U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag : Of Gaius - Taquitus Ingezonden Door: Hey Categorie: Wer.
Deze versie komt van http://www.scholieren.be/huiswerk/show_stuk.php?id=630 en is laatst upgedate op Onbekend.
De taal ervan is Overig en het aantal woorden bedraagt 1157 woorden.

Publius Cornelius Tacitus




· Tacitus’ leven




Publius (of Gaius) Cornelius Tacitus werd geboren ca. 55 na Chr., waarschijnlijk uit een familie van de ridderstand van Gallia Narbonensis. Over zijn leven is weinig bekend. Als jongeman waren Marcus Aper en Julius Secundus zijn voorbeelden in de welsprekendheid. Hij volgde wellicht de lessen van de redenaar Marcus Fabius Quintilianus. In 77 na Chr. huwde hij de dochter van Gnaeus Julius Agricola. Hij bekleedde allerlei openbare ambten: zo was hij o.a. quaestor (79 ), praetor (88 ), consul suffectus (97) en proconsul van Asia (112-113 ). Hij was tevens een beroemd redenaar. Na het schrikbewind van keizer Domitianus (81-96 ) begon hij met geschiedschrijving. Hij overleed niet vroeger dan 117.


Veel meer is van zijn leven niet bekend.




· Tacitus’ werken




Zijn vroegste werk is de Dialogus de oratoribus (‘Dialoog over de redenaars’) (ca. 80), een aangenaam geschreven werk, in de vorm van een gesprek, over de oorzaken van het verval van de welsprekendheid, een actueel probleem in de keizertijd, en over de vraag of men aan de poëzie de voorkeur dient te geven boven de retoriek.




Eerst na Domitianus’ dood (96) publiceerde Tacitus weer : De vita et moribus Gnaei Iulii Agricolae (‘Het leven en karakter van Gnaeus Julius Agricola’, 98),ook kortweg Agricola genoemd. Het is een van zijn kortere geschriften. Het is een verheerlijkende levensbeschrijving van zijn schoonvader, waarin veel aandacht werd besteed aan de verovering van Brittannië, waarin zijn schoonvader een belangrijk aandeel had. Deze in 40 geboren legeraanvoerder had zijn hele leven in dienst gesteld van Rome. Na de gebruikelijke “cursus honorum” te hebben doorlopen, werd hij in 77 door keizer Vespasianus (69-79) als veldheer naar Brittannië gestuurd. De verovering van het eiland werd voltooid in 84 onder keizer Domitianus (81-96 ). Hij werd door deze laatste - uit afgunst op zijn roem - gevangengenomen en zou door vergiftiging om het leven zijn gekomen (93). Het geschrift wordt door een verheerlijkende tendentie gekenmerkt. Het vormprobleem heeft veel aandacht gekregen: de vele beschrijvende ingelaste stukken die slechts indirect iets met de hoofdpersoon te maken hebben, doen deze levensbeschrijving, als wij er deze naam nog aan geven mogen, sterk afwijken van het traditionele genre.




In 98 verscheen eveneens De origine, situ, moribus ac populis Germanorum (‘De herkomst, ligging, tradities en stammen van de Germanen’), kortweg Germania. Het is de enige etnografische en geografische monografie uit de Latijnse literatuur. Na een meer algemene beschrijving van land en volk gaat Tacitus over op een bespreking van de afzonderlijke stammen ten noorden van Rijn en Donau. Tacitus baseerde zich hiervoor op verhalen van reizigers en op literaire bronnen (vermoedelijk Plinius de Oudere, Titus Livius en enkele Griekse auteurs). Het nadeel was dat dit vaak leidde tot een beschrijving van verouderde situaties. Tacitus had daar echter helemaal geen problemen mee. Hij wilde het Romeinse volk een spiegel voorhouden: de onbedorvenheid en de mannelijke kracht van de Germanen contrasteren met de zedeloosheid en de corruptie die bij de Romeinen heerst.




De datering van de Dialogus de oratoribus (Dialoog over de redenaars) is onzeker (volgens sommigen ca. 80 na Chr., volgens anderen begin 2e eeuw ). Dit werk, dat een neerslag zou zijn van zijn ervaringen als advocaat, handelt in hoofdzaak over de vraag of in die tijd de redekunst al dan niet in verval was. Tacitus meende van wel, omdat door de vervanging van de republiek door het principaat de vrijheid aan banden lag. Hij geeft in dit geschrift dan ook verschillende oorzaken van deze teloorgang.




Na deze korte monografieën wijdde Tacitus zich aan omvangrijker historische werken. In zijn Historiae (‘Historiën’), zoals het titelloze werk gewoonlijk genoemd wordt, behandelde Tacitus de geschiedenis van Galba tot aan de dood van Domitianus, waarschijnlijk in 12 à 14 boeken. Bewaard zijn slechts de eerste vier boeken en het begin van het vijfde (over de jaren 69 en 70; het driekeizerjaar (Galba, Otho, Vitellius), de opstand van de Bataven en het bedwingen van de opstand van de joden). Het is naar eigen zeggen een van de donkerste periodes uit de Romeinse geschiedenis.




Tussen ca. 115 en 117 na Chr. publiceerde Tacitus de Annales ab excessu divi Augusti libri (Jaarboeken vanaf de dood van de goddelijke Augustus) of kortweg Annales, waarin hij de Romeinse geschiedenis beschrijft vanaf de dood van keizer Augustus (14 na Chr.) tot de dood van keizer Nero (68 na Chr.), m.a.w. de periode die aan de Historiae voorafgaat. Van de (waarschijnlijk) 16 of 18 oorspronkelijke boeken bleven enkel de boeken I tot VI (boeken V en VI slechts gedeeltelijk) - over de regering van keizer Tiberius (14-37 na Chr.) - en de boeken XI tot XVI (zowel het eerste als het laatste voor zowat de helft) - over de regeringen van de keizers Claudius en Nero (de periode 47-66 na Chr.) - bewaard. De passages over de regering van keizer Caligula (mogelijk boeken VII en VIII) gingen volledig verloren. In dit werk vinden wij Tacitus op het hoogtepunt van zijn kunnen.




· Kenmerken van zijn literaire producties




Dat Tacitus op stilistisch vlak een van de origineelste auteurs uit de hele Latijnse literatuur is, staat buiten kijf. Hij probeert zoveel mogelijk te zeggen met zo weinig mogelijk woorden. Alles is er bondig, geserreerd en intens, ieder woord is geladen van inhoud. Typisch zijn dan ook zijn sententiae, waarin hij heel beknopt een rijke gedachtegang kan verwoorden. Dikwijls werkt Tacitus met weglating van werkwoorden, met historische infinitieven en met abrupte overgangen. Hij geeft ook de voorkeur aan niet-alledaagse woorden, poëtische termen en archaïsmen. Dat maakt Tacitus tot een vrij moeilijk, maar heel boeiend auteur.




Tacitus hanteert in de Historiae en de Annales de analytische methode van geschiedschrijving, d.w.z. dat hij de gebeurtenissen in hun chronologische volgorde, jaar na jaar, behandelt. Op sommige plaatsen wijkt hij echter van dit basisschema af door zich op een welbepaald personage te concentreren, maar dit is geen storend element: het versterkt zelfs de eenheid van het werk.


Tacitus geeft blijk van een pessimistische levensopvatting, maar hij wanhoopt niet aan de menselijke natuur. Hij heeft een aversie van het principaat, waarvan hij de weldaden voor de provincies erkende, maar waarvan naar hij inzag slaafsheid en vleierij de onmiddellijke uitvloeisels vormden. Tacitus miste in de keizertijd pijnlijk de libertas van de republiek en de oude Romeinse virtus. Zo zijn de beschrijvingen die Tacitus van de Romeinse keizers heeft gegeven niet steeds in overeenstemming met de resultaten van modern historisch onderzoek. Wij krijgen een te eenzijdig beeld van een argwanende Tiberius, een door zijn liberti beheerste Claudius, een ijdele en wrede Nero en een afgunstige en tirannieke Domitianus. Een nadeel is ook dat Tacitus te veelde schijnwerper op Rome richt en te weinig oog voor de provincies heeft.




· Nawerking




Werd het werk van Tacitus in de latere oudheid en in de middeleeuwen weinig gelezen, in de Renaissance werd hij weer een zeer geliefd schrijver (bewonderaars van hem zijn Macchiavelli, Guicciardini, Montaigne). In Nederland nam Hooft Tacitus tot model in zijn Nederlandsche Historiën, en in Frankrijk vonden de bekende dramaturgen bij hem onderwerpen : Corneille (Otho), Racine (Britannicus).

Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen