U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag : Marga Minco - De Val.
Deze versie komt van http://www.verslagen.com/index.php?page=boek_toon&boek_id=462 en is laatst upgedate op 30/11/-0001.
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 1403 woorden.

Samenvatting:



Op de dag voor haar vijfentachtigste verjaardag staat Frieda Borgstein vroeger op dan gewoonlijk; ze heeft het druk met de voorbereiding van het feest voor de medebewoners van het bejaardentehuis. In de straat voor het tehuis gaan twee onderhoudsmonteurs aan het werk om een put van de verwarming leeg te pompen. Diezelfde dag verwacht de directrice van het tehuis bezoek van een delegatie uit Zweden, begeleid door een ambtenaar van de bejaardenzorg. Drie gebeurtenissen, schijnbaar zonder verband. Veertig jaar na de oorlog staat Frieda Borgstein onbewust voor het antwoord op de vragen die haar leven hebben beheerst.



Balts en Verstrijken, monteurs van de gemeentewerken, drinken op die donderdagochtend, voor ze naar het werk gaan, om halfacht, een kopje koffie in "De Salamander". Het heeft die nacht hard gevroren. Op diezelfde ochtend wordt Frieda Borgstein in het bejaardentehuis ook om halfacht wakker. Vandaag treft ze de voorbereidingen voor haar verjaardag die morgen zal worden gevierd. Ze denkt nog vaak terug aan Jacob, haar man. Baltus en Verstrijen beginnen tegenover het bejaardentehuis met de werkzaamheden in een put van de stadsverwarming. Ze hebben weinig zin in het werk.



Het bejaardentehuis krijgt bezoek van twee Zweden, die geïnteresseerd zijn in de moderne bejaardenzorg in Nederland. De directrice, Rena van Straten, en het hoofd van de huishouding,



Bien Hijmans, treffen daarvoor enige maatregelen. Frieda Borgstein heeft in de oorlog een afschuwelijke ervaring gehad. Door verraad zijn haar man en twee kinderen weggevoerd. Doordat Frieda nog even een vest voor haar dochtertje is gaan halen, is ze niet door de Duitsers opgepakt. De familie Oosterveen heeft haar opgevangen, maar Jacob en de kinderen zijn nooit teruggekeerd.



In het bejaardentehuis heeft Frieda geen intieme relaties. Alleen met de klusjesman, Ben Abels, die in een concentratiekamp heeft gezeten, kan ze het goed vinden. Ze heeft nooit aandacht besteed aan haar verjaardag, maar morgen -als ze vijfentachtig wordt- wil ze iedereen in het tehuis trakteren op gebak. Daarom wil ze, ondanks het slechte weer, naar buiten om enige zaken te regelen.



Het wordt haar afgeraden, maar ze zet door. Na de koffie verlaat ze het bejaardentehuis en steekt ze de straat over. Baltus en Verstrijen maken weer een verwarmingsput open. Maar ze plaatsen er geen hekjes omheen. Baltus gaat naar het toilet en Verstrijen zal een oogje in het zeil houden. Hij denkt aan de slechte relatie die hij met zijn vrouw heeft. Hij krijgt het koud en gaat eens kijken waar Baltus blijft.


Intussen nadert Frieda de dampende put. Door de kou zijn haar ogen vochtig geworden en wellicht ziet ze de put, het deksel en de slang niet. Ze stort in de put en slaakt een kreet, Verstrijen hoort iets en rent naar de put. Hij tracht de vrouw uit het kokende water te halen, maar het lukt hem niet. De omstanders helpen hem niet. De brandweer wordt gewaarschuwd en die haalt Frieda uit de put. In het bejaardentehuis is Gerrie de eerste die merkt dat er aan de overkant een ongeluk is gebeurd. Van Straten en Hijmans voelen intuïtief aan dat er iets met Frieda aan de hand moet zijn. Abels spoedt zich naar buiten. Op het moment dat de bejaarde vrouw naar boven wordt gehaald, leeft ze nog, maar spoedig daarna is ze gestorven. Abels neemt haar tas mee en geeft die aan de directrice. Ze vinden o.a. een zilveren sigarettenkoker, een zilveren portretlijst en een etui met foto's.



Abels brengt de doorweekte spullen naar de containerkelder en doet ze bijna plechtig in een nieuwe asemmer. Er zijn afbeeldingen bij van mensen die hij zijn jeugd gekend heeft. Hij kwam toen namelijk regelmatig bij Frieda thuis, omdat hij kennis had aan Olga, de dochter van de Borgsteins. Op de dag van het ongeluk ontmoet Abels een man met dun grijs haar die hij vaag kent. Van de directrice hoort hij dat het Hein Kessels is, een ambtenaar van de provinciale bejaardenzorg. De dag voor de begrafenis heeft Abels een gesprek met Hein. Het is voor Hein een soort biecht. In 1942 zou hij de Borgsteins naar Zwitserland brengen. 's Avonds zou hij hen met de fiets ophalen. Toen hij bij het huis arriveerde, kwam de SD eraan, met een auto. Vader Borgstein, de beide kinderen en Hein werden in auto gesmeten. De Duitsers zochten niet naar Frieda. Hein is verhoord en in een concentratiekamp terechtgekomen.



Hij heeft niets verraden. Door de onervarenheid hebben Hein en zijn vrienden waarschijnlijk een foutje in de organisatie gemaakt en dat is hun fataal geworden. Na de oorlog is Hein in een andere plaats gaan wonen. Hij heeft de moed niet kunnen opbrengen om contact op te nemen met Frieda, die daarom nooit heeft geweten waarom de zaak is misgelopen.



Personages:



Frieda Borgstein:



Een round character, want ze wordt trek voor trek neergezet.



Ze is zorgzaam voor haar man en haar kinderen. Na de oorlog wordt boekhouder op een groothandelskantoor. Dit werk doet ze met fanatisme, om op deze wijze haar emoties de baas te blijven. Ze is erg bedreven in het rekenen met getallen en dat doet ze nog steeds heel vaak. Naarmate ze verandert, wordt ze eigenzinniger: Ze was allergisch voor goede raad. Ze houdt niet van verjaardagen (volle huiskamers), als ze 85 wordt, wijkt ze hier vanaf. Dit wordt haar noodlottig.



Baltus:



Een flat character net als de rest van de bijfiguren. Een onverschillige man, een kletsmeier met weinig verantwoordelijkheidsgevoel (laat de put open staan zonder er een hekje omheen te plaatsen).



Verstrijen:



Heeft meer hart voor de zaak, maar wordt geplaagd door huwelijksproblemen. Hij vindt het leuk als aantrekkelijke vrouwen belangstelling voor hem hebben.



Rena van Straten:



Heeft echt hart voor de bejaarden. Ze geeft goed leiding en is een beetje ijdel. Zij is de directrice van het tehuis.



Ben Abels:



Eenvoudig en hartelijk. Hij is de enige die Frieda Borgstein echt begrijpt en haar helpt. Hij is de klusjesman van het bejaardentehuis. Bien Hijmans: Erg emotioneel en maakt vaak en een scène. Ze is het hoofd van de huishouding.



Hein Kessels:



Een vage, ietwat naeve figuur. Tegenover Frieda heeft hij zich laf gedragen.



Titelverklaring:



De titel geeft aan dat Frieda Borgstein om het leven komt door de val in een put met kokend water. Voorts valt ze nog een paar keer in het boek en laat ze een aantal dingen vallen. Het slaat ook op de Val in de oorlog van de Duitsers als een val was.



De man en de kinderen worden eigenlijk in een val gelokt en aan het eind van het verhaal valt ze in een put daarom de titel De val.



Motto:



Marga Minco gebruikt als motto een citaat uit het werk van de Amerikaanse schrijver Saul Bellow, waarin wordt gezegd hoe moeilijk het is om te begrijpen wat er in het leven van een mens gebeurt. Het gaat zo snel dat we ons er niet bewust van lijken te zijn.



Thema:



De oorlog is voorbij, maar men raakt de gedachten eraan niet kwijt.



Motieven:



Liefde:



- de liefde van Frieda voor man en kinderen;



- de liefde van ben voor Olga (dochter van Frieda);



- de liefde van meneer Marks voor Frieda;



- de liefde van Carla (van "De Salamander") voor Verstrijen;



- de liefde van Rena van Straten voor de architect die langs zou komen.



Toeval: Op tal van plaatsen in het boek speelt het toeval (noodlot) een belangrijke rol.



Overbezorgdheid.



Leidmotief:



Grijs, dit komt herhaaldelijk voor:



- Verstrijen heeft grijsblauwe ogen;



- Frieda zag het silhouet van haar opspringend profiel vergroot afgetekend, op het lichtgrijze paneel;



- Gemeentebusje was grijs;



- De gezichten van de kinderen en andere familieleden waren vaalgrijs achter de deur in het schemerdonker;



- Ze nog net hoe ter hoogte van het Bolwerk een grijze auto vaart minderde en de hoek om ging;



- Frieda heeft grijs haar;



- Hein Kessels heeft grijs haar.


Symboliek:



Warm vest: overbezorgdheid (dit wordt haar fataal). Het leggen van de doorweekte foto's in de asemmer: dubbele ondergang (eerst de val in put, later in de nieuwe asemmer). De ruiten van de bestelwagen beslagen: Frieda kan haar verleden niet goed overzien.



Compositie:



Gesloten eind: je weet precies wat er gebeurd is. Er zijn veel flashbacks, die vaak over de oorlog gaan. Ook is een flashforward (blz. 31): een verwijzing naar het naderend onheil. Ook maakt Marga Minco veel gebruik van understatements.



Ruimte:



Grote stad (waarschijnlijk Amsterdam). Het is echt winterweer (harde vorst, hard wind).



Perspectief:



Personaal perspectief (3e persoon enkelvoud).



Genre:



(Oorlogs)novelle (korte periode en weinig psychologische diepgang).



Boodschap:



Nooit meer oorlog.



Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen