U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag : Simone Van Der Vlugt - De Guillotine.
Deze versie komt van http://www.studentsonly.nl/uittreksels/bv.asp?BvID=214 en is laatst upgedate op Onbekend.
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 1280 woorden.

Bibliografie
Jaar van uitgave: 1999


Samenvatting
SAMENVATTING VAN DE INHOUD

Sandrine de Billancourt is een meisje uit een rijk en adellijk gezin. Ze heeft het goed. Als ze over straat moet, gaat ze per koets. Maar op een dag komen zij en Julie -haar kamenier- met de koets in een oproer terecht. Het volkwil brood. Sandrine en Julie gaan de koets uit en gaan op de loop. Onderweg vind Julie een jongetje -Pierre- dat ze kent van vroeger. Hij is gewond. Sandrine en zij brengen hem naar huis. De familie Lambertin is hen erg dankbaar.

Als baron de Billancourt hoort van het opstootje, is hij woedend. Gelukkig gaan ze niet lang daarna -het is immers voorjaar- naar Poissy, waar hun buitenverblijf voor de zomer gelegen is. In Poissy ontmoet Sandrine een jongen, Nicolas, terwijl hij strikken aan het zetten is om iets te eten te krijgen. Hij is arm en heeft honger. Net zoals vele andere boeren in dienst bij haar vader.

Op een dag is de maat vol. Het volk komt in opstand en Sandrine, haar ouders, haar zus Michelle en Julie moeten hals over kop vluchten. Als ze weer in Parijs aankomen is daar alles veranderd. Ze worden warm onthaald: hun koets wordt half naar de malle moeren geholpen en ze worden diep vernederd. De Revolutie is uitgebroken.

Een tijdje gaat alles nog wel goed, maar op een dag vallen de soldaten van de Nationale Garde hun huis binnen. Allen Sandrine weet aan hen te ontsnappen. Haar ouders, Julie en Michelle worden opgepakt, omdat ze aristocraten zijn. Sandrine besluit dan om naar de familie Lambertin te gaan. Ze mag daar komen wonen, hoewel Philippe, de oudste zoon, erg protesteert. Hij is een sansculotte, en dus fel voor de Revolutie en tegen de aristocraten. Hij zit ook bij de Nationale Garde. Sandrine moet erg wennen. Ze moet nu ook gewone huishoudelijke karweitjes doen, en dat is ze niet bepaald gewend. Het eten valt haar ook tegen. Daardoor denkt ze vaak terug aan haar ouders, Michelle en aan Julie, die onthoofd zijn door de guillotine, net als vele anderen. Het geklakt van het mes op de Place du Carrousel is nu de hele dag door te horen. Continu rijden er wagens af en aan met gevangen en lijken. Ook de koning is gedood. Niemand is meer veilig voor de Nationale Garde. Zelfs Philippe ziet dat het uit de hand gaat lopen.

Op een dag neemt hij Sandrine mee naar een feest. Daar is ook Nicolas, die na de dood van zijn vader naar Parijs is verhuisd. Vanaf dat moment trekken hij en Sandrine veel met elkaar op. Maar niet voor lang, want Philippe ontdekt Nicolas op de zwarte lijst staat om opgepakt te worden. Hij moet snel de stad uit vluchten. Sandrine wil natuurlijk ook mee. Er is echter een probleem: er is maar een valse pas, dus moet Sandrine onder groenteafval op een kar de stad uitgesmokkeld worden. Ze hebben alleen een ding vergeten: in een uitgehongerde stad blijft geen groenteafval over. Dat vinden de poortwachter ook, en Sandrine wordt onder het groenteafval vandaan gevist. Zij en Nicolas worden in gevangenis gezet. In de gevangenis mogen de gevangen bij elkaar komen, maar 's avonds moeten hun cel in. Sandrine en Nicolas maken veel nieuwe vrienden, en Sandrine herkent ook vrienden van haar ouders.

Aan het eind va elke dag worden er een aantal gevangen weggevoerd om overgeplaatst te worden naar een andere gevangenis of om te worden berecht. Op een dag is ook Sandrine aan de beurt. Ze laat Nicolas alleen achter. Bij hun laatste kus beloven ze elkaar om naar Poissy te gaan en elkaar daar weer te ontmoeten, ook als ze dood gaan. Dan vertrekt het transport. Nicolas blijft alleen achter.
Maar het transport komt onderweg vast te zitten in een oproer. De mensen hebben honger. De gevangen worden op bevel van de officier die het transport begeleid geboeid en naar buiten gebracht. Sandrine wordt echter snel een steegje in geduwd door de officier. Maar dat is geen gewone officier… dat is Philippe! Hij voorziet Sandrine van nieuwe kleren. Als Sandrine vraagt of hij ook iets voor Nicolas heeft geregeld, antwoordt hij ontkennend. Diezelfde avond nog verlaten Sandrine en hij Parijs.

Philippe heeft tegen Sandrine gelogen. Want als Nicolas naar bed gaat treft hij daar kleren van een bewaker aan en een briefje van Philippe. Nicolas trekt de kleren van Philippe aan en zo weet hij te ontsnappen. Als hij aankomt bij een leegstaand huis waarvan Philippe had geschreven dat hij daarheen moest gaan, is het hem duidelijk. Hij is te laat. Er zijn al eerder mensen geweest Philippe is er met Sandrine vandoor. Maar Philippe heeft ook aan hem gedacht: er liggen namelijk schone kleren en een valse pas.

De volgende morgen vroeg laat Nicolas Parijs achter zich. Hij is op weg naar Poissy…



VERTELSITUATIE

Het is een hij/zij-verteller.



TIJD

Het verhaal speelt zich af in de Franse Revolutie, in het Frankrijk van 1789.



RUIMTE

Het verhaal speelt zich af in Parijs, in de rijke buurt, in de arme buurt en in de gevangenis, en in Poissy.



PERSONAGES

Hoofdpersonen:

-Sandrine de Billancourt, 17 jaar (niet genoemd in het boek), woont in Parijs in een rijke buurt en in haar buitenverblijf in Poissy, is rijk, vindt dat het volk gelijk heeft als ze meer brood en rechten willen, is nieuwsgierig, moet erg wennen als ze moet onderduiken, krijgt flashbacks over haar gedode ouders en zus, is later in het boek verliefd op Nicolas.

Bijpersonen:

-Nicolas, 16 jaar (niet genoemd in het boek), woont in Poissy als boer en in Parijs in een gewone buurt, is arm, aardig, ziet de situatie in Frankrijk duidelijk onder ogen, later in het boek verliefd op Sandrine.
-Philippe Lambertin, is er eerst tegen dat Sandrin er bij het gezin Lambertin intrekt, is sansculotte (fel voor de Revolutie), is behulpzaam, ziet dat het uit de hand loopt, zit bij de Nationale Garde, is later in het boek verliefd op Sandrine.



EIGEN MENING

ik vond het en heel goed boek, omdat het duidelijk de situatie beschrijft in de Franse Revolutie. Hoe bang de mensen waren om opgepakt te worden, wat een chaos er was. Niemand was zeker van zijn leven. Het geklak van de guillotine klonk de hele dag. Het dreigende geluid drong tot in ieders botten door. Dat geeft dit boek duidelijk weer. Bovendien lees je ook hoe moeilijk het was voor de gewone man om het hoofd boven water te houden. Het toont heel scherp de situatie in Frankrijk ten tijde van de Revolutie. De gevoelens van de mensen toen worden heel goed beschreven.

Uit de keuzelijst van bladzijde 16 van het tekstboek Nederlands:
Ik vond het een spannend boek. Het verhaal was begrijpelijk en er is makkelijke taal gebruikt. Het is droevig en niet griezelig. Maar het is toch wel een beetje angstaanjagend (stel je voor dat het nu ook zo was…) en dus weinig geruststellend. Het verhaal is niet verrassend, wel interessant en leerzaam (je leert er een hoop over de loop van de Franse Revolutie). Kan echt gebeurd zijn. Totaal onherkenbaar (gelukkig). Zeker niet onbekend, bijna iedereen weet wel iets van de Franse Revolutie af. Het zet me aan het denken, hoe mocht zoiets nou gebeuren, die slachtpartijen (en nog wel zonder eerlijk proces ook)…? Er wordt weinig fantasie gebruikt en het is diepgaand op de gedachten van de hoofdpersonen. Het is niet te kort, ook niet te lang, dus precies goed. Nu is het nog steeds belangrijk, we kunnen er een hoop van leren. Het leest plezierig (in een paar dagen uit), maar de gedachte aan de onthoofde mensen en de angst van de mensen toen is natuurlijk onplezierig.

Al met al een heel goed boek dus, daarom geef ik het boek het cijfer 9-.


Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen