U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag : Rene Appel - Spanning.
Deze versie komt van http://scholieren.samenvattingen.com/documenten/show/8486002/ en is laatst upgedate op 23/03/2004.
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 2271 woorden.


Uitgeverij: Contact

Jaar van uitgave: 1998 ? ter gelegenheid van de 13e Wetenschaps- en Techniekweek.

Pagina’s : 128

Samenvatting


Jeroen Wielmeijer is in het eerste gedeelte van het boek een student aan een universiteit. Hij doet promotie- onderzoek naar de relatie tussen stress en prestaties van schoolkinderen. Dit doet hij samen met Marjon. Helaas zijn de resultaten van het onderzoek niet wat hij ervan verwacht heeft en daarom vervalst hij de resultaten voor zijn proefschrift. Op deze manier kan hij alsnog promoveren.

Hier weet Marjon verder niets vanaf, ze verliezen elkaar uit het oog, om elkaar’s pad na 18 jaar weer te kruizen. Jeroen is inmiddels hoogleraar, maar met Marjon’s carriere gaat het minder goed.

Ze herinnert zich ineens het onderzoek wat ze samen met Jeroen uitvoerde en ontdekt tijdens het nalezen dat de resultaten absoluut niet kloppen. Marjon is thuis namelijk in het bezit van allerlei kladaantekeningen.

Met haar vers opgedane kennis manipuleert en chanteert ze Jeroen. Hij bezorgt haar een baan op de universiteit, bang die van zichzelf te verliezen.

Uiteindelijk kan hij Marjon’s aanwezigheid niet meer verdragen en alle spanningen die ze hem bezorgd. Hij duwt haar van de trap, dat overleeft ze niet.

Thema


Oude gebeurtenissen kunnen nog steeds het hedendaagse leven in de war brengen.

Commentaar op het thema


Aan de ene kant ben ik het met het thema eens. Als je in het verleden iets dramatisch is overkomen, kan dat jaren later nog steeds invloed hebben op je leven. Stel dat je jaren geleden zaad hebt gedoneerd aan een zaadbank. Dan bestaat de kans dat na vijftien jaar, je dochter voor de deur staat, die op zoek is naar haar biologische vader. Gebeurtenissen kunnen je kijk op het leven veranderen en dat ik van invloed op de rest van je leven. Een leugen die Jeroen in het verleden heeft verteld, bezorgd hem achttien jaar later veel spanning en problemen.

Aan de andere kant ben ik het niet met het thema eens. Zaken uit het verleden verliezen hun impact, naar mate de jaren verstrijken. Tijd heelt immers alle wonden.

Overeenkomsten tussen uitspraken van Rene Appel en het gelezen werk


“Toeval speelt een belangrijke rol.”

In ‘Spanning’ is dat inderdaad het geval. Het is slechts toevallig dat Marjon en Jeroen weer met elkaar in aanraking komen en Marjon besluit de oude onderzoeks resultaten opnieuw door te lezen. Dat ze niet kloppen, heeft grote gevolgen.



“Met doodgewone mensen kunnen heel vreemde, bizarre dingen gebeuren.”

Ook dit komt duidelijk naar voren in het boek ‘Spanning’. Jeroen Wielmeijer is in feite een hele normaal man, met een gewone baan en een normaal leven. Niemand zou verwachten dat hij uiteindelijk iemand vermoord, wat natuurlijk vrij bizar is.



“Het klinkt misschien pretentieus, maar ik ben een thrillerschrijver met een boodschap. En die boodschap is eenvoudig: een thriller kan veel beter zijn dan zomaar een boekje.”

Hoewel Spanning er op het oog uitziet, als ‘zomaar een boekje’, vanwege de kleine omvang, is het tegendeel waar. Het boek is niet zomaar uit de losse pols geschreven. Het verhaal zit goed in elkaar, is verrassend en de ‘scene’ waar alles zich afspeelt (de wetenschaps-wereld) is origineel.

Hoewel ‘Spanning’ “slechts” het boekengeschenk was in de Wetenschaps- en Techniekweek, doet het zeker niet onder aan een volwaardige misdaadthriller.



De citaten zijn afkomstig uit het interview uit het Vlaamse blad Weekend-Knack van 26 januari 2000

Interview René Appel


Een schrijver hoeft niet alles te weten


Een tiental romans heeft de Nederlandse auteur René Appel (54) al geschreven. Ze gaan allemaal over doodgewone mensen en doodgewone omstandigheden, en toch gebeuren de meest bizarre dingen.

Fred Braeckman



Doodgewone mensen? Nu ja, in de misdaadromans van René Appel zit bij de meeste personages een steekje los. En ze zijn misschien een ietsje labiel. Maar bij wie van ons is dat niet het geval? En doodgewone omstandigheden? Tja, wat is er bizar aan het feit dat een vrouw haar man verlaat en de kinderen meeneemt, en dat die man door het lint gaat als ook nog zijn rijschool naar de verdommenis dreigt te gaan? Toch is dat het verhaal van Tegenliggers.

Of neem Tweestrijd. Daarin werkt Manon in de slagerij van haar vader. Op een dag leert ze Roy kennen. Die geeft haar geschenkjes bij de vleet, tot ze ontdekt dat Roy auto's steelt en drugskoerier wordt. Als hij ook nog een moord pleegt, wordt hij mede door de getuigenis van Manon veroordeeld. Maar als hij vrijkomt, wordt ze bang voor zijn wraak.

Geweten ligt net iets anders. Het gaat terug naar de periode vlak na de Tweede Wereldoorlog. Voor een groepje scholieren is de Bevrijding het einde van hun vrijheid. Ze vervelen zich en sluiten een zelfmoordpact. Een jongen en een meisje verliezen daarbij het leven. Veertig jaar later probeert iemand van het groepje uit te zoeken wat er precies is voorgevallen.

In de laatste thriller van René Appel, De Echtbreker, wordt de jonge dorpsdominee smoorverliefd op een knappe vrouw die een bric à brac winkeltje heeft geopend. Het probleem: de dominee is getrouwd en heeft een zoontje. En het dorp kijkt bij wijze van spreken mee in de slaapkamer.

Appel schrijft niet over helden die onmogelijke avonturen beleven in een exotisch land. Hij heeft het over Piet en Rita en Josje en Peter, die leven in een land waar de wolken laag hangen. Hij vindt suspense in het leven van alledag.

René Appel: Mijn vader was huisschilder in Hoogkarspel, een dorpje tussen Hoorn en Enkhuizen. Mijn beide ouders genoten enkel lager onderwijs. Ik ben dus niet met literatuur opgegroeid, maar mijn vader was wel een soort dorpsdichter. Bij huwelijken en andere feesten kwamen mensen hem vragen een gedicht te schrijven. En hij was ook muzikaal: hij zong zijn teksten vaak 'op de wijze van'. Lezen deed hij nooit. Mijn moeder wel; alleen maar lagere school, maar wel Harry Mulisch lezen. Ik ben echt een kind van de naoorlogse generatie: de periode dat kinderen een veel betere opleiding kregen dan hun ouders. Ik was ook een jongetje dat goed kon leren. Ik ging Nederlands studeren aan de universiteit en me daarna bezighouden met taalachterstand van kinderen uit een lager milieu. Later is dat meer toegespitst op de taalachterstand van allochtone kinderen in Nederland. Aan de Universiteit van Amsterdam ben ik nu deeltijds bijzonder hoogleraar Nederlands als tweede taal. Net als in mijn boeken, speelt het toeval een belangrijke rol in mijn leven.

Ook in uw jongste boek, De Echtbreker, is het toeval dat dominee Bart Josje ontmoet en verliefd wordt op haar. Toen ik het boek uit had, wist ik niet of ze al dan niet haar man had vermoord voor ze verhuisde. Ik dacht van niet.

Dat weet ik zelf ook niet. Als schrijver hoef ik niet alles te weten. Ik erger me er vaak aan dat in een thriller alles zo helder is. Dat is in het werkelijke leven toch ook niet het geval? Natuurlijk, een roman moet het werkelijke leven niet kopiëren, maar toch.

Als lezer ging ik wel supporteren: ik denk dat Josje het niet heeft gedaan.

Dat denk ik ook, maar zeker weet ik het niet. Ik wou haar met opzet een wat onduidelijke achtergrond geven. Er kleeft iets mysterieus aan die vrouw en daarom is ze voor de dominee zo aantrekkelijk. Ook in Handicap, mijn eerste misdaadroman, liet ik twijfel bestaan. Heeft die leraar in Tunesië zijn vrouw in het zwembad geduwd? Suggereren werkt beter dan beschrijven. Ook als het geweld betreft. En daarbij, ik doe niet graag uitleggerig.

Ik voelde me schuldig omdat ik niet meer sympathie kon opbrengen voor die trouwe Evelien. Ik heb dat wel vaker, dat ik sommige personages in uw boeken een bepaalde richting wil duwen.

Er is me wel eens verweten dat er te weinig sympathieke figuren zijn in mijn thrillers, te weinig personages met wie je je kunt identificeren. Evelien is misschien lichtjes hysterisch, maar ze komt op voor zichzelf. Bart, de dominee, heeft ook twee kanten. Hij heeft een groot verantwoordelijkheidsgevoel jegens zijn vrouw en zijn zoontje. Maar hij doet stomme dingen, zoals mensen nou eenmaal stomme dingen doen. Wat ik tracht te vermijden zijn clichés, bijvoorbeeld dat kwaad altijd bestraft moet worden in een thriller. Ik zou ook kunnen schrijven over drugs-, wapen- of vrouwenhandel: dáár zitten de echte schurken. Maar als ik daarover zou schrijven, dan zou ik het doen vanuit het perspectief van bijvoorbeeld de echtgenote van zo'n schurk, wat zij meemaakt als ze in de problemen komt. Ik schrijf zoveel mogelijk vanuit het perspectief van de mensen, vaak vanuit het perspectief van vrouwen. Over het algemeen hou ik van nuanceringen en suggesties.

U heeft het vaak over heel gewone dingen, het dagelijks leven in een wasserette bijvoorbeeld.

Met doodgewone mensen kunnen heel vreemde, bizarre dingen gebeuren. Liefst houd ik het bij situaties die mensen kennen, maar niet góed kennen. Voor Vlekkeloos ben ik gaan praten met de mensen van de wasserette om de hoek. Ze zeiden me dat ze wel een boek kunnen schrijven over wat ze allemaal meemaken. Tot je vraagt naar een anekdote. Dan zwijgen ze, want er schiet hen zo meteen niets te binnen. Maar toch kun je er iets mee doen. Met details zoals: vaak brengt men er de was in een plastic vuilniszak. Met een beetje fantasie voel je het al aankomen: een zak met vuilnis belandt in de wasserette en een zak met wasgoed op de stoeprand. En natuurlijk zijn ze dan net het vuilnis komen ophalen. Soms denk je dat je iets verzint, en is het in de werkelijkheid al echt gebeurd. In De derde persoon komt een man met een criminele achtergrond een apotheek binnen en vraagt om een bepaald geneesmiddel. De apotheker antwoordt dat hij het alleen op doktersvoorschrift mag verstrekken. De man haalt een briefje van honderd gulden tevoorschijn en zegt dat dit het voorschrift is. Als de apotheker blijft weigeren, haalt de man een tweede briefje boven. Ik dacht dit verzonnen te hebben, maar een apotheker vertelde me dat dit vaker voorkwam.

Vaak vind ik inspiratie in de krant of op de televisie, maar zeker niet altijd. Voor De echtbreker vertrok ik van de wat perfide gedachte dat een vrouw ontdekt dat haar man een minnares heeft. Hij zegt dat hij nog van haar, zijn vrouw, houdt. En zij zegt iets in de trant van: 'Als dat zo is, kan je dat bewijzen door je minnares te vermoorden.' Als de minnares daarna een tijdje niet meer opdaagt in het dorp denkt de vrouw dat haar man haar inderdaad heeft vermoord. Dat was het uitgangspunt voor het verhaal en ik vroeg me af: wie neem ik als mannelijke figuur? Iemand die chantabel is. Een gezagsdrager. Een politicus? Nee, ik koos voor een kerkelijke gezagsdrager, een dominee.

Voor u zelf thriller schreef, recenseerde u ze jarenlang in NRC-Handelsblad. Hoe is dat gegaan?

Toevallig, alweer. Ik had gestudeerd in de jaren '70 en toen was het Zweedse schrijversduo Sjöwall en Wahlöö geweldig populair. Ik had nog niet veel thrillers gelezen behalve dan eens een Havank, een Agatha Christie of een Simenon. Die twee Zweden vond ik heel goed, zeer politiek correct, lang voor die uitdrukking bestond. Ik had in het beruchte studentenweekblad Propria Cures wat scherpe stukken geschreven en toen Sjöwalll en Wahlöö De Terroristen publiceerden, was ik zo teleurgesteld dat ik een verhaal naar de krant stuurde. Zo werd ik misdaadrecensent. Achteraf bekeken was ik misschien niet mild genoeg met mijn kritiek, maar ik heb Nederland toch Ruth Rendell leren kennen, toen ze nog in de bescheiden Prisma pockets van Het Spectrum verscheen. En ook Patricia Highsmith heb ik aangeraden. Thrillers recenseren vind ik overigens niet makkelijk. Je mag maar weinig over de plot vertellen en vaak is dat het enige dat er te vertellen valt.

En na tien jaar recenseren begon u zelf literaire thrillers te schrijven, zoals dat genre nu heet.

Ik dacht dat ik het ook zou kunnen. En dan het liefst het soort misdaadromans dat ik zelf graag las, psychologische thrillers. Mijn grote voorbeeld was Ruth Rendell. Mijn eerste roman verscheen in 1987 en ik hield toen ook op met recenseren. Die combinatie van rechter en partij ligt moeilijk, misschien kan je dan hooguit nog buitenlandse boeken bespreken. Het klinkt misschien pretentieus, maar ik ben een thrillerschrijver met een boodschap. En die boodschap is eenvoudig: een thriller kan veel beter zijn dan zomaar een boekje. Of men in mijn geval spreekt van misdaadroman of thriller, dat kan me niet schelen. Zolang men het maar geen detectiveroman noemt, want dan wordt het al gauw zoiets als een detectiefje.

Wat opvalt: misdaadauteurs voelen zich geroepen om elk jaar een boek te publiceren.

Maar wat mij betreft, komt er dit jaar geen. Mijn leven is roerig genoeg. Ik schrijf, ik heb een zoon van twaalf, ik ben trainer van zijn voetbalteam en ook nog parttime hoogleraar. Dat laatste maakt dat ik het financieel vrij comfortabel heb en ook nog wat tijd heb. En dan is er de plezierige gave dat ik nogal snel kan schrijven. Maar een nieuwe misdaadroman komt er niet dit jaar. Misschien wel een tweede kinderboek. Vorig jaar heb ik voor Sander, mijn zoon, een boek geschreven, Complot heet het. Een heel spannend ding, waarin ik alle trucjes gebruik die ook misdaadverhalen voor volwassenen spannend maken. Het is zo goed bevallen dat ik er een tweede en een derde wil schrijven. Met kinderboeken is het zoals met thrillers: je bent geen echte schrijver als je er geen drie hebt geschreven. Maar het kan té hectisch worden. Een paar jaar geleden heb ik een flinke klap gekregen. Nu zeggen de artsen dat ik hersteld ben, maar het woord genezen gebruiken ze nooit in dit geval: ik heb kanker gehad, de ziekte van Hodgkin. Ik ben er een jaar uit geweest, heb een half jaar helemaal niet kunnen werken. Maar mijn literaire productie heeft er nauwelijks onder geleden. Toch schrijf ik liever een jaartje géén boek dan een slecht.




Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen