U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag : Heere Heeresma - Han De Wit Gaat In Ontwikkelingshulp.
Deze versie komt van http://www.scholieren.com/boekverslagen/1416 en is laatst upgedate op 21/08/1998.
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 1476 woorden.

Titel

Han de Wit gaat in ontwikkelingshulp



Schrijver

Heere Heeresma (=Johannes de Back)



Ondertitel

Over het leven, streven en sneven van een gewone Hollandse jongen.



Samenvatting

Nadat Han de Wit thuiskomt, zet hij eerst zijn Solex in de schuur eb voelt of de was droog is. Hij loopt naar binnen, geeft zijn moeder een zoen en gaat naar boven om zich om te kleden en te wassen. Als hij weer beneden komt, begint hij de tafel te dekken en wacht dan tot zijn vader, die kolensjouwer is, weer thuiskomt. Als vader thuiskomt kunnen ze gaan eten. Ze beginnen met soep, die vader pas wil eten als hij weet hoe het heet. Hij is boos omdat hij in zijn huis geen blikvoer wil, en reageert dat af op Han die naar zijn kamer gestuurd wordt. Als Han boven is, gaat hij tevergeefs zitten wachten op zijn moeder. Hij haalt zijn Verkadetrommel met lego tevoorschijn, stort hem leeg en haalt de met plakband vastgeplakte pijp van vader van de bodem. Met de pijp in z'n mond en een portret van moeder naast z'n hoofd staat hij voor de spiegel, maakt van zijn hand een pistool en schiet zichzelf door het hoofd. De pijp valt in de wasbak. Op dat moment komt vader binnen, die begint te huilen van het lachen, waardoor ook moeder naar boven komt. Moeder ziet de pijp in de wasbak liggen, en gaat op de wasbak zitten om de pijp af te schermen. Han en z'n moeder deden net of hij voor een toneelstukje voor school aan het oefenen was.



Als Han zijn Solex pakt en naar huis wil gaan, vraagt Nellie Bakker of ze bij hem achterop mag. Ze moet naar muziekles, en dan kan ze mooi meeliften. Omdat Han moeilijk nee kan zeggen, neemt hij haar mee. Als ze op een bemodderd stuk terrein niet verder komen, laat hij haar achter en rijdt alleen verder. Thuisgekomen trekt hij z'n huiskleren aan en krijgt van moeder een beker warme chocolademelk. Als hij die op heeft, gaan ze samen wolwinden. Moeder begint over werk bij ontwikkelingshulp, dat ze wel iets voor Han vindt.

Vader is die dag aan het demonstreren, omdat er door de opkomst van het aardgas steeds minder werk is in de kolenbranche. Als hij thuiskomt, is hij niet om te harden. Han wordt dan ook al snel naar zijn kamer gestuurd.



Han zit zich op z;n kamer te vervelen. Als hij even naar zijn zelfgebouwde radioontvanger heeft zitten luisteren, besluit hij om maar naar beneden te gaan. Benden gekomen, zei moeder hem de schonen van vader te gaan poetsen. Terwijl hij dit aan het doen was, kwam vader thuis. Ze aten die avond kroot met kanen, iets waar Han niet van hield omdat het rood op bloed leek. Tijdens het eten liet Han z'n buitenlandse talenkennis aan zijn vader horen, maar die was daar niet erg van gediend omdat hij het niet kon verstaan. Han zat dan ook al snel weer boven op z'n kamer.



Han is door zijn vader van school gehaald, en gaat bij hem werken op brandstoffenhandel 'De Brandaris'. Hij was bezig het reklamebord op de vrachtwagen schoon te maken, toen meneer Van der Velden, de chef, aankwam. Hij ging zich warmen in het kantoortje, en Han en z'n vader moesten buiten in de kou blijven staan tot de boekhouder met de bonnen kwam. Nu konden ze aan het werk. Han wou in de kabine van de vrachtwagen stappen, maar mocht daar niet in. Hun plaats was achter op de wagen. Vader brengt altijd de laatste zak naar binnen, om de fooi te vangen. Op het eerste adres valt hij met de laatste zak van de trap. Han schaamt zich, en gaat naar de bakker om te eten en op vader te wachten. Aan het eind van een zware werkdag kunnen ze eindelijk naar huis, hij op z'n Solex en vader aanhangend op z'n fiets. Toen ze bijna thuiswaren, viel vader omdat hij het niet meer kon houden van de kou. Han reedt nu veel sneller, en ging snel naar huis.



Han de Wit heeft geen succes als kolensjouwer, en krijgt een baantje op kantoor. Hij is nu als het ware boven z'n vader uitgestegen. Hij zit lekker warm binnen, terwijl vader in de kou zit.

In het kantoortje laat hij aan de ouwe man en z'n zoon zijn kennis van gedichten horen. Als de vrachtwagen weer terugkomt, schrikt Han. Waar is vader? meneer De Vries, de chauffeur van de vrachtwagen, vertelt hun dat Han's vader van de wagen gevallen is. Het ergste maakt Han zich nog zorgen over hoe hij naar huis moest met vaders fiets aan z'n hand.



Als vader terugkomt uit het ziekenhuis, blijkt hij niet meer in staat te werken. Han is ontslagen bij 'De Brandaris', en heeft nu werk bij rijkswaterstaat. Moeder gaat als schoonmaakster zwart wat bijverdienen om vaders invalideuitkering wat aan te vullen.

Han kon was met de bakker meegelift naar zijn werk. Hij haalt z'n Solex achteruit de kar, zet hem naast de motor van z'n chef en gaat aan het werk. Hij mag altijd de rotklusjes opknappen. Als Han merkt dat hij van binnenuit het schuurtje uitgelachen wordt omdat hij in de kou en de regen moet werken, steekt hij kwaad de stok waarmee hij aan het meten was tussen de spaken van de motor van z'n chef, pakt zijn Solex en wil naar huis gaan. Maar in zijn woede maakt hij de handel waarmee de motor op het wiel wordt geplaatst kapot, waardoor hij naar huis kan gaan fietsen.



Als Han keer op keer wordt ontslagen, blijft hij op den duur maar thuis om zijn moeder in de huishouding te helpen. Vader kan immers niets meer en moeder moet nu werken om zijn arbeidsongeschiktheidsuitkering wat aan te vullen. Als hij een raar geluid hoort en gaat kijken, merkt hij dat de riem waarmee hij vader vastsnoert om hem overeind te houden is losgegaan en vader voorover in z'n bord pap ligt. Buurvrouw Ros, die een paar huizen verder woont, komt nu af en toe langs om voor vader te zorgen. Als vader aandacht wilde of kwaad was, begon hij altijd met de granieten asbak op de vensterbank te slaan, iets dat huizen verder nog te horen was. Aan het eind van de dag kwamen twee mannen met een stoel tussen hen in, waarop moeder zat, aangelopen. Moeder had spit gekregen en kon nu niet meer werken. Alles wat er in het huishouden moest gebeuren, kwam nu op Han neer. Hij moest nu voor z'n ouders zorgen.



Aan de overkant van de straat wordt een gasfabriek gebouwd. Als de fabriek in gebruik wordt genomen, is de hoge schoorsteen nog niet klaar. De uitstoot van gassen gaat nu gewoon de straat in. Han haalde een tegel uit het pad, gooide wat brood voor hem uit en wachtte tot er volgels op afkwamen. Toen de vogels begonnen te eten, gooide hij de steen, die wel iets uit de richting ging en de de ruit van de tabakskasje vloog. Als hij naar de kruidenier gaat met een lijstje van z'n moeder, roept hij onderweg iest naar de arbeiders, die hem bekogelen met alles wat ze te pakken krijgen. Als hij thuiskomt en wat wil gaan slapen, begint z'n vader weer met de asbak de slaan. Als hij benedenkomt, hangt de kamer vol rook. Hij had namelijk wat oude rommel uit de kelder op het vuur gegooid om zuinig te zijn. Nu moest hij z'n ouders naar buiten brengen en het huis luchten.



Han is verliefd op Nel, maar krijgt haar niet. Hij is uren bezig om metersdiepe kuilen te graven in de tuin. Totdat het grondwater naar boven komt golven. Han wordt er snel op uitgestuurd om de brandweer erbij te halen voordat het huis onderloopt, maar net als hij het glaasje van het alarm wil breken wordt hij tegengehouden door meneer Schrapers, de timmerman. Die geloofde niet wat Han hem vertelde, en liep naar z'n vader. Daar bleek dat het water weer gezakt was. De timmerman werd hartelijk bedankt door vader en moeder, en Han werd weer aardig voor lul gezet. Han gaat naar boven, maar wordt al snel door zijn vader weer naar beneden geroepen. Hij moet de tafel gaan dekken. Tijdens het eten kwam de ontwikkelingshulp weer ter sprake, en dat er jonge mensen werden gezocht. Volgens zijn ouders zou dit wel wat voor Han zijn, omdat er goed mee te verdienen viel.



Han heeft zich door zijn ouders over laten halen. Op weg naar het tropeninstituut slipte zijn wiel weg en kwam hij met z'n hoofd op de rand van het trottoir terecht. Even zag hij alles uit zijn leven voorbijflitsen, en toen zag hij een poort met een wit licht. Even dacht hij er nog aan dat hij terugwilde, om te vertellen dat het waar was wat de mensen zeiden...
Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen