U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag : Heere Heeresma - Een Dagje Naar Het Strand.
Deze versie komt van http://www.scholieren.com/boekverslagen/1413 en is laatst upgedate op 02/04/2000.
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 1449 woorden.

Een dagje naar het strand (1962)



Heere Heeresma (1932)



De schrijver



Heere Heeresma werd in Amsterdam geboren. Zijn vader, die godsdienstleraar was, is vrij jong gestorven. Heere Heeresma heeft een poos in de Bijlmermeer gewoond en heeft zich daarna in Frankrijk gevestigd.

In 1954 verscheen Kinderkamer, een bundel gedichten. In 1962 publiceerde Heeresma zijn eerste prozabundel Bevind van zaken. In datzelfde jaar verscheen de novelle Een dagje naar het strand.

De verloedering van de Swieps (1967) is een filmscenario waarin een vrijbuiter infiltreert in een eerzaam burgergezin. In Geef die mok eens door, Jet! (1968) valt een deerniswekkende handelsreiziger in handen van een liederlijke nietsnut. Han de Wit gaat in ontwikkelingshulp (1972) is een roman over een dromerige slappeling die wel goede dingen wil doen, maar door gemak- zucht en egoïsme voortdurend mislukt.

De meeste verhalen werden gebundeld in Heeresma helemaal (1978). Verder verschenen de verhalenbundels Zingend langs de deuren (1991), Da- mesverband (1992) en Beuken en eikels (1992).

In het werk van Heeresma komen veel personages voor die zijn getekend door eenzaamheid, gebrek aan contact en machteloosheid. Dreiging, ontreddering en ondergang bepalen de sfeer van dit werk. De stijl is realistisch maar soms sterk gekleurd door ironie en slap-stick humor. Plechtige woorden worden soms gebruikt om komische effecten te bereiken.



Titel

De titel suggereert een ontspannend gebeuren; in werkelijkheid pakt het echter heel anders uit.



Motto

Het motto is ontleend aan het oudtestamentische boek Prediker en luidt: 'Wees niet te zeer rechtvaardig en gedraag u niet al te wijs; waarom zoudt gij uzelf tot verbijstering brengen?'



Thema

Een ongehuwde vader (een eenzame, aan de drank verslaafde twintiger) wil zijn lichamelijk gehandicapte kind een aardig dagje geven, maar door drank. misbruik wordt het voor het kind een droevige zaak.



Motieven

Drankmisbruik beheerst het gehele verhaal. In hoofdstuk 1 als toekomstverwijzing: 'Het leek hem zelfs niet uitgesloten dat hij in deze kijkkast bijzonder dronken kon worden. ' In hoofdstuk 2 drinkt de hoofdpersoon stiekem wodka uit de huisbar. In de loop van de dag drinkt Bernard zich langzaam maar zeker een stuk in de kraag.

Een tweede motief dat erg belangrijk is, is de regen die de triestheid van het drankmisbruik als het ware onderstreept. Verder: de eenzaamheid van

Bernard. 'En hij in zijn pilobroek en leren jack, omgeven met een odium van misprijzen en lege volstrekt lege eenzaamheid.’



Verhaaltechniek

Eerst iets over de tijd. Het verhaal speelt zich af in één dag. Het gebeuren is verdeeld in zeven hoofdstukjes; in elk hoofdstukje speelt de tijd een belang- rijke rol. Als hij op p. 9 op een elektrische klok ziet dat het half acht is, is hij 11 meer dan een uur onderweg.

Het gebeuren eindigt 's avonds op het strand. De auteur maakt een bescheiden gebruik van terug- en toekomstverwijzingen.

Iet verhaal is in de hij-vorm geschreven, maar bijna het gehele boek zien we let gebeuren door de ogen van Bemard (bij hem ligt het perspectief). Er is dus eigenlijk sprake van een soort monoloog.



Karakteristiek

Bernard is een roundcharacter, de overige figuren zijn flatcharacters.

De lezer leert Bernard kennen als een uitdagende en treiterende jongeman, die bezig is een broodwinning te zoeken. Hij wordt geplaagd door

eenzaamheid en heeft geen hoge dunk van zichzelf. Hij is vrijwel machteloos tegen de ontbindende krachten in zichzelf, waardoor de contacten met vrienden en bekenden bijna steeds op een teleurstelling uitlopen.

Walijne is een stakkerdje dat hunkert naar genegenheid. Medusa is koud, liefdeloos en berekenend.



Taal, stijl



Het taalgebruik van Heeresma is zeer merkwaardig. Het verhaal wordt verteld in een taal die zeer dicht bij het gesproken Nederlands staat. Aan de andere kant gebruikt de schrijver soms plechtige en verheven taal, sterk herinnerend aan het bijbelse taalgebruik. Hoor je Walijne hoe koninklijke koorzang de wegen vult en onze tocht verlicht? [-] Een omroeper declameerde met grote stem: 'Zo de Here de stad niet verdedigt, zij zullen de stad niet verdedigen. Zo de Here het huis niet bouwt, Zijne knechten zullen het huis 'liet bouwen. ' (p. 38).



SAMENVATTING



1.

De hoofdpersoon, Bernard geheten, begeeft zich te voet naar het centrum van de stad. Het regent zeer fijn. Hoewel het nog vroeg is, is hij al vermoeid. Hij rust wat in een portiek van een winkel. Als hij vertrekt laat hij modderafdrukken van zijn schoenen op de winkelruit achter. Hij slaat af, een buurt met statige herenhuizen in. Het is half acht en hij drentelt omdat hij niet eerder dan negen uur bij Carl, een jonge, handige zakenman wil zijn.

Carl, directeur van een reclamebureau, is getrouwd met Medusa, de vrouw bij wie Bemard een buitenechtelijk kind heeft (Walijne). Bemard vindt Carl eigenlijk een schoft, maar hij neemt wel geld van hem aan. Als Carl buiten komt, vraagt Bemard hem om geld. Deze geeft hem een waanzinnig bedrag, omdat Bemard zich een dagje over Walijne zal ontfermen.



2.

Medusa woont in een flatgebouw op de achtste verdieping. De woning is zeer snobistisch ingericht ('een uitgekiende artistieke wanorde'). Medusa is nog niet aangekleed. Hernard zet een plaatje op ('Waterboy' van Hárry Helafonte), maar als Medusa uit de badkamer komt, zet ze de platenspeler uit. De situatie is gespannen. Walijne mag niet van haar kamer: ze heeft straf. Bernard ( begint over hun verleden te zeuren en verwijt Medusa dat ze Carl om zijn geld getrouwd heeft. Ze barst in snikken uit, maar kalmeert snel. Ze wil die dag uitgaan en Bernard mag Walijne meenemen. Walijne heeft beugels; ze lijkt sprekend op Bernard. Ze is dolblij. Medusa gaat snel weg.



3.

Walijne kleedt zich aan. Ze heeft wel in de gaten dat Bernard wodka heeft gedronken. Bemard doorzoekt het nachtkastje van Carl en vindt een pistool. Als ze op pad gaan, regent het nog steeds. Walijne is vrolijk, plukt bloemen. Bernard wordt aangeklampt door kroegbaas Louis die geld van hem eist. Tevergeefs tracht Bemard hem met wat kleingeld tevreden te stellen: hij krijg een dreun. Als hij wat bijgekomen is, gaan ze met de tram naar het strand.



4.

Ze komen aan op een groot plein. Bernard vraagt Walijne Carl geen 'daddy' te noemen in zijn bijzijn. Later zal hij verlellen waarom. Ze eten wat in een snackbar en Walijne krijgt een schelp. Ze lopen langs de vissers en komen op een terrasje. Bernard drinkt drie biertjes en tracht de eigenaresse en haar dochter (nogal beperkte figuren met vooroordelen) uit te dagen en belachelijk te maken. Als ze aan het strand komen, blijkt Walijne haar schelp te hebben vergeten. Tranen.



5.

Ze lopen verder. Bernard tracht een 'compromis te vinden tussen het verlangen naar drank en de speelbehoefte van Walijne'. Ze komen bij een strandwinkeltje dat gedreven wordt door twee homo's. Walijne loopt door en Bernard koopt bier, sigaretten en een schelp. Als hij later Walijne in een strandstoel vindt, is ze helemaal overstuur: 'Waarom ben je weggegaan oom Bernard?'.

Bernard drinkt de flesjes bier leeg en gooit ze weg. Een geüniformeerde heer komt de huur van de stoel innen. Bernard houdt hem voor de gek en Walijne vindt het een prachtig spel. Ze vertrekken, op weg naar het lunapark.



6.

Walijne eet poffertjes. Bernard drinkt bier. Daarna botsautootjes, schiettent. Ze ontmoeten Nicolaas, Tonie en hun zoontje. Nicolaas is een dichter die nog weinig gepresteerd heeft, maar erg ijdel is. Evenals Bernard koestert hij grote belangstelling voor de drank. Ze zoeken dan ook samen een kroegje, waarna ze Tonie ophalen. Er wordt flink gedronken. Nicolaas wordt agressief, valt daarna in slaap. Bernard en Tonie vrijen wat met elkaar, ook als Nicolaas weer wakker is. Om half vijf verlaat Bernard de kroeg, half beschonken. Hij leunt tegen de muur van het kerkhof.



7.

Bernard belandt in een bar waar hij met een man uit Ghana campari drinkt. De buffetjuffrouw legt het aan met de man uit Ghana en Bernard is geïsoleerd. Hij doet ruziezoekerig, zodat de juffrouw hem gebiedt de zaak te verlaten. Een man dringt naar binnen; er is een oploopje. Men vindt het een schandaal dat hij Walijne in de steek heeft gelaten. Ze vluchten een broodjeszaak binnen. Hij durft niet naar huis en stapt een slijterij binnen, waar hij een fles jenever koopt en enige biertjes drinkt. Walijne valt in slaap. Wankelend verlaat hij de zaak. Hij wordt wakker in een kuil op het strand. Hij richt zich op en begint vertwijfeld over het strand te rennen.



VRAGEN

1. Welke doodssymboliek tref je aan in hoofdstuk 6?

2. In hoofdstuk 7 komt Bernard in een isolement als de man uit Ghana en de buffetjuffrouw hem links laten liggen. Dan geeft hij in een overpeinzing zijn 'visie' op zijn medemensen. Hoe luidt deze 'visie'?
Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen