U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag : Herman Heijermans - Op Hoop Van Zegen.
Deze versie komt van http://www.scholieren.com/boekverslagen/1428 en is laatst upgedate op 27/04/1999.
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 2348 woorden.

Auteur

Herman Heijermans



Titel

Op Hoop van Zegen; spel van de zee in vier bedrijven



1e dr.

Amsterdam: Van Looy, 1901



78 bladzijden, vier genummerde bedrijven



Herman Heijermans (1864-1924)

Herman Heijermans, geboren in Amsterdam begon zijn litteraire loopbaan als toneelcriticus van De Telegraaf, later deed hij dit werk voor het Algemeen Dagblad. Hij schreef veel humoristisch-realistische schetsen, de zogenaamde Falklandjes. Hij werd ook bekend met sociale en realistische toneelstukken en romans. Hij schreef vaak sociaal realistische stukken, waarin hij pleit voor de sociaal zwakkeren. Hij typeert ze vaak op een humoristische, maar soms ook tragische wijze. In 1900 schreef hij het beroemde toneelstuk Op Hoop van zegen, waarover dit verslag gaat en later nog meer bekende stukken zoals Ora et Labora, Schakels, Allerzielen, De opgaande zon, Glück auf, Eva Bonheur en De wijze kater. Ook schreef hij enkele naturalistische romans, zoals Trinette en Diamantstad. Heijermans was een socialist, hij was lid van de SDAP en richtte het sociale tijdschrift De jonge Gids op. Hij stelde zijn werken in dienst van het socialisme. Als je naar zijn werk kijkt zie je dan ook dat er vaak veel socialistische elementen te vinden zijn. In dit stuk protesteert hij duidelijk tegen de macht van de 'kapitalist', de reder die de vissers in zijn macht heeft. Hij laat duidelijk merken dat hij het er niet mee eens is dat het er zo aan toe gaat. Dit is natuurlijk niet iets wat alleen een socialist kan vinden, maar het is wel een socialistische gedachte, iedereen moet evenveel rechten en macht hebben.



Genre

Dit stuk valt onder het genre dramatiek, het is immers een toneelstuk. Het is een sociaal realistisch tendensstuk. Het is een tendensstuk omdat de slechte toestand van de vissers duidelijk te zien is. Ik noem het stuk sociaal, omdat in dit stuk de misstanden in de Nederlandse visserij aan de kaak gesteld worden. Heijermans laat goed zien hoe moeilijk en hard het leven van de vissers en hun families is. Realistisch is het uiteraard omdat het zo zou kunnen gebeuren. Ook omdat de situatie niet fictioneel is, maar gebaseerd is op het vissersleven van die tijd.



Titel

"Op Hoop van Zegen" is de naam van het schip dat uitvaart en vergaat. De naam verwijst naar het risico dat de matrozen lopen, elke keer dat ze uitvaren. De titel is ook sarcastisch te interpreteren. Er is namelijk slechts zegen voor de reder. Die heeft het schip namelijk laten verzekeren en ontvangt een som van 1400 gulden, wanneer het schip vergaat. Voor de families is er eigenlijk helemaal geen hoop en/of zegen. De ondertitel, "een spel van de zee in vier bedrijven", lijkt (onbedoeld?) te slaan op het leven van de vissers dat volledig wordt bepaald door de zee. Hun leven is een deel van 'het spel van de zee'. Deze ondertitel kan echter ook gewoon een beschrijving zijn van het stuk.



Gebeurtenissen

Het eerste bedrijf speelt zich af in het huisje van Kniertje. Reder Bos wil dat Barend zich aanmonstert op de "Op Hoop van Zegen", maar Barend is bang. Clémentine weet dat de "Hoop" rot is. Geert keert terug uit de gevangenis. Het schip 'Anna' komt terug met een dode, de man van Truus.

Het tweede bedrijf speelt zich ook af in Kniertjes huis. Het is Kniertjes verjaardag. De dag dat de "Hoop" vertrekt. Geert ruziet met Bos. Hierdoor mag Kniertje niet meer bij Bos komen schoonmaken. Barend heeft gehoord dat het schip rot is en gaat bang terug naar Kniertje om dit te vertellen. Zij wil dat hij toch gaat en later komen twee veldwachters hem halen, om hem naar het schip te brengen.

Het derde bedrijf speelt zich óók af in Kniertjes huis. Er woedt een storm en dit is gedurende het hele bedrijf te horen. Clementine komt Kniertje stiekem eten brengen. Het stormt zwaar en de vrouwen vertellen elkaar over hun treurige herinneringen. Jo kan daar niet tegen. Als ze alleen zijn vertelt ze Kniertje dat ze in verwachting is van Geert. Jo zweert dat ze nooit meer zal bidden als "de Hoop" niet terugkomt.

Het vierde bedrijf speelt zich af in het kantoor van reder Bos. Mathilde Bos zamelt geld in voor een torenklok. De mensen beginnen naar het kantoor te komen om te vragen of er al iets van de schepen is gehoord. Uiteindelijk blijkt "De Hoop" te zijn vergaan. Kniertje valt flauw zo gauw wanneer ze hoort dat zo ook haar laatste twee zoons kwijt is. Als troost krijgt zij wat eten mee en mag ze weer schoonmaken bij reder Bos. Ze sloft bedroeft weg.



Thema

"De vis wordt duur betaald", het stuk gaat over de sociaal-economische misstanden in de Nederlandse zeevisserij.



Motieven

Er spelen verschillende motieven in dit stuk mee, die steeds terugkomen. Het gevangenismotief. Geert komt uit de gevangenis en Daantje vindt het Diakenhuis een gevangenis. Ook is het duidelijk dat Kniertje een 'gevangene' is van reder Bos. Ze kan geen kant uit en is volledig afhankelijk van hem. Dit geldt ook voor de vissers en andere vrouwen. Het doodsmotief. De dood is een belangrijk motief in dit stuk. Eigenlijk gáát dit stuk over de dood. Je hoort hoe de man en zoons van Kniertje gestorven zijn, je hoort hoe 'de Anna' binnenkomt met een dode aan boord. Kniertje: "Door een duimsplankie zijn we van de eeuwigheid gescheijen". De zee is ook een motief, maar tegelijkertijd een symbool. Het is een motief, omdat door het hele stuk duidelijk is dat de zee datgene is waar men in het dorp van leeft en afhankelijk van is. De zee houdt hun leven onder controle. De zee is tegelijkertijd het symbool voor het noodlot. Vele mannen vinden de dood in de zee. Het rotte schip is ook een motief, door het stuk heen hoor je stukje bij beetje wat er mis is met het schip. Het schip staat een beetje symbool voor alle schepen in de vissersvloot, omdat het allemaal eigenlijk 'drijvende doodskisten' zijn. De tegenstelling tussen arm en rijk is ook een belangrijk motief(socialisme?). Het hele stuk lang wordt je geconfronteerd met het verschil tussen reder Bos en de armere vissers. Ook komt de machteloosheid, ook een motief, van de vissers goed naar voren. Reder Bos heeft ze in zijn macht en ze kunnen daar weinig aan doen.



Personages

In dit stuk is Kniertje de 1e speler, de hoofdpersoon, het hele stuk draait om haar. Haar zoons, Geert en Barend, en ook de reder, Bos, zijn 2e spelers. De overige personages in dit toneelstuk zijn 3e spelers. Hier volgt een beschrijving van de belangrijkste personages in dit stuk.

Kniertje is een gelovige vissersweduwe die al een man en twee zoons heeft verloren. Ze is 61 jaar oud en heeft een broer, Cobus. Ze is erg bang voor de schande die over haar zal komen als bekend wordt dat Barend naar het schip gesleept moest worden door twee veldwachters. Dit gaat zelfs zo ver dat ze haar zoons niet meer durft uit te zwaaien. Ook berust ze erg snel in haar lot. Ze lijkt het niet echt erg te vinden dat ze volledig afhankelijk is van de reder. Ze probeert niet los te komen van reder Bos, omdat ze het niet kan. Of ze het wél zou doen als ze het zou kunnen, is mij niet helemaal duidelijk.

Ze had vier zoons, waarvan er in stuk nog slechts twee leven. De oudste is Geert. Hij is zesentwintig jaar en verloofd met Jo, die bij Kniertje inwoont. Geert is erg opstandig en leest verboden socialistische blaadjes. Hij is erg opvliegend en als één van zijn meerderen in de marine zijn verloofde beledigt, slaat hij de man. Zo belandt hij in de gevangenis wegens insubordinatie. Als hij terugkomt uit de gevangenis (hij komt dan pas voor het eerst op het toneel), is hij erg verbitterd door zijn zes maanden in de cel. Ook is hij boos over de behandeling die hij heeft gekregen tijdens zijn proces. Hij monstert aan bij 'de Hoop' en beweert dat hij na een paar dagen op zee weer helemaal de oude zal zijn. Hij vindt op het schip de dood.

Barend, de andere zoon van Kniertje, is een bange onderdanige jongen van negentien jaar. Hij is als de dood voor de visserij en zoekt liever een andere baan. Hij wordt er echter door zijn omgeving voortdurend aan herinnerd dat hij niets anders kan. Hij is immers analfabeet. Uiteindelijk krijgt men hem met veel moeite en geweld op 'de Hoop', waar hij dan ook zijn einde vindt.

Jo, de verloofde van Geert, is een brutaal meisje dat geen blad voor de mond neemt. Zij woont in bij Kniertje en is niet te spreken over Barend. Ze vindt hem maar lui en pest hem veel.

Cobus is de broer van Kniertje, een wat oudere man(hij valt in slaap tijdens het poseren), die in het diakenhuis, armenhuis, woont. Hij heeft zijn hele leven in de visserij gewerkt en een aantal malen schipbreuk geleden. Hij vindt dat het leven niet goed is en is niet echt dankbaar voor de diensten die hem verleend worden door het armenhuis.

Reder Clemens Bos is eigenaar van acht loggers. Hij heeft zich met moeite omhooggewerkt en wil dat hij heeft verworven onder geen enkele voorwaarde opgeven. Hij is een tiran die zijn macht gebruikt. Zo dwingt hij Barend om aan te monsteren bij 'de Hoop' waar mogelijk(Barend dwingen te gaan varen). Hij is getrouwd met Mathilde en heeft één dochter, Clementine. Bos is van mening dat hij erg rechtvaardig is en dat de vissers niets te klagen hebben. Hij vindt de verantwoordelijk die hij draagt voor zijn schepen bijzonder zwaar. Bovendien is hij van mening dat men veel respect moet hebben voor het 'zware' werk. Ook denkt hij dat hij de vissers veel moeite bespaart met de administratie(zie: 11e toneel 2e bedrijf).

Andere personages zijn de vissersvrouwen Saart en Truus, Kaps de boekhouder, Jelle de Bedelaar, twee veldwachters, Daantje, een vriend van Cobus (diakenhuismannetje); Simon (knecht) en zijn dochter Marietje en haar aanstaande Mees.



Spanning

De spanning in dit stuk wordt langzaam opgebouwd, doordat er steeds een beetje doorschemert over de toestand van 'de Hoop'. De spanning wordt nog versterkt door toevallige samenlopen. Als Barend bijvoorbeeld aan Clémentine zijn angst bekent, komt vaart juist 'de 'Anna' de haven binnen "met een dooie aan boord". En als Marietje vertelt over een droom over Mees en het daarbij heeft over drie keer kloppen, en Jo zegt: "Je bent toch een schaap, jij, om 't ouwe mens de stuipen op d'r lijf te jage met je geklop." Direct daarna wordt er op de deur geklopt en schrikken ze allen. Ook de storm in het derde bedrijf draagt bij aan de spanning. Het onheilspellende geluid van de wind herinnert je er voortdurend aan dat het schip misschien wel is vergaan.



Tijd

Het verhaal begint op een middag in oktober en eindigt ergens in januari, rond 1900. De verteltijd van dit stuk, de duur van het toneelstuk dus, is ongeveer twee uur(schat ik) en de vertelde tijd is drie maanden. Dit laatste kun je opmaken uit de woorden van Clementine over Cobus. Ze zegt terwijl ze de schets van Cobus, die ze aan het begin van het stuk aan het maken was, laat zien: "Kijk. Zó was-ie drie maande geleje(-kras-)vrolijk."**) Het tijdsverloop is fragmentarisch, er zitten gaten in de tijd. Ook zijn er retrospectieve aspecten, terugwijzingen. De verhalen van Truus en Kniertje over (de dood van) hun mannen en kinderen (3e bedrijf)(Ook: zie vorige alinea) zijn vrij belangrijk in het stuk. Ze onderstrepen de miserabele positie van Kniertje en de andere vissersvrouwen. Ook zijn er prospectieve aspecten, vooruitwijzingen naar wat er komen gaat. De voorspelling dat het rotte schip zal vergaan is.

Ook is er gedurende het derde en vierde bedrijf een simultaan aspect. Terwijl iedereen thuis zit te praten en doen, is 'de Hoop' op zee en vergaat in de storm. Dit is niet een letterlijk simultaan aspect, omdat de gebeurtenissen op het schip niet op het toneel verschijnen, maar het vergaan van 'de Hoop' is wel opgenomen in het stuk. Met opgenomen bedoel ik dat het vergaan invloed heeft op het stuk. In dit stuk, om de aspecten af te maken, is ook een wereldbeeld aspect te vinden. Heijermans laat duidelijk merken dat hij vindt dat de gang van zaken in het vissersleven niet deugt. Hij laat duidelijk zien hoe oneerlijk de welvaart is verdeeld en hoe hard het leven daar is.



Ruimte

De gebeurtenissen hebben plaats in een vissersdorp aan de Nederlandse Noordzeekust, misschien in Scheveningen(dat stond in de beschrijving van de bibliotheek*). Het verhaal speelt zich tijdens de eerste drie bedrijven af in de woonkamer van Kniertjes huis. Deze woonkamer is armoedig. Er bevindt zich een schouw een ladekast, een duif in een kooi, een glazenkast en twee bedsteden. Achter in de kamer is een deur naar het kookhok. In het derde bedrijf is het geloei van de storm te horen. Het vierde bedrijf speelt zich af in het kantoor van reder Bos, een ouderwets kantoor met uitzicht op zee. Het 4e bedrijf speelt zich af op een heldere, rustige winterdag.



Oordeel

Ik vond dit een goed stuk, omdat het vrij gemakkelijk is om je in de hoofdpersoon te verplaatsen. Dit komt doordat Kniertje een gewoon mens is, met een erg simpel karakter. Ze laat zich gewoon meesleuren door de stroom van het leven en is compleet machteloos. Daardoor is het stuk extra aangrijpend. Ook het feit dat je gewoon aan kunt zien komen dat 'de Hoop' zal vergaan, geeft het stuk een extra dramatisch effect. Vooral het einde vond ik erg goed gevonden. Kniertje die verslagen wegsloft met wat eten en de toezegging dat ze weer mag komen schoonmaken bij de reder.



*) Op het kaartje van de bibliotheek staat: "Toneelstuk over de misstanden in het Scheveningse vissersleven rond 1900." Aangezien dit slechts een kaartje bij het boek is, weet ik niet zeker of dit klopt.

**) Ik weet niet of dit --kras-- bedoeld is als regieaanwijzing of als gesproken tekst.



Bronvermelding

Win Geene, Zes Keer Dwars Kijken, Leiderdorp, Uitgeverij De Kangoeroe, 1990

Herman Heijermans, Op Hoop van Zegen, 30ste druk, Amsterdam, Querido,1990
Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen