U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag : A.f.th. Van Der Heijden - Weerborstels.
Deze versie komt van http://www.scholieren.com/boekverslagen/1426 en is laatst upgedate op 25/11/2000.
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 3140 woorden.

A. Uiterlijke kenmerken



1. Titelbeschrijving:



Titel van het boek: Weerborstels

Auteur : A.F.T.H. van der Heijden

Plaats van uitgave: Em. Querido’s Uitgeverij B.V. Amsterdam

Jaar van uitgave : Uitgegeven in 1992



3. Jaartal eerste druk:



Het boek is voor het eerst uitgegeven in het najaar van 1991



4. Omslag:



Op de voorkant van het boek staat een foto afgebeeld van een autowieldop.

Het ziet er wel vlug uit, dit wordt versterkt door de zwart/wit geruite vlag op de achtergrond. Ik denk namelijk dat dit een finishvlag voorstelt zoals die gebruikt worden in echte wedstrijden. Op de achterkant van het boek staat aan de zijkant ook nog een stukje van deze vlag. Je kan hier dus allemaal uit aflijden dat het boek waarschijnlijk iets met snelheid, auto’s en races te maken heeft.



5. Paginering:



Het verhaal bestaat uit 84 bladzijden.



6. Mottotekst:



Er wordt geen motto in het boek vermeld.



7. Opdracht:



Het werk is aan een persoon genaamd “Tonio” opgedragen.

Waarom zijn werk is opgedragen aan hem is niet duidelijk.

Wel weten we dat Tonio zijn zoon is. Dus misschien gewoon uit vader-zoon liefde.



8. Typografie:



Er zijn weinig typografische bijzonderheden gebruikt in het verhaal. Elke

keer bij een nieuw hoofdstuk maakt de schrijver echter wel gebruik van

cursiveringen. Zelden bij gewoon een los woord. De cursiveringen gebruikt de

schrijver waarschijnlijk om bepaalde woorden extra te benadrukken en te laten

merken dat dit dus een belangrijk punt is.







B. Inhoudelijke kenmerken





1) Begin van het verhaal:



a) 1) Het verhaal begint als een medias res . Want het verhaal begint midden in een

gebeurtenis. In de eerste paar hoofdstukken loopt het verhaal niet chronologies,

Er komen een aantal backflashes in voor. Later loopt het wel in een doorlopend

chronologies verhaal.



2)Als je kijkt naar het begin van het verhaal als je let op de tijd van de

opeenvolgende gebeurtenissen, dan is het begin van het verhaal het moment dat

Robert 6 jaar oud is en door een zus met een haaknaald in het linkeroog is

gestoken en zo de bijnaam “schauw bist” (schuw dier) krijgt.



b) 1) Het verhaal begint wanneer Albert (toen 11 jaar) wat zit te dagdromen.

De eerste zin luid:” Ik ben nooit een schoenfetisjist geweest, god nee, verre van

dat; ik heb niks met schoenen, althans niet meer dan de meeste mensen sinds onze

voorouders hebben besloten dat dat rechtop lopen van ze niet zo maar een gril

was.” Dit begin is gewoon maar een begin, het heeft niet echt een duidelijke

sturende functie dat slaat op de rest van het verhaal.



2) Deze zin luid:”Sinds Robert op zijn zesde door een zus met een haaknaald in

het linkeroog was gestoken, had hij de naam “schauw bist” te zijn, een

schuwdier. Dit heeft wel degelijk een sturende functie. In het hele verhaal

schaamd hij zich voor zijn linkeroog (hij heeft namelijk nu zo’n vreemd wit

puntje erin) en zou het liefst permanent onzichtbaar willen zijn. Hij zocht dit in

snelheid.





2) Slot van het verhaal:



a) Het einde van het verhaal kan je zowel een geslote einde als een open einde

noemen. Aan de ene kant is de hoofdpersoon van het boek overleden dus daar valt

niks meer over te vertellen, einde van het verhaal. > Een gesloten einde.

Aan de andere kant kan je het een open einde noemen want de vader van de

hoofdpersoon gelooft niet dat hij werkelijk dood is. Wat dus interessant is en

waar je nieuwsgierig naar bent is wat nou de reactie van de vader is. Wat gaat hij

nou verder doen? Je zou dus verder kunnen gaan. Maar er wordt niet meer

geschreven over die reactie, want het is het einde van het verhaal. > Een open

einde.













b) De laatste zin van het verhaal luid: ”Hij is niet dood.”

De vader kan dus niet kan geloven en accepteren dat zijn zoon is overleden.

Je zou dus een functie hieraan kunnen geven dat nu juist net in deze laatste zin de

vader de hoofdpersoon wordt en dus het verhaal kan doorgaan met deze

hoofdpersoon. > Je zou de laatste zin dus een soort “doorlopende functie” kunnen

noemen.











3) Thema:



a) Het thema is “de obsessie van snelheid”.

Het verhaal gaat vooral om de vader-zoon relatie tussen Robert en Robby. Ze

zijn beide bezeten van snelheid alleen voor verschillende redenen en uiten dit op

hun eigen manier. Hier ga ik dij b) nog verder op in.



b) Ik heb dit thema gekozen omdat deze factor de vader en de zoon heeft en een grote rol in hun leven speelt. De vader schaamt zich voor het witte vlekje op zijn oog en (in mindere mate) voor (zo noemde de familie het)een “seksschandaal” (er staat een hint in het boek:”iets was van jongens onder elkaar – vervelendigheid”)die hij vroeger had gedaan en gebruikt de snelheid om zo onzichtbaar mogelijk te zijn. Als iemand vlug is dan zie je namelijk alleen maar een schim. Ook al wordt hij steeds ouder, hij blijft maar doorgaan. Dit vind je bijvoorbeeld op bladzijde 15/16 vanaf r13 tot de volgende bladzijde r7 [Bij oom … meer niet.] en bijvoorbeeld blz. 16/17 r2 van onder [Sneller …nog]. Robby’s obsessie van snelheid komt door de dood. Hij vindt dat als je dood gaat moet je wel goed doodgaan, “naadloos”, geen half werk. Hij vindt dat naarmate je snelheid toeneemt, hoe naadlozer, hoe beter je de dood in gaat.

Dit vind je onder andere op bladzijde 67 r10-18 [Ach, hou …half werk}



4) Proloog/Epiloog:



a) In dit boek is er gebruik gemaakt van een proloog. Alleen is dit niet het eerste

hoofdstuk maar hoofdstuk 2, in de vorm van een backflash. Hier wordt wat

verteld over het witte vlekje op Robert’s oog en de reactie van hem daarop.

Verder laat de schrijver je ook kennismaken met Karin, waarmee Robert in dit

hoofdstuk mee trouwt en de ik-persoon van het verhaal Albert. Door deze

proloog is de rest van het verhaal wat duidelijker, je begrijpt waarom de

personen in het verhaal zo gedragen (bijv. Waarom die obsessie van Robert?).

Zonder de proloog was het verhaal een groot raadsel.



b) Er komt geen epiloog in het verhaal voor.









5) Structurering:



a) Het verhaal is in 9 hoofdstukken verdeeld, met titels.

b)Enkele titels: - Robby’s weerborstels

- Als bruidsjonker

- De zelfdoop

- Het viaduct



Hierin is het hoofdstuk “Als bruidsjonker” het proloog.



Er is ook nog een andere vorm van structurering, namelijk bij elk nieuw hoofdstuk

wordt het eerste deel los van het andere in cursief geschreven, zo ontstaat er een

soort “inleidingsfunctie” voor het opvolgende hoofdstuk.



6) Personages:



a) De belangrijkste personages zijn van het verhaal:



~ Robby: Hij is de hoofdpersoon van het verhaal.



Naam : Robby

Leeftijd : Begin van het verhaal 6 jaar, eind ongeveer 25 jaar.

Beroep : Geen beroep, stuntman, heler en dief om aan geld te komen.



~ Robert: Hij is de vader van Robby



Naam : Robert

Leeftijd : Begin van het verhaal rond de 26, eind ongeveer 60 jaar.

Beroep : Wielrenner, verkoopt pillen via Belgische apotheker en heeft

ook waarschijnlijk een uitkering.



~ Albert: Hij is een vriend van Robby



Naam : Albert Egberts

Leeftijd : Begin van het verhaal +-4 jaar, eind ongeveer 30 jaar.

Beroep : Hij is net sinds een paar jaar afgestudeerd in wijsbegeerte.



~ Karin: Moeder van Robby



Naam : Karin

Leeftijd :Waarschijnlijk rond dezelfde leeftijd als Robert.

Beroep : Huisvrouw



a) Zoals hierboven vermeld wijzen alle contacten naar een persoon, Robby.

Robby is hier dus het centrale punt die met alle personen in contact staat.









7) Tijd:



a) De vertelde tijd houdt ongeveer 50 jaar in. Van 1935 tot 1985



Het verhaal begint op het moment dat Robert 6 jaar en die naald in

zijn oog kreeg (blz 15 r. 1)Verder in het verhaal ging Robert trouwen, meestal

trouw je op een leeftijd rond de 25 jaar.

Albert was toen nog een heel klein jongetje dat nog plast in z’n broek, stel 4 jaar

( hfd 2 blz. 18 r15 [Net…was]. Robby is 5 jaar jonger dan Albert (blz.

10 r.17 “ vijf jaar jongere neefje”). Albert was toen 11 jaar (blz. 9 r.11 “Ik was

net elf geworden”) Dus Robby was toen 11-5 = 6 jaar.

Robby werd hij 17 jaar het was toen ‘72(blz.49 r.11 “’72, zeventien worden”)

Robby rijdt motor en zegt “Verrek nou toch: professor Albert” (blz. 54 r.17)

Dus Albert moet al afgestudeerd zijn, dus ongeveer 26, dus Robby 26-5 = 21.

Robby krijgt een ongeluk een paar maanden moet hij revalideren en dan komt

Albert hem opzoeken (blz. 63 r.26 “een paar maanden”), zeg dat dat revalideren

6 maanden kost hij was immers klinisch dood dus dat heeft wel een tijdje

geduurd. Dan is hij nu 21.5. Robby is weer helemaal genezen en rijd auto en heeft

al een tijd een bekende naam bij de politie. Zeg 0.5 jaar helemaal opknappen, 0.5

jaar rijbewijs halen en 0.5 jaar de naam krijgen en 0.5 jaar wedstrijden rijden,

(blz. 70 1- 8 [Ze…ander].

Dus 2+ 21.5 =23.5 Wat ruimer geschat zeg 24 jaar.



Samenvattend:



Begin : Robert kreeg een naald in zijn oog > 6jaar

Midden: Robert ging trouwen >rond de 25 jaar

Albert was toen 4 jaar ,Robby-Albert schelen 5 jaar dus een jaar later

komt Robby

Eind : Robby werd ongeveer 24.

Trouwen Robert 25 jaar, jaar later komt Robby 25+1+24 = 50 jaar

Toen Robby 17 as was het ’72 dus toen Robert ging trouwen was het

1954. Robert kreeg naald in zijn oog op zijn 6e dus 1954-19 = 1935

Eind is 1935 + 50 = 1985



b) De verteltijd bestaat uit 84 bladzijden.



c) De gemiddelde verteltijd is 84/50 (verteltijd / verteldetijd) > 1.68 blz./jaar



d) Tijdsversnelling: Bladzijde 40 r.29 “negenjarige zoon” tot blz.49 r. 11 “zeventien worden” versnelling van negen jaar tot 17 jaar, 8/8= 1 blz./jaar.



Tijdvertraging: Bladzijde 70 r. ”septembernacht” tot blz. 76 r. 19 “Zo liep hij” tijdsaanduiding op blz.75 r.30 “ rest van de nacht” dit is de volgende avond dus in 6 blz. ongeveer 1 dag, 6/1/365= 500 blz/jaar.













A2) Titelverklaring:



De titel “weerborstels” slaat op het haar van Robby dat Albert zo indrukwekkend vind. Het zonlicht doet iets extra’s met de weerborstels: wanner Robby zijn hoofd draait en er loodrecht licht op valt dan ontstaat er een kleine draaikolk van licht, vergelijkbaar met de glinstering die soms over spaken van een sneldraaiend fietswiel komt te liggen en dan schoksgewijs en traag de richting van de spaken in beweegt, zie blz.12 r.28 “Toen Robby…in beweegt”.



B7) Karakter personages:



Karaktertrekken van Robby:



0 Hij is zeer eigenwijs, hij doet alles zoals hij zelf wil, trekt zich van niemand

wat aan. dit blijkt bijvoorbeeld uit al die gevaarlijke brommerstunts

snelheidsovertredingen en roken op zijn tiende jaar.

Hij is ook niet echt een van de slimste, dit blijkt uit dat Robby zegt dat je

lichter wordt naarmate je sneller rijd. Dit is natuurlijk onzin. Hij heeft een

vlak karakter.



Karaktertrekken van Albert:



0 Albert een heeft een goed karakter, hij staat voor iedereen klaar(bv. Het

altijd klaar staan voor Robby) en is intelligent, en een doorzetter, hij is immers

afgestudeerd in wijsbegeerte. Verder is hij een (gewoon?) een verstandige

jongen die niet al die levensgevaarlijke dingen als Robby doet. Hij is de

“verstandige” van de twee. Hij heeft een vlak karakter



Karaktertrekken van Robert:



0 Robert is een niet echt goede vader, hij besteed geen aandacht naar zijn zoon,

Hieruit kan je aflijden dat hij niet erg vriendelijk en sociaal is (echter hij kan aan het einde van het verhaal niet geloven dat Robby dod is , hij zoekt die nacht nog zelfs naar hem. Hij hield misschien toch wel veel van zijn zoon). Hij zet zich alleen in voor zijn sport, niks anders. Hieruit kan je dus zeggen dat hij wel een doorzetter is (hij weet immers goed dat hij nooit een echte goeie wielrenner kan worden) en verder een echte “lonley-sider”, hij leeft helemaal op zichzelf. Hij heeft een vlak karakter.



0 Karaktertrekken van Karin:



Karin is een onbelangrijk persoon waar weinig aandacht aan is gegeven en daardoor ook weinig karaktereigenschappen. Je kan wel zeggen dat ze wel een redelijk sterke moeder is, ze heeft een man die nooit thuis is en daar is ze al lang mee getrouwd. En ze wijst ook Robert de deur uit, hieruit kan je aflijden dat ze een redelijk “krachtig” is.

Ze een type.







B



9) Plaats:



a) Het verhaal speelt zich af in en rond Eindhoven, Helmond en Den Bosch. Zie bv.blz. 51 en 52, hier zie je o.a dat Robby nu in een woonwagenkamp woont in Helmond.



b) Maar de plaats is eigenlijk geheel onbelangrijk. Het heeft geen speciale functie voor

het verhaal.



10) Vertelperspectief:



Het is een ik-vertelsituatie,

het hele verhaal wordt beschreven door de ogen van Albert. Hij is de ik-figuur in het verhaal. Albert beschrijft zo de ontwikkeling van Robby (en zijn Vader) van toen hij 4 jaar was tot zijn dood en wat zijn positie was in Robby’s familie.



11) Genre:



Het genre van het verhaal is epiek. Het verhaal schetst de ontwikkeling van

Robby dat tot een dramatisch einde leidt. Het is allemaal verhalend geschreven.



12) Roman/novelle?



a) Het verhaal begint met een kritiek moment en er is sprake van een langzame stijging

naar een crisis.(“geboorte” tot de dood van Robby)

b) Het verhaal vertoond een enkelvoudige intrige. (Robby toont een conflict te hebben

met omstandigheden en zijn vader. (die zijn leefwijze)

c) Er komen in het verhaal alleen vlakke karakters en een type in voor.(zie b7)

d) Het aantal personages in het boek zijn beperkt.(zie b7)



Aan al deze punten voldoet het verhaal. Hieruit kunnen we dus bepalen dat het hier over een novelle gaat.
Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen