U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag : Van Abbing & Cleef - Struisvogelkoorts.
Deze versie komt van http://www.collegenet.nl/studiemateriaal/verslagen.php?verslag_id=4989 en is laatst upgedate op Onbekend.
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 2818 woorden.

Groningen: Wolters-noordhoff bv,
1999. (1e druk: 1996)
(206 blz.)


ABBING & VAN CLEEFF

Struisvogelkoorts is geschreven door twee schrijfsters.
Marjet van Cleeff en Marja Roscam Abbing.

Marjet van Cleeff is 43 en geboren in Arnhem. Ze deed correctiewerk voor uitgeverijen, nadat ze Nederlands gestudeerd had. Haar droom was schrijfster worden.

Marja Roscoam Abbing is 52. Ze heeft ook Nederlands gestudeerd en ze was daarna journalist.
Ze dacht dat de stap naar het schrijven van een ‘echt’ boek te groot was.

Marjet en Marja zijn allebei getrouwd en ze wonen allebei al zo’n 15 jaar in Den Haag. Samen hebben ze 5 kinderen tussen de 13 en de 18. De één 2, de ander 3
Door de school van hun kinderen, waar ze allebei als bibliotheek moeder werkte, raakten ze bevriend. Ze praatte het meest over lezen, boeken en kinderen.
Op een dag stelde Marjet van Cleeff aan Marja voor om samen een boek te schrijven. Een detective werd het genre. Dit was het begin van hun samenwerking.
Abbing & van Cleeff hebben nu samen drie boeken geschreven:

1996 Struisvogelkoorts
1997 De zwarte rugzak
1998 Wespeneiland

Het zijn drie boeken die veel op elkaar lijken. Het zijn drie spannende boeken waarin de hoofdpersoon (en de lezer) telkens nieuwe informatie krijgt, waardoor ze steeds dichter bij de waarheid komen.
De hoofdpersonen zijn zelfstandig denkende kinderen en de volwassenen zijn slechteriken en spelen zo min mogelijk een rol in deze boeken.



SAMENVATTING VAN HET BOEK

Sinds de nieuwe rage is begonnen, is er veel veranderd. De kinderen die een Yacca hebben, spelen de hele dag op het nieuwe speeltje. Deze nieuwe rage is van Farmayaca. Deze fabriek maakt jodium en die heeft nu allemaal struisvogelmerkjes onderop de dopjes van een aantal flesjes. Als je zo’n merkje hebt moet je een formulier invullen en een foto van jezelf mee sturen.

Feya is een meisje dat niets met de Yacca ’s te maken wil hebben. Ook Sem, een klasgenoot van Feya, wil er niets mee te maken hebben, maar diep van binnen wil hij het graag eens proberen.

Wanneer Sem in zijn oude vertrouwde klimboom zit, ziet hij een man voor het hek van de school staan. Sem blijft zo stil mogelijk zitten. Hij ziet dat de man af en toe wat op schrijft. De man is aan het neuriën en na een tijdje loopt hij weg.

Feya was een nieuw meisje dat bij Sem in de klas kwam. Nadat ze kennis gemaakt hadden, trokken ze veel met elkaar op.
Toen Feya en Sem in de klimboom zaten kwam dezelfde man weer voor het hek staan die Sem al eerder had gezien. Ook neuriede hij weer hetzelfde liedje als eerder. Hij schreef ook weer in zijn boekje. Toen hij weg liep liet hij het papiertje vallen. Ze sprongen uit de boom en las wat er op het papiertje stond:

INST.V.O.
Brillen: 3 gevallen, verwerkt sept.
Flaporen: 2 gevallen, verwerkt okt.
Rood haar: 1 geval
Sproeten: 1 geval

De man was weer terug gekomen en vroeg om zijn briefje.
Ze vonden de man eng. Ze vonden hem eruit zien als een slang.

Sem heeft nog een broer: Niels. Toen ze een brief van Niels ontvingen, waren ze verbaasd. Er stond in dat hij zou stoppen met zijn studie en zou gaan werken bij de Farmayaca o.l.v. dokter Brandt. Sem vond het allemaal maar raar. Hij wilde op bezoek bij Niels, omdat hij het fijne er van wilde weten en hij zou Feya meenemen.
Hij mocht heen, maar toen ze daar waren was het anders dan hij had verwacht. Zijn broer was zijn broer niet meer. Ze konden niet zo goed meer met elkaar overweg. Toen hij ’s nachts met hem wilde praten, toen ze eindelijk alleen waren, moest hij zijn kop dicht houden. Hij wilde meer te weten te komen over deze eigenaardige fabriek. De volgende dag werden ze meteen naar huis gestuurd.

Op een gegeven moment toen er al veel kinderen een Yacca hadden, werden er veel kinderen ziek en zaten er al minder in de klas. Sem en Feya vonden het vreemd. Toen twee kinderen van hun klas al een hele tijd ziek waren gingen ze op ziekenbezoek. Allebei naar een ander. De ouders van de kinderen deden vreemd en heel zenuwachtig. Ook zagen ze een allebei een gele envelop met een teken van de kernpolitie, terwijl die helemaal niet meer bestond. Feya wilde weten wat er in zo’n brief stond, dus heeft ze zo’n brief gestolen. Ze schrokken allebei van wat er in stond.
En onderaan de brief stond een handtekening die sprekend op die van Niels leek

Feya zag dat er in de agenda van haar moeder een rondleiding door de fabriek van Farmayaca stond. Maar nu haar moeder ziek was en niet mee kon gaan, zou zij meegaan.
De rondleiding stelde niet veel voor. Ze werden opgehaald in een lange zwarte auto en bij de fabriek aangekomen gingen ze met een lift naar beneden. Heel diep onder de grond. Hier zag ze Niels ook nog, maar het leek alsof die door haar heen keek.
Ze kreeg niets te zien, wat ze wilde zien, ze mocht niets vragen over de Yacca’ s en ze mocht nergens aankomen. Ook kreeg ze struisvogels te zien en dat was het mooiste van de hele rondleiding. Dokter Brandt en zijn hulpjes wilde van hun af. Ze werden nerveus.
Toen ze stonden te wachten voor de lift stond er nog een busje achter hen. Feya vroeg de bestuurder wat voor busjes dat waren. Het waren busjes met wasgoed die naar de stomerij gingen.

Toen ze Sem alles verteld had, kwam het erop neer dat ze moesten inbreken in de fabriek.
Ze hadden alles tot in de puntjes voorbereid, alleen wisten ze nog niet hoe ze binnen moesten komen. Sem ging een dagje uit met zijn ouders en Feya was aan het denken hoe ze binnen konden komen. Ze dacht aan de busjes met wasgoed. Dat was de schakel tussen de fabriek en de buitenwereld.
Feya had het zo geregeld dat het busje met het schone wasgoed naar haar huis zou komen. Als dat voor de deur stond zou ze achterin kruipen en meegaan naar Farmayaca.
Het was gelukt.
Ze was bij Farmayaca en ze ging op onderzoek uit.
Ze herkende een aantal dingen die ze ook had gezien met de rondleiding, maar ook de verdwenen kinderen. Alle kinderen hadden op hun linkerwang een rode ribbel of een pleister en ze staarden allemaal voor zich uit.
De kinderen sliepen overdag en waren ’s nachts op. Feya moest zich hier aan aanpassen.
Ze zag Alfons, de man die hen had geholpen met de rondleiding en de man die ze waren tegengekomen bij school.
Toen er een nieuw Dozijn kinderen binnen werd gebracht wilde Feya daarbij zijn. Daar aangekomen zag ze ook Niels. Hij zorgde voor de verdoving. Feya kon het niet langer aanzien en kroop stilletjes weer terug.

Sem moest er voor zorgen dat het thuis allemaal goed verliep. Hij zorgde ervoor dat de ouders van Feya zich geen zorgen maakten en ook op school ging alles prima.
Toen ze te horen kregen dat hun meester ziek was en ze naar huis mochten, besloot hij om Feya op te gaan zoeken. Hij kreeg contact met zijn broer, maar die scheepte hem af. ’s Avonds na lang wachten hield hij het niet meer uit en besloot om meer naar de fabriek te gaan.
Hij zag een rij raampjes waar de lichten brandden. Hij besloot te gaan seinen. Er werd terug geseind in het zelfde ritme al hij. Het was Feya dat wist hij.

Feya had een overall te pakken gekregen. Ze voegde zich bij het Dozijn van haar leeftijd en die haar uiterlijk hadden. Met een viltstift had ze een rode lijn op haar linkerwang getekend.
Ze werkten aan de lopende band en ze heeft zelfs een deeltje van een Yacca vastgehouden.
Op een gegeven moment roept er iemand: ‘navelcontrole’. Er was een rode lijn te zien even onder de navel.
Feya hoorde Niels praten tegen dokter Brandt. Zo ving op dat als het zo doorging plan Exit in werking ging. Niels schrok, dat kon ze zien.

Er was kortsluiting, er waren een aantal Yacca’s verbrand. Eén vonkje erop en het werd as. Toen het jongetjes Yacca verbrand was, was hij helemaal klaar wakker, alsof er niets gebeurde was.

Sem’s zusje had ook een Yacca. Die had ze gestolen van een vriendinnetje. Sem werd boos op haar en probeerde het af te pakken. Lot liep weg en kwam niet meer terug. Even later lag er een gele brief met een paars randje van de kernpolitie op de mat.

Feya schrok zich een ongeluk. Het laatste Dozijn kinderen was binnen gebracht waaronder Lot, het zusje van Sem.
Toen Niels binnenkwam voor de verdoving had hij ook een geschrokken gezicht. Zijn zusje was bewusteloos en die moest hij ook nog een verdoving geven. Hij wilde alleen met haar wezen.
Hij stopte in ieder geval niet het enge ding in haar wang, maar plakte alleen een pleister erop.
Voordat ze bijkwam maakte hij dat hij weg was en zij hem niet kon zien.

Feya is gesnapt. Niet door Alfons of de enge man, maar door een meisje van haar klas.
Hierna heeft ze haar dagboek op gestuurd naar Sem, met de hoop dat hij zou komen!!!!

De ouders van Sem waren overstuur. Ze hadden de brief gelezen. Ze waren net zoals de ouders van de zieke kinderen die Sem en Feya hadden opgezocht.
Lot had opgebeld. Ze had gezegd dat alles prima was en dat ze het heel leuk vond.
Sem had meer over Feya te weten moeten komen, maar voordat hij vragen kon stellen werd de verbinding verbroken.
De volgende dag kreeg hij het dagboek van Feya. Hij moest naar ze toe. Hij besloot om hetzelfde te doen als Feya, hij zou ook in een wasmand kruipen.

Het was gelukt.
Hij was binnen. Nu nog op zoek naar Feya. Hij zag Lot vrolijk zitten eten.
Hij hoorde dokter Brandt en de enge man met elkaar praten en hij hoorde dat plan Exit in werking gesteld moest worden.

Feya was ziek geworden. Ze hadden haar gepakt, ze konden haar zo vinden vanwege haar hoest. Ze hoestte alleen maar en kon niet meer stoppen. Ze werd verzorgd door Alfons.
Alfons vertelde haar alles. Alle kinderen waren proefkonijnen en hij was het allereerste proefkonijn.

Sem heeft Feya gevonden. Ze waren blij elkaar te zien.
Ze moesten afmaken, want plan Exit werd al bijna in werking gezet. Toen ze weg wilde gaan stond Niels in de deuropening. Sem werd boos op Niels. Hij vroeg wat hij hier moest en alles wat hij maar wist.
Wist Niels er echt zo weinig vanaf, of loog hij.
Ze vochten en na een tijdje werden ze weer rustig. Niels liep weg en gaf hen de sleutel.

Sem en Feya slopen weg, op weg naar de slaapzaal om alle Yacca’s te verzamelen. Ze moesten allemaal in brand worden gestoken, dan zouden alle kinderen weer zichzelf zijn.
Toen Feya de Yacca’s oppakten zei ze dat ze trilden. Sem wist wat er in zat: struisvogelhartjes.
Gelukkig hielp Niels hun nu, want anders was alles misgelopen. Toen ze alle Yacca’s verzameld hadden, gooide ze er een lucifer in. Het was één grote vuurzee.
Alle kinderen waren intussen wakker geworden, maar ze misten hun Yacca niet.

Er moesten nog meer Yacca’s verbrandt worden. Er waren nog een aantal tonnen vol met Yacca’s.
Niels, Lot,Sem en Feya praatten over hoe ze konden ontsnappen. Er was een uitgang, maar die was afgesloten en er was nog een uitgang. Die uitgang kwam uit op het kanaal, maar dat was ijs. Er waren schaatsen dus Sem en Feya gingen schaatsen. Het duurde ongeveer 2 uur, maar het was het proberen waard.
Dokter Brandt was met plan Exit begonnen. Dat waren allemaal zuurtjes met vergif die werden uit gedeeld.

Toen ze eindelijk het huis van Sem bereikten, waren er veel mensen opgelucht. Het hele verhaal kwam eruit. Hoe kwamen ze aan hulp.
Feya dacht aan het oude verroeste spoortje en in het spoorwegmuseum, stond een treintje die daar op paste. Ze namen het treintje en reden zo naar de fabriek. Sneller en sneller. Ze reden door het hek heen en zo door de muur van de fabriek. Er steeg een enorm gejuich op.

HOOFDPERSONEN

Feya is een karakter. Ze is een meisje van 13 en heeft in 7 verschillende landen gewoond.
Haar ouders zijn Fernanda en Marcus. Haar vader is professor/ filosoof en haar moeder schrijft gedichten. Ze komt op een nieuwe school bij Sem in de klas.

Sem is ook een karakter. Hij heeft een zusje: Lot en een broer: Niels.
Sinds Feya bij hem in de klas komt zijn ze dik bevriend.
Samen met Feya probeert hij het raadsel van de Yacca’s op te lossen.

Dokter Brandt is een type. Hij zoek een oplossing om een zwerenmiddel te maken, omdat hij dan heel rijk kon worden. Hierbij heeft hij kinderen nodig met sproeten, flaporen, grote neuzen enz. Ook heeft hij hiervoor struisvogels nodig. Hij is de schurk van het verhaal.

SETTING

Het verhaal speelt zich niet af in de middeleeuwen. Het is in deze tijd. Er zijn auto’s en treinen.
Ook worden er middelen gezocht die op kinderen worden getest.

Het verhaal verloopt chronologisch.
Er is bijna geen sprake van een tijdsprong, omdat bijna alles in het verhaal wordt beschreven.

De plaats van het verhaal is op school, het huis van Feya, de fabriek Farmayaca
Feya komt als nieuw meisje op een school. De school is een veilige plaats. De fabriek is een onveilige plaats, het was gevaarlijk om daar rond te lopen.

HOOFDSTUKKEN

Dit verhaal bestaat uit twee dagboeken. Er zijn niet echte hoofdstukken in dit boek.
Eerst krijg je een deel van Feya en daarna een deel van Sem. Soms leest je wel twee keer het zelfde, want in het begin maken ze hetzelfde mee en aan het einde weer.
Als er een nieuw hoofdstuk begint, wordt er vermeld dat bijvoorbeeld plan Exit in werking wordt gesteld. Dan gaat het weer verder met de dagboeken.

PERSPECTIEF

Het verhaal is geschreven in het ik-perspectief.
Het is een dagboek en je komt de gevoelens van Sem en Feya aan de weet, omdat ze over zichzelf schrijven.

THEMA

Het thema is: zwerenmiddel.
De hele nieuwe rage draait daarom. Er verdwijnen kinderen. Al die kinderen zijn in die fabriek en daar wordt het nieuwe middel getest.

TITEL

De titel van het boek is: struisvogelkoorts.
Het is een toepasselijke titel, want sinds de Yacca’s er zijn, wil iedereen zo’n Yacca.
Later wanneer er kinderen ziek worden en verdwijnen, gaan Sem en Feya op onderzoek uit. Ze eindigen bij Farmayaca. Hier zien ze dat ze een gek raar ding in hun wang krijgen en een rode riem net onder hun navel.

MIJN MENING

Het was een moeilijk boek om een verslag over te maken.
Dat komt omdat het verhaal bestaat uit twee dagboeken!!
Eerst vertelt de een wat, daarna de ander en het wordt allemaal tot één verhaal verwerkt!!

Het boek was gemakkelijk te lezen en daarom had ik het al snel uit. Het was niet echt een boeiend boek, want je weet al dat het niet echt is gebeurd. Er worden geen middelen meer op kinderen getest.
Ik kon me niet zo goed inleven in de hoofdpersonen, dit komt voornamelijk omdat er twee hoofdpersonen zijn.
Het taalgebruik in het boek is prettig. Je kunt aan een stuk doorlezen.
Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen