U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag : 1987 - De Katholiek-protestantse Problematiek In Noord-ierland Ingez.
Deze versie komt van http://www.scholieren.be/huiswerk/show_stuk.php?id=598 en is laatst upgedate op Onbekend.
De taal ervan is Geschiedenis en het aantal woorden bedraagt 4665 woorden.

NOORD-IERLAND




1. Inleiding en Bevolking


Noord-Ierland ook wel Ulster genoemd is het noordelijke deel van het eiland Ierland, dat behoort tot het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië, en het omvat het grootste deel van de Ierse provincie Ulster. De hoofdstad is Belfast. Noord-Ierland heeft een oppervlakte van 13.483 km² en 1.6 miljoen inwoners. Naast de oorspronkelijke Ierse inwoners, die grotendeels katholiek zijn, wonen er afstammelingen van Schotse en Engelse kolonisten, die overwegend protestants zijn.


De officiële taal is Engels, maar er wordt hier en daar nog Gaelic gesproken.




2. Bestuur en samenleving


Noord-Ierland is een onderdeel van het Verenigd Koninkrijk en vaardigt daarom 17 leden af naar het Britse lagerhuis.


Verkiezingen van de 26 Noord-Ierse districtraden gebeuren volgens evenredige vertegenwoordiging, evenals de verkiezingen voor het Europese Parlement. De twee grote steden Belfast en Londonderry hebben een zelfstandige status.


Het juridische systeem is gebaseerd op de Judicature Act (1987). Het Hooggerechtshof is een spiegelbeeld van het Engelse Hooggerechtshof en is verdeeld in een 'Court of Appeal' (hoger beroep) en een 'Crown Court' voor strafzaken. Het Crown Court-systeem komt ook overeen met het Engelse maar het bevat geen Pleading system (de gedaagde kan zijn schuld of onschuld bepleiten). Voor de ordehandhaving zijn onderdelen van het Britse leger (in 1989 was dit 20.000 man), het Noord-Ierse politiekorps, de Royal Ulster Constabulary (RUC), dat wordt bijgestaan door het parttime korps (RUC Reserve) en het part-time Ulster Defence Regiment (voornamelijk samengesteld uit vrijwilligers).




Noord-Ierland telde in 1989 ruim 10 belangrijke politieke partijen. De grootste is de protestantse Official Ulster Unionist Party (UUP, opgericht in 1905). Deze partij streeft naar de terugkeer van het Noord-Ierse zelfbestuur binnen het Verenigd Koninkrijk.


De tweede partij is de extreem rechtse partij, Democratic Unionist Party(DUP), deze is anti-republikeins en protestants. Ze zijn voorstanders van het behoud van de banden met het Verenigd Koninkrijk en bestrijders van bestuurlijke aanspraken van het katholieke volksdeel.


De belangrijkste woordvoerder van de katholieke minderheid is de Social Democratic and Labour Party (SDLP). Zij streven met democratische middelen naar hereniging van de Ierse Republiek.


Dan heb je ook nog Sinn Féin van de Irish Republican Army (IRA). De IRA streeft met geweld en terroristische activiteiten naar een hereniging van de Ierse Republiek.


De Alliance Party bestaat uit zowel protestanten als rooms-katholieken en streven naar verzoening tussen de partijen.




Het sociale verzekeringstelsel en de gezondheidszorg zijn volgens het Engelse model net zoals de vakbonden, radio en televisie. De radio en televisie zijn uitgewezen op de Britse BBC-uitzendingen. Maar er worden wel speciale programma's gemaakt door BBC Radio Ulster en BBC Radio Foyle.




3. Economie


Noord-Ierland is van oudsher welvarender geweest dan de Ierse Republiek, maar is wel het minst welvarende deel van het Verenigd Koninkrijk. De Britten probeerden Noord-Ierland aantrekkelijk te maken voor buitenlandse investeerders. Ze hadden sinds de jaren 70 vele miljarden in de Noord-Ierse economie geïnvesteerd. Ook de Ierse regering en de EG (vooral de Verenigde Staten) subsidieerden Noord-Ierland. Dit had als resultaat een grotere economische productiviteit en een jaarlijkse groei van het bruto nationaal product.




Noord-Ierland is sterk geïndustrialiseerd. Het is arm aan delfstoffen en voor de energievoorziening is het afhankelijk van import.




Noord-Ierland heeft een omvangrijk wegen- en spoorwegennet.






















DE GESCHIEDENIS VAN DE NOORD-IERSE PROBLEMATIEK




Het conflict in Noord-Ierland is tragisch en erg complex. Er is niet enkel een historische en godsdienstige breuklijn, maar ook een economische, sociale, demografische en electorale breuklijn. Deze zorgen voor de verdeling van de twee gemeenschappen.


De Ieren zijn Kelten en sinds de zesde eeuw katholiek.




1. historische en godsdienstige breuklijn


Als strafmaatregelen van een Ierse opstand tegen Engeland werd Ulster in 1603 gekoloniseerd door protestantse Schotten en Engelsen. Vanaf nu werd het anglicanisme een staatsgodsdienst. De rooms-katholieken Ieren werden daardoor in de loop van de 17de eeuw een achtergestelde en onderdrukte minderheid.




In 1801 werd Noord-Ierland officieel bij het Verenigd Koninkrijk ingelijfd.


De Ieren werden behandeld als een stuk vuil en kwamen in opstand. Zo onstond in de 19de eeuw het Iers Republikeins leger (Irish Republic Army, Oglaigh na hEireann, letterlijk ' de Ierse Vrijwilligers', beter bekend als de IRA).1 Zij namen het op tegen het Britse leger.




Enkel in Ulster waren de protestanten in de meerderheid, daarom installeerden zij in 1911 de 'Ulster Unionist Council' om zich te weren tegen de dreigende inlijving bij een onafhankelijk Ierse staat.




Tot 1920 bleven de rellen zich maar opstapelen totdat de Londense regering er zich toe gedwongen voelde om te voldoen aan de Ierse vrijheidseisen. Door de 'Governement of Ireland Act' kwam er een instelling van twee parlementen (één voor het katholieke zuiden en één voor het overwegend protestantse Ulster) overkoepeld door een centrale raad. De meerderheid van de mensen aanvaardden het compromis. De minderheid daartegenover o.l.v. Eamonn de Valera kwamen in verzet. Zij steunde heimelijk de IRA.




In 1922 bevrijdde het zuiden zich definitief van de Britse overheersing en onstond de Ierse Vrijstaat. Wat nu de Ierse Republiek is.


Noord-Ierland bleef een deel van het Verenigd Koninkrijk, maar het verkreeg wel autonomie in binnenlandse aangelegenheden. De 'Ulster Unionist Party' (UUP, partij van de protestantse meerderheid) had een permanente controle over het Noord-Ierse parlement. De rooms-katholieken werden uitgesloten van politieke macht en werden door de wetgeving gediscrimineerd.




Van 1921 tot 1972 werd Noord-Ierland onafgebroken bestuurd door het UUP. Zij waren tegen elke hervorming waardoor de katholieken meer zeggenschap zouden krijgen. De katholieke hadden geen stemrecht bij lokale verkiezingen. De regering moedigde de discriminatie aan. Dit blijkt uit volgende uitspraken: 'Loyalisten mogen geen katholieken in dienst nemen, want die zijn onbetrouwbaar. Loyalisten die dat toch doen, verlagen zichzelf'(basil Brook, toekomstig Noord-Ierse premier); ' Wij zijn een protestantse natie en ons parlement moet altijd protestants blijven' (eerste minister Sir James Craig)2.


En de Royal Ulster Constabulary (RUC, Noord-Ierse politiemacht die zo goed als helemaal uit protestanten bestaat)3 treedt hard op tegen de katholieken en laat de protestanten ongemoeid.




Het jaar 1965 was een eerste keerpunt in de geschiedenis van het Noord-Ierse conflict. Ondertussen was in Groot-Brittannië Labour aan de macht gekomen. Premier Harold Wilson pleitte voor een nieuwe aanpak van het Noord-Ierse probleem: 'Wij moeten de verdeling van Ierland beëindigen. […] We kunnen zelfs uitkijken naar de dag dat een Verenigd Ierland weer lid wordt van het Britse Gemenebest. […] Tot dan moeten we blijk geven van een houding van welwillende onthechting […].'4 Ook in het Ierse Republiek stond men meer open voor veranderingen, ten voordele van de katholieken. Vooral sinds de opvolging van Séan Lemass Eamonn de Valera als president. Hij wou niet langer toezien hoe onschuldige mensen gediscrimineerd en gewond werden. De katholieken kregen ook steun van de VS. Op deze manier kregen de Noord-Ierse katholieken meer zelfvertrouwen. Zo richtten ze in 1968 onder invloed van de Amerikaanse burgerrechtenbeweging de 'Northern Ireland Civil Rights Movement' (NICRA) op. Zij namen de discriminatie op politiek, sociaal en economisch vlak van de katholieke minderheid niet meer.


Ze hebben het volgende eisenpakket gepubliceerd: - One man, one vote


- Fair boundaries


- Houses on need


- Jobs on merit


- Free speech


- Repeal of the Special powers Act


Voor het eerst voelden de protestanten zich verwaarloosd door Westminster en bedreigd door de Ierse Republiek en de VS. Dit leidde in de jaren 1968-1969 tot ernstige rellen tussen katholieken en protestanten. In de UUP onstonden hevige meningsverschillen over de verbetering van de rooms-katholieke positie, wat aangedrongen werd door Londen.


In februari 1969 wilden de protestanten het ontslag van de gematigde eerste minister Terence O'Neil.


De nieuwe regering van James Chichester-Clark verbood alle katholieke demonstraties behalve de Oranjemarsen5. Vanaf nu kwam het geweld ook weer opzetten onder meer door de loyalistische paramilitaire organisaties UFF (Ulster Freedom Fighters)6 en UVF (Ulster Volunteer Force)7. Deze pleegden aanslagen op katholieke wijken. De IRA daartegenover koos voor stadsguerrilla.


Op verzoek van de katholieken werden Britse troepen naar Ulster gestuurd. En als in 1971 de eerste Britse soldaat door de IRA werd gedood, verklaarde Londen de IRA de oorlog.




Het jaar 1972 was het tweede keerpunt in de geschiedenis van het conflict. Opnieuw was er een nieuwe regering; Deze berustte op 4 pijlers:


1. De RUC is aansprakelijk voor de handhaving van de orde


2. Er moet een regering aan de macht komen met inspraak van de katholieke minderheid.


3. Er moet een referendum worden georganiseerd met de vraag of Ulster tot het Verenigd Koninkrijk wil blijven horen 8.


4. Het probleem-Ulster moet geplaatst worden in een Ierse context: Londen wil zowel met de Ierse Republiek als met de IRA onderhandelen.


Maar er werden meer Engelse troepen naar Ulster gestuurd en er gebeurden massaal arrestaties. Vooral IRA-leden waren hier het slachtoffer van. Het geweld nam daarna ook toe. Hiervan was dan weer vooral het Britse leger slachtoffer. Deze gevechten gebeurden in de straten van Belfast.


Tussen 1972 en 1974 vielen er gemiddeld negenentwintig doden per dag. Op Bloody Sunday werden er 13 ongewapende katholieke burgers doodgeschoten en op Bloody Friday nog eens vijfenveertig. Heath staat nu voor een groot dilemma: zijn soldaten konden de orde niet handhavenen en de Noord-Ierse regering weigerde hervormingen door te voeren. Er was dus maar één weg: Londen moest de macht zelf overnemen. Dit gebeurde onder groot protest van het Noord-Ierse kabinet.




Nu het Assemblee9 was opgeheven, kon Heath doen wat hij wilde met zijn beleid. De situatie was erg gunstig: de IRA had een bestand afgekondigd en in de Ierse Republiek was een gematigde Fine Geal-Labour-regering aan de macht gekomen. De IRA-gevangenen zouden onder een speciaal statuut komen en voor het eerst waren er in juli 1972 onderhandelingen tussen de IRA en een afgezant van de Britse regering. Maar de onderhandelingen mislukten omdat de IRA een verenigd Ierland en de volledige terugtrekking van de Britse militairen eiste. Hiermee ging de Britse regering niet akkoord. Wat later probeerden de Britse en de Ierse regering een oplossing te zoeken met de gematigde partijen: de katholieke Social Democratic and Labour Party (SDLP) en de protestantse UUP. De gematigde partijen werden hiervoor aan de kant gezet.




In 1973 werd de overeenkomst van Sunnigdale gesloten. Zo kreeg Noord-Ierland opnieuw een parlement en een regering waarin ook een vertegenwoordiging was van de katholieken. Op 28 juni 1973 werden er verkiezingen gehouden en enkele maanden later was er al een nieuwe regering gevormd. Protesten van de protestanten leidden tot het uitroepen van een noodtoestand.


Maar dit Sunningdale-akkoord bleef om allerlei redenen niet lang bestaan. Enkele redenen hiervan waren:


1. Na de regeringswissel in Groot-Brittannië gunt de minderheidsregering van Labour de conservatieven geen diplomatiek succes en weigert ze IRA-gevangenen vrij te laten.


2. De protestantse extremisten, vooral de DUP (die door stakingen de provincie lamlegt) en de republikeinen10 blijven zich verzetten.


3. De UUP steunt het akkoord, maar matig. In het parlement beschikt ze slechts over vierentwintig zetels (tegenover zesentwintig voor de tegenstanders).


4. De Ierse regering is wegens een te krappe meerderheid in het parlement niet bij de machte artikelen 2 en 3 van de grondwet te amenderen. Dit is koren op de molen van de unionisten.


(geciteerd door B. O'Duffy)


In 1975 werden er verkiezingen gehouden voor een Constitutionele Conventie (zij moesten een ontwerp maken van een grondwet waarin de rechten van katholieken gegarandeerd werden). Dit werd gewonnen door de extremisten en nu was het Sunningdale-akkoord voorgoed dood.


Noord-Ierland kwam dus terug onder Brits gezag en de regering in Londen stuurde extra troepen naar het gebied.




In 1979 komen de Britse conservatieven weer aan de macht(Thatcher). Thatcher was wat Ulster betreft niet goedgezind. Om de republikeinse beweging nog meer op te jutten, stuurde zij meer troepen naar de opstandige gebieden en de IRA-gevangenen verloren hun speciaal statuut.


De IRA getuigde zijn ongenoegen met bomaanslagen op Londen en Brighton. Wat later probeerde Thatcher het geweld dat ze zelf had ontketend te verminderen: ze tekende met de Ierse premier Garret FitzGerald het akkoord van Hillsborough. Hierin stond dat er geen verandering zal komen in het grondwettelijk statuut zolang niet de meerderheid van Ulster dit wil. De unionisten11 waren hier niet mee akkoord en gingen in protest o.l.v. Paisley, hij leidde de demonstratie van 200.000 man en jutte de protestanten op met: 'Zij willen ons laten annexeren door de Ierse Republiek.[…] Een vreemd volk zal ons lot bepalen.[…] Neen en nog eens neen.'12




In de jaren die hierop volgde hadden er heel wat politieke veranderingen plaatsgevonden.




8 november 1987 was een derde keerpunt in de geschiedenis van het conflict. In Enniskillen pleegde de IRA een bloedige aanslag, die elf doden en drieënzestig gewonden veroorzaakte. Deze aanslag werd veroordeeld door de Ierse regering en de Iers-Amerikaanse geldlobby in de VS. Eveneens keerden een groot deel van de Noord-Ierse katholieken zich tegen de IRA.




In maart 1988 schoten Britse militairen drie IRA-leiders dood ter preventie. Dit werd gevolgd door een golf van geweld en tegenaanslagen in Belfast. Eveneens kwamen er aanslagen op Britse militairen in West-Europa. En nog steeds weigerde de Britse regering nieuwe maatregelen te nemen op grondwettelijk gebied.




In 1991 en 1992 kwamen er besprekingen onder de DUP, de UUP, de SDLP en de Alliance Party, maar dit eindigde in november 1992 tot niets.


Onder druk van president Clinton en de Ierse premier Reynolds bereikten de SDLP en Sinn Féin13 een akkoord over een Minimum Platform (in 1992) van katholieke eisen. En de nieuwe Britse premier Major oefende een druk uit op de unionisten.


In 1993 verklaarde Major en Reynolds zich bereid om hun grondwet en wetgeving aan te passen als de meerderheid van Ulster dit wilde (Downing Street Declaration). Dit gebeurde na onderhandeling met drie partijen nl. de UUP, de SDLP en de Alliance Party.


In augustus 1994 kondigde de IRA een bestand af. En in 1995 werden een deel van de Britse troepen teruggetrokken.


De verdere besprekingen liepen erg traag en op 9 februari 1996 deed de IRA een bom ontploffen in London Canary Wharf. Zij werden dan ook geweigerd bij een overleg met alle partijen op 10 juni 1996.










Door de verkiezingsoverwinning van Tony Blair in 1997 verloor de UUP haar sleutelpositie in het Britse parlement. In september van dat zelfde jaar werden alle Noord-Ierse partijen uitgenodigd om te onderhandelen. Alleen de DUP en twee kleinere partijen weigerden.




Goede Vrijdag 1998 was het vierde keerpunt in de geschiedenis van het conflict. Die dag zetten alle parijen hun handtekening onder een vredesakkoord. Dit akkoord werd door de tegenstanders Sunningdale2 genoemd. Omdat dit weeral opzettelijk dubbelzinnige verklaringen bevatte. Enkele belangrijke elementen:


1. De katholieken zullen, via een kiessysteem van proportionele vertegenwoordiging en gewaarborgde vertegenwoordiging, in de regering kunnen deelnemen aan het beleid.


2. Noord-Ieren zullen in een Noord-Zuid-Raad samen met de Ierse Republiek beslissingen kunnen nemen op het gebied van transport, toerisme, e.d.


3. Een raad van de Britse eilanden (Engeland, Schotland, Wales, Ierland, Ulster, Kanaaleilanden, het Eiland Man) zal vraagstukken van gemeenschappelijk belang behandelen.


4. Er komen maatregelen om de discriminatie van katholieken op de arbeidsmarkt weg te werken en de RUC zal worden hervormd.


5. Alle IRA-gevangenen zullen binnen de twee jaar na inwerktreding van het akkoord worden vrijgelaten.


6. Ierland herformuleert grondwetsartikelen 2 en 3. Het Verenigd Koninkrijk herformuleert de Government of Ireland Act.


7. Tegen 22 mei 200 moeten de paramilitaire groeperingen al hun wapens ingeleverd hebben (decommissioning).


Het akkoord werd geen succes. De UUP trad slechts onder grote Britse druk toe tot de regering van Noord-Ierland. Hiervoor wilden ze in ruil dat de IRA zich ontwapende voor 12 februari 2000. De enige deadline die was afgesproken werd dus al onmiddellijk verbroken.


Het meningsverschil over de decommissioning is fundamenteel, want het legt net de zwakte van het Goede Vrijdag Akkoord bloot: De unionisten gaan ervan uit dat de nationalisten de strijdbijl neerleggen. Zo zal Ulster dus bij het Verenigd Koninkrijk blijven. De republikeinen zijn het daar niet mee eens en zeggen dat Noord-Ierland bezet gebied is. Het Goede Vrijdag Akkoord zou dan een weg open naar een vereniging met de Ierse Republiek met de IRA als bevrijdingsleger. Moest men de IRA ontwapenen dan zou men terugkeren naar de situatie van vroeger, toen de katholieke minderheid zich niet kon verdedigen. Dus zolang de loyalisten14, de RUC en het Britse leger niet ontwapenen, zal de IRA dit ook niet doen.




Op 11 februari 2000 had het Verenigd Koninkrijk de Noord-Ierse Assemblee buiten werking gezet. De aanleiding hiervan was de onenigheid over de ontwapening van de IRA. Het Assemblee vormde de eerste autonome regering sinds 1974. Het was de belangrijkste overeenkomst in het Goede Vrijdag Akkoord.


De IRA had voorgesteld om zijn wapenvoorraden 'buiten gebruik' te stellen bij bepaalde voorwaarden. Eén daarvan was dat er een gedeeltelijke terugtrekking moest zijn van Britse militairen uit Noord-Ierland. Een onafhankelijke commissie die moest toezien op de paramilitaire ontwapening noemde dit een ' waardevolle vooruitgang'. Maar op 15 februari brak het IRA alle besprekingen af en trok zijn voorstel in. Ze beschuldigde de Britse regering van streven naar een ' militaire overwinning' op de nationalisten15 en verklaarde dat het feit dat ze zich nog steeds aan de wapenstilstand hielden een bewijs was dat ze zich bij het vredesproces betrokken voelden.


Gerry Adams (Sinn Féin -leider) kondigde eveneens aan dat de IRA niet verder zal ontwapenen zolang zijn partij zijn zetel in de assemblee niet terugkreeg. Hiervoor kwam een spoedvergadering op 16 februari met de premiers van Groot-Brittannië en Ierland en de politieke leiders van Noord-Ierland. Maar zij slaagden er niet in om aan zijn voorwaarden te voldoen.
















































DE BREUKLIJNEN




Buiten de historische en godsdienstige breuklijnen zijn er nog de economische, sociale, demografische en electorale breuklijnen.


Volgens Mirabeau:' Het volk is agressiever dan de vorst. Was het conflict tussen de republikeinen en de unionisten alleen van politieke aard, dan hadden de leiders allang een oplossing gevonden. Maar de twee gemeenschappen worden nog door andere dan louter politieke breuklijnen verdeeld.




1. Economische breuklijn


De economische situatie in Ulster is niet rooskleurig. De Noord-Ierse economie bestond vroeger voornamelijk uit drie sectoren: scheepswerven16, linnen en landbouw. In de loop van de jaren '60 kwam er buitenlandse concurrentie voor de twee eerste sectoren. Tussen de jaren 1976 en 1983 nam de werkloosheid toe van 10% naar 15.5%. In 1986 was dit zelfs 18.6%. Dit was zo'n 7% hoger dan in het Verenigd Koninkrijk.




Sociaal-economische indicatoren Noord-Ierland Verenigd Koninkrijk





Werkloosheidsgraad in aandeel van de beroepsbevolking (1986) 18,60% 11,80%


Aantal doodgeboren kinderen per duizend levendgeborenen (1990) 10,5 6,6


Gemiddeld wekelijks inkomen in pond sterling (1985) 108,75 216,63


Aantal gezinnen met een inkomen lager dan 100 pond per week (1985) 37% 29%


Bron: J. Bardon, blz. 793-796




In de jaren negentig ging het beter met de economie, maar de werkloosheid van Ulster bleef nog steeds het hoogste van het Verenigd Koninkrijk. Al moeten we zeggen dat de kloof kleiner wordt.






Sociaal-economische indicatoren Noord-Ierland Verenigd





Werkloosheidsgraad in aandeel van de beroepsbevolking (1997) 8,20% 5,60%





Aantal doodgeboren kinderen per 1000 levendgeborenen (1996) 5,8 6,1





Gemiddeld wekelijks inkomen in 355,9 (m) 407,3 (m)


pond sterling (1997) 256,9 (v) 296,2 (v)


Bron: 'The UK in Figures', in UK Wide Statistics






2. Sociale breuklijn


De Britse regering had geprobeerd om de kloof tussen Ulster en het Verenigd Koninkrijk te verkleinen en zelfs te dichten. De katholieken zijn er slechter aan toe dan de protestanten, maar hier zijn geen officiële cijfers van. Vb.: Katholieken hebben meer kans om werkloos te worden dan protestanten.


De volgende cijfers zijn van 1981.






Aantal werkloze Aantal werkloze


Katholieken in % Protestanten in %


van de beroepsbevolking van de beroepsbevolking





Ards 21,2 9,8





Ballymena 22,1 11,1





Cookstown 43,3 14,4





Craigavon 30,4 11





Larne 24,4 13,1





Strabane 39 21,9





Merseyside 19,1 12,4





Bron; J. Bardon, blz. 797




De tewerkstelling in de industrie gaat achteruit, maar wordt gecompenseerd in de vooruitgang van de openbare sector.


In tegenstelling met het Verenigd Koninkrijk waar men een vrije markt economie heeft, is er in een Ulster een Workhouse economy (er worden veel producten ingevoerd vanuit de buitenwereld en er wordt weinig zelf geproduceerd).


Ulster heeft een duale economie, met een overheidssector die hoge salarissen betaalt, en een industriële sector die lage lonen en een grote werkloosheid heeft. Van deze workhouse economy profiteren vooral de protestanten. Zij verdienen dan ook meer dan de katholieken.


De duale economie heeft heel wat sociale gevolgen: Katholieken en protestanten leven gescheiden. Ze leven in verschillende gebieden van Ulster en in andere stadsgedeelten. Er wordt niet getrouwd met mensen van de andere gemeenschap. En zelfs de scholen zijn gescheiden.


'In Noord-Ierland is er geen 'samenleving', maar bestaan twee gemeen-schappen naast elkaar.'17




In 1989 werd de Fail Employement Commission opgericht. Dit comité moest de discriminatie tegengaan, maar dat heeft niet veel uitgehaald.


Voor de republikeinen is deze economische situatie het bewijs dat Noord-Ierland als deel van het Verenigd Koninkrijk economisch onleefbaar is. Ze zeggen dat dit ligt aan het falen van de Britse regering. De unionisten daartegenover zeggen dat als Noord-Ierland bij de Ierse Republiek komt de levenstandaard van de (protestantse) bevolking achteruit zal gaan.




3. Demografische breuklijn


De macht in Noord-Ierland wordt verdeeld onder het aantal leden dat tot elke gemeenschap behoort. Nu zijn de protestanten aan de macht en hebben dus het meeste te zeggen. Maar uit onderstaande tabel blijkt dat het aandeel van de protestanten aan het verminderen is.




Samenstelling naar godsdienst van de Noord-Ierse bevolking 1961-1991


Jaar Totale bevolking Rooms- katholiek (%) Protestant (%) Geen (%) Geen antwoord (%)





1861 1.396.453 40,9 59 - 0,1





1871 1.359.190 39,3 60,7 - 0





1881 1.304.816 38 61,9 - 0,1





1891 1.236.056 36,3 63,5 - 0,2





1901 1.236.952 34,8 65,1 - 0,1





1911 1.250.531 34,4 65,4 - 0,2





1926 1.256.561 33,5 66,3 - 0,2





1937 1.279.745 33,5 66,3 - 0,2





1951 1.370.921 34,4 65,2 - 0,4





1961 1.425.042 34,9 63,2 - 1,9





1971 1.519.640 31,4 59,2 - 9,4*





1981 1.481.959 28 53,5 - 18,5*





1991 1.577.836 38,4 50,6 3,7 7,3





* onbetrouwbare gegevens


Bron; A. Aughley en D. Morrow. Blz. 201




4. Electorale breuklijn


Katholieken stemmen uitsluitend voor de nationalistische en republikeinse partijen, protestanten voor de unionisten en de loyalisten. Hoewel de UUP en de SDLP kiezers proberen te krijgen van de andere gemeenschap.


Katholieken uit de middenklasse stemmen sneller voor de SDLP, katholieken uit de arbeidsklasse voor Sinn Féin. De DUP en de UUP zijn meer partijen voor de minder klassengebonden.


Tot in 1998 kregen de gematigde partijen nl. UUP en SDLP meer stemmen dan de extremisten zoals DUP en Sinn Féin, dat blijkt uit onderstaande tabel.




Behaalde stemmen bij lokale verkiezingen (in % van het totaal)


1973 1977 1981 1985 1989 1993





DUP 4,3 12,7 26,6 24,3 17,7 17,3





UUP 41,4 29,6 26,5 29,5 31,3 29,4





SDLP 13,4 20,6 17,5 17,8 21 22





NB NB NB 11,8 11,2 12,4





Bron. A. Aughley en D. Morrow. Blz. 71-72














Zetelverdeling in het Noord-Ierse parlement in 1998


Partijen Aantal zetels





UUP 28





SDLP 24





DUP 20





18





Alliance Party 6





UK Unionist Party/Northern Ireland Unionist Party 5


Democratic Left 6





Northern-Ireland Woman's Coalition 2


PUP 0





UDP 0





Bron. BBC on line


De verkiezingen van 25 juni 1998 geven een nieuw beeld van de situatie (zie tabel). Er zijn nog steeds veel katholieken uit de middenklasse die stemmen voor de SDLP, maar de voorsprong op Sinn Féin wordt wel kleiner. Bij de protestanten is het nog veel erger daar halen de DUP en twee andere extremistische loyalistische partijen die het Goede Vrijdag Akkoord verwierpen evenveel zetels als de UUP. En de loyalistische PUP18 en UDP, die het Goede Vrijdag Akkoord wel steunden, behaalden zelfs geen stemmen meer.




5. Besluit


Men kan besluiten dat de problematiek in Noord-Ierland niet van vandaag op morgen op te lossen valt. Men kan wel vredesakkoorden blijven ondertekenen, maar als de bevolking niet wil meewerken komt men géén stap verder. En dat is belangrijke oorzaak in de grote problematiek.










VERKLARENDE WOORDENLIJST




1 IRA: Het is een paramilitaire organisatie die streeft naar de aansluiting van Noord-Ierland bij Ierland. En doen dit met geweld. De organisatie is onstaan tijdens de paasopstand. Deze opstand was op 24 april 1916 (paasmaandag) en had als doel om de vrijheid van Ierland af te persen van Groot-Brittannië.




Soldaten tijdens paasopstand




2 Geciteerd door J.F. Benson




3 RUC: Royal Ulster Constabulary, dit is het Noord-Ierse politiekorps. In 2000 bestond dit korps uit 92% protestanten. Binnenkort zal men de naam RUC laten vallen en gaat dit georganiseerde politiekorps de 'Police Service for Northern Ireland heetten.




4 Geciteerd door B. O'Duffy




5 Oranjemarsen: De naam komt van de Nederlandse stadhouder Willem|||,


die getrouwd was met Mary, een protestantse dochter van


de Britse koning Jacobus||


Elk jaar houden de leden van de Oranje Orde marsen. Daarmee willen ze uiting geven aan hun protestantse religie en monarchie. Ze eisen vrijheid van godsdienst voor iedereen, maar in de ogen van de katholieken zijn deze marsen bedoeld om de protestantse dominantie te laten zien.


Ze lopen daarbij hoofdzakelijk door katholieke wijken.




6 UFF: Ulster Freedom, Fighters, het is de grootste paramilitaire organisatie in Noord-Ierland. Ze gebruiken ook de naam UDA (Ulster Defence Association). De groep is één van de twee grote protestantse, loyalistische groepen in Noord-Ierland




7 UVF: Ulster Volunteer Force, werd opgericht in 1912. In die tijd wilde de Britse regering een zelfbestuur toekennen aan Ierland . De unionisten die schrik hadden om een minderheid te gaan vormen, gingen zich verdedigen door het oprichten van deze groep. De UVF is één van de twee grote protestantse, loyalistische paramilitaire groepen samen met de UFF. De PUP is de politieke vleugel van de UVF.




8 In 1973 werd er een referendum gehouden, maar dit werd geboycot door de katholieken.




9 Assemblee: een samenstelling van een regering.




10 Republikeinen: De republikeinen erkennen de legitimiteit van de Ierse Republiek niet. De republikeinse vleugel in Noord-Ierland wordt gevormd door de IRA en Sinn Féin.




11 Unionisten: Unionisten willen dat Noord-Ierland een deel blijft van het Verenigd Koninkrijk. Ze zijn vrijwel allemaal protestants. Ze hebben geen banden met protestantse, loyalistische paramilitaire groepen.




12 geciteerd door A. Finlayson




13 Sinn Féin: Het is de politieke vleugel van de republikeinse beweging.


De meeste protestanten zeggen dat Sinn Féin verbonden is met de IRA.


Sinn Féin-politici zeggen dat ze niet in naam spreken van de IRA, maar handelen op basis van het mandaat dat kiezers hen geven.




14 Loyalisten: Ze maken deel uit van protestantse paramilitaire groepen. Ze zijn ook unionisten omdat ze binnen het Verenigd Koninkrijk willen blijven.




15 Nationalisten: Nationalisten ijveren voor een Verenigd Ierland. Hun doel is Noord-Ierland vrij te krijgen van het Verenigd Koninkrijk. Het nationalistische deel bestaat uit twee politieke partijen: de SDLP (verwerpt geweld als politiek middel) en Sinn Féin. Nationalisten zijn vrijwel allemaal katholiek.




16 De 'Titanic' werd gebouwd in Ulster.




17 J. Lloyd




18 PUP: De Progressive Unionist Party is de politieke vleugel van de UVF.








Lijst van de geraadpleegde werken






Elektronische bronnen


- Encarta Encyclopedie 2000, Winkler Prins, Microsoft Elsevier


- De grote Encyclopedie 2000 (cd-rom), een uitgave van easy computing, Data Becker


- Het internet: -www.alta vista.be


- www.msn.be


- www.scholieren.com






Gewone bron


- Intieme wraak, Dertig jaar burgeroorlog in Noord-Ierland, Ivan Ollevier


- De Grote Encyclopedie





Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen