U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag : Evert Hartman - Gegijzeld.
Deze versie komt van http://www.scholieren.com/boekverslagen/1389 en is laatst upgedate op 04/01/2000.
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 2489 woorden.

Samenvatting in dagboekvorm

Lief dagboek,

Vandaag ben ik begonnen met het lezen van het boek 'Gegijzeld' van Evert Hartman. Het lijkt me wel een mooi boek. Ik ben begonnen met lezen en in het eerste hoofdstuk kom ik erachter dat een groep mensen, een klas die bijles heeft, wordt overvallen door twee gewapende mannen. Ze moeten wegduiken en even later allemaal bij elkaar gaan zitten. Een van de mannen pakt een radio en zet hem aan. Gerard (een van de kinderen) hoort gelijk dat het Hilversum 3 is. Hij denkt dat hij dit al eens heeft meegemaakt, in een film ofzo, en opeens weet hij dat dit een gijzeling is. Ze worden gegijzeld, maar waarom hun…. ?



6 oktober

Ik heb hoofdstuk 2 gelezen en daarin wordt verteld op de radio dat de kinderen gegijzeld zijn. Een klein halfuur later is er op de radio een bericht dat bij alle regionale kranten een brief is bezorgd dat de gijzeling is opgeëist door een groep die zich 'Internationaal Front voor de Bevrijding van Politieke gevangenen' noemt. In de brief staat ook dat er voor 12 uur de volgende dag een akkoord bereikt moet zijn over de vrijlating van politieke gevangenen. Dat moet door de minister president zelf voorgelezen worden op tv en radio. Gerard durft niet te vragen of hij naar de wc mag, maar Henk vraagt dat met een bibberige stem. Als hij terugkomt, zegt een van de gijzelaars: ' Over een halfuur de volgende'. Dan mogen er twee naar de wc. Gerard staat op en Jacqueline ook. Jacqueline moet eerst van de gijzelaar. Gerard denkt erover om de gijzelaar weg te duwen en er vandoor te gaan, maar uit de wc ruimte klinkt het geluid van een stortbak en dus is Gerard te laat. Om halfelf vertelt de nieuwslezer dat het om 4 leerlingen gaat met hun leraar, de rest wisten ze al.



9 oktober

Gerard slaapt en droomt. Opeens schrikt hij wakker. Hij ziet De Rooy liggen met een arm over Jacqueline. Normaal zou hij dat gek hebben gevonden, maar nu ziet hij het als een soort bescherming voor Jacqueline. De Rooy opent zijn ogen en beweegt zijn lippen. 'Alles komt goed' begrijpt Gerard eruit. Een vijftal uur later is Gerard weer wakker en luistert naar het nieuws, maar dat is nog steeds hetzelfde als de vorige avond. Per twee mogen ze naar de wc. Even later pakt een van de gijzelaars een briefje uit de la en zegt tegen De Rooy dat hij er op moet schrijven:' eten om negen uur in de gang'. Dat plakken ze op het raam en Henk heeft ook nog de lef om te zeggen dat ze dat nooit kunnen lezen. Een tijdje later moet De Rooy weer een briefje schrijven, want er staat een pantserwagen en die moet weg. Om negen uur is het eten er en ze gaan eten. In de doos van het eten zit ook nog een portofoon. Als die opeens afgaat, moeten ze weer op de grond gaan zitten, maar de mannen pakken niet op. Willen ze dan geen contact?



14 oktober

Om 6 minuten voor twaalf, wordt meneer de Rooy geblinddoekt. Hij moet voor het raam gaan staan. Om 1 minuut voor twaalf zet de blonde terrorist de radio aan. Reclame en daarna het nieuws, alleen maar het nieuws. De Rooy mag weer gaan zitten. Drie kwartier later vraagt meneer De Rooy: 'Heeft u er bezwaar tegen als ik een sjekkie opsteek?'. Henk wil ook een sjekkie en de leraar geeft hem de tabak en de vloeitjes. Om halfdrie gaat de pieper portofoon. De gijzelaar neemt op en er is een meneer De Bakker aan de lijn. Hij wil praten, maar de gijzelaars zeggen dat er niets te praten valt tot hun eisen zijn ingewilligd. Ze krijgen tot 9 uur de tijd. Dan vraagt Henk opeens of hij de rotzooi mag opruimen en al gauw helpt iedereen. Een tijdje later, als ze een paar spelletjes kaarten hebben gespeeld, zegt Henk dat hij honger begint te krijgen en de gijzelaars wijzen op het brood en de beschuiten. 'Alweer brood? Kunnen we niets anders krijgen?'. De gijzelaars worden kwaad en Henk moet tegen de muur gaan staan, doodstil. Na een paar uur vraagt Henk of hij mag gaan zitten. Dat mag.



15 oktober

De gijzelaars hebben om slaapzakken gevraagd, en daar liggen ze nu in te slapen. Sinds 9 uur, de tijd tot het tweede ultimatum, is de angst bij Gerard verminderd. Toch voelt hij zich ongelukkig, want hij weet dat de bezetters veel langer willen blijven, want ze hebben ook schoonmaak artikelen laten komen. Bertus denkt aan zijn aquarium thuis. Hij vertelt ook dat hij thuis verplicht het nieuws moet kijken en drie kwartier de krant moet lezen. Gerard leest alleen de moorden en strips en Jaqueline leest soms ook de overlijdensadvertensies. Een tijd later gaat de portofoon weer, de gijzelaars nemen op, maar met 20 seconden hangen ze weer op. Nog steeds zijn de eisen niet voldaan. Ze hebben het over dat de grote meerderheid van de mensen het niet interesseert dat er in een ander land oorlog is, die interesseren alleen de benzineprijs en het bezuinigen.



17 oktober

De volgende ochtend als Gerard het eten ophaalt, staan er op het karretje ook een paar dozen met speelgoed. Leon (een van de gijzelaars) beveelt Gerard die dozen buiten het lokaal neer te zetten. Ze moeten gaan eten, er zit Chinees eten in de doos. Van de Chinees aan de Hoogstraat, weet Jacqueline te vertellen. Na een paar minuten vraagt Jaqueline aan Leon: 'Mogen wij echt niet kijken wat er in de dozen zit?' Leon stemt in en in de eerste doos zit boetseerklei. Henk vindt het maar stom, net alsof ze een stelletje kleuters zijn. Henk wordt zo kwaad, dat hij weg wil. Hij loopt naar de deur, maar wordt tegengehouden door meneer De Rooy, Gerard en Bertus. Bertus komt met het idee van de klei een schaakspel te maken, en wie niet kan schaken, die leert hij het wel. Om 20:00 hebben Leon en David (de gijzelaars) om kranten gevraagd en gekregen. Maar als de kinderen vragen om een krant, mag dat niet. Dat snappen ze niet, de radio mogen ze wel horen, maar wat er in de krant staat over de gijzeling, mogen ze niet weten. Henk begint een gesprek met Leon, die vanalles verteld over waarom ze deze actie voeren. Dat ze in hun land niets mag wat de president en de politie niet goed vindt, dat ze een tijdje een vrij land waren, maar dat het nu een rechtse dictatuur is. De portofoon gaat weer. Bakker vertelt dat er asiel is voor 35 mensen, en dat de andere 25 geen gevaar lopen als ze naar het land terugkeren. Maar daar trappen de gijzelaars niet in. Allemaal moeten ze asiel krijgen, anders, zegt hij, hoeven ze geen contact op te nemen. Verder vraagt hij naar de toestand van de kinderen. 'Die is goed……., tot nu toe, zegt Leon.' Henk wordt weer kwaad als hij hoort dat Bakker hen 'kinderen' noemt. Laat hem naar zichzelf kijken.



19 oktober

Ze hebben een nieuw spelletje bedacht. Van alle teksten die in de banken zijn geschreven, gaan ze op rijmen. Maar na een tijdje is daar niets meer aan en gaan ze wat anders doen. Gerard, Bertus en meneer de Rooy gaan scrabbelen en Jacqueline gaat kleien. Henk gaat de dozen opruimen en de vloer schoonmaken samen met Jacqueline. Ondertussen beginnen ze een gesprek met Leon en David. Of ze werk hebben, waar ze vandaan komen, hoelang ze al hier zijn en hoe het in hun land is. Leon vertelt dat hij al 5 jaar hier is, en David is al 2 jaar hier. Voordat ze hier kwamen kenden ze elkaar ook al. Ook verteld Leon dat zijn vader aannemer is, en dat alles wat ze bouwden in opdracht van de staat was. Voor jezelf beginnen mocht niet en er was ook niemand die het lef had er wat van te zeggen. Want als je iets zei over de regering ofzo, en het was in het nadeel van de regering, dan werd je opgepakt. Maar de broer van Leon zei altijd wat hij dacht. Leon praat er liever niet over. Leon weet nog precies hoe het was, net alsof het gisteren gebeurd was. Leon verteld wat er allemaal gebeurd is, en daar luisterden ze allemaal heel aandachtig naar….



20 oktober

Leon vertelde dat ze thuis waren, en dat de NEPO hun broer Edgar zocht. Toen ze zeiden dat hij niet thuis was, namen ze hun vader mee. De volgende dag namen ze Leon en zijn zusje Ramona mee naar het Instituut. Dat was een soort gevangenis, waar kinderen kwamen die niet gehoorzaam waren, geen ouders meer hadden enz. Ze moesten alles doen wat hen gezegd werd, anders ging je een paar kamers terug. Leon kwam in kamer 20. Ramona ging naar de damesafdeling. Omdat Leon de regels nog niet zo goed kent, krijgen ze de eerste dag 2 maal straf. Tijdens de laatste strafoefening valt Leon neer. Hij wordt naar de ziekenkamer gebracht. Daar ontmoet hij Shaira, een meisje. Leon heeft eb ontsnappingsplan bedacht. Shaira zorgt dat Ramona op de ziekenafdeling komt, en, als ze daar is, hangt ze een deken over de vensterbank. Leon verwond zich extra, zodat hij naar de ziekenkamer moet om zich te laten verbinden. Daar ontmoet hij twee oude vriendjes, die hij nog kent van de eerste keer in de ziekenkamer. Hij heeft een tang op de balk van het dak van het schuurtje gelegd, waarmee ze het gaas kunnen doorknippen. Het lukt ze om weg te komen, maar ze moeten na een tijdje stoppen omdat Shaira een aanval heeft gehad. Chris, ook ontsnapt, draagt haar tot aan de schuur bij de steengroeve, waar ze normaal moeten werken. Daar rusten ze even uit en wachten tot Shaira weer bijkomt. Daarna gaan ze verder en slapen die nacht in een boerenschuurtje. De volgende ochtend komen ze een vrouw tegen, wiens man ooit bewaker is geweest in het Instituut. Maar hij had andere ideeën en werd ontslagen. De vrouw geeft hen te eten en geeft hun andere kleren en een beetje geld. Zij helpt hen te ontvluchten. Maar nadat ze in de trein gestapt zijn, worden ze onderweg opgepakt omdat ze geen persoonsbewijs bij zich hadden. Ze moeten mee in de auto van de GEPO. Onderweg worden ze beschoten. Het blijkt een deel van het leger te zijn dan voor vrijheid strijd. Shaira wordt geraakt, en sterft later. Leon denkt alsmaar:'Waren we maar niet ontsnapt, en hadden we gewacht tot ze ons bevrijdden, dan had Shaira nu nog geleefd.. Nu laat hij zich gewillig met Ramona en Chris meevoeren, maar bij elke stap klinkt de naam Shaira door zijn hoofd. Het dringt nauwelijks tot hem door waar ze hem heen brengen. Opeens vraagt hij aan Edgar, alsof hij en wildvreemde is:'Waar hebben jullie haar gelaten?' 'Ze wordt hierheen gebracht', zegt Edgar. Zijn ogen glinsteren, als hij tegen Leon en Ramona zegt dat ze nu eindelijk hun vader kunnen bevrijden.



25 oktober

Nadat Leon zijn verhaal verteld had, had Gerard het idee wakker te worden in een vreemde omgeving: het bedompte lokaal met zijn effen gordijnen en kale bakstenen muren is een heel andere wereld, die niet past bij een land met bergen, bossen en bruisende rivieren. Tegelijkertijd blijft er iets hangen van het verdriet en de angst die Leon heeft moeten doorstaan. Jacqueline vraagt fluisterend:'Is dat echt gebeurd?' Leon knikt. De vader van Leon is vrijgekomen, maar Edgar, die zit alweer in de gevangenis. Hij zei dat de nieuwe president teveel land van de kleine boeren afpakte. Daarom zit hij nu in de gevangenis, en zijn vader kan er niets aan doen, want dan wordt hij ook opgepakt. En geen enkel land kan hen steunen, want in hun land zitten veel delfstoffen in de grond, dus de verzetsgroepen kunnen niets doen. Henk vraagt of hij de radio op een andere zender mag zetten. Op die zender, een piratenzender, wordt gepraat over de gijzeling. De mensen buiten de school hebben veel verschillende meningen over de gijzelaars.



26 oktober

Als Gerard op zaterdagmorgen wakker wordt, regent het. Maar tussen het getikt van de regen door hoort hij wat druppelen in het lokaal. En meteen weet hij het: het dak bij de kapot geschoten Tl-buis lekt. Opeens hoort hij zacht kraken van iemand die geen slapende mensen wakker wil maken. Er loop iemand over het dak. Hij vertelt het Henk, maar Leon hoort hem ook en vraagt wat er heeft. Als ze het vertellen wil hij meteen gaan schieten. Maar De Rooy zegt dat ze het beter door kunnen geven via de portofoon. Meneer de Rooy zegt door de portofoon dat de persoon of personen van het dak af moeten, voor hun veiligheid. Ze praten nog even over of ze de school al een tijdje in de gaten hielden. De Rooy vindt dat ze hen beter over kunnen geven. Maar ze bedenken zich ook dat David en Leon een gevangenisstraf kunnen krijgen. Ze zijn het er allemaal over eens dat ze zullen getuigen. Henk maakt van een dertigtal blaadjes een volleybal en ze gaan 2 tegen 2 volleyballen. Maar opeens zegt Leon:'Jullie kunnen gaan'. Ze zijn allemaal verbaasd, maar ze wachten allemaal totdat ze tegen de politie hebben gezegd dat ze zich overgeven. Dat doen ze en gelijk stormt de politie naar binnen. De kinderen en Meneer De Rooy zijn weer vrij….



27 oktober

Vandaag heb ik de samenvatting van de recensie gemaakt: Je leert er niet echt wat van. Er is geen onderwerp zo populair als de oorlog. Deze boeken van de afgelopen jaren gingen erover: De val van Marga Minco, De Aanslag van Harry Mulisch en het Verstoorde Leven van Etty Hillisum. Evert Hartman koos voor zijn Oorlog zonder vrienden voor een jongetje wiens vader overtuigd lid was van de NSB. In dit boek (gegijzeld) geeft hij aan het verhaal dat een van de overvallers op een school zijn gijzelaars vertelt, de centrale plaats. Het is een aangrijpend, maar eenzijdig verhaal. De verteller is een zeker Leon, een jongen uit een niet nader genoemd land. Je kunt er elk dictoriaal geregeerd land voor denken. Leon leefde en leed daar onder een links regime. Zijn moeder was dood, zijn vader gevangen. Daarom werd hij in een opvoedingsgesticht geplaatst. De beschrijving van het leven in het kamp is nogal clichématig, inclusief het uit verhalen over Barbaijse zeerovers en van een menig televisiestuk bekende werk in de steengroeven. De gebeurtenissen rusten te vaak op toeval. Maar de emotionele lading maakt het desondanks verteerbaar. Zeker door de laatste impliciete opmerkingen dat Leons broer weer gevangen is gezet. Nu door een rechtse dictatuur.



Mijn eigen mening is dat het een mooi boek is. Het lijkt eerst een dom verhaal, maar als Leon zijn verhaal gaat vertellen, kun je bijna niet stoppen met lezen.

Ik kan het iedereen aanraden.
Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen