U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag : Heere Heeresma - Han De Wit Gaat In Ontwikkelingshulp.
Deze versie komt van http://www.scholieren.com/boekverslagen/1414 en is laatst upgedate op 14/10/1999.
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 1193 woorden.

Gegevens over het boek

Heere Heeresma, Han de Wit gaat in ontwikkelingshulp. 18e druk. Uitgeverij Westland nv, Schotten, 1993(eerste druk1972).

Er is een gedicht aan het begin van Jac. van Hattum.

Er zijn verscheidene illustraties in het boek die naar mijn mening niet echt functioneel zijn.

Het boek is onderverdeeld in 137 pagina’s, 10 genummerde hoofdstukken en is verder niet onderverdeeld in delen.



Inhoud

Han de wit is een nogal sullige jongen die denkt dat hij heel wat is omdat hij op het gymnasium zit. Zijn vader is een kolensjouwer bij de Brandaris en in de jaren vijftig was dat geen vetpot sinds de ontdekking van het aardgas. Zijn vader vond dat Han te slim werd en wilde ook niet dat Han uit het arbeiders milieu groeide. Om deze redenen en ook vanwege de financiële kant besloot zijn vader om hem van school te halen en hem aan het werk te zetten! Door Han zijn tere gestel was het gesjouw bij de Brandaris geen succes. Zijn kwaliteiten werden echter ontdekt door de boekhouder van het bedrijf. Tijdens het wegbrengen van bestellingen mocht zijn vader nooit in de cabine van de bestelauto zitten want dan zou de bekleding vies worden en op de achterbank lag ook al het brood voor de bestuurders! Om deze reden moest de vader van Han altijd op de open oplegger van de bestelauto zitten ongeacht of het sneeuwde of hagelde! Han mocht nu in het kantoor de financiën regelen en na afloop reden hij en zijn vader samen naar huis. Han op zijn Solex en zijn vader op de fiets, die soms zelfs even mocht aanhangen, maar als zijn vader door een kuil in de weg even los moest laten reed Han snel door naar huis naar zijn moeder waar hij zo van ‘hield…’ Han heeft nog vele baantjes gehad o.a. bij de rijkswaterstaat maar dat liep allemaal mis. Zijn vader is een echte bullebak en als hij een keer van de bestelauto afvalt en invalide raakt, vindt Han het vervelend dat zijn vader thuis is, want Han doet nu thuis het huishoudelijke werk. De invalide-zorg was in die tijd niet goed en zijn moeder ging beunen als schoonmaakster. Als zij gesnapt wordt, wordt de uitkering ook gelijk stopgezet. Ze heeft ondertussen zo’n last van jicht gekregen dat nieuw werk zoeken weinig zin heeft. Als zijn ouders op de televisie een reclame te zien krijgen over adolescenten die op ontwikkelingshulp gaan in de derdewereldlanden en die twee jaar werken en dan een riante beloning krijgen, gaat er een lichtje branden bij zijn ouders. Han wordt op pad gestuurd om in het Tropenmuseum een cursus te gaan volgen. Als Han de volgende ochtend op zijn Solex stapt om van Zuid-Holland naar Amsterdam te tuffen, glijdt hij voor het tropenmuseum uit over een natte tramrails en knalt met zijn hoofd tegen de stoeprand en sterft. Als hij in de hemel komt ziet hij een gouden rivier en prachtige steden en als hij dan nog even terug op aarde wil komen om te zeggen hoe mooi het er is, dan is het te laat…



Vertelsituatie

De schrijver is de verteller en het wordt gezien door de ogen van Han de Wit. Het is dus in de hij/zij vorm.



Personages

De hoofdpersonen: Han de Wit is een lulletje in rozenwater die niets voor elkaar krijgt en altijd ziek zwak en misselijk is.

Meneer de Wit raakt invalide en kan uiteindelijk allen nog maar “sjekkies” roken.

Mevrouw de Wit ziet er volgen Han van achteren uit als een oude matras, en krijgt last van jicht.



Tijd

Het verhaal speelt zich af in de jaren vijftig, wat te merken is aan het gevonden gas en de verdere industriële ontwikkeling van Holland.

Het verhaal duurt een paar jaar. Er zijn enkele versnellingen en vertragingen in het boek.

Aan het begin als Han en zijn vader gaan vissen, is er een opvallende tijdsvertraging dit is wanneer er een vriendje van Han verdrinkt.

Het verhaal wordt chronologisch verteld.



Ruimte

Het verhaal speelt zich ergens in Zuid-Holland af bij een armoedig kolengezin. Han wordt door zijn moeder graag gezien in een korte broek en zijn vader in een kamerjas. Het is er altijd slecht weer.



Thematiek

Niets bereiken, egoïsme, zieke mensen, vooruitgang in de omgeving en achteruitgang bij hen thuis.

De titel spreekt voor zich.



Stijl

Han de Wit is een parodie op andere jongensboeken zoals Dik Trom en Pietje Bel. Want Han bereikt niets wat in andere jongensboeken altijd wél gebeurt, Han bereikt zelfs het Tropenmuseum niet! Han heeft geen vrienden, hij pest zijn ouders in zijn eentje, ook al wordt hij dubbel teruggepakt In dit boek wordt de oubollige sfeer van de jaren vijftig te kak gezet want alles is extreem gezapig Fantastisch!!!



10.Literatuurgeschiedenis

Heeresma, Heere, eigenlijk: Simon Heere-Heeresma (Amsterdam 9 maart 1932), Nederlands schrijver, debuteerde met de dichtbundel Kinderkamer (1954). Na een periode waarin hij vooral symbolische verhalen schreef, vond hij met Juweeltjes van waterverf (1965) zijn eigen vorm als schrijver van meedogenloos, filmisch proza. Zijn personages, ontheemden in een wereld waarin het recht van de beste prater geldt, zijn slachtoffers of maken zelf slachtoffers. Belangrijk in Heeresma's werk is zijn streven om zekerheden te ondermijnen en problemen te relativeren. Veel gebruikte stijlmiddelen hierbij zijn overdrijving, karikatuur en ironie. Hij is een eenling in de Nederlandse literatuur. Spionageromans schreef hij ook, aanvankelijk (Teneinde in Dublin, 1969) in samenwerking met zijn broer Faber Heeresma (1939–1969). WERK: (o.a.): Bevind van zaken (1962); Een dagje naar het strand (1962; verfilmd in 1984); De vis (1963); Juweeltjes van waterverf (1965); De verloedering van de Swieps (1967); Geef die mok eens door, Jet! (1968); Met z’n allen door de vloer (1969); Hip hip hip voor de antikrist (1969); Pas op Pavlov (1970); Kaddish voor een buurt (1971); Langs berg en dal klinkt hoorngeschal… (1971); Han de Wit gaat in ontwikkelingshulp (1972); Zwaarmoedige verhalen voor bij de centrale verwarming (1973; verfilmd); Hallo hallo… bent U daar, Plotsky? (1973; met Faber Heeresma, postuum); Deze verzen en gedichten, die poëzie ook (1974); De sterke verhalen (1974); Vader vertelt (1974); Mijmeringen naast m’n naaimachine (1975); Waar het fruit valt, valt het nergens (1976); Enige portretten van een mopperkont (1977); Heeresma helemaal (1978; verz. verhalen); Hier mijn hand en dáár je wang (1978; corr. met L. Langenbach); Eens en nooit weer… (1979; verz. gedichten); Pornotaria (1982; onder pseudoniem Johannes de Back); Een hete ijssalon (1982); Beuk en degel (1983); Femine (1983); Autobiografisch 1 en 2 (1983); Gelukkige paren (1984); Spreekt met winter en 't komt in orde… (1986); Geschoren schaamte (1987); Eén robuste buste, één!… (1989); Zingend langs de straten (1989); Damesverband (1992; verz. vrouwenverh.); Beuken en eikels (1992; verz. mannenverh.); Zacht gelag (1996; poëzie); Helemaal Heeresma (1997; verzamelbundel romans).



Eigen mening

Ik vond het een fantastisch mooi boek; weer eens wat anders. Je moet alleen wel de humor ervan inzien, ook al worden er weinig grapjes in gemaakt. Je merkt ook gelijk hoe dom zo’n jongen is als hij op volle snelheid met zijn Solex op zijn achterwiel wil gaan rijden; een Solex heeft voorwielaandrijving. Net als dat hij in Amsterdam op nat wegdek een mooie slip wil gaan maken terwijl de tramrails nat is…
Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen