U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag : A.f.th. Van Der Heijden - De Sandwich.
Deze versie komt van http://www.scholieren.com/boekverslagen/1421 en is laatst upgedate op 12/10/2000.
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 1456 woorden.

Auteur: A. F. Th. Van der Heijden

Titel: De Sandwich

Ondertitel: Een requiem

Datering: 1986

Bladzijden: 147



Verantwoording van de keuze

Ik heb dit boek gekozen, omdat ik van een kennis had gehoord dat ‘De sandwich’ van A. F. Th. van der Heijden een leuk boek was en dat Van der Heijden leuk schrijft. Ik had geen flauw idee welk boek ik moest gaan lezen en zij raadde me dit boek aan.



Verwachtingen vooraf

Ik had geen flauw idee wat ik kon verwachten van dit boek. ‘De Sandwich’ zei mij niets. Toen ik de achterkant had gelezen, had ik al een idee waar het over zou kunnen gaan. Het waren waarschijnlijk chronologische herinneringen van de twee overleden vrienden.



Eerste reactie achteraf

Het eerste wat ik dacht toen ik het boek uitlas was, wat heeft dat laatste hoofdstuk nou met de rest van het boek te maken. Maar toen ik er over nagedacht had, snapte ik het wel. Ik vond dat er relatief weinig over de ene vriend, Frank, werd geschreven. Het was erg realistisch en ontroerend. Het was goed te begrijpen.



De auteur en zijn wereldbeeld

A. F. Th. Van der Heijden werd in 1951 in Geldrop geboren. Hij probeert al vanaf zijn zestiende zelf boeken te schrijven. Toen hij twintig was, schreef hij zijn eerste boek: ‘Het bejaardentehuis op de dak van de hemel’. Dat boek is nooit uitgegeven. Zijn debuut boek heet ‘Een gondel in de herengracht’. Hiervoor kreeg hij de Anton Wachter prijs. Hij is vooral bekend geworden door zijn monumentale, nog niet voltooide, romancyclus ‘De tandeloze tijd’. Hij schrijft vaak over herinnering. Hij zoekt in zijn verleden en probeert zijn herinneringen te ordenen, zodat het een zinvolle samenhang krijgt.



Wie is de hoofdpersoon en wie zijn zijn tegenspelers?

De hoofdpersoon is Adriën. Hij is 27 jaar, maar in zijn herinneringen is hij jonger, meestal een jaar of 17. Zijn medespelers zijn Karine, een vriendin waar hij vroeger iets mee heeft gehad, en Frank, een vriend.



Wat maken zij mee?

Adriën leest op een dag de rouwadvertenties in de krant en hij ontdekt dat een vriendin van hem, Karine, is overleden. Niet veel later daarna ontdekt hij dat ook een vriend van hem is overleden.

Adriën is geschokt, want hij is nog jong en is in een korte periode al twee keer met de dood geconfronteerd. Hij spit zijn geheugen uit, op zoek naar een herinnering van Frank en Karine samen.



Opvallende passages

Ze huiverde nu zo erg, dat Franks enorme lijf onder haar mee leek te schudden, Niemand maakte aanstalten haar ‘sandwich’ te voltooien.

‘Adriën, als jij me nu van boven afdekt. Als een sandwich. Ja, jullie tweeen, Frank en jij, jullie moeten een sandwich van me maken.’

In dit passage heeft de schrijver eindelijk een herinnering gevonden waar Karine en Frank allebei in voor komen. Daar is hij het hele boek al naar op zoek.

Als het tot een slippartij kwam, had ik nooit angst gevoeld, hooguit een raar soort opwinding, die zich echter nooit uitte in zo’n duivelse giechellach als van Frank. Mij kon niets gebeuren. Ik was onsterfelijk.

(…)

Hoe hij het flikte, ik weet het niet, maar op een genadig moment was Henk Ligters het stuur weer de baas. We zaten nog steeds achter de vrachtwagen. Hij keek vluchtig opzij.

‘Goh, jij schreeuwde, hè?’

‘Schreeuwen - ?’ Ik kon me er niets van herinneren, maar wist dat hij gelijk had.

‘Ja, ik hoorde je schreeuwen. Je schreeuwde. Je hebt geschreeuwd.’

In dit passage heeft de schrijver ook een bijna dood ervaring. Hij werd bang voor de dood toen hij van de dood van Karine en Frank hoorde. In deze gebeurtenis voelde hij zich onsterfelijk. Hem kon niks gebeuren. Hij was niet meer bang.



Tijd

De gebeurtenissen spelen zich in deze tijd af. De totale vertelde tijd is ongeveer 10 jaar. Er zijn veel tijdsprongen. Hij begint met zijn verhaal wanneer hij 27 is. Hij maakt steeds tijdsprongen naar de tijd dat hij Karine en Frank kende. Het hele boek bestaat eigenlijk uit flashbacks.

De schrijver gebruikt de tijd niet symbolisch. Een dag is ook een dag. Hij beschrijft zijn herinnering.



Ruimte

De gebeurtenissen spelen zich af in Eindhoven. De ruimtes zijn eigenlijk niet echt van belang voor het verhaal. Het speelt zich meestal af in zijn ouderlijk huis, in het huis van Karine, in zijn studentenflat of op straat.

De ruimte zegt vaak wel iets over zijn gevoel. Op een gegeven moment zit de schrijver in het huis van de zus van Karine, Loets. Hij voelt zich niet op zijn gemak en dat is ook te merken aan de ruimte waarin hij zit. Want die ruimte is ingericht naar de smaak van Loets. Hij vindt Loets nep.



Perspectief

Het verhaal is geschreven in een ik perspectief. Alles wat er gebeurd, zie je door de ikpersoon. De gebeurtenissen worden achteraf verteld. De schrijver heeft de dingen die hij verteld al eens meegemaakt. Het zijn ook immers herinneringen. Maar als hij ze vertelt, lijkt het alsof hij ze op dat moment meemaakt.

Doordat het verhaal zo geschreven is, leef je meer mee. Het verhaal wordt realistischer, omdat je er dichter bij staat. Hij ziet de dingen wel allemaal door zijn ogen. Dus hij kan dingen niet gezien hebben. Het zijn ook herinneringen die hij ophaalt, hij kan dingen vergeten zijn. Of hij heeft dingen expres weggelaten, omdat ze pijnlijk waren.



Personen

Adriën. Als Adriën de dood van twee vrienden ontdekt, gaat hij op zoek naar een herinnering waarbij Karine en Frank allebei voorkomen. Op een gegeven moment wordt hij ziek en vlak voordat hij van de neuroloog uitslag krijgt, vindt hij de herinnering van hun beiden samen. Voordat hij die herinnering vindt, is hij erg bang dat hij dood gaat. De herinnering was na een examenfeest. Karine wilde toen een ‘sandwich’ van hun maken. Frank onderop, Karine in het midden en Adriën bovenop. Omdat hij die herinnering heeft gevonden, weet hij opeens de uitslag. Hij is niet ziek.

Karine. Karine is het jongere zusje van Loets. Loets is bij Adriën op school de ‘stoot’. Zij koppelt hem aan haar zusje. Ze hebben niet zo heel lang iets gehad, maar ze waren wel lang bevriend.

Karine was erg gevoelig. Ze vond snel dingen zielig en was ook erg gevoelig over haar uiterlijk. Ze vond zichzelf heel lelijk en daarom zat ze altijd haar make-up bij te werken.

Ze vond het niet fijn om in het openbaar betast te worden. Ze voelde zich overbodig. Ze was toch niet mooi of speciaal? Dat was ook de reden, waarom ze zichzelf uiteindelijk heeft opgehangen.

Frank. Over Frank wordt eigenlijk niet veel verteld. Wel dat Frank altijd op de meest omgelegen momenten komt binnenvallen. Hij is langbenig, heeft lange benen en steekt altijd overal ver bovenuit. Hij was met duistere dingen bezig. In ieder geval, zo zag Adriën dat. Ze waren niet zulke goede vrienden.



Motieven

De belangrijkste is dood. Het begint al gelijk in het boek met de dood. Hij gaat rouwadvertenties lezen, dat doet hij allereerst omdat hij bang is om dood t gaan. Dan hoort hij twee keer vlak achter elkaar, dat twee vrienden van hem zijn overleden. Ook toen hij bang was dat hij kanker had en dood zal gaan.

Liefde. De liefde tussen Karine en hemzelf. Hoewel die niet zo hevig is geweest, komt hij de hele tijd in het boek terug. De liefde van de jongens op school voor Karine’s ‘mooie’ zus Loets.

Vriendschap. De liefde tussen Karine en de schrijver was dan niet zo hevig, ze waren goed bevriend. De vriendschap tussen Frank en Adriën, maar die waren eigenlijk ook niet zo close.

Angst. Adriën is erg bang voor de dood. Daarom gat hij ook rouwadvertenties lezen. Ook toen hij dacht dat hij kanker had, was hij erg bang.

Een zinnetje dat Frank eens had gezegd toen hij door een opname praatte. Hij zei: kiliboe, kiliboe. De schrijver hoorde dat zinnetje dagen achter elkaar.

Herinneringen. Adriën blijft herinneringen op te halen, zodat hij ze niet kan vergeten. Daar is hij bang voor.



Thema

Het boek gaat over het verwerken van de dood. In dit geval is het zelfs de dood van twee vrienden.



Spanning

De schrijver bereikt in zijn boek een zekere spanning, omdat hij belevenissen niet afmaakt. De herinneringen staan kris kras door elkaar heen. Je leest verder, omdat je wil weten of de schrijver er in de volgende hoofdstukken nog een keer op terug komt. Of omdat de schrijver over zijn eigen gevoelens begint en de gebeurtenissen even laat voor wat ze zijn. Dan ga je doorlezen. Je wil weten hoe de ander reageert. Maar eigenlijk wil je de gevoelens van de schrijver ook wel weer weten.
Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen