U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag : Kristien Hemmerechts - Een Zuil Van Zout.
Deze versie komt van http://www.scholieren.com/boekverslagen/1436 en is laatst upgedate op 03/10/1999.
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 1921 woorden.

Het verhaal speelt zich gewoon in tegenwoordige tijd af; er wordt geen datum gegeven. Er is ook niets typerend dat op een bepaalde tijd wijst, het moet alleen wel na de Tweede Wereldoorlog zijn, want er zijn goede treinvoorzieningen, gas-water-electriciteit, etc. Het bestrijkt in ieder geval meer dan 9 maanden. Ik schat een jaar of zoiets. Het speelt zich grotendeels af in Grimbergen, een plaatsje in België. Het is daar erg rustig en dood, en dat is belangrijk voor het verhaal, want Anna wil dat eigenlijk ontlopen, maar door de omgeving verandert ze zelf ook zo. Het wordt gewoon chronologisch verteld met kleine flashbacks. Het boek is in de ik-vorm geschreven, waardoor je haar gedachte leest en alles leest zoals zij het meegemaakt heeft. Hierdoor ben je er nauw bij betrokken. Toch leefde het niet echt bij mij, omdat Kristien Hemmerechts erg koel schrijft, waardoor het gewoon een beetje onwerkelijk voelde. Anna was ook een beetje een passief mensje, van wie ik de gedachte ook niet begreep. Niet omdat het boek zo moeilijk geschreven was, maar omdat ik gewoon niet zo in elkaar zit en ook niet op zo'n manier denk. Ze beschrijft vooral emoties en hoe die veroorzaakt werden, maar ik kon ze niet goed voelen.

Ze legt het karakter ook niet echt uit in het boek. Je moet hem meer zelf ontdekken, want er zijn ook bijna geen gesprekken in het boek, waardoor je dus ook niet geholpen werd. Ze stipt het even aan, en laat het voor de rest aan je fantasie over, net zoals de relatie tussen Suzanne en Anna; is die wel of niet lesbisch?



De titel verwijst naar het bijbelse verhaal "De vrouwe van Lot". In het verhaal veranderd de vrouw in een zoutpilaar als ze omkijkt. De symboliek van de titel slaat vooral op de grootmoeder. De stille grootmoeder, die staat voor het verleden, is letterlijk een zuil en ze is zout qua huid. Anna wil niet omkijken naar het verleden en worden als haar grootmoeder, maar net als bij de vrouwe van Lot is het haar noodlot; ze verandert langzaam ook in een zuil. Of ze wil of niet. De dodelijke afloop van de zwangerschap laat misschien ook wel zien dat de poging om verder te gaan naar de toekomst gedoemd is te mislukken. De zwangerschap is ook pijnlijk en gaat gepaard met lichamelijke kwalen en ongemakken, wat ook een beetje op verstening / verzouting duidt. Het is dus een cirkel van tijd. Het begint met een dood en een verzouting, daarna een poging om eraan te ontsnappen, en het eindigt weer met een dood en begin van een verzouting.



Dit boek is een voorbeeld van feministische literatuur, en een centraal thema daarvan, wat ook hier naar voren komt, is familierelaties. Niet de sociale band wordt benadrukt, want die is er nauwelijks, maar juist de emancipatie, het afzetten tegen de familie. Anna wil weg van het ouderlijk nest, maar door de geboorte van het kind gaat ze juist zitten wachten. Ze beschrijft ook voortdurend trekjes van haar broer, en vooral van haar vader ( verzamelen van artikelen en het dragen van zijn hemden ).



Meestal schrijft ze met de vrouw als centrale rol, een afwezige vader ( is hier dubbelop, want haar vader is dood en de vader van het kind is ook weg ), uiterste gevoelige lichamelijkheid ( de lichamelijke kwaaltjes door de zwangerschap) , grenservaringen van eenzaamheid en isolement ( als ze in Grimbergen is ), kindersterfte en het failliet van het traditionele gezin. Dat is hier, op dit boek ook toepasbaar.



Ik denk niet dat ik nog een boek van Kristien Hemmerechts wil lezen. Ten eerste omdat haar koele stijl me niet aanstaat. Ik beleef het verhaal niet, ik lees het alleen maar; verplicht. Ten tweede is het nou ook niet echt vrolijk onderwerp, maar aan het einde heb ik ook een gevoel van leegte; wat heb ik nou eigenlijk gelezen? Waar ging het nou eigenlijk over? Ze laat ook veel aan je fantasie over. Dat is op zichzelf niet erg, maar dan moet ze je wel motiveren om daar ook werkelijk over na te denken. En dat deed ze bij mij ieder geval niet. Ik kon me ook helemaal niet vergelijken, identificeren met dit persoon, dus was het een vreemde situatie waar ik nooit in terecht zal komen, en ook niet erg interessant vindt om over te lezen, al helemaal niet als het zo magertjes wordt gebracht.



Het hoofdpersoon in dit verhaal is: Anna

Anna

Anna is een meisje van 24 jaar oud. Ze woont in Amsterdam waar ze geschiedenis studeert. Ze woont daar samen met Suzanne op kamers. Eerst dacht ik dat ze een lesbische relatie hadden, maar uiteindelijk bleek toch van niet. Anna heeft altijd anders willen zijn. Ze heeft zich als klein meisje al verzet tegen het gene wat iedereen verwachtte van haar, en deed juist het tegenovergestelde. Ik heb het idee dat ze erg op haarzelf is, omdat ze eigenlijk bijna geen vrienden heeft. Niet dat ze er te verlegen voor is; toen ze klein was, speelde ze altijd op het station en dan deed ze alsof ze buitenlands was en de weg niet kon vinden. En ook praatte ( en vree ) ze zomaar met die Amerikaan. Maar ze denkt overal het hare van. Ze noemen haar dan ook; "Gekke Anna" in de familie, wat zij juist als een compliment lijkt op te vatten. Volgens de familie heeft ze geen manieren, omdat ze bij de begrafenis weg loopt en hele slechte contacten met de familie heeft. Maar ze verzet zich; ze wil niet zijn als iedereen; een zuil. Daarom ging ze naar Amsterdam; daar is het andere leven. In Grimbergen zou ze blijven vast zitten en veranderen in een zuil. Maar dat doet ze langzaam, ondanks dat ze gekke acties heeft om dat tegen te gaan, zoals met die Amerikaan naar bed gaan, slapen in het Vondelpark, naar cafés gaan, etc. Ze wil gewoon niet zo roerloos als haar ouders worden; ze wil niet omzien, maar naar voren kijken. Ze probeert haar leven te ordenen tussen het verleden van haar ouders en grootouders en de toekomst van haar baby. Maar ze kan niet breken met de sleur, en verandert zelf in zout.



Het boek gaat over Anna, die in Amsterdam studeert en met een ander meisje op kamers woont. Als haar vader overlijdt, gaat ze naar België terug voor de begrafenis van haar vader. Het is lang geleden dat ze haar broer en de familie gezien heeft, en ze bewaart dan ook enige afstand tot hen. Ze kan het alleen goed vinden met het zoontje van haar broer Bruno en zijn vrouw Eva. Omdat ze altijd haar eigen weg ging werd ze door de familie 'gekke Anna' genoemd, en ook dit keer loopt ze weer weg; terug naar Amsterdam. Maar ze krijgt te horen dat ze het huis in Grimbergen geërfd heeft. In de trein ontmoet ze een Amerikaan die een tijdje bij haar en haar vriendin blijft wonen. Als hij weg gaat, ontdekt ze dat ze zwanger is van hem, en ondanks dat er geen liefde tussen hen was, wil ze het kind graag houden.



Ze besluit voor een tijdje terug te gaan naar België; naar haar eigen huis en daar te bevallen. Het huis heeft geen electriciteit, water of gas, en het is een grote troep, maar toch trekt ze daar in. Een vriend uit Amsterdam helpt haar nog even, maar al snel keert hij terug naar Nederland. Eva en Bruno zijn op vakantie, en de enige bekende in de buurt is haar grootmoeder. Maar zij verblijft, volkomen verlamd, in een rusthuis. Ze bezoekt haar regelmatig en vaak als ze komt mag ze van de zuster daar het bad gebruiken. Voor de rest is ze helemaal alleen; eenzaam.



Na een paar maanden komt Suzanne naar Grimbergen en ze neemt gelijk de leiding over. Zij heeft het boek over baby's gelezen en geeft allerlei tips aan Anna. Ze kookt, regelt de aansluiting van gas-water-electriciteit, en ze wil het huis helemaal opruimen. De hobby van Anna's vader was namelijk kranteartikelen sparen. En die artikelen liggen overal! Maar Anna wil dat niet, want ze wil een scriptie schrijven over het verzamelen van de artikelen door haar vader. Ze wil kijken of er een systeem in te ontdekken is.



Nog altijd blijft Anna regelmatig naar haar grootmoeder gaan. Ze probeert haar weer een beetje tot leven te wekken en daar zijn brengt haar tot rust. Ze breit zelfs kleertjes voor haar baby in het rusthuis. Suzanne is juist heel onrustig. Ze wil de hele tijd dingen bekijken, en ze besluit daarom ook een film te maken over Anna's verleden; haar jeugd die eindigt bij nu. Maar daarna vertrekt ze weer naar Amsterdam.



Een tijdje na Suzanna's vertrek gaat Anna weer naar het rusthuis om een bad te nemen. Als ze in bad staat, breken haar vliezen en ze baart een baby. Ze is even bewusteloos en als ze weer bij komt is Eva bij haar om voor haar te zorgen. Haar babytje is dood geboren. Maar Anna reageert hier, schijnbaar, koel op. Totdat ze naar boven, naar haar grootmoeder, gaat. Ze streelt haar wangen, proeft dat haar huid zout is, ondanks dat ze niet heeft gehuild; niet huilen kan. Daarna barst ze zelf in snikken uit in grootmoeders schoot.



K. Hemmerechts

Kristien Hemmerechts werd op 27 augustus 1955 geboren, in Brussel, maar ze heeft gestudeerd in Londen. Ze maakte haar debuut in het Engels, maar al snel schreef ze in het Nederlands. Ze schrijft novellen en korte verhalen. Doordat ze een paar jaar in Engeland gewoond heeft en vertrouwd is met de Engelse literatuur, schrijft ze op een koel-Britse manier. Ook gebruikt ze, al is het schraal, andere, vooral Britse, literatuur in haar eigen werk. Haar werk is een middenweg tussen een autobiografisch en een'gewoon' boek.

Genre = caleidoscopische roman met feministische en naturalistische trekken.



Ze schrijft bijna altijd op dezelfde manier: een heldere, koele, magere stijl. Met een minimale manier van vertellen en opbouwen. Een van haar sterkste kant is dan ook haar personages uit te leggen, zonder lange beschrijvingen. En doordat ze steeds dezelfde thema's gebruikt raakt haar werk vertrouwd. Erotiek, noodlot, pessimisme komen vaak voor in haar werk. En ze heeft het vooral over ellende in haar verhalen, hoewel er altijd een soort van knusse, gezellige sfeer hangt.

Vrouwen staan centraal in haar werk, omdat ze vindt dat vrouwen te weinig aandacht krijgen in de schrijfwereld. Mannen blijven vaak op de achtergrond. Zij functioneren alleen maar als het tegenwicht van het doen en laten van vrouwen, wat hen sterke vrouwen maakt. Zij gebruiken die vrouwelijkheid om het evenwicht in relaties te bewaren, maar ze hebben te weinig macht, omdat het hen niet lukt. De personages hebben nauwelijks geschiedenis. Het zijn vooral geloofwaardige, psychologische karakters. Ze kunnen onmogelijk aan hun eigen tragiek ontsnappen. De karakters zijn vaak wispelturig; besluiteloos.



Haar belangrijkste thema's =

* De vrouwelijke werkelijkheid

* Vrouwen die klem zitten in hun liefde. Daaruit komt het gevoel van machteloosheid en rusteloosheid.

Het Andere zit het Ene in de weg. Het houden-van gaat over in afscheid nemen-van.

* Verlies. Dit laat ze door dood en lichamelijke aftakeling zien.

* Het menselijk tekort; de relaties gaan uit elkaar. Ze missen iemand in hun leven



In 1990 won ze de Staatsprijs voor Proza en in 1993 de Frans Kellendonkprijs voor haar gehele oeuvre.
Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen