit boek is denk ik dat de lezers van dit boek beseffen dat het niet in alle landen zo goed gaat als hier in Nederland en dat er in bepaalde landen nog veel erger word gediscrimineerd. Ik denk dat de schrijver ook duidelijk wil uitleggen dat iemand die uit een buitenland komt niet per definitie slechter of minder hoeft te zijn.







Tijd en plaats.

Het verhaal van ‘Vogelvrije vrienden’ speelt zich ergens af in Zuid-Amerika. In welk land het precies afspeelt, is volgens Wanders niet van belang. ‘Belangrijker is dat het wordt verteld,’ schrijft hij.



Slot.

Het boek heeft een open einde, omdat je er zo weer een verhaal achteraan kunt breien, want Carlos kan bijvoorbeeld stiekem achter José aan gaan.













Samenvatting van het verhaal.

Hfdst 1

In dit hoofdstuk keert Carlos terug naar zijn geboorte dorp dit gaat niet zonder slag of stoot. In de bus waarmee Carlos terugkeert ontmoet hij een oude man zij wisselen een aantal verhalen met elkaar uit.

Mening: best saai hoofdstuk het enige wat nog een beetje leuk is zijn de uitspraken van de oude man.



Hfdst 2

De vreemdeling,

Ook in dit hoofdstuk ontmoet Carlos iemand in dit geval is het een jonge Amerikaan, die opreis is in dezelfde bus, samen met de Amerikaan gaat Carlos een maffe gebeurtenis tegemoet.

Mening: leuk hoofdstuk eindelijk word de spanning iets opgevoerd en die maffe gebeurtenis is wel even lachen want het was niet te verwachten.



Hfdst 3

Carlos is inmiddels al aangekomen in zijn geboorte dorp hier is het extreem rustig niemand doet de deur open en op het plein staat een man hem te begluren van achter een boom. Carlos besluit aan te kloppen bij het klooster en hier staat hem een lang verhaal te wachten en niet veel later na dat verhaal barst de hel los.

Mening: qua spanning een super hoofdstuk maar de momenten van uitleg zijn lang en eentonig.



Hfdst 4

De vlucht,

Carlos is nog geen dag in het klooster of hij moet samen met de priesters en de nonnen vluchten voor politie en leger. Op hun vlucht word er veel geschoten hierbij wordt de tank van een van de twee jeeps geraakt, nu moeten ze verder in een jeep. Met het leger en politie op de hielen verloopt de ontsnapping aan het verzet moeizaam.

Mening: super spannend, en het komt heel echt over het is net of je zelf op de vlucht bent, fantastische.



Hfdst 5

De vriend,

In dit hoofdstuk ontmoet Carlos een man, José genaamd. José vertelt Carlos hoe zijn ouders daad werkelijk aan hun eind zijn gekomen. Verder worden er in dit hoofdstuk nog een aantal verhalen verteld, die zijn echter minder van belang het gaat erom dat hij weer veilig thuis is, of toch niet ??

Mening: tja leuk hoofdstuk want het boek is uit het was een combinatie van ergernis spanning en lol, niet zo geslaagd, matig hoofdstuk.



























Het is misschien wat hard maar een cijfer voor dit boek pakt niet goed uit, een 5,5 Waarom, het boek heeft meer saaie momenten dan leuke momenten of spannende. Ik zou dit boek in de leeftijdscategorie plaatsen van een 10, 11 misschien 12 jarige.

Ik vind het boek ‘Vogelvrije vrienden’ een boek vooral voor kinderen bestemt, omdat er toch heel veel kinderlijk gedrag in dit boek voorkomt en kinderen herkennen dat vrij snel en vinden dat vaak ook leuk.

Het is na mijn mening ook nog een boek voor kinderen die heel gauw onzeker zijn, of voor kinderen die denken dat ze niet perfect zijn en vervolgens denken dat een ander dat wel is.

Waarom denk ik dit? Ik denk dit om dat schrijver heel veel verschillende soorten karakters en denk patronen in het boek laat voorkomen, en toch heeft iedereen een redelijk goed leven.







Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen