U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag : Kader Abdolah - De Adelaars.
Deze versie komt van http://www.collegenet.nl/studiemateriaal/verslagen.php?verslag_id=8714 en is laatst upgedate op Onbekend.
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 911 woorden.

Schrijver: Kader Abdolah

Titel: De Adelaars

Gelezen druk: 2e (1998)

1e druk: (1993)

Uitgever: De Geus bv, Breda



Biografie



Kader Abdolah werd als Hossein Sadjadi Ghaemmaghami (Farahani) geboren op 12 november 1954 te Arak, een stad in Iran. Als oudste van zes kinderen groeide hij op in een

gelovig islamitisch gezin; zijn vader was tapijtknoper.

Intellectueel werd Abdolah vooral geïnspireerd door een oom.



Een andere bron van inspiratie binnen zijn familie is zijn betovergrootvader; deze was een vooraanstaand politicus en dichter die in 1875 door het regime van de Sjah werd vermoord. Abdolah heeft naar eigen zeggen een eenzame jeugd gehad. Hij werd geplaagd door godsdienstige twijfels en verloor op jonge leeftijd zijn religieuze overtuiging.

Vanaf zijn 12e begon hij stiekem westerse literatuur te lezen.



Van 1972 tot 1978 studeerde Abdolah natuurkunde in Teheran Hij raakte toen betroken bij een ondergrondse studentenbeweging, die zich verzette tegen het beleid van de sjah en, na diens afzetting in 1979, tegen dat van het fundamentalistische Khomeiny-bewind.



Na zijn studie was Abdolah werkzaam als directeur van een emballagebedrijf, maar hij bleef politiek actief en schreef onder meer twee journalistieke boeken, die verboden werden.



Ook andere leden van zijn familie zijn slachtoffer geworden van het bewind van de Sjah: twee van zijn zusters zaten enkele jaren gevangen en zijn broer werd gedood wegens vermeende subversieve activiteiten. Zijn pseudoniem is de naam van een vermoorde vriend.



Toen bleek dat leden van de politieke groepering waartoe Abdolah behoorde systematisch werden gevangengenomen of vermoord, zag Kader zich in 1985 genoodzaakt om – zijn

familie achterlatend – Iran te ontvluchten.



In 1993 verscheen zijn eerste in het Nederlands geschreven boek: de adelaars. Hiervoor ontving hij het gouden ezelsoor, de prijs voor het best verkochte debuut van dat jaar.



Bovendien werd hem in 1995 het Charlotte Köhler-stippendium toegekend. Zijn werk is inmiddels vertaald in het Italiaans en in het Frans.



Abdolah woont met zijn gezin in Zwolle. Hij heeft een baan bij de plaatselijke afdeling van het Rijksarchief. Sinds 1996 werkt hij wekelijks mee als columnist aan de Volkskrant.






Samenvatting van het boek:



Dit boek bestaat uit allemaal kleine verhalen die niets met elkaar te maken hebben, maar de ervaringen van de schrijver (een politiek vluchteling uit Iran) in een voor hem volkomen vreemd land met een vreemde taal.



Verhaal 1 “Een onbekende trekvogel”



Dit verhaal gaat over Kader Abdolah als hij in een natuurmuseum werkt. Hij heeft er een collega, Gerrit. Gerrit is altijd met opgezette vogels en geraamten van vogels e.d. bezig.



Op een dag valt er een vogel uit de lucht omdat hij bevroren is, en Kader raapt hem op en brengt hem zo snel als hij kan naar Gerrit.



Gerrit ziet de vogel en ontleed hem. Maar na vier dagen geeft Gerrit de onderdelen aan Kader en zegt dat de vogel onbekend is.



Verhaal 2 “Het Amerikaanse Bedrijf”



Dit is een erg kort verhaal waar Kader een baantje heeft bij een Amerikaans bedrijf.

Hij doet erg zijn best om het baantje te houden, maar hij heeft een vervelende chef die altijd wel ergens iets op aan te merken heeft.



Koos is zijn baas die elke ochtend het nieuws over de Golfoorlog luistert. Als de oorlog is uitgebroken luistert Koos bijna de hele dag naar de radio. Koos zegt tegen Kader dat hij de volgende dag thuis kan blijven omdat er belangrijke Amerikanen komen inspecteren.



Kader gaat toch naar zijn werk en treft Koos slapend aan achter zijn bureau. Na een tijdje gewerkt te hebben, komen er een paar Amerikanen binnen. Ze vragen Kader over zijn mening over de oorlog en Kader denkt: waar rook is, is vuur en waar vuur is, is een Amerikaan.



Verhaal 3 “Een Nacht”



Dit verhaal gaat over Kader als hij in een opvanghuis blijft slapen. Hij ontmoet er een vrouw uit zijn land. Hij is van plan om maar een nacht in dat opvangcentrum te blijven slapen. Hij slaapt op de kamer met Bert. De vrouw uit zijn land, ze heet Jolanda, is verliefd op Bert. Bert woont ook in het huis en heeft een vrouw en kinderen. Als Bert die avond slaapt, komt Jolanda binnen en vraagt of zij en Kader voor die ene nacht van kamer willen wisselen.

Kader gaat naar Jolanda’s kamer en slaapt er die nacht als Jolanda bij Bert slaapt.



Verhaal 4 “Nachtmerrie”



Dit verhaal Gaat weer over het natuurmuseum uit het 1e verhaal. Pieter is een collega van Kader. Hij heeft op een dag een bevrucht en intact slangeëi bij zich dat hij wil gaan uitbroeden. Op Pieter zijn verjaardag komt Kader even langs.



Kader herinnert zich dat er in zij land ook heel veel slangen zijn en als hij de uitgekomen slang bij Pieter thuis in een mandje ziet zitten wordt hij bang en vlucht het huis uit.



Verhaal 5 “Zij moest haar verhaal nog vertellen”



Hier is Kader in het opvangcentrum. Hij ontmoet er een landgenote, ze heet Maria.

Hij gaat wat met haar om. Zij wil in het opvanghuis blijven wonen maar ze moet naar een eigen huis zoeken omdat ze plaats moet maken voor andere asielzoekers.



Na wat dagen wordt ze uit het huis geplaatst omdat er een flat voor haar is gevonden.



Na twee dagen is ze terug en jaagt ze de nieuwe bewoner uit haar oude kamer.






STIJL



Kader Abdolah schrijft met korte maar duidelijke zinnen. Hij vertelt het hele boek door in de “Ik”-persoon. Hij maakt heel veel vergelijkingen met het leven in zijn eigen land, maar al zijn verhalen spelen zich af in Nederland. Om dingen verbaast hij zich, hij begrijpt de Nederlandse samenleving niet helemaal. Zoals cafés waar men alcohol schenkt. Die zijn er in zijn land niet.
Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen