U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag : Jan Wolkers - Brandende Liefde.
Deze versie komt van http://www.studentsonly.nl/uittreksels/bv.asp?BvID=220 en is laatst upgedate op Onbekend.
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 3164 woorden.

Bibliografie
Druk: 2
Uitgever: De Bezige Bij
Plaats: Amsterdam
Jaar: 1983
Jaar van eerste druk: 1981
Aantal pagina's: 247
Indeling: Het boek heeft 30 hoofdstukken van ongelijke lengte
Motto: As for the story itself it is true in its essentials. The sustained invention of a really telling lie demands a talent which I do not possess.
Tales of Unrest/Author's Note, Joseph Conrad


Samenvatting
SAMENVATTING VAN DE INHOUD

De ik-verteller (voortaan de schilder) kreeg een rouwkaart in de bus: mademoiselle Bonnema was overleden. Hij had haar meer dan tien jaar niet gezien, maar hij had haar pas nog een kaart vanuit Parijs gestuurd. Ze had hem een witte kan nagelaten.

Meer dan tien jaar terug studeerde de schilder aan de Academie van de Beeldende Kunsten in Amsterdam. Hij en een paar andere leerlingen kregen gratis Franse les van mademoiselle Bonnema. In ruil daarvoor moesten ze allerlei klusjes voor haar opknappen. Ze was ongetrouwd gebleven en zorgde voor haar 96 jaar oude vader, die op de bovenste verdieping van het huis woonde. Hij leed aan de ziekte van Parkinson.

Op de eerste verdieping van het huis woonde Lodewijk Laman, een violist, met zijn mooie vrouw Anna. Tijdens de lessen bij de frikkerige dame waren de gedachten van de schilder meer bij de Titaanse schoonheid Anna dan bij het Frans. Het lukte hem in contact met haar te komen door haar schoen uit te trekken toen ze de trap opliep. Na een tijdje stond de kokette Anna de smoorverliefde schilder toe haar te schilderen. Na enkele keren wilde zij zelfs naakt poseren, al legde ze hem daarbij vast aan een ketting. In de pauze trok Anna de schilder, die zich ook uitgekleed had, hardhandig af boven de gootsteen.

Met sinterklaas gaf mademoiselle Bonnema de schilder een groot wollen vest, wat hij afschuwelijk vond. Het leek nog het meest op een vormeloze afgeknipte jurk en had een rij grote houten knopen, opzichtig kunstnijver bewerkt en ruim voldoende om mee te dammen. Het geval moest minstens tot halverwege de dijen komen en leek me van een normaal geproportioneerd personage een kortbenige dikhuid te maken. Het weefsel was van een pluizige angorastructuur met beslist neiging tot vervilten en was kleigrijs en afgezet met een brede gekookte-rodekoolkleurige bies. Een grote kraag die zo stijf leek als lood lag over de schouders van de etalagepop. Uit schaamte durfde hij niet met het vest bij Anna te komen; daarom legde hij het op de overloop neer. Maar de oude Bonnema vond het en wilde het niet meer teruggeven. De volgende les gaf mademoiselle Bonnema de schilder het vest woedend terug.

Mademoiselle Bonnema was erg bang voor inbrekers. Haar leerlingen moesten herhaaldelijk de zolder inspecteren. Daar vond de schilder een mooie witte kan, die hij wilde gebruiken voor zijn stillevens; maar de zuinige mademoiselle Bonnema stond dat niet toe. Ze liet de zolderdeur nog zwaarder baricaderen door er een metalen plaat voor te zetten, die de schilder en een andere leerling, Kees van der Plasse, samen ergens moesten ophalen. Kees, die de schilder steeds 'die Van Gogh-baard' noemde, vertelde dat mademoiselle Bonnema hem een keer weggestuurd had, toen hij om een tragische scène uit Madame Bovary had moeten lachen. Toen de schilder later ook die scène moest lezen, overkwam hem hetzelfde.

De oude Bonnema werd steeds zieker. De schilder zou hem voortaan verzorgen. In ruil daarvoor mocht hij in het souterrain wonen. Om de oude Bonnema een beetje meegaander te krijgen, gaf hij hem het wollen vest. Ook beloofde hij dat Anna even zou komen als hij gewassen was.

De schilder kreeg het idee om Bonnema samen met Anna te schilderen: de grijsaard en Suzanna, een thema uit de schilderkunst. Voorlopig schilderde hij uit zijn hoofd in het souterrain. De schilder kreeg een beurs om in Parijs te studeren, maar dat stelde hij nog even uit. Hij kreeg nu wel de witte kan van mademoiselle Bonnema voor zijn stillevens. Hij gebruikte de kan als urinoir. Omdat ik 's nachts van haar niet naar boven mocht komen om naar de wc te gaan vanwege de gehorigheid van het huis, want dan zou ze denken dat er inbrekersgespuis door het pand ronddoolde, gebruikte ik die royale sneeuwwitte kan als urinoir.

De schilder en de Van Gogh-baard gaven mademoiselle Bonnema voor haar verjaardag Lychnis, dat in de volksmond bekent staat als Brandende Liefde. Toen de schilder het balkon met de plantjes wilde versieren, zakte hij door een tree, wat de spotlust van de violist opwekte.

Mademoiselle Bonnema gaf ook Franse les aan een damesclub. Omdat ze dat al 25 jaar deed, gaf de damesclub de schilder de opdracht een portret van haar te maken. Met tegenzin begon hij eraan.

Anna was in verwachting. De schilder kreeg haar zover dat ze naakt wilde poseren aan het bed van de oude Bonnema. Maar vlak voordat zij bovenkwam, stierf de oude chirurg. De schilder deed net of Bonnema in een diepe slaap verzonken lag en liet Anna met haar dikke buik toch poseren. Maar het zweet brak hem uit en hij liet haar al vlug weggaan. Even daarna wilde de brallerige Van Gogh-baard de dode naakt schetsen, maar eenmaal boven moest hij kotsen. Mademoiselle Bonnema kwam op het lawaai af. De schilder vertelde dat haar vader gestorven was. Ze leek er niet zo door getroffen. Ze werd erg kwaad toen ze zag dat de oude man het wollen vest aanhad. Boos verstopte de schilder het vest achter potten ingemaakte pruimen in het souterrain.

Anna kwam hoogzwanger voor de laatste keer poseren in het souterrain. Ze moest van mademoiselle Bonnema verhuizen nu ze een kind kreeg. Tijdens het poseren kwam het kind opeens, een meisje. Zenuwachtig, alsof hij zelf de vader was, belde de schilder de wijkverpleegster. gilleNd kwam mademoiselle Bonnema kijken wat er aan de hand was. Ze werd helemaal hysterisch toen ze het schilderij van Suzanna en de grijsaard zag. De schilder sloeg het schilderij met haar portret over haar hoofd en liet haar onder bedreiging van een broodmes beloven dat ze niets tegen de violist zou zeggen.de gelukkige Anna beloonde het manhaftige optreden van de schilder met een kus.

Tien jaar later. De schilder was eenvoudig gebleven, trouw aan zijn stillevens. Van mademoiselle Bonnema en Anna had hij nooit meer iets gehoord. De Van Gogh-baard, die nu veel geld verdiende in New York, had hij ook nooit meer gezien.

Op de dag van de begrafenis belde de schilder Anna op om te vragen of ze mee ging. Anna was nu 45 jaar, haar dochtertje Louise 10 jaar. De violist was er twee jaar geleden vandoor gegaan met een violiste.

De Van Gogh-baardwas ook bij de begrafenis aanwezig. Hij was een patser geworden, die zijn schilderijen door assistenten liet maken. Zijn vroegere ideeën beschouwde hij als jeugdzonden. Hij hield een schijnheilige grafrede. Na de begrafenis gingen ze naar het huis van mademoiselle Bonnema. de schilder gaf de Van Gogh-baard het wollen vest, waar hij apetrots op was. Anna kleedde zich nog één keer uit in het souterrain. De schilder vond haar mooier dan ooit. Na de witte kan in ontvangst te hebben genomen, gingen ze samen weg. Ik keek nog even door de achterruit en zag hem in dat wollen vest een beetje huiverig naar binnen gaan. Het licht in de lichtbak brandde ook al weer.



VERTELSITUATIE

dit boek is een ik-roman. De schilder, de hoofdpersoon, vertelt het verhaal in de eerste persoon enkelvoud. We vernemen nergens zijn naam, alleen de Van Gogh-baard noemt hem soms Okertje.



TIJD

Het boek is in feite één grote flashback. In hoofdstuk 1 krijgt de schilder het overlijdensbericht van mademoiselle Bonnema. vanaf hoofdstuk 2 gaan we meer dan tien jaar terug in de tijd. Tot en met hoofdstuk 27 vertelt de schilder over de gebeurtenissen in het huis aan de Sarphatistraat. Daarna gaat het verhaal verder, waar het in hoofdstuk 1 is opgehouden: de schilder belt Anna en samen gaan ze naar de begrafenis. De cirkel is weer rond. De gebeurtenissen binnen de 'flashback' worden chronoligisch verteld. De 247 bladzijden beslaan een periode van ongeveer twaalf jaar, waarvan de eerste twee jaar uitvoerig verteld worden. De tien jaar die daarna volgen tot de begrafenis, worden zeer summier weergegeven. De dag van de begrafenis wordt weer uitvoerig verteld.

Het grootste deel van het verhaal speelt zich af in de jaren vijftig (de oude Bonnema was rond 1880 student).

Het verhaal wordt verteld in de verleden tijd.

Het einde is open: zouden Anna en de schilder een relatie beginnen?

Er zijn enkele vooruitwijzingen:
-blz 36: de schilder heeft mademoiselle Bonnema een boek gegeven van Sartre. Ze is erg kwaad over de onsmakelijke inhoud van het boek: Zit er zo'n juffrouw half ontkleed op de bedrand. Je moet er niet aan denken. Elle était assise sur le bord du lit, pis que nue […] Dat schepsel is nog in verwachting ook. In hoofdstuk 24 zit Anna naakt op de bedrand van de oude Bonnema. En ze is in verwachting.
-blz 61: de schilder laat de oude Bonnema het vest houden. Voor mijn part wil hij het aanhouden als doodshemd. In hoofdstuk 24 sterft de oude Bonnema gehuld in het wollen vest. Maar mademoiselle B stond niet toe dat hij daarin begraven werd.
Ruimte: de belangrijkste ruimte is aan het huis aan de Sarphatistraat. Anna zei hier het volgende over: Het is hier soms net een amerikaanse sandwich. Onderop een killig slablad [,ademoiselle B] en bovenop een augurk uit het jaar nul [ professor Bonnema]. Zijzelf zat daar tussenin en moest dus wel iets smakelijks zijn.
Je kunt het huis ook als vier lagen zien, die afwisselend dood en leven representeren. In het souterrain de schilder, die het leven zocht door middel van de kunst. Op de begane grond mademoiselle Bonnema, die een dor, droog leven leidt. Op de eerste verdieping Anna, die symbool voor het leven is en ook leven voortbrengt. Op de tweede verdieping de oude chirurg, die op sterven ligt. Aan het einde van het boek zijn de twee Bonnema's echt dood en lijken de schilder en Anna samen een nieuw leven te beginnen.



PERSONAGES

De schilder: de ik-verteller is een jonge schilder met een aantrekkelijk uiterlijk. Hij is romantisch, dweept met de mooie Anna, op wie hij smoorverliefd is. Die liefde is voornamelijk lichamelijk en is de belangrijkste inspiratiebron voor zijn schilderijen. Ter wille van die liefde laat hij zich koeioneren door mademoiselle Bonnema. ook Anna is hem de baas, wat blijkt als ze hem hardhandig aftrekt. Na tien jaar is hij nog steeds een eenvoudige schilder van stillevens.

Anna: zij is een 'Titaanse' schoonheid van 35 jaar, nogal mollig met oranje-blonde krullen. Ze is koket, wil graag bewonderd worden, maar blijft haar man trouw. Zo uit de kleren voor de kunst, maar geen enkele damesgunst.

Mademoiselle Bonnema: zij is een dikke, lelijke, oude vrijgezellin. Ze is ijzig wantrouwend en dodelijk zuinig. Ze is ontzettend bang voor inrekers. Zij verafschuwd alles wat lichtzinnig en losbandig is (al vindt de schilder later twee boeken van Rabelais in haar kast). Ze heeft een frikkerige aard: zelfs onder het poseren laat ze de schilder Franse thema's opzeggen.

De oude Bonnema: een oude man van 96 jaar, die aan de ziekte van Parkinson lijdt, waardoor hij geen controle over zijn spieren heeft. Daardoor maakt hij soms onbeheerste gebaren. Hij is vroeger een beroemd chirurg geweest. Geestelijk is hij er nog helemaal bij. Zijn laatste woorden zijn: 'Heeft Jannie de rouwkaarten al verstuurd' en 'Wat een heerlijk stukje zeep'.

De Van Gogh-baard: een grote, woest uitziende kerel met een dikke rode baard. Hij heeft veel praatjes, slaat grove taal uit. Hij wordt beheerst door een woeste scheppingsdrang. Maar onder dat woeste uiterlijk zit een klein hartje. Hij slijmt bij mademoiselle Bonnema, en hij kotst als hij de dode Bonnema ziet. De schilder vindt hem een schaap in wolfskleren. Tien jaar later is dat woeste er bijna helemaal af. Hij is hypocriet en verdient grof geld aan zijn 'schildersfabriek'. Hij is erg met zichzelf ingenomen.

De violist: een overbeschaafde grijze heer met een donzige huid. Een tamelijk nietszeggende man.



THEMATIEK

In dit boek vinden we thema's die in bijna alle romans van Wolkers voorkomen: leven dood en erotiek. Het hele boek heeft een erotische ondertoon. De preutse mademoiselle Bonnema veracht de erotiek. De taal die de Van Gogh-baard uitslaat, is voornamelijk erotisch getint. Ook de 'brandende liefde' die de schilder voor Anna voelt, heeft een erotisch element, dat hij verstopt onder het mom van de kunst.

De belangrijkste onderwerpen van het boek zijn leven en dood. De oude Bonnema vertegenwoordigt het lichamelijk sterven, mademoiselle Bonnema het geestelijk doodzijn. Ze heeft een dorre, droge levenswijze. Daar tegenover staat de schilder, die via de kunst zo dicht mogelijk bij het wezenlijke van het leven probeert te komen. Anna vertegenwoordigt het puur lichamelijke leven. Als zij haar hoofd uit het raam steekt, begint de hele doodse buitenkant van het huis te leven. Zij brengt ook leven voort.

Leven en dod worden vlak naast elkaar gezet als de schilder Anna naakt laat poseren aan het bed van de oude Bonnema; de ze is dan net overleden, terwijl het kind in de buik van Anna al begint te trappelen. Dit grijpt de schilder ontzettend aan. Verder komt ook het onderwerp kunst aan de orde.

De Van Gogh-baard en de schilder zeggen herhaaldelijk dat je tot het uiterste moet gaan voor de kunst. Een kunstenaar moet soms over lijken gaan. De schilderkunst overwint lagere driften.

Tien jaar later is de schilder trouw aan zijn stillevens gebleven. Maar de Van Gogh-baard beschouwt zijn vroegere ideeën, die hij al bijna vergeten was, als jeugdzonden. De schilder pakt dan een oude pot ingemaakte pruimen 'In de kunst is er een verschil tussen wezen en verschijning,' zei ik. 'Dit is een verschijning,' vervolgde ik en hield de pot vlak voor mijn gezicht. Daarna schudde ik de pot zodat de vruchten vervlokten tot een ondoorzichtige brij en zei, 'En dit is het wezen. En als je de essentie ervan wil doorgronden moet je op je knieën gaan liggen en tussen die rotte moes en de glasscherven naar de pitten gaan zoeken. In het boek worden herhaaldelijk enkele elementen telkens herhaald. De belangrijkste hievan zijn de volgende:

Suzanna; het schilderij Suzanna en de grijsaard (bekend thema uit de schilderkunst) is de belangrijkste illustratie van de problematiek van leven en dood, die in dit boek behandeld wordt.

De naam Suzanna komt nog meer voor in de roman: het model Suzanne Valadon (blz. 81) en de Suzanne in La petite Hutte van Roussin.

Wollen vest; dit kledingstuk, dat het hele boek door een rol speelt, noemt de schilder 'dat wollen vest der vernedering'.

Mademoiselle Bonnema gaat dat vest samen met de schilder kopen. De schilder vergelijkt het met het boek dat hij tijdens de Franse les moest lezen, Histoire de Babar: een oude dame gaat kleren kopen voor haar olifantje. Met dat dikke vest voelt de schilder zich een olifant. Hij ziet het vest als een dwangbuis en Anna oppert dat mademoiselle Bonnema zich de schilder via het vest aan zich wil binden. Er ontstaan heel wat verwikkelingen rondom het vest. Via de oude Bonnema komt het uiteindelijk in handen van de Van Gogh-baard, die er apetrots op is.

Witte kan; de witte kan heeft wellustige vormen (blz 8: 'bolle stuk damesdij'). Zij stond op zolder naast andere witte kannen, die de schilder beschrijft als 'lange dorre juffrouwen' (blz 48). Je zou mademoiselle Bonnema kunnen vergelijken met de stijve kannen, Anna met de welgevormde kan. Als mademoiselle Bonnema dood is, krijgt de schilder eindelijk de zo begeerde witte kan. Ook lijkt het er op dat de schilder dan ook de zo begeerde, mooie Anna eindelijk krijgt.

Madame Bovary; tijdens de Franse les lazen de leerlingen Madame Bovary van Gustave Flaubert. Dit boek gaat over Emma Bovary, die getrouwd was met een mislukte arts en enkele keren overspel pleegde. Misschien kan Anna vergeleken worden met Emma; zij heeft ook niet zo'n opwindend huwelijksleven. Maar Anna pleegt geen overspel, al zoekt ze wel bevrediging door haar schoonheid tentoon te stellen.

Een scène uit Madame Bovary komt telkens terug: de arts opereerde gratis de horrelvoet van een stalknecht, wat een grandioze mislukking werd. De Van Gogh-baard kreeg bij het lezen van deze scène de slappe lach, waarop de mademoiselle Bonnema hem kwaad wegstuurde. Anna las de scène later ook en opperde het vermoeden dat bij de oude chirurg Bonnema vroeger misschien ook een operatie was mislukt. Ook de schilder kreeg de slappe lach toen hij die scène moest lezen. Na een angstige droom kwam hij op het idee dat de scène misschien het afhandig maken van de potentie voorstelde.



TITEL

'Brandende Liefde' is de volksnaam voor het plantje Lychnis. Het heeft vurige rode bloemen. Het was vroeger een echt ouwevrijster-plantje.de schilder gaf Brandende Liefde aan mademoiselle Bonnema voor haar verjaardag.

De titel staat ironisch voor de gevoelens die de schilder voor mademoiselle Bonnema heeft. De schilder bood ook aan Anna aan, zogenaamd omdat hij dacht dat zij ook jarig was. Voor haar koesterde hij wel een 'brandende liefde'.

De titel ironiseert ook de verhouding tussen de andere personages. Mademoiselle Bonnema lijkt zich niet veel om haar vader te bekommeren. De verhouding tussen Anna en de violist is er meer een van goede verstandhouding dan van hartstochtelijke liefde. De titel geeft de indruk, dat je met een kioskromannetje te doen hebt. Misschien wilde Wolkers dit soort boeken persifleren.



LITERATUURGESCHIEDENIS

Jan Wolkers werd geboren op 26 oktober 1925 in Oegstgeest. Hij kwam uit een streng-christelijk gezin. Hij ging naar de Leidse schildersacademie, waarna hij zich toelegde op de beeldhouwkunst. Grotere bekendheid kreeg hij echter door zijn romans en verhalen, onder andere Serpentina's Petticoat (1961); Kort Amerikaans (1962); Een roos van vlees (1963); Terug naar Oegstgeest (1965) en Turks Fruit (1969).
Wolkers heeft erg veel geschreven. Zijn boeken zijn in veel talen vertaald. Na Brandende Liefde verschenen onder andere De Junival (1982) en Gifsla (1983). Vaak zijn zijn romans autobiografisch getint. Jan Wolkers publiceerde ook essaybundels: Tarzan in Arles (1991) en Rembrandt in Rommeldam (1994). In 1995 schreef hij het essay Zwarte bevrijding voor de boekenweek, dals thema de Tweede Wereldoorlog had. Sinds 1980 woont Wolkers met vrouw en kinderen op Texel.

Brandende Liefde werd door de kritiek over het algemeen niet goed ontvangen. Vooral Wolker's stijl moest het ontgelden; men vond die overdreven, met te veel effecten en te veel bravoure. Het boek werd in 1983 verfilmd.



EIGEN MENING

Voordat ik het boek gelezen had dacht ik dat Jan Wolkers alleen maar over seks schreef, nu ik het boek gelezen heb, vind ik dat wel meevallen. Het boek heeft wel een erotische ondertoon, maar niet al die vunzigheid die ik eigenlijk verwachtte. Wel staat het boek vol met Franse citaten, die van mademoiselle Bonnema, haar leerlingen of uit franse boeken kwamen. Dit vond ik jammer, aangezien mijn Frans zeer slecht is en ik er dus niets van begreep. Het boek is op een manier geschreven zodat je eigenlijk niet stopt met lezen, maar steeds het verdere verloop wilt weten, wordt het nou wat tussen anna en de schilder, komt mademoiselle Bonnema erachter, hoe gaat het nu met de oude Bonnema, enzovoort. Het was een interessant boek om te lezen, iets dat ik voor ik het boek gelezen had niet verwachtte.


Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen